Welcome at Krijnen.Com

| Wednesday, February 8, 2012, 5:04:22 P.M.  | RSS 1.0 | RSS 2.0 | Atom | Blogger | PhotoAlbums | Contact | Spam Poison |

« November 2009 | Home | January 2010 »

December 30, 2009

NAC museum groeit uit zijn jasje

nac.jpg

In zeven jaar tijd is het een kroonjuweel van NAC geworden: het NAC museum. Schreeuwend om een lokatie die meer recht doet aan de juwelen in de schatkamer van geel-zwarte historie. Bijna verstopt aan de achterkant van het Rat Verleg stadion, voor de deur een paar containers en de spoorlijn richting Rotterdam Zuid.

Het gaat mettertijd goedkomen, weet John de Leeuw zeker, die al bij NAC kwam voordat-ie kon lopen of praten. Zelf bijna een geel-zwart geverfd museumstuk, alle gegevens tussen zijn oren opgeslagen, verwacht-ie dat het niet al te lamg zal duren voordat het museum de plaats krijgt die het toebehoort. Aan de voorkant, naast café de Beatrix, samengesmolten met de NAC shop.

"Daar zijn we al een tijdje over aan het praten met het bestuur", aldus de penningmeester van de stichting die het musem beheert, tussen twee rondleidingen door. "Theo Mommers is er ook voor, dus het zal wel goedkomen. Even geduld".

Op de voorlaatste dag van het jaar praat De Leeuw een groepje door het museum, doelpunten, opstellingen, feitjes, wetenswaardigheden.al wat NAC is, uit zijn blote hoofd opvissend. Een opa en een oma, die twee kleinzonen beloofd hebben er minstens één NAC-speler in levende lijve aan te zullen treffen, hebben mazzel.

Ati Graumans is bij de rondleiding aangesloten, een van de spelers die in 1973 de beker veroverden op NEC. Hij speelt maar meteen als gids en opvoeder, als hij van oma hoort dat de twee harde werkers zijn. "Heel goed", akdus Graumans, "want dat is één van de dingen die je hard nodig hebt als je prof wil worden. Hard blijven werken jongens, heel belangrijk".

Graumans, die in het verleden al meer voorwerpen voor het museum geritseld heeft, heeft weer een doos parafernalia gevonden. Cadeautje voor De Leeuw, die het dankbaar in ontvangst neemt.

Graumans blijkt ook een rol gespeeld te hebben bij een van de belangrijkste memorabilia in het museum, helemaal links vooraan uitgestald.

Het is een handgeschreven boekje; de notulen van de oprichtingsvergadering. "Niemand wist van het bestaan af", aldus Graumans, "maar het werd aan NAC geschonken door de kinderen van Frans Speekenbrink.

Die was gebrouilleerd met NAC, maar omdat ik een van de drie NAC-mensen was die op zijn begrafenis waren, besloten zijn kinderen om het toch maar aan NAC te schenken".

Het museum is een must voor iedereen die iets met NAC heeft. Waar sportieve vreugde en leed elkaar afwisselen. Foto's van feest en kampioenschappen, maar ook van droefheid na degradatie. Viermaal degradeerde NAC (in 1965, 1983, 1985 en 1999), evenzoveel malen explodeerde Breda later na de terugkeer naar het hoogdte podium.

Schuin tegenover de stelling waar de twintig internationals van NAC geëerd worden, staat er een ander herdenkingstableau. Het zijn de vijf spelers van NAC die te vroeg overleden, als speler van het eerste team.

Jo Schot (in 1923 van het dak gevallen), Koos Visschers (in 1937 aan TBC overleden), Andro Knel (1989, vliegramp Paramaribo), Dominique Diroux (hartstilstand 1998) en Ferry van Vliet (verkeersongeval 2001).

De Leeuw en consorten doen wat iedere moderne museumdirecteur doet: de boer op. Scholen en bedrijven worden benaderd, met het doel om zoveel mogelijk kinderen en volwassenen minstens één keer naar NAC te krijgen.

"En dan maar hopen dat er van ieder bedrijf, of van iedere klas die we hier binnen krijgen, er minstens eentje blijft hangen en een seizoenkaart aanschaft", zegt John de Leeuw. Met een knipoog: "Dat zou prachtig zijn".

horloge-nac-2.jpg

De zoveelste aanwinst voor het NAC-museum; een kampioenshorloge. De spelers die in 1921 kampioen werden ontvingen het als aandenken, met een passende inscriptie in het deksel aan de achterkant. Het exemplaar dat op 20 februari aan het NAC-museum overhandigd zal worden, is gechonken door de nazaten van Fanny Petit, die het horloge bijna negentig jaar geleden ontving.

