Welcome at Krijnen.Com

| Tuesday, February 7, 2012, 2:16:22 P.M.  | RSS 1.0 | RSS 2.0 | Atom | Blogger | PhotoAlbums | Contact | Spam Poison |

« May 2002 | Home | September 2002 »

June 29, 2002

Dot.commers doen niet aan komkommertijd

Aan de beursindex is het nog niet te merken, maar de laatste weken duiken optimistische berichten en voorspellingen over de 'nieuwe technologie' op. Althans, volgens bijvoorbeeld hoofdredacteur Anthony Perkins van het Amerikaanse magazine Red Herring. De man mag serieus genomen worden, want al in 1999 waarschuwde hij in zijn boek The Internet Bubble voor overgewaardeerde internet-aandelen.

'Ze zagen me toen niet zo graag op cocktailparty's', zei hij vorige week als gastspreker op de Emerce Industry Day in Amsterdam. Volgens Perkins, geen familie van de hoofdrolspeler met dezelfde voor- en achternaam in de film Psycho, gaat het allemaal goed komen, omdat de elektronische handel nu pas echt zal gaan beginnen.
Eerst even afwachten wat Amerika donderdag te wachten staat, op de nationale feestdag Independence Day, 4th of july. Als Al Qaida de dreigementen waarmaakt en er een of meerdere aanslagen gepleegd worden, zal dat in ieder geval niet positief uitpakken voor de beurzen. En dat geldt voor de nieuwe en de oude technologie. Maar ook als een dergelijk omheilsscenario zich af zal spelen, wijzen volgens Perkins en een aantal andere positivo's, alle tekenen erop dat de nieuwe technologieën onstuitbaar zullen zijn. Terwijl de verkoop van I-mode toestellen in Nederland nog niet echt op gang komt, liggen er voor investeerders volop kansen in het snelle en draadloze internet, dat altijd 'aan' is. Perkins: 'Wie een internetbedrijfje wil beginnen, moet dat nu doen.' Ander positief bericht: volgens het onderzoeksbureau NFO Trendbox maakt nu, halverwege het jaar 2002, tweederde van alle Nederlanders wel eens gebruik van internet, terwijl dat vorig jaar nog maar 41 procent was. Ruim vijftig procent is minstens eenmaal per week online. Het bureau beroept zich op een representatieve steekproef onder 500 Nederlanders van 16 jaar of ouder.
Zie Trendbox.nl voor de volledige resultaten, waaruit blijkt dat een van de populaire toepassingen het bankieren via internet is. Een kwart van de bevolking maakt gebruik van 'online banking', waarbij opvalt dat internetbankieren vooral in trek is bij werkenden met een hoog inkomen. Voor het leeuwendeel betekent dat waarschijnlijk niet meer dan rekeningen betalen en geld overhevelen tussen privé-, krediet-, beleggings- en spaarrekeningen.
Voor wie dat gewend is, is de stap naar online beleggen, of dingen aanschaffen en afrekenen, in ieder geval kleiner dan voor wie het net als gereedschap van de duivel ziet. Je hoeft dus niet echt verstand van internet te hebben om te zien dat Perkins en consorten op termijn het gelijk aan hun zijde zouden kunnen krijgen. De vraag is alleen maar hoelang dat gaat duren en welke van die nu nog op te richten start-ups of de dot.commers die erin geslaagd zijn om het afgelopen jaar het hoofd boven water te houden, straks de winnaar zullen blijken te zijn. Wie daar echt in geïnteresseerd is en niet alle goede raad voor niets wil hebben, abonneert zich op de voorspellingen van George Gilder. Het kost een paar centen, zijnde 295 dollar voor twaalf onregelmatig verschijnende nieuwsbrieven, die niet meer dan 4 A-4'tjes beslaan. Je mag ze als beleggingsadviezen beschouwen of als berichten vanuit de toekomst. Gilder waarschuwt overigens om nooit meer dan 15 procent van je geld in nieuwe technologieën te beleggen en daarvan hooguit vijf procent in bedrijven waarover hij schrijft.
Dat zijn zonder uitzondering fascinerende bedrijven. Er zijn er bijvoorbeeld enkele in de race om de techniek te produceren waarmee binnen afzienbare tijd een digitale camera of een mobiele telefoon met slechts een enkele chip uitgerust kan worden, die alle functies van het apparaat aanstuurt. Ieder mobieltje, iedere camera, zit nu nog volgepropt met allerlei processors die allemaal verschillende functies voor hun rekening nemen. Ze vreten energie, en iedere samenwerking, tussen mensen zowel als tussen chips, vertraagt en veroorzaakt mankementen. Andere bedrijven van whizzkids en tovenaars werken dag en nacht aan een andere chip: eentje die de vervanger zal worden van alle routers en talloze andere apparaten die nu nog nodig zijn voor het verkeer op het internet.
Wie als eerste zo'n werkende broadband chip op de markt krijgt, is een winnaar. Wie erin slaagt om de perfecte vertaalslag van analoog geruis naar digitaal te maken, is winnaar. Wie de beste touch-pad maakt is winnaar, want die dingen gaan door u en mij steeds meer gebruikt worden, toegepast in allerlei apparaten. Wat betreft de papieren krant: de komkommertijd komt eraan, en de krant gaat op zomerschema. Tot eind augustus zult u het zonder deze column en deze pagina moeten doen, maar kijkt u vooral iedere dag op onze website. Dot.commers doen niet aan zomerschema of komkommertijd.

