Sommigen denken dat ik een gereïncarneerde straathond ben.
Zelf vergelijk ik mijn aangeboren gevoel voor navigatie liever met dat van een postduif; zet me midden in de nacht ergens op straat en het komt goed. Ik kijk naar de sterren, als het bewolkt is snuffel ik aan een lantaarnpaal en loop naar waar ik wezen moet. Aan mijn lijf geen TomTom; zon, maan, wind en sterren zijn mijn bakens.
Soms gaat het fout. Het zal de jetlag geweest zijn; de eerste nacht in mijn hotelkamer in Kuala Lumpur lig ik wakker van het pijltje aan het plafond. Ik snap voor wie het bedoeld is: het wijst de moslims onder de gasten de weg naar Mekka. Alleen; de verkeerde kant uit, is mijn stellige overtuiging na een blik op de sterren.
Pas na twee dagen valt het kwartje, als ik een Engelsman die Bahasa Malaysia spreekt, vraag wat het 'barat laut' aan het plafond betekent. 'Noordwest', is het antwoord, 'dat is de richting van Mekka, hoezo?'
Nooit eerder bij stil gestaan; in de westerse literatuur, in de krant, op de televisie, bidden moslims altijd met hun hoofd op de grond naar het oosten. Niet in Zuidoost-Azië. Daar ligt Mekka in het verre noordwesten, en bidden moslims met hun gezicht naar die kant. Dat probleem opgelost, heb ik nu een nieuwe vraag: hoe zit dat in het verre westen? Ligt Mekka vanuit Los Angeles gezien in het verre westen, of in het verre oosten? De manier om dat uit te vinden: een Arabische postduif loslaten en kijken welke kant hij uit vliegt.
Posted: January 31, 2009, 03:32 AM | Comments (0) |

Van sommige middenstanders snap je niet dat ze nog klanten hebben.
Zo kom ik al jaren niet meer bij de dichtsbijzijnde bakker. Dat nadat ik op een ochtend met nog wat mensen stond te wachten, terwijl de jongste bediende zich het apezuur werkte met het inpakken van appelflappen en Bossche bollen en het snijden van brood, intussen zwetend de heteluchtoven ladend en lossend.
Haar bazin was intussen op haar dooie gemak met iets anders bezig. Op mijn vraag wat ze aan het doen was, wierp ze een blik op me alsof ze een levensgrote kakkerlak ontwaardde. Ze antwoordde dat ze met een belangrijke bestelling bezig was en geen tijd voor klanten had. Ik was niet de enige die op dat moment hoofdschuddend haar winkel voorgoed verliet, maar jaren na dato staan er nog steeds mensen in de rij. Het zou kunnen dat er een nieuwe wind waait.
Mijn vorige fietsenmaker kon er ook wat van. De snijdende wind of de insecten in mijn ogen beu, besloot ik om mezelf op zo'n snelle fietsbril te tracteren. Het mocht wat kosten, vond ik, maar de brillen die de zoon van de eigenaar me liet zien, waren niet precies wat ik zocht. Wat me veel mooier leek, hing in een glazen kastje achter zijn rug, maar toen ik daarop wees, sprak hij – met een soortement van bestraffende blik – de onsterfelijke woorden: 'Die zijn veel te duur, meneer'. Dezelfde snelle bling-bril siert nu mijn fok als ik fiets, maar ik heb hem bij een andere winkel gekocht. Daar slagen ze er vaak in om me iets duurs aan te smeren, terwijl ik desondanks neuriënd het pand verlaat. Zo kan het ook.
Posted: January 24, 2009, 03:26 AM | Comments (0) |

In de mooiste steden van deze wereld dool ik het liefst in de stadsdelen waar maar weinig geïntegreerd is. Zoals de fantastische Chinatowns in Sydney, New York, Singapore en San Francisco, de levendige Koreatowns, Mexicaanse wijken, Indiatowns en Jodenbuurten.
In de Russische buurt in San Francisco kun je dat heerlijke zwarte brood eten, in aantal Grieken gemeten, is Melbourne na Athene de tweede Griekse stad ter wereld, voor pizza ga je in een wereldstad naar Little Italy. Eigen cultuur en identiteit worden er fanatiek gekoesterd en bewaakt, culinair en commercieel optimaal gecultiveerd.
Ik denk dat de Amsterdamse stadsdeelvoorzitter van Slotervaart, Ahmed Marcouch, het goed gezien heeft met zijn pleidooi voor een bloeiende moslimgemeenschap in Amsterdam-West.
Laat maar komen.
Zelf neem ik er regelmatig een voorschot op, als koning klant bij Marokkaanse bakkers en slagers, waaraan sommige Hollandse middenstanders qua vriendelijkheid, kwaliteit en prijs een voorbeeld kunnen nemen.
Dat Geert Wilders bij dat idee opspringt als een bos vlooien op een brandende hond was te verwachten, maar ook de reacties van linkse signatuur verbazen me niet. Terwijl rechts het idee van Marcouch verkettert, vecht men zich er in zijn eigen PvdA onderling het kot over uit.
Misschien blijkt in deze barre tijden toch nog een potje subsidie over. Moeten ze de PVV en de PvdA samen maar een parlementaire verkenningsreis laten maken langs die prachtige stadsdelen die floreren zonder integratie.
Trouwens; wat is het verschil tussen een islamitisch stadsdeel en een dorp vol zwarte kousen?
Posted: January 17, 2009, 01:47 PM | Comments (0) |
Posted: January 12, 2009, 01:09 PM | Comments (0) |