 Posted: December 30, 2009, 11:53 AM | Comments (0) |



December 19, 2009

The Elbow

denise-eygendaal.jpg

Orthopedisch chirurg Denise Eygendaal, werkzaam in het Amphia Ziekenhuis in Breda, geldt in Nederland als dé specialist op het gebied van de elleboog. Patiënten uit het hele land komen naar haar spreekuur. Een bijzondere groep patiënten vormen de topsporters, uit allerlei disciplines: tennis, honk- en softbal, volleybal, handbal, golf, atletiek, judo en wielrennen. Ze weten haar te vinden.

Het zijn in toenemende mate topsporters die de praktijk van Denise Eygendaal platlopen. En juist zij blijken niet altijd de gemakkelijkste patiënten van de orthopedisch chirurg die spreekuur houdt en opereert in het Amphia Ziekenhuis in Breda. "Niet vanwege hun karakter hoor, daar is over het algemeen niets mis mee. Topsporters zoeken vaak de grens op als het gaat om de voorgeschreven periode van rust. Ze kunnen niet wachten om weer aan de slag te gaan. Een goede eigenschap, maar dat wil weleens botsen met het voltooien van het genezingsproces."

Dokter Eygendaal specialiseerde zich na het behalen van haar registratie als orthopedisch chirurg in eerste instantie in het gebied van schouder tot pols, maar staat inmiddels te boek als dé specialist van de elleboog in Nederland.

Voortvloeiende uit goede contacten bij de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond en de Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond lopen toptennissers en honkballers uit de hoofdklasse en nationale selectie haar praktijk plat.

Daar blijft het niet bij; overal waar hard met een bal of een ander voorwerp gegooid of geslagen wordt, of waar hard gevallen wordt, raken ellebogen beschadigd. Dus heeft ze ook volleyballers, handballers, speerwerpers, wielrenners, judoka's en golfers als klant.

Verschillende disciplines, waarin de beoefenaren met vervelende blessures dan wel flinke mankementen aan de elleboog te maken kunnen krijgen. Variërend van geïrriteerd bindweefsel tot afgescheurde pezen of banden. Soms gaat het vanzelf over, soms moet er een dokter naar kijken, soms moet er gesneden worden.

Nu Denise Eygendaal naam heeft gemaakt als elleboogspecialist, ontvangt ze tegen de vijfhonderd brieven per jaar van collega's uit het hele land. Of ze haar licht eens wil laten schijnen over een moeilijke elleboog en een diagnose wil stellen. Een traject dat steeds vaker tot een operatie leidt die door haar uitgevoerd wordt in het Amphia Ziekenhuis.

Het betreft niet alleen sportgerelateerde aandoeningen, maar ook afwijkingen van de elleboog na een ongeval of slijtage van de elleboog.

Waarom heeft ze zich in de orthopedie gespecialiseerd? "Dat kwam min of meer vanzelf", zegt ze in haar knusse werkkamer in het Amphia, locatie Molengracht. Met het zicht op een zijkamertje dat van de vloer tot het plafond is volgepropt met medische en wetenschappelijke literatuur. "Orthopedie heeft wel iets van knutselen en repareren. En dat heb ik altijd graag gedaan, knutselen en timmeren. Ik hang thuis de schilderijen op en weet bijvoorbeeld niets van koken."

Zelf heeft ze op hoog niveau badminton gespeeld. Tegenwoordig hanteert ze een tennisracket, op een wat lager niveau. Ze is daarmee derhalve ook nog eens ervaringsdeskundige als het om bovenarm en elleboog gaat.

Na haar studie geneeskunde in Leiden, Rotterdam en Denemarken, en een stage aan de prestigieuze universiteit van Harvard (VS), aarzelde ze tussen een specialisatie als sportarts of orthopedisch chirurg.

Uiteindelijk werd ze orthopedisch chirurg en promoveerde in 2000 aan de universiteit van Leiden op een proefschrift over de instabiliteit van het ellebooggewricht. Daarna werkte ze vijf jaar in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen als bovenste extremiteitchirurg (schouder, elleboog, pols, hand).

Nu houdt ze iedere dinsdag in Breda een spreekuur voor aandoeningen aan de elleboog, waarvoor de patiënten uit heel Nederland komen. Verder is ze druk met wetenschappelijk onderzoek naar elleboogprotheses, kijkoperatietechnieken en botbreuken rond de elleboog. Je vraagt je af of nog wat vrije tijd resteert, want verder is ze gedelegeerde van de Europese vereniging voor schouder- en elleboogchirurgie, topsportconsulent voor de tennisbond, judobond, voor het wielrennen en de atletiek.

