Even in mijn archief gedoken en mezelf geciteerd. Op 26 oktober 2002 schreef ik op deze plaats een bijdrage onder de kop 'De smerigste krochten op het web'. Over een website met video's waarop Russische soldaten met een groot mes onthoofd worden door Tsjetsjeense rebellen, waar ook de video te downloaden is waarop te zien is hoe de Amerikaanse journalist Daniel Pearl in Pakistan onthoofd wordt. Tegen mijn gewoonte in vermeldde ik destijds de url van die website niet, en dat doe ik ook nu niet.
Geen zin in mail van terecht woedende of bezorgde ouders, en als u een onbedwingbare behoefte voelt om er een keer naar te kijken, liggen de zoekvragen in Google voor de hand.
Nog even mezelf geciteerd: „Ik wil niet dat anderen, kinderen of niet, last van nachtmerries krijgen of ontspoord raken. Ik ben er een keer op bezoek geweest en ik ga er nooit meer heen. Slapeloze nachten heb ik er niet van gekregen, maar ik ben desondanks geschrokken van het effect dat het bekijken van zo'n video op me had. Dagenlang verschijnen die beelden op de meest vreemde momenten op je netvlies en heb je nergens meer zin in. Je ziet een mens die zich, met gebonden armen liggend op de grond, in allerlei bochten ligt te wringen. Totdat iemand een gelaarsde voet op dat hoofd zet om het stil te houden, een jachtmes in de keel steekt en begint te wrikken tot hoofd en romp gescheiden zijn.'
De wereld is in die anderhalf jaar niet verbeterd en de website in kwestie vaart daar wel bij, in iedere geval qua bezoek. Hij komt tegenwoordig althans met enige regelmaat in het nieuws, zolang terroristen in Irak bij wie hun niet bevalt het hoofd van de romp scheiden en er digitale video's van maken. Dat de betreffende website kennelijk door Nederlanders onderhouden wordt, neem ik zonder enige trots voor kennisgeving aan, net als de hypocriete morele verdediging van de webmaster: „We willen alleen maar laten zien waar het menselijk ras toe in staat is.'
Complottheorieën bestonden al lang voor het internet en omdat de belangrijkste eigenschap van het web de snelheid van verspreiding van feiten en nonsens is, duiken ze nu op dezelfde dag op dat er een onthoofding heeft plaats gevonden. Dus zijn er mensen die op allerlei websites beweren dat zo'n weerzinwekkende scène in beeld gezet is door het Amerikaanse leger of door de CIA. Want ze lezen op de video van rechts naar links, dus zijn het geen Arabieren, en aan het postuur van de gemaskerde daders kun je zien dat het westerlingen zijn. Terwijl dat soort flagrante flauwekul genoeg reden is om weg te blijven van die sites, zie je in die discussies ook waar internetters zelf qua ontfatsoen in staat toe zijn.
Mijn meeste landgenoten willen nogal eens vreemd kijken als ik waag te beweren dat het in Nederland wat betreft de omgangsvormen een tamelijk onbeschofte boel is, vergeleken met een heleboel andere landen. Als u zich ten onrechte aangesproken voelt, kunt u zich wellicht troosten met de wetenschap dat het op internet een mondiaal probleem is.
Het begon met flamen, als u zich die term nog kunt herinneren. Wie iets doms durfde te vragen in een chatroom, werd zo massaal overspoeld met hoon, dat hem niet anders restte dan op te rotten. En wie het lef had om op een forum van het een of ander een afwijkende mening te plaatsen, werd niet alleen op dat forum geflamed, maar zag zijn mailbox ook zo vollopen met scheldpartijen dat ook daar de lol snel af was. Volgens Bob Cringely, die vorige week een mooi essay afleverde over onverschilligheid, arrogantie en het ontbreken van het juiste zelfbeeld, is het flamen niet verdwenen. Hoewel de mogelijkheid bestaat dat je nog steeds geflamed wordt, maar dat de ene helft rechtstreeks naar de prullenmand gaat vanwege de aanwezige schuttingwoorden en de andere helft niets eens meer opvalt in de overweldigende hoeveelheid dagelijkse spam. 'Zo heb', om orakel Johan Cruyff te parafraseren, 'ieder nadeel zijn voordeel.'
Hoewel sommigen die de volle laag van de flame krijgen er vaak ook om gevraagd hebben. Zo had ik afgelopen week zelf de nodige moeite om mijn fatsoen te houden, toen ik een juffrouw aan de lijn had die nota bene namens de Raad van State belde. Ze kon een uitspraak van dat orgaan die bij ons in de krant gestaan had, in het archief van de website niet vinden. Een revelant trefwoord intikkend verscheen het door haar niet gevonden artikel bovenaan op dezelfde pagina waarop wij op dat moment virtueel samen waren. Tot dan waren we beiden beleefd aan het vousvoyeren, maar mijn suggestie dat wellicht een tikfout in het zoekwoord gemaakt was, werd op ijzige toon als volgt gerepliceerd: „Nou moet je eens even goed naar me luisteren.'
Waar ik het aan te danken heb weet ik niet precies, maar het gebeurt niet zo vaak dat ik naar aanleiding van wat ik beweer, via e-mail voor volslagen idioot of debiel uitgemaakt wordt. Dat kan meerdere dingen betekenen. Een ervan is dat u het roerend eens bent met de kwalificaties in voorgaande zin, maar dat u te beleefd bent, of het niet de moeite achtte om mij dat te laten weten.
Het juiste zelfbeeld kan laat en op verrassende wijze tot stand komen. Zo zat Cringely ooit bij een diner naast een winnaar van een Nobelprijs, die hij in zijn enthousiasme bestookte met intelligente en genuanceerde gedachten. Tenminste, dat vond-ie zelf. Totdat met een verpletterende klap het besef arriveerde dat zijn gesprekspartner uit beleefdheid alleen maar deed of hij zat te luisteren.
'Stomme idioot', stelde Cringely zijn tot dan heersende zelfbeeld een stukje bij.
Bent u er nog? Mooi zo, dan heeft u deze bijdrage tenminste helemaal gelezen, en niet gedaan alsof.
Posted: June 26, 2004, 07:20 PM | Comments (0) |

Maandagmiddag 18 september 1944 om 17:00 uur maakte Baggy Maggy een noodlanding bij Castelré. Een kwartier eerder was de grote Consolidated B24 bommenwerper bij Groesbeek getroffen door afweervuur. Bijna zestig jaar later ging ik voor de krant naar Amerika om te spreken met de laatste twee overlevenden van de bemanning van Baggy Maggy en de zus van radio-operator Bill Kirlin. Het werd een mooie trip, uitmondend in dit veel te korte verhaal.