De dooi nadert, een voorspelling die mij in diepe twijfel stort. Moet ik vandaag wel of niet een stepslee kopen? Dan moet ik naar Arnhem, Hengelo of Genemuiden, om mezelf van een levenslang trauma te verlossen: dat ik op ijs niet vooruit kan komen.
Ik heb het geprobeerd in mijn jeugd, met botjes, met ijshockeyschaatsen, zelfs met noren, met en zonder stoel, maar het is nooit iets geworden.
Ik fladderde als de stomverbaasde eend die op water dacht te landen. Te slappe enkels, al hadden die het voordeel dat er nooit een enkelband afscheurde als ik er weer eens één verzwikte, zodat ik binnen twee of drie dagen weer normaal kon lopen.
Mooi, maar als mijn vrienden gingen schaatsen, stond ik aan de kant - of was ik lekker in een warm land. Het komt goed, want ik heb de stepslee ontdekt.
Met een Finse Ketkupolkka ga ik iedereen inhalen die me vroeger met een meewarige glimlach voorbij schaatste. Tik het woord in Google en als u net zo'n schaatsklungel bent als ik, gaat er een wereld voor u open.
Ik wil er één!
Dan moet er wel een ijsgarantie bij, want 200 euro uitgeven om er één dag van te genieten, is ook zoiets. Doet me huiverend aan een ander trauma denken: mijn ijssurfer.
De hele dag aan gebouwd op de dag dat Van Benthem voor de tweede keer de Elfstedentocht won. De volgende dag, op het ijs, stond er geen wind en begon het te dooien.
Elf jaar later kon er weer gesurft worden op ijs, maar toen kon ik hem nergens meer vinden. Moet ik mezelf er dan toch maar bij neerleggen dat vooruit komen op ijs niks is voor mij?
Posted: January 10, 2009, 02:41 PM | Comments (0) |

Bij toeval heb ik iets met de inauguratierede van de Amerikaanse president; hij wordt altijd op mijn verjaardag uitgesproken.
Toeval is niet dat de beroemdste speeches uit de geschiedenis maximaal 1600 woorden bevatten. Dat aantal in een begrijpelijk tempo uitspreken, duurt een kwartier tot twintig minuten en dan moet het al iets bijzonders zijn om het bordes niet in slaap te laten vallen.
Cubanen luisterden niet voor hun plezier vijf uur lang naar Castro, maar omdat ze niet weg durfden te lopen. Soms mag het wat langer.
Bij Obama bijvoorbeeld, wiens acceptance speech in november in meerdere opzichten zó historisch was dat-ie van de eerste tot de laatste (yes, we can!) van de 2000 woorden boeide. Nog zeventien nachtjes slapen en wachten op zijn veelbelovende inauguratie.
De Troonrede op Prinsjesdag bevatte ook 2000 woorden, maar vraag me niet waar het over ging: Beatrix vertelt nooit iets wat mij beklijft. John F. Kennedy ('vraag niet wat uw land voor u kan doen, maar wat u kunt doen voor uw land') deed het in 1600 woorden, en Martin Luther King had voor zijn onsterfelijke 'I have a dream' 1300 woorden nodig.
Je vraagt je af of de afdeling communicatie van de gemeente Breda ook King, Kennedy en Obama hebben zitten turven, want de nieuwjaarsspeech die voor burgemeester Van der Velden werd gefiatteerd, omvatte . . . . 1600 woorden.
Of het boeiend was, bepaalt u zelf maar, maar ik zou graag zien dat er in 2009 minder langdradig geluld wordt.
Voorbeeld: het telegram dat Victor Hugo ooit aan zijn Parijse uitgever stuurde toen hij wilde weten hoe zijn nieuwe roman ontvangen was: ? Het alleszeggende antwoord: !
Posted: January 03, 2009, 01:27 PM | Comments (0) |