Bijna verontschuldigend: "Oh ja, ik geef ook nationaal en internationaal onderwijs over de elleboog en organiseer per jaar tien tot vijftien lezingen en cursussen over elleboogchirurgie."

Bijna zouden we het boek vergeten dat ze deze maand heeft uitgegeven. Het is een in het Engels geschreven medisch werk, samengesteld uit de bijdragen van zesentwintig (inter)nationale elleboog-specialisten. De titel ligt voor de hand: The Elbow.

Het boek is een samenvatting van alle medische literatuur over de elleboog van de afgelopen tien jaar. Het kan ook dienen als naslagwerk, waarin relevante gegevens snel opgezocht kunnen worden. Volgens Eygendaal is de inhoud 'laagdrempelig'. Het is de bedoeling dat orthopedisch chirurgen, sportartsen, geïnteresseerde huisartsen en fysiotherapeuten het boek gaan lezen.

De elleboogspecialist is blij met de belangstelling, maar 'niet alle ellebogen zijn te genezen'. "Wat goed kapot is, kan niet altijd hersteld worden." Lachend: "Ik ben geen Jomanda."

Hoewel voor dat soort types zelfs bij topsporters een markt blijkt te zijn. Heeft dokter Eygendaal gelezen over Robin van Persie? Die op zijn flink beschadigde enkel naar een genezeres op de Balkan hinkte om het gewricht met placentavocht te laten masseren? "Nou ja, zeg. Dat is toch niet te geloven!"

Eygendaal denkt dat ze een gedeelte van haar bekendheid te danken heeft aan het gegeven dat vooral op het gebied van de elleboog de orthopedie het afgelopen decennium flinke stappen voorwaarts gemaakt heeft. Precies in de periode dat zij er studerend en zichzelf ontwikkelend haar hele hebben en houden in gooide. "De heup en de knie waren al verder uit geëvolueerd. Daar viel qua technieken en behandelingsmethoden niet zo veel winst meer te halen als bij de elleboog."

Nadelen heeft de erkenning van haar specialisme ook: haar wachtlijst begint te lang te worden. "Nou is een mankerende elleboog niet levensbedreigend, maar er is maar één ding wat we hier in het Amphia Ziekenhuis willen en dat is iedereen zo goed en zo snel mogelijk helpen."

Het interview wordt onderbroken door een klop op de deur. Het is een andere specialist, met het verzoek of Denise even kan komen kijken naar een moeilijke elleboog. Die gaat uiteraard voor. Ze vliegt weg.

Tien minuten later: "Waar waren we gebleven?"

De wachtlijst. Beslist: "Dat lossen we op. We zitten hier met een prachtige maatschap. Die bestaat uit dertien orthopedisch chirurgen met elk een eigen aandachtsgebied. Zoals ik bezig ben met ellebogen, zijn er hier collegae die alles weten van knieën, heupen, voeten, schouders, handen en rug. En we hebben ook nog drie jonge vrouwelijke specialisten van de bovenarm. Ik zie mezelf niet meer vertrekken uit Breda, we gaan hier de komende jaren mooie dingen doen."

Terwijl ze in Amerika, het walhalla voor honkballers, rijk en beroemd zou kunnen worden als reparateur van peperdure ellebogen.

"Dat zou nog heel lastig zijn", legt ze uit. "Met mijn specialisme zou ik het moeilijk hebben in een algemene of privé- kliniek die alleen maar ellebogen doet. Gespecialiseerde orthopedie kun je niet zomaar in een privé-kliniek uitoefenen.

Daarvoor heb je een grote groep orthopeden nodig die de rest van de aandoeningen van het bewegingsapparaat behandelen. In een kleine groep van orthopeden, zoals in de meeste privé-klinieken, kun je geen gespecialiseerde zorg leveren. Er werken meestal generalisten, die een beetje verstand hebben van veel aandoeningen. Je bent altijd aangewezen op andere specialisten, en die hebben we hier altijd in de buurt. Nee hoor, ik blijf hier, ik heb het hier veel te goed naar mijn zin."

Op de cover van het boek prijkt een honkballer, op de elleboog ingezoomd. Weet ze wie het is? "Dat weet ik helaas niet. De uitgever heeft die afbeelding ergens besteld, maar ik weet niet wie het is."

De linkshandige pitcher op de foto is Barry Zito van de San Francisco Giants. Een vrolijke snaak met een van de beste curve-ballen van de Major League. Met een hoek waar zelfs de beste slagmensen af en toe als beginners naar staan te hengelen. Zito was in het bezit van een zeldzaam gezegende elleboog; tien jaar professional en nog nooit geblesseerd.

Tot hij twee maanden geleden keihard geraakt werd door een geslagen bal.

Precies op zijn kostbare elleboog...