Link: Fotoalbum Baggy Maggy
Link: Larry Hewin: Borrowed Time (Word, 1.2 Mb)
Link: Donald Dukeman: Destined to Survive (Word, 4.2 Mb)
Link: English translation
Link: print versie
Bij de landing in de buurt van Castelré raakte de Baggy Maggy total loss. De volgende dag werd het door de Duitsers met lichtspoormunitie in brand geschoten, terwijl het stoffelijk overschot van Bill Kirlin nog klem zat in het wrak. Het was het eind van een betrouwbaar werkpaard, dat haar sporen verdiend had tijdens tientallen aanvallen op Duitse doelen in Frankrijk en Duitsland.
Maggy vloog ook mee in de massale, legendarische aanval op de raffinaderijen van Plo&eauml;sti, helemaal aan de Roemeense Zwarte Zeekust. In september 1944 was het door de strijd getekend toestel, een versleten maar populaire kist, een beschermengel, die zijn bemanningen veilig terug bracht.
Tot haar geluk op 18 september 1944 bij Groesbeek op was en linksvoor in het toestel een granaat uit elkaar spatte. Gezagvoerder Larry Hewin, op dat moment 19 (!) jaar oud, kreeg scherven in nek en benen.
Terwijl hij achter zijn stoel op de grond lag en radio-operator Bill Kirlin het bloeden trachtte te stelpen, probeerde tweede piloot Richard Scott, geholpen door bommenrichter George Sadler, om Baggy Maggy in de lucht te houden.
Zestig jaar na dato is het stralend weer in Honeybrook, Pennsylvania. Vanuit de woonkamer van Donald en Paulene Dukeman heeft de bezoeker uitzicht op een sprookjesachtig tafereel: een Amish die aan het ploegen is. Acht muilezels naast elkaar, de boer erachter, met hoed, lange baard, in klederdracht. In een ander weiland naast een houten schooltje lijkt het of er een film opgenomen wordt: tientallen kinderen, stuk voor stuk in klederdracht, die in wuivend gras een partijtje aan het softballen zijn.
Het doet aan een andere film denken: Witness, waarin Harrisson Ford onderduikt bij de Amish. "Klopt", zegt de 80-jarige Donald Dukeman, die de laatste twintig jaar van zijn werkzame leven postbesteller in Penssylvania Dutch Country was, "een paar kilometer verderop staat de telefooncel waarin Ford in de film staat te bellent."
"George Sadler moest van Scotty met zijn hele gewicht op de pedalen gaan staan", aldus Dukeman, "terwijl Larry leeg lag te bloeden op het flight deck. We werden door een onzichtbare reuzenhand naar beneden geduwd. Alle meters van de motoren, temperatuur, oliedruk, toeren, stonden in het rood, het was een mirakel dat we zo lang in de lucht bleven."
Met een zuidwestelijke koers probeerde de bemanning een bevrijd stuk van Belgi&eauml; te bereiken, maar voorbij Baarle Nassau verloor Baggy Maggy haar laatste hoogte. Terwijl de propellors van de Pratt and Whitney motoren zand en aardappelen omhoog maalden, maakte het met 150 kilometer per uur een flauwe bocht naar rechts, om in stukken te breken tegen de een meter hoger liggende weg.
Bill Kirlin, die geweigerd had om zijn crash-positie in de veiligheidsriemen in te nemen, omdat hij het noodverband van Hewin niet los wilde laten, werd verpletterd door de 300 kilo wegende geschutkoepel, die door de klap van de romp brak.
"Na de crash", zegt Larry Hewin twee dagen later in Williamsburg, Virginia, zes uur rijden naar het zuiden, "heb ik altijd het gevoel gehad in extra tijd, in geleende tijd, te leven. Het was zo oneerlijk. Ik lag onder de turret, maar door de klap schoof ik naar voren. Bill heeft mijn leven gered, maar daardoor kreeg hij de geschutkoepel op zijn kop. De neus van het toestel was weg, ik kroop eruit, en rende weg, gedragen door de morfine. Ik zakte in elkaar en kon door mijn verwondingen maandenlang geen meter meer lopen. In het kamp in Duitsland werden weddenschappen afgesloten dat ik het eind van de week niet zou halen."
De bemanningsleden zouden elkaar vijftig jaar lang niet meer zien. In Duitsland brachten ze acht maanden in verschillende krijsgevangenkampen door, om voorjaar 1945 terug te keren naar de Verenigde Staten. Het verbrande lichaam van Bill Kirlin werd door omwonenden op de plaats van de crash begraven, begeleid door Duitse saluutschoten. Na de bevrijding werd het verplaatst naar Baarle Nassau, waar het bijna een jaar later opnieuw opgegraven werd, om op het oorlogskerkhof in Margraten voor de laatste ter aarde besteld te worden.
Op de plaats waar Baggy Maggy gecrashed, verbrand en gesloopt was, waar Kirlin zijn eerste laatste rustplaats vond, stond tot halverwege de jaren vijftig een kruis met enkele regels tekst. Toen het door weer en wind gesloopt was, herinnerde niets meer aan de grote bommenwerper die er ooit geland was.
De overlevenden bouwden na de oorlog hun leven op en verloren elkaar tot 1994 uit het oog. Dat ze elkaar na vijftig jaar zouden gaan schrijven en ontmoeten was te danken aan een amateur-historicus uit Ulicoten met de vasthoudendheid van een terri&eauml;r: Jos van Roozendaal. Die op het spoor gezet werd door wijlen dr. Ed Loffeld, die begin jaren tachtig een serie artikelen over Baggy Maggy schreef in Ons Weekblad in Baarle Nassau. Van Roozendaal noemt ook de naam van de Belg Ed Ragas: "Die weet alles van wat er hier in de Tweede Wereldoorlog in de lucht gebeurd is."
Naar aanleiding van de artikelen van Loffeld slaagde Van Roozendaal er begin jaren negentig in om de toen nog levende bemanningsleden op te sporen, met elkaar in contact te brengen en sommigen te ontvangen. Tien jaar geleden, in september 1994, werd een monument onthuld op de plaats van de crash. Drie bemanningsleden en Gertrude, de jongste zus van Bill Kirlin, waren aanwezig, tot tranen toe geroerd: bommenrichter George Sadler, schutter Eugene Shabatura en co-pilot George Scott, de man die het vliegtuig aan de grond gezet had.
Larry en Barbara Hewin en Donald en Paulene Dukeman konden er destijds, vanwege lichamelijke ongemakken, niet bij zijn. Ttien jaar na dato is het trio bemanningsleden dat de bedevaart naar Castelré maakte, overleden, maar zijn zowel het echtpaar Dukeman als Hewin zeer wel in staat om de verslaggever met veel warmte en dankbaarheid te ontvangen.
Mrs. Gertrude Stuber Kerlin leeft ook nog. Inmiddels 88 jaar oud, stuurt ze haar eigen auto naar Honeybrook en arriveert met een dosis levenslust en humor die een twintigjarige niet zou misstaan.