 Posted: June 29, 2002, 11:13 PM | Comments (0) |



June 22, 2002

Mag Jan met de korte Achternaam?

Leuk bericht op Webwereld: mensen met vreemdsoortige of schunnig klinkende achternamen worden geweigerd door het passportsysteem dat Microsoft hanteert voor aanmelding van zijn eigen MSN network. Ene James Woodcock werd niet geaccepteerd als lid (what's in a name?) nadat hij het formulier ingevuld had en op enter (!) geklikt had: meneer moest maar een andere achternaam opgeven.

Dat wilde Woodcock niet, maar uit balorigheid probeerde hij een paar andere namen die in het Angelsaxische taalgebied door fatsoensrakkers als schunnig betiteld zouden kunnen worden. Zoals Harold Wanker en Fred Prostitute, die tot de verbazing van Woodcock wel geaccepteerd werden. Nadat de afgewezene zich met een mailtje beklaagd had bij Microsoft volgde per kerende mail een merkwaardig antwoord: zijn voorvader moest wel een klein misselijk mannetje wezen om hem van zo'n achternaam te voorzien.
Tot zover Webwereld, tot zover The Register, die door Webwereld als bron opgevoerd wordt. Ik vind het een mooi verhaal, maar ik ben altijd een beetje achterdochtig en sceptisch ten aanzien van dit soort verhaaltjes. Ik neem zonder meer aan dat een gedeelte ervan klopt, hetgeen iedere grapjas die daar behoefte aan heeft, zelf kan controleren. Tip: doe dat dan meteen op het Nederlandse gedeelte van MSN, en zie of Jan met de korte Achternaam geaccepteerd wordt, of Mien Gleuf.
Wat me nog het meest verbaast, is om te beginnen het gegeven dat mail door Microsoft beantwoord wordt. Dat is mij nog nooit overkomen, toen ik in de pubertijd en de onschuld van mijn internetleven in de veronderstelling leefde dat Microsoft een aantal bugs niet kende, en ook nog zat te wachten op suggesties ter verbetering.
Ouder en wijzer weten we allemaal dat ze donders goed wisten van de meeste bugs in alle Windows, maar dat marktaandeel en omzet van meer importantie waren dan betrouwbaarheid en stabiliteit. De door mij destijds ingevulde formulieren zijn in elk geval nooit beantwoord door een mens van vlees en bloed en dan hou je er vanzelf mee op.
Vreemd dus dat die mail van Woodcock wel beantwoord is, maar nog vreemder de inhoud. Je kunt van Microsoft een hoop zeggen, maar niet dat het bedrijf enige humor of relativeringsvermogen uitstraalt. Het lijkt me daarom sterk dat er een mailtje teruggekomen is over een klein misselijk voorvadertje. Of zou dat serieus bedoeld zijn? Het zal wel gegaan zijn zoals het zo vaak gaat op internet, waar feiten, halve waarheden en leugens tot het world wide web verweven zijn.