Een complex en bijzonder gewricht

De articulartio cubiti is een bijzonder gewricht: de elleboog verbindt één bot, in casu het bot in de bovenarm (de humerus), met twee botten in de onderarm: het spaakbeen (de radius) en de ellepijp (de ulna).

Het ellebooggewricht heeft een complexe functie: het zorgt niet alleen dat de onderarm haaks kan buigen ten opzichte van de bovenarm, maar ook voor het roteren van de onderarm. Het spaakbeen draait daarbij om de ellepijp.

Die eigenschappen spelen een belangrijke rol bij alle bovenhandse sporten. De smash van een aanvaller bij volleybal, de worp van een honkbalpitcher, een handballer of een speerwerper, de service van een tennisser, badmintonner of squasher, het zijn bewegingen met meer overeenkomsten dan verschillen. Eén ding hebben ze gemeen: de elleboog krijgt het zwaar voor zijn kiezen.

Ook beroepen waarin veel getild wordt, hebben overbelaste ellebogen tot gevolg. Maar vooral de toppers in de genoemde sporten zoeken altijd de grens van de elleboog op. De tennisarm is een bekend gevolg, waarbij irritatie en pijn aan de buitenkant van de onderarm optreden. Bij pitchers en speerwerpers zijn het vaak de pezen en het bindweefsel aan de binnenkant van de werparm die overbelast raken.

De stevigheid van de elleboog wordt geregeld door banden van bindweefsel aan de binnenkant en de buitenkant van het gewricht. De elleboog is een van de gewrichten die kan worden aangedaan door reumatoïde artritis. Als dat in ernstige mate is opgetreden, kan het gewricht vervangen worden door een prothese. Dat kan ook na een ernstig ongeval, met breuken die niet meer genezen.

In de Verenigde Staten, waar ieder jongetje al op de kleuterschool met een honkbal leert gooien, is een complete medische industrie rondom het voorkomen en genezen van blessures aan de elleboog ontstaan. Met verschillende scholen en stromingen die elkaar soms bestrijden alsof het om religie gaat.

Niet alleen wat betreft de ideale werpbeweging, die de minste kans op blessures op zou leveren, maar ook aangaande het maximale aantal worpen dat per dag geoefend mag worden.

Sommige ouders zijn in staat om een advocaat of een huurmoordenaar op een trainer af te sturen als die hun jeugdige zoon een curve-bal laat gooien, waarbij de elleboog extra belast wordt. Andere coaches beweren dat dat absoluut geen kwaad kan, zolang er maar niet te hard gegegooid wordt.

Speerwerpers en tennissers: idem dito. Een speer in de groei is bij de ene trainer taboe, volgens sommige tennistrainers slaat een jonge tennisser beter geen topspin.

Al die verschillende opvattingen worden ingegeven door dezelfde wetenschap: voorzichtig met de elleboog, want als je daar wat aan krijgt, kan het lang duren. Voorbeelden te over van veelbelovende honkbal- en tenniscarrières die in de kiem gesmoord zijn door een haperende of helemaal falende elleboog.

the-elbow.jpg

 Posted: December 19, 2009, 04:39 PM | Comments (0) |



Baalcadeaus

presents.jpg

Goed voornemen, een jaar geleden: alles meteen afwerken. Niet helemaal gelukt, dus ben ik er nu op tijd bij. Het kan maar gebeurd zijn, nietwaar? Voornaamste voornemen: ik maak me niet druk meer.

Lach niet: u kent er een paar die dat voornemen ook hadden en we weten allemaal hoe het daarmee afgelopen is. Stil maar: ik ga me lekker niet ergeren aan de dingen die vlak voor kerst uw bloed doen koken.

Zoals de rijen in de supermarkt, de sneeuw, verkeerde cadeaus, alweer dezelfde kerstfilms. Doodergeren doet u zich, volgens een onderzoek waarvan de resultaten deze week gepresenteerd werden.

Om u op te naaien, hoef ik alleen maar aan te komen met onpersoonlijke cadeau- of tegoedbonnen, doe-het-zelfdingetjes en rommel uit de categorie lingerie, stropdassen, zakdoeken en sokken.

Ik weet nu dat zeventig procent van mijn medelanders kerst viert. Maar ook dat veertig procent van hen in de stress schiet en dat bijna de helft van u kerst niet meer dan obligate gezelligheid vindt.

Wie er garen bij spint, is Marktplaats, de initiator van dat onderzoek. Weliswaar zet dertig procent van u het baalcadeau gewoon in de woonkamer, maar dat is misschien omdat schoonmoeder regelmatig op bezoek komt.

Een derde zet de rommel op zolder of in de schuur. De rest is verstandiger: die zet het baalcadeau te koop op internet.