Ze heeft een ontroerend werk bij zich; het plakboek dat ze bij begon te houden, toen haar jongste broertje, de oogappel van zijn vijf oudere zussen, het ouderlijk huis verliet om opgeleid te worden als radio-operator. Zijn laatste klassefoto, foto’s in sporttenue, de eerste ansichtkaarten vanuit de basis in Engeland, de laatste brief, de offici&eauml;le mededeling van missing in action, het overlijdensbericht, het in memoriam in de lokale krant, een foto van de gedenksteen aan de muur van de fabriek van textielmachines waar hij boekhouder was.
"Ik was het jongste zusje", aldus Mrs. Stuber-Kerlin, "mijn andere zussen waren al wat ouder, toen hij geboren werd, maar ik groeide samen met hem op. Ik mis hem nog iedere dag."
Ook Donald Dukeman laat prachtige parafernalia en collectors’ items zien, waaronder logboeken, een model van de Baggy Maggy, het loodzware handboek met de gedetailleerde beschrijving van ieder onderdeeltje dat hij als boordwerktuigkundige van het enorme vliegtuig uit zijn hoofd moest kennen.
Centraal in zijn bibliotheek, net als in de studeerkamer van Larry Hewin een klein luchtvaartmuseum, prijkt de Baggy Maggy File. Een dikke ringband, een stuk levenswerk van Jos van Roozendaal, een werk dat er om schreeuwt om door een uitgever bewerkt te worden. Of om gedigitaliseerd te worden, zodat het op een internetsite gepubliceerd kan worden.
De Baggy Maggy File is een boeiend verslag van de gebeurtenissen op 18 september 1944, en de dagen en maanden daarvoor en daarna. De opleiding van de bemanning, het leven op de basis Hardwick in Engeland, de ontberingen in de krijgsgevangenkampen, de humor, de dodenmars van Dukeman.
Daarnaast leest het als een roman over de speurtocht van Jos van Roozendaal naar de overlevenden. Die in de avonduren een VWO certificaat Engels haalde, zodat hij beter kon communiceren met zijn Amerikanen. Die vrienden voor het leven zouden blijven, en met veel respect en genegenheid over Van Roozendaal spreken.
Waar bij het zoeken naar wie of wat dankzij internet tegenwoordig net zo vanzelfsprekend als gemakkelijk is, moest hij zich begin jaren negentig behelpen met brieven en telefoontjes naar luchtmachtbases en vertegenwoordigers van veteranenorganisaties.
"Na iedere brief was het weer weken afwachten", aldus Van Roozendaal, die dit voorjaar een van de twee luiken cadeau kreeg die de boordschutters achter in het vliegtuig aan weerskanten openklapten, als ze hun mitrailleurs in stelling brachten.
"Baggy Maggy is niet helemaal verbrand, omdat de Duitsers er niet alleen alle de bruikbare spullen, maar ook de brandstof uitgehaald hadden. Voordat de restanten als schroot zijn afgevoerd, hebben omwonenden er van alles afgesloopt. Een 14-jarige jongen ging er met dit luik vandoor. Nu hij 74 jaar oud is, heeft hij het aan mij gegeven. De wielen hebben ze tot in de jaren zestig, tot ze van ouderdom uit elkaar vielen, gebruikt om gekapte bomen uit het bos te slepen."
Repeterend onderdeel van de Baggy Maggy File is Borrowed Times, het magazine dat Larry Hewin vanaf de hereniging met zijn bemanning op onbepaalde tijdstippen uit begon te geven. Met de indrukwekkende afrekeningen met hun verleden, die Hewin en Dukeman schreven. Hewin, die in het kader van zijn uitgaven meer plezier in het schrijven van zijn memoires kreeg, Dukeman op verzoek van kinderen en kleinkinderen.
Waar Hewin het schrijven kennelijk met speels plezier afgaat, is de kracht van Destined to Survive van de diep gelovige Dukeman de simpele en doeltreffende manier waarop hij met zijn oorlogsverleden van zich afgeschreven heeft. "Maar vergeet niet", aldus Van Roozendaal, "dat Donald het in krijgsgevangenschap slechter heeft gehad dan Larry. Hij heeft op het eind van de oorlog ternauwernood een dodenmars van tachtig dagen overleefd."
Hewin, Big Larry, was negentien, toen hij tot gezagvoerder van een B24 werd benoemd. Vanaf de eerste keer dat hij er een zag, had hij er een haat-liefde verhouding mee: "Het was een onhandelbaar monster, maar ik hield van de motoren. Die Pratt and Whitneys bleven draaien, ze brachten je altijd thuis, ook al waren ze aan gort geschoten."
Aan zijn leven in de geleende tijd, ontleende Hewin een gevoel dat hem nooit verlaten heeft: "Ik ben nooit meer bang geweest voor de dood, alles was meegenomen. Alles ging zo snel. Ik vloog een splinternieuwe B24 vanaf Nebraska via Nova Scotia en IJsland naar Schotland. In Engeland moesten we hem inleveren. Daarna vloog ik in allerlei machines tientallen vluchten boven Frankrijk en Duitsland, tot die laatste, over Holland, in de Baggy Maggy. Ik raakte zwaar gewond, overleefde acht maanden als krijgsgevangene en ik was weer thuis in Texas vóór mijn 21e verjaardag. Het was niet altijd even leuk, maar ik had het voor geen geld willen missen. Het heeft me een beter mens gemaakt."
Terwijl Van Roozendaal probeert om in het kader van de zestigste verjaardag van de crash een herdenking te organiseren, zullen Hewin en Dukeman beiden vanwege lichamelijke ongemakken zo goed als zeker niet kunnen komen. Wie er wel zin in heeft, is Gertrude Stuber-Kirlin, die, als het aan haar ligt, over twee maanden weer opgewekt in een vliegtuig naar Nederland stapt.
"Natuurlijk kom ik, als er een herdenking is. Dat ben ik verplicht aan Jos van Roozendaal, aan de mensen van Castelré en Ulicoten, aan iedereen in Holland. Het is ongelooflijk hoe jullie daar de herinnering aan Bill levend gehouden hebben. Als God het wil ben ik er in september weer bij."
Posted: June 20, 2004, 08:53 PM | Comments (0) |

On monday september 18, 1944, Maggy Magy crashlanded at Castelre. Approximately fifteen minutes earlier, in the vicinity of Groesbeek, the big Consolidated B24 bomber was hit by flak. Almost sixty years later our reporter visited two of the last survivors of the crew of the Baggy Maggy and the sister of radio-operator Bill Kirlin.
Link: Photoalbum Baggy Maggy
Link: Larry Hewin: Borrowed Time (Word, 1.2 Mb)
Link: Donald Dukeman: Destined to Survive (Word, 4.2 Mb)
Link: Original article in Dutch
Link: printable version
Baggy Maggy was a total loss after the crash. The next day is was set on fire by the Germans who shot it with tracers from a safe distance, while the dead body of Bill Kirlin was stil trapped in the wreckage. It was the end of a reliable workhorse that in the previous two years had earned a lot of respect by the crews who were flying her on missions over France, Holland and Germany. Maggy also took part in the famous raid on the Ploesti oil fields, all the way on the Black Sea coast in Romania.