Vieze namen, vieze dingen, het probleem blijft in Amerika kennelijk iets groter dan in de meeste delen van Europa. Door de bank genomen dan, want in Californië kan alles, op de Bible Belt daarentegen, in Texas en in het puriteinse New England niets. Omdat die puriteinen macht hebben en kabaal maken, overheerst in Europa het beeld van puriteins Amerika. Hoe dan ook: het grootste puriteinse probleem heet internet en hoe die digitale hel aan banden te leggen. Dat kan dus niet, maar het heeft allerlei prachtige pogingen tot gevolg.
Niet alleen James Woodcock of Mien Gleuf hebben daar last van, maar bijvoorbeeld ook de universiteit van Sussex. Die komt keurig tevoorschijn bij de zoekmachines, maar vanwege de naam worden allerlei onderzoeksresultaten van die oude en eerbiedwaardige Engelse universiteit weggefilterd door lokale firewalls, proxyservers en filterprogramma's op verschillende Amerikaanse universiteiten.
Intussen wordt door puriteinse programmeurs verder gewerkt aan software die een willekeurige afbeelding op de content zou moeten kunnen beoordelen en alles wat naar vies riekt stante pede blokkeert.
Wat moet ik me daar nou weer bij voorstellen? Een digitale foto is immers niets anders dan enkele miljoenen gekleurde stippen die allemaal twee eigenschappen hebben: de kleur en de plaats waar ze zich bevinden. Een simpele commandoregels zoals: 'if too much color=pink then forbid' of zoiets? Met dit simpelst mogelijke voorbeeld is de kern van het probleem geduid, want hoe kan je een stomme computer laten begrijpen dat een foto niet geschikt is voor jeugdige Europeanen en/of volwassen Amerikanen?
Dat kan niet, dat kan nooit, maar laat maar zo gauw mogelijk komen, dat soort programma's, want dan komen er weer allerlei mooie verhalen los, altijd goed voor een column. Als dat soort programma's breed uitgerold gaan worden, kunt beter geen foto's mee van baby's in bad, of van het nieuwe hangbuikzwijn op de kinderboerderij. Die komen niet meer door de filters op de firewalls en voor u het weet, staat de softwarepolitie voor de deur om uw computer open te breken. Lach niet, maar huiver.

 Posted: June 22, 2002, 07:04 PM | Comments (0) |



June 15, 2002

KPNQwest: patroonheilige van de helpdesk

Zaterdag 15 juni 2002 - Het faillissement van KPNQwest en de op termijn al dan niet vaststaande gevolgen mogen voor sommigen een ramp zijn, voor anderen is het een zegen. Voor helpdesks, waar de uitdrukking 'KPNQwest' tot summa cum laude smoes van het eigen falen geworden is. Ik wed dat tachtig procent van de arme zielen die de afgelopen weken om de zegen van een it-afdeling of de genade van een helpdesk heeft moeten smeken met de volgende woorden gezegend is: 'Ach meneer, dat heeft met KPNQwest te maken'.