Nou maar hopen dat de gulle gever niet gaat zoeken op de postcodes van vrienden en bekenden, want dat levert pas ergernis op! Mijn goede voornemen: mezelf niet ergeren aan iedereen die zich loopt te ergeren.

 Posted: December 19, 2009, 10:16 AM | Comments (0) |



December 18, 2009

Houten wig perfectioneert boxgeluid

kalkmanndwars.jpg

Je hoeft er geen verstand van te hebben, laat staan een absoluut gehoor, om te horen dat het iets aparts is: de speakers van Kalkmann Audio.

De inrichting van de werkplaats aan het Minervum in Breda is qua akoestiek niet optimaal te noemen. Metalen wanden en een stalen dak, her en der op de betonnen vloer gereedschap, stellingkasten, een cirkelzaag, een container, en wat dies meer in een werkplaats annex opslag hoort.

Huib Kalkmann stopt een cd in een gleuf, en draait aan een knop. Het is een soort easy listening: wat blazers, een bas, een drumstel en een Hammondorgel. Het effect in de kale, 's morgens vroeg nog nog wat koude hal, is vervreemdend, alsof het geluid té goed is. Niet alleen op een paar meter afstand, maar zelfs aan het andere eind van de hal. Met de stellingkasten, met alle andere obstakels in gezichts- én gehoorveld, hoor je de muziek alsof je er bovenop staat, mét het ademhalen van het orgel. Hoe kan dat?

Het is de wig die aan de binnenkant horizontaal op de achterwand van de speaker geplaatst is, zo legt uitvinder en directeur Huib Kalkmann uit, die de patenten op zijn uitvinding inmiddels veilig gesteld heeft. Heel verstandig, zo perfect als zijn uitvinding werkt, net zo is hij op het oog door beetje handige klusser na te apen. Laat staan door Aziatische copy-cats die wel moeilijker dingen na-apen en op de markt brengen.

Daar maakt Kalkmann zich echter geen zorgen over. "Het heeft een paar jaar geduurd en een hoop geld gekost, maar de octrooien zijn nu goed afgedekt." De door Kalkmann toegepaste, uitgeprobeerde en steeds verder ontwikkelde wig zorgt ervoor dat de verticale geluidsgolven in een speakerbox geen kans krijgen. "Daardoor wordt een evenwichtige harmonische geluidsdruk opgebouwd. Omdat er geen staande golven zijn, en geen vervorming, ontstaat een open geluidsbeeld, dat gemakkelijk kan worden waargenomen door het menselijk gehoor."

Hij geeft een paar tikjes op de houten wig die uit een prototype komt. Het geluid wordt hoger naarmate hij dichter bij de top van de piramide tik. "Zo kun je horen hoe de wig zelf in trilling komt. Ik noem het ook wel het Stadivarius-effect."

Volgens Huib Kalkmann zijn er meer voordelen. "Als je een paar van onze boxen plaatst in een huis waar de buren last van de muziek hadden, dan is dat over. Je hebt geen echo, geen bijgeluiden, en het geluid gaat niet meer door de muren heen. Verder verlies je nauwelijks decibels op afstand vanwege die mooie lange golven".

Kalkmann produceert zijn boxen met zes medewerkers. De kasten worden aangeleverd door de Duitse specialist Audio Classics, dat de specificaties tot op een honderdste millimeter aflevert. In Breda worden de speakers erin geschroefd, getest, verpakt en gedistribueerd.

De eerste modellen werden in mdf gebouwd, maar nu zijn de kasten bijna allemaal van dunner bamboe, of van twee laagjes aluminium met kunststof ertussen. In tegenstelling tot veel modellen van andere fabrikanten, die hun boxen aan de binnenkant bekleden met dempingsmateriaal, zijn die van Kalkmann intern zo hard en zo glad mogelijk. Wel zit onderin sommige boxen een kamer die met zand gevuld wordt. Andere boxen die hij levert zijn een lange, liggende reep, afgestemd op de maat van een flatscreen-tv, zodat ze aan de onderkant bevestigd kunnen worden. Er zijn modellen mét en zonder ingebouwde voorversterker.

De thuismarkt is echter niet de belangrijkste afzetmarkt van Huib Kalkmann.

De eigenschappen van de door hem ontwikkelde speakers maken ze bij uitstek geschikt voor twee niches die voor hem het belangrijkste lijken te worden: de openbare ruimte en slechthorenden.

"Ongeveer tien procent van de bevolking is in min of meerdere mate slechthorend", aldus Kalkmann, "en zeventien procent heeft last van tinnitus, oorsuizingen. Beide categorieën blijken weer ongestoord te kunnen luisteren".