In september 1944 she was marked by the battles she fought in, a weary but very popular plane, a guardian angel who always brought back her crew. Until she ran out of luck at Groesbeek on september 18, when a shell exploded somewhere under her nose. Commander Larry Hewin, only 19 years (!) old, took glowing red fragments in his legs and neck. While he was lying on the flight deck behind his chair and radio-operator Bill Kirlin was trying to stop the bleeding by applying tourniquets to his wounds, second pilot Richard Scott, aided by flight engineer Donald Dukeman, was frantically trying to keep Baggy Maggy afloat.
Sixty years later it"s a beautiful day in Honeybrook, Pennsylvania. From the living of Donald and Pauline Dukeman the visitor has a view on a fairy-like scene: an Amish farmer ploughing the fields in front of the Dukemans residence. Eight mules alongside, next to each other, the farmer standing on the plough behind them, dressed in traditional costume, hat on his head, long beard. In another meadow next to a little wooden school building it seems like someone is shooting a movie: twenty-odd children in traditional costumes having a good time, playing softball in knee high grass. The scenery looks like another movie, Witness.
"Right", says Donald Dukeman, who was a rural carrier in Penssylvania Dutch Coutry the last twenty years of his working life, "a few miles down the road, in Strasburg, you can make a phone call in the same booth that Harrison Ford was using in that movie".
"Scotty told George Sadler to hang on with his full weight on the rudder pedals, while Larry was bleeding to death on the flight deck.
I had to inform the rest of the crew in the waist we were going to crash, by going back through the open bomb bay, because our intercom had been shot out too. It felt like the invisible hand of a giant kept pushing us down. The needles of all indicators, temperature, oil pressure, rotations, were in the red, it was a miracle that we stayed in the air as long as we did."
By plotting a southwestern course the crew tried to reach a part of Belgium that was liberated by the Allies, but after having passed Baarle Nassau, Baggy Maggy lost het last precious height.
While the screws of the Pratt and Whitneys started to grind sand and potatoes, Baggy Maggy, at approximately 100 miles made a gentle right turn, only to crash hard onto the Hoogstratensebaan, more or less a kind of dike, one meter higher than the potatoe field. Bill Kirlin, who had refused to leave his commander and take his crash position, was crushed and killed by the 300 kilo heavy top turret, that broke loose off the fuselage because of the impact.
"After the crash", Larry Hewin says two days later in Williamsburg, Virginia, six hours driving south from Dukeman, "for the rest of my life I felt that I was living in extra, in borrowed time. In a way it was very unfair. I was the one that should have been killed by that turret, because I was lying right underneath it, while Bill was taking care of my wounds. At the moment of the crash I was thrown to the front, and Bill was hit by the turret. The nose of the plane was gone, and because the morphine Bill had given me I was able to ran away from the crash, afraid that everything was going to blow up. She didn't blow because Scotty did such a perfect job. Not only did he manage to put Bagy Maggy down in a such a way that nine out of ten men survived, he'd also killed the master switches during the crashes, so there were no sparks. When I finally sat down on the road, I would not walk for another four months, being in a terrible shape. Arriving in the POW camp in Germany a couple of Englishman were betting that I would not survive to the end of the week."
For fifty years the members of the crew wouldn't see each other. In Germany they spent the next eight months in different POW camps, to return to their home country in may 1945. The burned body of Bill Kirlin was buried on the spot of the crash by inhabitants of the area, while two Germans fired a salute. After the liberation it was exhumed and buried again at Baarle Nassau, where is was exhumed again one year later, to be brought to Bill's final resting spot at the American Cemetry at Margraten in the winter of 1945.
At the Hoogstratensebaan, where Baggy Maggy was crashed, burned and scrapped, and where Bill Kirlin found his first last resting spot, remained only a wooden cross, with a few words on it. After the cross perished around 1955 because of wind and rain, nothing reminded the big bomber that came crashing down from heaven in september 1944.
While the survivors rebuilt their lives in the United States, they completely lost track of each other until 1994. A Hollander, with the tenacity of a terrier, was responsible for the fact that after fifty years they would start to write, and finally meet each other. Jos van Roozendaal is an amateur historian, living about ten kilometers from the crash site in Ulicoten. He got interested in Baggy Maggy when another amateur historian, the late Dr. Ed Loffeld, wrote a series of articles in the weekly newspaper Ons Weekblad in Baarle Nassau. Van Roozendaal himself also mentions the name of Ed Ragas from Belgium: "he knows everything there is to known about waht happenened in the air over here during World War Two. I could not have done what I have done without Ed Loffeld and Ed Ragas".
Inspired by the articles of Loffeld, Van Roozendaal succeeded in the beginning of the nineties to get in contact with the surviving members of the crew, and to persuade some ot them to come to Holland. Ten years ago, on the fiftieth anniversary of the crash, a new memorial was unveiled at the spot of the crash. Three members of the crew, and Gertrude, youngest sister of Bill Kirlin, were present; bombardier George Sadler, left waist gunner Eugene Shabatura and co-pilot George Scott, the man who landed Baggy Maggy for the last time.
Ten years ago Larry and Barbara Hewin, and Donald and Pauline Dukeman could'nt make it to Holland, due to different reasons. Ten years later Sadler, Shabatura ans Scott have passed away, but Mrs. and Mr. Dukeman as well as Mr.s and Mr. Hewin are happy to receive a reporter from Holland. Mrs. Gertrude Stuber-Kirlin is also still alive and well. Never mind the fact that she is 88 years of age; she's driving herself from Reading to Honeybrook, bringing long time friend Clyde Hoffa, and arriving with a huge zest for living, as big as her sense of humour, joking and laughing like a twenty year old girl.
Careful she unpacks a touching peace of work: the diary she started to maintain when her kid brother, the apple of his elder sisters eyes, was still in high school, the book following the rest of his too short life. His work as bookkeeper at a textile machine producer in Shillington, leaving for the service, being trained as a radio operator. Pictures of Bill between his classmates at high school, at the service, in a baseball uniform. The first postcards he sent from his base in England, his last letter, the official statement of his missing in action, the offial death announcement , the obituray notice in a local newspaper, a picture of the memorial stone at the wall of the textile works.
"I was the youngest sister" says Mrs. Stuber-Kirlin, the other sisters were a few years older when he was born, wich is a considerable difference when you are so young as we were, so we grew up together, being very close to each other. I still miss him very much".
Donald Dukeman also shows beautiful memorabilia an collectors items; log books, a model of Baggy Maggy, the heavy and thick B24 manual with the accuracte descritions of thousands of parts that he, once a flight engineer, still knows inside out.