Een netwerk dat niet vooruit is te branden? Tja, het is internet, dus het zou er iets mee te maken kunnen hebben, dat er ergens een stuk bandbreedte niet meteen beschikbaar blijkt. Maar iedereen die beroepsmatig met het net te maken heeft, weet wat er intern allemaal fout kan gaan voordat het boze buitennet er aan te pas komt.
De interne nameserver - het proces dat ip-nummers koppelt aan domeinnamen - plat? Zal KPNQwest wel zijn. De ftp-server onbereikbaar? Ach meneer, KPNQwest, u weet wel. U kunt uw mail niet ophalen van de Exchange-server? Wat vervelend nou, maar heeft u de krant niet gelezen? Browser niet vooruit te branden? U weet wel, enzovoort. Ik bid in stilte dat het doemscenario dat sommige zwartkijkers voorspellen als gevolg van het faillissement, geen waarheid wordt.
Enerzijds omdat mijn werk er dan een tijdje niet leuker op zal worden, anderzijds omdat in dat geval KPNQwest voor ons een digitale duivel zal blijven, plus de patroonheilige van de helpdesks van deze wereld.
Genoeg gezanikt over de mens achter helpdesks, overigens een beroep dat ik als een roeping zie. Van u en mij krijgen ze natuurlijk alleen maar verstandige, zakelijke vragen, maar als je alle stupide vragenstellers de kost zou moeten geven, heb je aan het inkomen van Bill Gates niet genoeg.
Steken we de hand in eigen boezem: we hebben een hacker achter de firewall gehad en dat was onze eigen stomme schuld. Ik praat gelukkig in commissie, want het is niet op onze machines gebeurd, maar via de account van een van onze collega's van Wegener. Alle portals worden gemaakt op een centraal platform, het Amerikaanse Vignette Storyserver. Vertaald, onderhouden en verder uitgerold door de Amsterdamse firma Lost Boys, waar in deze barre tijden overigens ook de stormbal gehesen is, dus maar hopen dat die KPNQwest niet achterna gaan.
Op Storyserver, oftewel het CMA (Content Management Application), zoals het in de wandelgangen heet, is, zoals op allerlei systemen, op allerlei niveaus toegang. Er is een root of superuser, de ontwikkelaars hebben andere rechten dan de schoonmakers en de redacties hebben toegang tot hun stukkie schijf waar ze met hun websites mogen spelen.
Vergelijk het maar met een bank. De directeur heeft de sleutel van de voordeur, zijn eigen kamer en de drankvoorraad. De kassier is de enige die in de kluis mag komen en de interieurverzorgsters hebben de sleutel van de bezemkast. Zo gaat dat in de echte wereld, zo moet dat ook in de virtuele wereld, en het kan ook niet anders.
De directeur en kassier doen echter nooit wat in de computerwereld maar al te vaak voorkomt: als ze naar huis gaan de sleutel op een haakje naast de voordeur hangen. Ik beken dat op het moment van schrijven zo'n geel memo-blaadje aan de zijkant van mijn computer hangt met daarop het woord FurbY+Flo$$er$.
Niet voor mezelf, want dat kan ik nog wel onthouden, maar voor anderen die minder goed van memorie zijn. Ik neem het ze niet eens kwalijk, want, even tellen, op de internetredactie werken we met minstens vijfentwintig verschillende systemen, programma's en/of applicaties, die met een of andere vorm van wachtwoorden beveiligd zijn.
Van een aantal daarvan hebben we ook de rechten om de wachtwoorden te vervangen, maar slechts een heel slim systeem dwingt me om de zoveel tijd een nieuw wachtwoord van minstens tien letters aan te maken en dan ook nog in een niet voor de hand liggende combinatie. Sommigen werken met cookies, het een wordt door Windows onthouden en het ander niet en het is altijd wat.
Ik vind het daarom niet zo gek dat mensen, als je ze zelf de keus laat, voor zowel gebruikersnaam als wachtwoord doodleuk hun eigen achternaam kiezen. Klaag je daarover bij de helpdesk, dan wijzen ze naar hun patroonheilige. U weet wel, KPNQwest.

 Posted: June 15, 2002, 08:06 PM | Comments (0) |



June 08, 2002

Pas op dat ze uw naam niet jatten

Er lopen op de wereld nogal wat oplichters rond. Pas op voor de charmanten, zeg ik altijd, met excuses aan de echte charmanten, want die zijn het gevaarlijkst. Oplichters waren er al voor internet en als het net ooit verdwijnt, zullen ze blijven. Zolang het net er is, is het, naast alle nut en voordeel dat u en ik dagelijks genieten, een fantastische vrijplaats plus een droom van een gereedschap voor oplichters en charlatans.