Terwijl het Bredase bedrijf daarom speciale modellen voor slechthorende heeft ontwikkeld, zou de definitieve doorbraak in de enorme markt van de openbare ruimte tot stand kunnen komen.

In luchthaventerminals, in vliegtuigen, parkeergarages, in treinen, op stations, in stadions en concertzalen, in de metro, in fitness centers en bioscopen. Overal waar massa's mensen, al dan niet overdekt, verbaal van informatie moeten worden voorzien, hangen luidsprekers. "Juist onder die omstandigheden blinken onze luidsprekers uit", zegt Huib Kalkmann, die een paar waterdichte modellen toont.

"Omdat we zo'n mooie golf afleveren, blijft het geluid altijd helder, het wordt nooit hinderlijk hard, alles blijft duidelijk verstaanbaar, dichtbij of veraf. Dat doen we met kleine speakers die nergens opvallen".

Hij mag nog niet zeggen waar, maar op dit moment loopt er een grote test in een publieke ruimte waar duizenden mensen per dag passeren. Wel dat eenzelfde project loopt in de Parijse metro. De grootte van de boxen, en derhalve van de wig, maakt voor het eindresultaat niet zoveel uit. "Ik zou geen toepassing kunnen bedenken waar het niet werkt".

 Posted: December 18, 2009, 01:47 PM | Comments (0) |



December 14, 2009

Geuzennaam

herecomesthesun.jpg

Inhoudelijk ga ik me er vandaag niet mee bemoeien: de zin en onzin die over het klimaat gespuid wordt. Door gelovigen én niet-gelovigen. Waar ik in dat debat sta, doet nu niet ter zake. Waar het vandaag om gaat, is de stuitende arrogantie van de hitteprofeten.

Wie het waagt om 'ja maar' te zeggen of een wenkbrauw op te trekken, wordt als klimaatscepticus weggezet. De wereld op zijn kop: de sceptici zitten volgens mij in Kopenhagen.

Waar ze – maar die constatering wordt daar genegeerd – een voetafdruk in kooldioxide achterlaten ter grootte van een jaar Marokko. Dat zuig ik niet uit mijn duim; die optelsom is geproduceerd via de meetlat van het Kopen- haagse rekenmodel. Arrogantie: een minister die boos beweert dat een onafhankelijk onderzoek naar de opwarming zinloos is.

Helaas is die constatering terecht; zinloos omdat alle onderzoeken die niet naar de zin van de doemprofetie verliepen, al decennia doodgezwegen worden. Hoogleraar geologie Salomon Kroonenburg heeft zijn hele wetenschappelijke leven besteed aan de invloed van het klimaat op de aarde.

Ook arrogant: in een debat ontvangt hij van een onderzoeker van de klimaatinquisitie het volgende vonnis: 'U bent de titel hoogleraar niet waard!' Waar ik sta, doet niet ter zake. Ik constateer dat voorstanders van de vermeende verwarming degenen die vraagtekens plaatsen als domme sceptici wegzetten en consequent op de man in plaats van op de inhoud spelen.

Ik ga mezelf die geuzennaam opspelden. Ook al zegt hij meer over dat gezelschap in Kopenhagen dan over zijn tegenstanders.

 Posted: December 14, 2009, 02:07 PM | Comments (0) |



December 07, 2009

Aan mijn lijf geen geFlash meer

IHateFlash.png

Buik helemaal van Flash? Althans; van de manier waarop het je browser vertraagt, en je laat wachten, wachten en wachten terwijl er iets aan het renderen is? Er is soelaas, en niet alleen voor Safari op een Mac OS X.

Op mijn MacBook Pro en Snow Leopard heb ik er eigenlijk niet zoveel last meer van. Daarop draai ik al een tijdje Google Chrome. Door Google weliswaar nog niet gezegend met het label 'beta', maar dat kan me niet bommen: in twee maanden nog geen enkele keer keer vast gelopen, en snel als een gesmeerde bliksem.

Ieder het zijne; er zijn mensen die niet kunnen wennen aan Chrome, ik ben er gek op. Op de krant loopt-ie al net zo lekker onder XP op een Dell. Jammer dat Google de code niet meer zal porten naar de Power PC, dus op mijn vier jaar oude G5 iMac (Leopard 10.5.8) moet ik het doen met Safari of Firefox.

Waarbij we terug zijn bij de inleiding: Flash. Beter gezegd; de ergernissen die Flash opleveren. Adobe maakt mooie dingen, maar een ding is ze nooit gelukt: een fatsoenlijke Flash plugin afleveren voor een platform anders dan Windows.

Trouwens: ook op die XP machine leveren sites met veel Flash veel gemeuk op. Bestaat er uberhaupt een Flash plugin die stilletjes en vloeiend doet wat-ie zou moeten doen?