One of the cornerstones of his library, just as Larry Hewins study a miniature flight museum in his own right, is The Baggy Maggy File. A thick ring binder, a life's work of Jos van Roozendaal, a work that cries out to be published, a possible bestseller. Or at least to be digitised and to be publisehd on a website.
The Baggy Maggy File is a fascinating report of what happened on september 18, 1944, on the months leading to that date, and in the sixty years thereafter. The training of the crew in America, life on airfield Hardwick in England, hardship and deprivation as prisoners of war in the camps in Germany, the ever present humour, the deathmarch Dukeman had to walk.
Is also reads as a detective about the search for the survivors that Jos van Roozendaal started somewehere around 1990. To be able to better communicate with his new American friends he qualified in nightly hours for a certificate in English. His Americans became friends for life, and they speak about him with immense respect and a lot of warmth.
Where searching for whatever who or what these days is relatively simple because of the internet, Jos van Roozendaal simply had to make do something, and wait. Numerous letters to veterans organizations, airbases, telephone calls, and then wait again.
"After each letter I had to wait at least yet another couple of weeks", says Van Roozendaal, "until finally I got my breakthrough when a retired colonel passed my letters on to some members of the crew".
Only a few weeks ago he was presented with an unexpected gift: on of the hatches through wich one of the two waist gunners aimed his machine gun at German fighters. "Baggy Maggy didn't burn completely after the Germans set if on fire. The reason for that was that they'd first removed all valuables, including the precious fuel. Before the remains were scrapped, people in the area salvaged a lot of things. A 14-year old farmhand took the hatch. Now that he is 74, he has given it to me". The big wheels of the main landing gear of Baggy Maggy served another farmer well way into the sixties, until they finally disintegrated; he used them to haul timber from woods surrounding the crash site.
Repeating part of the Baggy Maggy File is Borrowed Times, the magazine that Larry Hewin started to publish at irregular intervals after he was reunited with his crew, thanks to Van Roozendaal. Other parts of the file are the impressive essays in which Larry Hewin and Donald Dukeman are writing about their time at war. Hewin, after he started Borrowed Time, clearly started to like writing more and more, Dukeman started his file because his children and grandchildren kept asking him about his past.
Where Hewin, with a lot of humour playing with words, has a knick for writing, de power of the religious Dukeman is the simple but efficient way in which he has finally buried his wartime past. "You also have to consider", says Van Roozendaal, "that Donald had an even worse time in prison camp than Larry did. At the end of the war he barely survived that terrible deathmarch from north to south Germany.
Hewin, "Big Larry", was nineteen when he was appointed as commander of a B24. Form the very first moment he saw one, it was hate and love: "I hate the plane, but I loved the engines. She was an unruly monster to fly, but those Pratt and Whitneys kept spinning forever. They brought you home, even if they were shot to pieces".
To what happened in 1994 and 1945, and to his life in borrowed time, Larry Hewin has derived something that has stayed with him until now, close to his 80th birthday. "I've never been afraid to die anymore, everything was a bonus. It all went so fast back then. As it happened I flew my crew in a brand-new B24 all the way from Lincoln, Nebraska, via Nova Scotia and Iceland to Scotland. In England we had to turn her in and then I flew all kind of missions in different machines over Holland, France and Germany. Bombing missions, and supply missions, like the one that finally got us shot down over Holland. I was seriously wounded, almost killed, couldn't walk for months, was brought to Germany, spent the remaining eight months of the war in different camps, after the liberation to camp Lucky Strike in France, shipped back to the US, and I was back in Texas before my 21th birtday. I wasn't alsways fun, but I wouldn't have missed it. I'd like to hink is has made me a better man".
While Jos van Roozendaal is pushing to get a memorial service going in september, it is not very likely that Larry Hewin or Donald Dukeman will be able to attend, due to fysical problems, infirmieties of old age. But Gertrude Stuber-Kirlin hardly can't wait to hear a date; "Of course I will be there when they do something. I am morally obliged to do so. Obliged to Jos van Roozendaal, to the people of Castelre and Ulicoten, to everybody in Holland. It is unbelievable how you people over there have kept Bills memory alive. If God is willing, I definitely will be there in september...".
Posted: June 19, 2004, 09:53 PM | Comments (0) |
Hoe ver moet je gaan met het delen van persoonlijke dingen op homepage, website of blog? Ik vraag het mezelf wel eens af, voordat ik op de 'add entry' button van mijn MovableType publishing system druk, of op 'build index' van ImageFolio, waarmee de fotoalbums binnen dat systeem onderhouden worden.
Mijn publicatieneigingen - los van productieverplichtingen in het kader van het arbeidscontract - stoppen bij gedachten en overwegingen en wat foto's, die meestal met computers, internet en reizen te maken hebben.
Verder heb ik geen behoefte om persoonlijke dingen op het web voor het voetlicht te brengen, maar de individueel te beantwoorden vraag is natuurlijk wat wel en wat niet als persoonlijk te beschouwen. Zo hebben twee jonge ouders een reportage van hun doodgeboren kind op hun website geplaatst, waarbij ze aan de ingang van het album waarschuwen voor de schokkende foto's. Geen haar op mijn hoofd die eraan zou denken, maar kennelijk is het een nieuwe manier om het rouwproces te doorlopen.
Zo zijn er ook websites of weblogs die, compleet met indringende foto's, gewijd zijn aan het ziekteproces van de webmaster in kwestie, al dan niet afgesloten met genezing. Een waarschuwing op de voorpagina van zo'n site lijkt me ook geen overbodige optie. Ook al heeft die weer weinig zin als je via een zoekmachine pardoes op het meest intieme gedeelte van zo'n site beland, hetgeen me overkwam in het geval van de doodgeboren baby met niet volgroeid hoofdje. Je hoeft er natuurlijk niet naar te blijven kijken en met één klik ben je er weer weg, maar het is even schrikken en slikken. Naast de eeuwige discussie of over smaak te twisten valt, is de vraag hoe hoog je de maatlat van kwaliteit legt. Daarbij moet je dan weer uitkijken om niet al te aanmatigend over te komen. Desalniettemin: er zijn nogal wat websites waar de makers dingen op zetten - foto's, schilderijen, prutsels, liedjes, gedichten - die het aanzien, lezen of horen niet waard zijn. Dat beschouw ik maar als een leerproces, in het kader waarvan ik zelf ook wel eens dingen tegenkom die ik ooit trots gemaakt heb, maar die me nu doen blozen van schaamte. Verder zijn er mensen die mijn hedendaagse konterfeitsels helemaal niks vinden, qua smaak dan wel kwaliteit.