Ik verbaas me niet over de ongebreidelde hoeveelheid onzinnige aanbiedingen die dagelijks in de mailbox gekwakt wordt. Kwestie van cijfers: zelfs als slechts een promille van alle internetsurfers ergens intrapt, dan nog moet de omzet van al die aanbiedingen gigantisch zijn. Of het nou om porno gaat, viagra, vermageringsmiddelen, reisjes, maakt niet uit. Dagelijks trappen mensen in oogverblindende aanbiedingen en zitten ze vervolgens met de gebakken peren.
Op de televisie kunnen ze er ook wat van. Een van mijn collega's, die ik verder als een verstandig mens beschouw, heeft me in een openhartige bui bekend dat-ie wel eens 'dingen bestelt'. 'Zit ik 's nachts wat te zappen', zei hij, 'en dan bestel ik in een opwelling zo'n buikspierapparaat. Of van die messen die dwars door alles heen snijden'.
Ik geef toe: ik trap er ook wel eens in. Windows XP bijvoorbeeld, maar ook tussen de honderden scripts en/of programma's die in de loop der jaren aangeschaft zijn, zat wel eens iets wat met de betiteling 'shitzooi' te veel eer krijgt. Desondanks declarabel, in tegenstelling tot dat buikspierapparaat en die messen en het geld nog dubbel en dwars waard ook.
Beter één keer aangeschaft en voor alle anderen afgetest, dan bedrijfsbreed ingekocht, want dan zit je er jarenlang mee opgescheept. Ons primaire tekstverwerkingssysteem dateert van 1984, de leverancier is allang failliet, maar we ploeteren vrolijk voort. Ik zou het overigens nog missen ook, want het tikt na al die jaren blindelings lekker weg en god behoede me voor een op Word of een ander Windows gebaseerd productiesysteem.
Intussen ontvang ik steeds meer mailtjes die me waarschuwen voor onverlaten die er met mijn naam vandoor zouden willen gaan. Tot voor kort kwamen die waarschuwingen alleen maar uit de Verenigde Staten, maar nu is er ook een Nederlandse apostel die zich druk maakt om mijn zielenheil.
De Amerikaans mailtjes waarschuwen me op alarmerende toon dat domeinkapers er met de naam Krijnen vandoor willen gaan. Voordat het te laat is, willen ze, uiteraard tegen betaling, ervoor zorgen dat de extensies, biz, tv, cc en weet ik veel welke nog meer, voor eeuwig officieel aan mijn familienaam verbonden worden.
In Nederland is nu een nieuwe variant opgedoken. Het is een bedrijf dat zich Internet Domeinregistratie Controle Nederland (IDCN) noemt. Als u of uw bedrijf een domein draait met de extensie .nl, dan is de kans groot dat ook u een mailtje heeft ontvangen van de volgende strekking: 'Wij controleren uw bedrijfs- en contactgegevens voor het internet zoals u deze bij het registreren van uw domeinnaam.nl heeft opgegeven aan uw provider'. ICDN belooft, als het een fout constateert, om die tegen betaling van tien euro te zullen herstellen. Deze grap is niet helemaal nieuw, want eerder was er een zogenaamde Internet Registratie Dienst (IRD) die acceptgiro's verstuurde met min of meer dezelfde boodschap: betalen, anders gaat er iets fout.
Als de gegevens niet meer kloppen, wil IDCN ze best voor u aanpassen. Dat kost slechts tien euro, plus BTW voor de particulier. Trap er niet in, het is lariekoek, maar ook hier niets nieuws onder de zon: het fenomeen van de spooknota was al voor de uitvinding van internet bekend.
Nog geen vakantiebaantje gevonden? Stuur een brief naar alle vermeldingen in het telefoonboek met het aanbod om voor een tientje na te kijken of alles klopt. De kost loopt voor de baat uit, maar ik voorspel dat er genoeg sufferds rondlopen om uw onderneming winstgevend te maken.

 Posted: June 08, 2002, 08:33 PM | Comments (0) |



June 01, 2002

Hoe reboot je zo'n rotkar?

U kent misschien ook mensen die overspannen van vakantie terugkeren. Mogelijke oorzaken: drie weken boven op elkaars lip, achterstallig werk meegenomen, partnerlief verliefd zien worden op plaatselijke bimbo, noem maar op.