Hoe dan ook; sinds jaar en dag ben een dagelijkse bezoeker van de Sydney Morning Herald. Dat is een krantensite, en dus staat er veel Flash op de voorpagina: een button hier, een banner daar, een lepel navigate, een kwak video, en een fotoalbum. Zit me op zich niet in de weg, maar: allemaal in Flash!

Met als gevolg iedere dag voorpagina die traag en hikkende van Donw Under there naar up here struikelt. Een ergernisje waar ik mee heb leren leven, tot ik gisteren een mailtje van Lars Pasveer ontving:

Onder Safari heb ik 'Click2Flash' geïnstalleerd, dat heeft er bij mij de handrem afgehaald. Laadt nergens Flash, tenzij je het aanklikt of de site (YouTube bv) op de whitelist zet:

Flash-blocking plug-in for Safari on Mac OS X: ClickToFlash

Maar eens even opgehaald en verroest: de SMH staat zelfs op mijn ouwe G5 patsboem, binnen een seconde op mijn scherm!

Overal waar Flash staat (stond) prijkt nu een grijs vlak met een play-button, en als ik dat wil kan ik alsnog desbetreffend Flash element bekijken. In de instellingen kun je die white-list editen, maar je kan er bijvoorbeeld ook aangeven dat-ie een YouYube video, als die in h264 afgeleverd wordt, wel mag laten zien.

Aan dit moois heb je niet zoveel, als je het met iets anders dan een Mac doet, maar er blijken veel meer oplossingen. 

Dat daar niet eerder aan gedacht heb: tik 'Flash Blocker' in Google en er is voor ieder soelaas. Ook voor verschillende smaken browsers op verschillende smaken Windows. Bijvoorbeeld in de vorm van een Firefox plugin, maar er zijn nog veel meer manieren om Flash ver van je browser te houden.

Check: Google Flash Blockers

Oh ja, de dev van Google Chrome voor Leopard Snow staat hier: Early Access Release Channels Chromium Project.

Ik geef er geen garantie op, maar loopt als een zonnetje op mijn MacBook Pro.

Aan mijn lijf geen geflash meer . . .

 Posted: December 07, 2009, 09:11 PM | Comments (0) |



December 05, 2009

Apple koopt Lala

lala.png

Vanmorgen opgedoken via de Twitter van Brad Stone van de New York Times: Apple koopt Lala. Gisteren zwierven er al wat geruchten rond op het web, vanmorgen vroeg is het volgens Stone in kannen en kruiken gegoten: Apple has acquired digital music startup Lala.

Over Lala is niet veel gepubliceerd op Dutch Cowboys. Paul Aelen pikte de start-up in 2006 op, in eerste instantie als een platform waar je tweedehands cd's online zou kunnen ruilen.

Daarna is het op DC opmerkelijk stil gebleven over Lala, dat zich intussen ontwikkeld tot een musical cloud. Kennelijk gestoeld op een gedegen techniek die Apple om twee redenen niet links wilde laten liggen. Apple heeft Lala gekocht om te voorkomen dat er er iemand anders (Google?) mee aan de haal ging, én/of om iTunes tot een volledige cloud service om te bouwen.

Naar de cloud, daar gaan we uiteindelijk met zijn allen heen met onze content, of dat nou tekst, foto's, video of muziek is. Gooi Lala en iTunes in een blender en Apple is klaar met zijn musical cloud. Hoe en wat ervoor gaan betalen om in de toekomst naar iTunes te luisteren, dat is de vraag. Zou ik luisteren naar iTunes als ik daar altijd zou kunnen kiezen uit alles wat opgenomen is? Ligt er alleen maar aan hoe het werkt en wat het kost.

Stone vraagt zich af of een en ander goed nieuws is voor de huidige klantjes van Lala: 'Het is niet waarschijnlijk dat de vernieuwende deals die Lala afgesloten heeft, de overname zullen overleven'.

De abonnees van Lala betalen nu tien dollarcent per nummer om daar - streaming - ongelimiteerd naar te mogen luisteren. Het zal mij eerlijk gezegd worst zijn waar 'mijn muziek' vandaan komt voordat-ie uit mijn speakers komt. Tien dollarcent cent is tien keer zo goedkoop als nu een nummer via iTunes kost.

Maar wat als de deals die Lala gesloten heeft met de producers, gaan sneuvelen onder het bewind van Apple? U zegt het maar; je zal inmiddels maar een paar honder nummers aangeschaft hebben . . . .

Bovendien is de Apple-Lala deal net een maand afgerond nadat je via Google's OneBox en de winkel van Facebook cadeaubonnen van Lala kan kopen. Zouden die met Kerst nog geldig zijn?