Daar haal ik mijn schouders niet over op, want, in het kader van dat leerproces ben ik het binnenkort wellicht met ze eens. Een website bouwen en onderhouden is als reizen: waarom doe je het? Niet om te arriveren, zoals velen die met hetzelfde virus behept zijn, zullen onderschrijven, meer om onderweg te zijn. Het maken van een website is een nooit eindigende reis. Het gaat niet om het resultaat, de lol is het is het bouwen, ontwikkelen en pielen, de strijd met de databases, de scripts en de programma's.
Met soms het Eureka, gevolgd door een welverdiend Belgisch biertje. Hoe meer je reist, hoe vaker je tot het inzicht komt dat je in sommige landen nooit zal zijn. Volgens de laatste telling zijn er 193 onafhankelijke landen in de wereld, al zijn het er volgens China 192; daar wordt Taiwan nog steeds als een lastige provincie gezien. Er zijn mensen die er een levenswerk van gemaakt hebben om ze allemaal te bezoeken. Phil Haines uit Londen deed er twintig jaar over en zou daarmee in 1997 de jongste persoon ooit geworden zijn die alle landen van de wereld heeft bezocht. Na tien minuten zoeken op internet heb ik niet kunnen vinden hoe oud hij precies was, wel dat-ie daarna een reisbureau begonnen is, gespecialiseerd in moeilijke bestemmingen.
Hoe meer je met computers, internet en programma's te maken hebt, hoe vaker je erachter komt hoe weinig je weet. Zoals ik zeker weet nooit alle landen ter wereld bezocht te zullen hebben, weet ik zeker dat ik nooit zoveel van Linux zal weten als ik zou willen. Niet genoeg tijd, niet genoeg ambitie en, ik zal u voor zijn, misschien gewoon niet slim genoeg. Dus ploeter ik lekker door en zal ik met regelmaat voor lief moeten nemen dat er iets gelukt is zonder dat ik een flauw benul heb van hoe of waarom. Momenten waarop ik me afvraag of er ooit een eind zal komen aan de windhandel in alles wat met programma's te maken heeft en waar alle grote bedrijven kennelijk zo graag in trappen. ImageFolio, bijvoorbeeld, is het bewijs dat een perfect programma niet al te veel hoeft te kosten. BizDesign vraagt voor de Pro Edition 209 dollar en dat is op dit moment nog geen 175 euro. Drie jaar geleden vroegen we voor de gein aan een gerenommeerd ontwerpbureau te Amsterdam een offerte voor iets dergelijks. Dat liet binnen enkele uren weten dat zoiets ongeveer 25.000 gulden zou moeten kosten, uiteraard niet inbegrepen eventuele onvoorziene kosten.
MovableType was tot vorige week gratis, maar nu moet er betaald worden, hetgeen me, gezien alle mogelijkheden, niet meer dan normaal lijkt. Hoewel Ben en Mena Trott, het jeugdige echtpaar in San Francisco dat het systeem gebouwd heeft, kennelijk nogal geschrokken is van de reacties op de aankondiging dat het niet meer gratis was. Zodat dat de limited edition toch weer gratis is en de rechten van de 'Personal Edition'(70 dollar) ruimer gemaakt werden. Ik heb het al vaker gezegd, en te vaak tegen dovemansoren, maar met de combinatie van MovableType en ImageFolio kunt u voor een habbekrats een volwassen ingerichte website, krant, portal, magazine of nieuwsdienst draaien. Of een volledig ingerichte winkel op het web beginnen. Maakt niet uit wat u wil verkopen; nieuws, foto's, kunst, auto's, u kunt er een digitale Winkel van Sinkel mee inrichten. Doe er uw voordeel mee.
Posted: June 18, 2004, 09:11 PM | Comments (0) |

Dáár gaan ze: omdat één foto meer dan duizend woorden zegt, heb ik hier niets toe te voegen; zelden zo'n mooi feest meegemaakt :-)
Posted: June 13, 2004, 11:46 PM | Comments (0) |
Er zijn nijpender vraagstukken, maar als ik dan toch ergens wakker van moet liggen, dan maar van een luxe probleem: ethernet of wifi? Tijd genoeg gehad om na te denken nadat de verbouwing enkele maanden vertraagd werd door het onderschatten van de regelgeving.
Waardoor mijn optimistische opvatting dat het best zonder bouwvergunning kon, gelogenstraft werd, maar na het alsnog vervullen van mijn burgerplicht is de renovatie dan toch in het volgend stadium gearriveerd. De volgende stap: er moeten leidingen getrokken worden. Aangaande de klassieke pijpleidingen, die van het gas, water en licht, is het slechts kiezen tussen staal, kunststof of koper, koper buigt gemakkelijk, staal is goedkoper.
Dat komt goed, nijpender vragen betreffen mijn virtuele wereld. Ik ben er niet uit hoe tekst, beeld en geluid straks het huis binnenkomen en verdeeld worden tussen verschillende machines, beeldschermen en speakers. Omdat er voorzetmuren geplaatst moeten worden is het simpelste om overal maar gelijk naar ieder vertrek drie plastic leidingen extra te trekken: eentje voor ethernetkabels, eentje voor coax, eentje voor de toekomst. Die muren gaan, als het goed is, weer een tijdje mee, en wie weet laat KPN in 2005 ineens een glasvezelkabel uit de meterkast gekropen. Ze willen tenslotte televisie over internet aan gaan bieden, dus er zal toch iets moeten gebeuren om dat nobele streven te realiseren. Net als nu proberen de verkopers van draadloos je dan wijs te maken dat je het dat signaal vanaf de meterkast het beste draadloos kan verdelen, want dan hoef je geen sleuven te frezen en gaten te boren. Alleen al om het feit dat ik dan een lange neus kan maken gaan die pijpen de komende weken de muur in. Ze kosten bijna niets, en ze zitten niet in de weg. Wil je ze alsnog in gebruik nemen dan pak je een trekveer, een rol cat5- of coaxkabel, een paar stekkertjes en netwerkkaartjes, en binnen afzienbare tijd is je netwerk voor een paar stuivers op orde.
In de geruststellende wetenschap dat die plastic bypasses leeg liggen te wachten in de ingewanden van het huis, kan ik het natuurlijk niet laten om toch ergens een wifi hotspot op te hangen. Al is het maar om te proberen hoe de huidige staat van draadloos is, en het blijft leuk om te pielen. Sommige producten hebben daarbij mijn bijzondere belangstelling. Zoals bijvoorbeeld de Airport Express. Volgens een persbericht van Apple een dingetje ter grootte van een pakje sigaretten, dat je in het stopcontact plugt, en dat vervolgens een draadloze verbinding tussen je pc en de stereo in de huiskamer opstart. Het ding werkt volgens het 802.11g-protocol en is volgens Apple bij uitstek geschikt om de muziek van je iPod op de geluidsinstallatie af te spelen. Een vrij overbodige optie, want inplaats van de 150 euro kostende gadget is een kabeltje dat 3 euro bij een elektronicazaak kost, voldoende om hem als mp3 over je stereo speler te laten functioneren. Ik draai al maanden geen cd's meer, omdat het nog even duurt voordat ik alle 7000 nummers om mijn iPod gehoord heb.