Onlangs liep mij een nieuwe variatie op dit thema tegen het lijf: in Spanje drie weken lang ruzie met zijn auto gehad. Hij was in een hagelnieuwe limousine, voorzien van allerlei interessante elektronica, naar het zonnige zuiden afgereisd. Het ding wordt niet geopend en gestart met een sleutel, maar met een soort chipkaart. Als ik het wel heb, hou je die kaart voor de deur, waarop die uit het slot springt en als je achter het stuur zit, duw je dat pinpassie in een spleet en als auto passie herkent, dan mag je hem starten.
Maar niet in Spanje. Hoe heet een chipkaart/sleutel in het Spaans ook alweer als je een dealer op je mobieltje te pakken hebt? En een beetje snel graag, want de batterij van het mobieltje raakt leeg en opladen had in de afgesloten auto moeten gebeuren.
Er is geschopt en gescholden tegen het kreng dat niet open wilde, tot lering ende vermaeck van de halve camping. Men gaf vrolijk en gratis goede raad. Bijvoorbeeld: de ouderwetse metalen nood-sleutel, zeg maar de back-up, voortaan niet meer in het dashboardkastje stoppen. Want dan kom je, om in computertermen te blijven, in een klassieke loop terecht, die slechts met een reboot op te lossen is.
Hoe reboot je zo'n rotkar? Je slaat een raampje in (shutdown -n, reset), je breekt het afgesloten dashboardkastje open (username), steekt hem in een vrij slot (login) en je kunt weer starten (reboot).
Ik heb iets met computers en ik heb iets met oude auto's. Tijdens het uitoefenen van die twee hobby's heb ik één ding geleerd: zo veel mogelijk gescheiden houden. Iedere combinatie van auto's en computers is vragen om problemen. Werd pas geleden maar weer eens bewezen door een andere vriend, die apetrots kwam laten zien hoe het dak van zijn nieuwe sportwagen computergestuurd in de kofferbak verdween.
Dat was tenminste de bedoeling, maar halverwege hikte het systeem en bleef het dak in een hoek van 45 graden omhoog steken. Een handslinger bleek er niet aan te zitten en terwijl de dealer gebeld werd, begon het te regenen. Ik heb geprobeerd om niet in lachen uit te barsten, maar dat is niet gelukt.
Dat soort ervaringen is de reden dat ik lang gezocht heb naar een degelijke diesel, voorzien van zo weinig mogelijk elektronica. Ik heb hem via internet gevonden. Toevallig stond-ie in Breda, zodat ik net zo goed de kleintjes in mijn eigen papieren krant had kunnen raadplegen. Leve de vooruitgang.
Hoe dan ook, het enige wat me zorgen baart aan die auto is de anti-diefstal toestand, een zwart reepje plastic dat aan de sleutelhanger bengelt. Er zit een computerchip in. Als je die langs het stuur wrijft, stopt een rood lampje met knipperen en mag ik starten. Afkloppen maar en intussen niet te hard lachen om het ongeluk van anderen.
Intussen hoor je iedereen die denkt verstand van auto's te hebben, verkondigen dat er binnen een jaar of wat iedere nieuwe auto van minstens één boordcomputer voorzien zal worden. Ter meerdere eer en glorie van de veiligheid en het gemak, heet dat dan, terwijl omzet de belangrijkste reden van dat monsterverbond tussen computer- en automobielindustrie is.
Ik geloof best dat een auto ooit een rijdende computer zal zijn, maar, zoals altijd, klopt er helemaal niets van de in de voorspellingen gehanteerde termijnen. In 1996 werd alom beweerd dat iedereen in het jaar 2000 bandbreedte in de orde van breedte van de monding van de Amazone tot zijn beschikking zou hebben. In iedere huiskamer zou streaming video on demand bekeken worden. Inmiddels zijn we bijna drie jaar verder en de realiteit is anders.
Laat die gejaagde profeten dus maar zwammen en hou het intussen zo simpel mogelijk. Vooral als u van plan bent om een nieuwe auto te gaan kopen.

 Posted: June 01, 2002, 08:34 PM | Comments (0) |