Zie ook Wired: Apple’s Purchase of Lala Could Signal Cheaper, Streaming iTunes

Google News: Lala

Zie ook de Lala Blog


 Posted: December 05, 2009, 12:35 PM | Comments (0) |



Mackenbach

mackenbach.jpg

Mijn spiegelbeeld had geen seconde nodig om het origineel ervan te overtuigen zich beter niet als Ralf Mackenbach voor te doen. Of, als ik dat toch niet laten kan, mijn tapdansschoenen te laten zien en niet mijn gezicht.

Ouders en dochters, let desondanks op uw zaak, want er waart op internet een andere onverlaat rond die zich voordoet als de winnaar van het Junior Songfestival.

Het blonde lokaas houdt zich schuil in chatrooms en probeert zijn prooi van daaruit op de achterbank van de auto of in de slaapkamer te krijgen. Doet me denken aan die cartoon die over het web zwerft, al zolang forums en chatrooms bestaan.

Links zit een dikke, zwetende man met een stoppelbaard en een ontbloot bovenlichaam, een morsige sigaar in de mond, vliegen rond het hoofd, blikken bier om hem heen.

Hij tikt: "Ik ben zeventien jaar oud, blond met blauwe ogen, lange benen, navelpiercing, cup C en ik heb er zin in!"

Op de andere helft van de cartoon zit een andere viespeuk met uitpuilende ogen kwijlend de tekst in het chatvenster te lezen, zijn eigen joystick in de hand.

Treffender is nooit uitgebeeld dat je op internet nooit weet met wie je bezig bent.

Enige ijdelheid is ook mij niet vreemd, merk ik, als ik naar het fototje kijk dat hier en daar op het web mijn identiteit opfleurt. Alweer twaalf jaar oud, maar ja, die cowboyhoed staat me zo leuk.

Moreel gezien wordt het tijd voor een bijdetijdser portretje, dat meer recht doet aan de irritante realiteit.

Toch maar eentje van Ralf Mackenbach fotoshoppen?

 Posted: December 05, 2009, 10:22 AM | Comments (0) |



December 02, 2009

Megaboetes voor megaspammers

spammed.png

Amerikaanse rechters hebben hard uitgehaald naar enkele megaspammers. Lance Atkinson (26), een Nieuw-Zeelander, die in de Verenigde Staten woont, werd gisteren tot een boete van vijftien miljoen US dollar veroordeeld (bijna tien miljoen Euro). De Amerikaans Alan Ralsky - ook wel bekend als ‘The Godfather of Spam’ - is tot 51 maanden gevangenisstraf veroordeeld.

Ralsky bekende in juni in een eerdere rechtszaak al binnen 18 maanden 3 miljoen dollar met zijn acties verdiend te hebben.

De geboren ‘Kiwi’ Atkinson was de leider van een groep spammers die bekend stond als Herbal King. Dat gezelschap verzond miljarden spams, waarin goedkope medicijnen werden aangeprezen. Zo verkochten ze voor miljoenen aan medicijnen waarvan een gedeelte placebo was, en anderen gewoonweg gevaarlijk.

De belangrijkste partner van Atkinson, de Amerikaan Jody Smith, zag al zijn bezittingen al geconfisqueerd door verschillende autoriteiten in zijn vaderland, en zal binnenkort naar verwachting tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld worden.

Op het huis van Atkinson in Pelican Waters (Gold Coast, Queensland, Australië) was al beslag was gelegd door de US Federal Trade Commission (FTC). In zijn vaderland was hij in eerste instantie al tot een boete van 100.000 NZ dollar (bijna 50.000 euro) veroordeeld.

Atkinson en Smith organiseerden samen “AffKing”, wereldwijd de grootste spamactie tot op heden, waarvoor over de hele wereld spammers werden gerekruteerd. In het kader van AffKing zijn miljarden mails verstuurd die de ontvangers naar malafide websites doorstuurden. Daar werden vooral viagra en aanverwante producten aan de man gebracht, en vermageringsproducten.

Wie er wat bestelde kreeg vanuit India producten opgestuurd, terwijl de bestellers steeds voorgehouden werd dat alles van legale fabrikanten in de Verenigde Staten afkomstig was.

Atkinson en Smith hadden een botnet van ongeveer 35.000 computers onder controle, die ongeveer 10 miljard spams per dag konden versturen. De meeste servers stonden in China.

Volgens de antispam research organisatie SpamHaus was het netwerk op het hoogtepunt van zijn bestaan verantwoordelijk voor ongeveer een derde van alle spam in de wereld

 Posted: December 02, 2009, 11:02 AM | Comments (0) |