Aan de andere kant: het is natuurlijk wel chique om met je iPod in je borstzak door het huis te lopen terwijl het ding over alle speakers in huis wordt afgespeeld. Overigens ziet Apple ook nog andere mogelijkheden voor de Airport Express zoals het activeren van een instant draadloos netwerk op reis, of als spil in een breedbandnetwerk. Over Apple gesproken; als ik dat zou willen, zou ik als Europeaan nu ook digitaal muziek aan zou kunnen schaffen in de iTunes Music Store. Volgens Reuters gaat-ie volgende week dinsdag door Apple op een persconferentie in Londen geopend worden. Wil ik dat ook? Welnee, want zolang Weblisten.com en Allofmp3.com nog in de lucht zijn zou ik wel gek zijn. Terwijl advocaten en juristen elkaar wereldwijd het kot uitvechten over de vraag of die twee digitale marktkooplui in digitale muziek, de een vanuit Spanje, de ander vanuit Rusland, al dan niet legaal zijn, valt daar voor Apple niet tegenop te concurreren. Naar verwachting wordt de prijs die Apple gaat hanteren rond een Euro per nummer, oftewel ongeveer honderd keer zo duur als de Russische concurrent.
Hoe dat zich ontwikkelt horen we mettertijd vanzelf, het ging om de vraag hoe die al dan niet legale muziek te verdelen in huis. Er zijn inmiddels tientallen apparaten die daar een rol in kunnen spelen, waarbij ik een van de interessantste niet heb kunnen ontdekken in Nederlandse (web)winkels, maar tot nog toe alleen bij Amerikaanse leveranciers. Het is de Hauppage Media MVP, die een lekker ouderwets, bliksemsnel en degelijk lijntje legt tussen de computer, je televisie en je geluid: via een cat5 kabel en twee netwerkkaartjes. Er zit een afstandsbediening bij, zodat je vanaf je pc, of rechtstreeks vanaf je breedband, films, muziek, foto's, wat je maar wil, naar je televisie of je versterker kan loodsen. Het apparaat is van binnen een heuse computer, die op Linux draait, en als je satelliet televisie hebt kun je daarmee ook nog allerlei prachtige grappen uithalen. Je kunt hem ook draadloos gebruiken, waarmee we terugkeren naar de prangende vraag waar deze column mee begonnen is: ethernet of wifi? Lees ik net op Webwereld dat er links en rechts nogal wat gedonder is tussen wifi en Windows XP. Stofzuigers, koelkasten, mobieltjes die het draadloze verkeer in de war sturen, terwijl data, en daarmee uw muziek, in een zwart gat verdwijnen. Terwijl de officiëe reactie van Microsoft met honderd procent zekerheid voorspeld had kunnen worden - 'dat kan niet aan XP liggen' - weet ik één ding nog zekerder: op plastic pijpen gaat de komende weken geen cent bezuinigd worden.
Posted: June 12, 2004, 07:30 PM | Comments (0) |
Had u tien jaar geleden durven voorspellen dat anno 2004 de halve wereld op straat constant in een draadloos apparaat zou lopen te lullen? Dat het verboden zou zijn om zo’n ding als chauffeur in de auto in de hand te houden, een verbod waarmee, zoals u iedere dag zelf kunt zien, massaal de hand wordt gelicht?
Waarbij ik me overigens afvraag hoe lang het duurt voordat die dingen op fiets en scooter verboden worden. Het is me nu al enkele malen overkomen dat ik een mij tegemoetkomende fietser luidkeels 'tegenligger' heb moeten toeschreeuwen.
Omdat-ie, intussen rustig doorfietsend, met twee handen een sms zat te componeren, de blik geconcentreerd op het mobieltje. Terwijl zo iemand misschien beter bij het Cirque du Soleil gaat solliciteren, en u dacht dat we met de sms-gekte het ergste gehad hebben, komt Nokia met een gadget die het allemaal nog veel toffer gaat maken: air-texten.
Air-texten? Misschien een nieuwe categorie op het WK luchtgitaar spelen, waarbij gaande de uitvoering van een solo van Eric Clapton ook nog een sms verstuurd moet worden? Maar eens even naar de datum boven het persbericht gekeken, want met al die spams en virussen en de daardoor onvermijdelijk veroorzaakte achterstand in de allerlei mailboxen had er best 1 april boven kunnen staan. Helaas, geen grap, met de nieuwe Nokia 3220 kun je de tekst van een sms in de lucht projecteren. Voor bijzonderheden surft u even naar Nokia.com en als u daar 3220 in het zoekvenstertje tikt, komt het vanzelf goed.
Op de achterkant van het apparaat zitten twaalf ledjes, en wie wat op en neer wappert met het geval, kan zijn teksten tot op een meter of zes afstand met anderen delen. Zal wel een beetje hetzelfde effect zijn zoals u wel eens tegenkomt in een winkelstraat waar plotsklaps een boodschap op uw schoenen geprojecteerd wordt. Ongetwijfeld gaat dat soort grappen straks gecombineerd gaan worden met de zegeningen van rfid (radio frequency identy chip).
U passeert de winkel waar u een jaar geleden een colbertje gekocht heeft, de in de kraag verborgen rfid wordt opgesnuffeld door een scanner, die binnen een milliseconde uw naam uit de database van de winkelier vist, en u wordt vrolijk welkom geheten door een sprekende paspop, terwijl de prijzen van de nieuwe colberts voor uw voeten worden geprojecteerd. De techniek is hier de begrenzing niet, en de wetgeving ook niet, want die voorziet er niet in. Terwijl justitie, regering en Tweede Kamer, zoals altijd, jaren achterlopen op technische ontwikkelingen, wordt de enige mogelijke begrenzing gevormd door hoe wij, alle klanten van Nederland, op die grappen reageren. Het zal dus wel loslopen, want een beetje winkelier past er vanzelf voor zijn mogelijke klanten op stang te jagen.
Met de wetgeving zal het waarschijnlijk ook goed komen. Misschien is het niet eens nodig, gezien de ontwikkelingen in Duitsland, kennelijk kwestie van zelfregulerend vermogen. Daar staan in sommige winkels al scanners bij de uitgang waarmee de klant - als hij dat wenst - zelf de rfid in wat hij zojuist gekocht heeft, kallt kan stellen. Voor de logistiek in het proces van fabrikant tot en met winkelier is de chip vervanger van de streepjescode onmisbaar, maar als je dat ding onklaar kan maken als het zijn dienst bewezen heeft, is iedereen tevreden. Nou dat air-texten nog, want bij die twaalf ledjes van de Nokia 3220 blijft het natuurlijk niet. Er kunnen kennelijk maar maximaal vijftien tekens per keer mee vertoond worden, dus binnen een maand komt Sony Ericsson met een apparaat met dertig ledjes en voor de zomer pakt Motorola uit met een complete kerstboom. Volgens Nokia is het apparaat vooral handig voor mensen die tijdens concerten met elkaar willen communiceren. Daar gaat me een ledje op, denkend aan die orgiën van geluid: doven kunnen er ook hun voordeel mee doen. Troost u derhalve maar met de gedachte dat de 3220 een zegen voor doven is, terwijl u zich straks in de bioscoop groen en geel zit te ergeren aan pubers, of volwassenen, die via air-text de films beginnen te becommentariëren. Vervolgens is het wachten op de eerste bijbelteksten of strijdkreten vanuit de borstzak constant boven het hoofd van de trotse air-texter geprojecteerd worden: ‘Jezus saves!’, of je eigen telefoonnummer natuurlijk, als je een naar contact hunkerende single bent. Het zou best een mooie vinding kunnen zijn, maar ik vraag me af waar de 3220 en zijn opvolgers straks allemaal voor misbruikt gaan worden.
Vragen in de onzekere wereld van de telefonie, waarin iedere dag iets nieuws uitgevonden wordt, terwijl de regerende grootmachten met angst en beven afwachten of zij nog een toekomst hebben. Zoals vaak ontgaat me de technische uitleg van de wekelijkse column van Bob Cringley, maar de essenties van de mogelijke gevolgen meen ik meestal goed te begrijpen. Deze week legt hij uit hoe je met een Linksys WRT54G, een router en ethernetkaart, voor in totaal 69 dollar aangeschaft, voor provider van een parochie, een school, een vereniging, een bedrijf, een dorp, desnoods een complete stad, kunt spelen. Niet alleen internet, maar ook telefonie.
Bob noemt het 'disruptive technology', en het is vooral verontrustend voor de telefoniereuzen die nog geen stuiver terugverdiend hebben van de miljarden die ze in 2001 op de UMTS-veilingen uitgegeven hebben. Schrikt u intussen niet als u in het donker een stukkie aan het fietsen bent en er komt u een met losse handen fietsende air-texter tegemoet, een scheldkanonnade boven zijn hoofd geprojecteerd. U bent gewaarschuwd.
Posted: June 05, 2004, 05:29 PM | Comments (0) |
Ik weet niet wat het met die voetballers is maar het is altijd weer hetzelfde liedje. Aan de vooravond van een EK of WK, net als ik in mijn bureau op zoek ben naar mijn oranje speldje, begint er weer eentje te melken dat-ie niet op links wil spelen, of op rechts, of liever achter de spits dan in de frontlinie, of half, of libero, of weet ik veel wat.
Namen mag u zelf invullen; het mankeert er alleen maar aan dat Van der Sar met een pruillip het trainingskamp verlaat omdat-ie van Advocaat nooit libero mag spelen, en dat Van Hooijdonk zijn kont tegen de krib gooit omdat-ie vanavond tegen Ierland niet mag keepen. Terwijl ik nog een paar dagen de tijd heb om mezelf te bezinnen, heb ik de bureaulade met een klap dicht geschoven, met een met de dag sterker wordend gevoel dat ik beter een lekker eindje weg kan gaan trappen op mijn racefiets, iedere keer dat dat zootje zeurpieten het veld op gaat. In de wetenschap dat het dan lekker rustig is op wegen en dreven, is de problematische vraag van wel of niet voor éé duel al opgelost door een makker wiens bruiloft we tijdens die wedstrijd vieren.
Die mot niks van Oranje hebben, waarmee tevens verklaard is waarom ik beter op kan schieten met Feyenoordsupporters dan met die uit Amsterdam: Rotterdammers hebben in de regel minder met Oranje op dan Amsterdammers. Op het gevaar af psychologie van de koude grond te bedrijven: dat komt volgens mij doordat er bij Feyenoord minder gezeurd en gezeverd wordt. Bij de club wordt hard werken traditioneel gewaardeerd, en het de vedette uithangen wil nogal eens tot mislukking leiden.
Denk ervan wat u wilt, maar nadat ik het eerste kwartier tegen België tegen beter weten in bekeken had, nam ik een wijs besluit en ben ik iets leukers gaan doen. Die tegen dat ploegje vissers van die eilandjes waarvan ik niet eens weet waar ze precies liggen heb ik helemaal overgeslagen, waarmee een zeldzaam persoonlijk record gevestigd werd: twee wijze besluiten binnen drie dagen!
U kunt mij er nu op wijzen dat ik geen recht van spreken heb, omdat ik die wedstrijden niet bekeken heb en daarom niet heb kunnen constateren dat het af en toe toch best eigenlijk wel leuk was. Of dat ik niet moet vergeten dat het hier om oefenvoetbal ging, waarbij de coach van alles moet proberen en dat het er straks pas echt om gaat. Als u die praatjes van Dick Advocaat gelooft, dan praat u hem maar na, maar aan mij is dat geleuter niet besteed: ik heb er weinig fiducie in, dat het voor ons een leuk EK wordt.
Ik kan natuurlijk ongelijk hebben, want in 2000 geloofde ik er vooraf ook helemaal niks van dat het iets zou worden, en toen hebben we toch nog flink genoten, tot er weer strafschoppen aan te pas kwamen.
Laten we derhalve hopen dat mijn argwaan en gebrek aan fiducie opnieuw afgestraft worden, maar in dat kwartiertje dat ik gezien heb, heb ik geen team gezien. Maar goed, dat was in '88 ook zo, en toch slaagden al die loslopende ego's er destijds in om twee keer drie kwartier een eenheid te zijn.
Wat me het meest zorgen baart is het tergend gebrek aan uitingen van plezier in het werk. Dat kan natuurlijk van alles betekenen. Dat ze er echt geen plezier in hebben bijvoorbeeld, of een kwestie van overconcentratie. Of dat er weer allerlei eenmansbedrijfjes dan wel kleine coöperaties rondlopen, die elkaar eigenlijk het licht in de ogen niet gunnen en intussen net doen alsof ze goed met elkaar overweg kunnen. Dat het met Kluivert en Van Nistelrooij samen nooit iets worden zal is nogal wiedes. Je hoeft echt geen psycholoog te zijn om aan de lichaamstaal van die twee te zien dat ze misschien nog net geen pleurishekel aan elkaar hebben, maar dat ze ook nooit met elkaar door een deur zullen kunnen.
Als er dan ook nog een shot van de bank in beeld komt, waar Advocaat alleen maar zorgelijk zit te kijken, Van Hanegem niet eens zijn best hoeft te doen om ongeïnteresseerd over te komen, en Wouters zich constant af lijkt te vragen waar hij in godsnaam aan begonnen is, weet ik het ineens heel zeker: laat maar liggen dat speldje. Ik ga lekker fietsen.
Posted: June 04, 2004, 05:32 PM | Comments (0) |