
Dr. Manon Andres: 'Het is van groot belang dat defensie veel aandacht besteed aan de nazorg van militairen en hun gezin.' foto Fabiënne Wink/NLDA
Tussen trots, hoop en vrees. Dat is het spectrum waarin ouders, partners en kinderen van naar oorlogs- of rampgebieden uitgezonden militairen maandenlang leven. Manon Andres ondervroeg ruim duizend ouders en sprak met honderden partners van Nederlandse militairen.
Bn/DeStem: PDF (pdf, 893 kb).
Niet met zomaar vragenlijstjes, maar ze verrichtte een grondig en gedegen wetenschappelijk onderzoek. Werkzaam op de Nederlandse Defensie Academie, is ze gisteren aan de Universiteit van Tilburg gepromoveerd op haar bevindingen: Behind Family Lines. Een werk van bijna driehonderd pagina's, in het Engels: voer voor statistici, historici, sociologen, psychologen en militaire wetenschappers.
De voornaamste conclusies uit het onderzoek, dat vier jaar in beslag nam: in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, passen families zich tijdens de tijdelijke scheiding goed aan. Een uitzending is belastend, maar de grote meerderheid blijkt zich wel te redden. Het welbevinden van partners, kinderen en ouders wordt in enige mate beïnvloed door een uitzending, maar over het algemeen niet in problematische mate.
Volgens Andres blijkt dat partners en kinderen hun normale leven snel voortzetten, en dat bezorgde en betrokken ouders bij terugkomst vaststellen dat de band met hun kind sterker is geworden.
- Waarom is het onderzoek uitgevoerd?
Manon Andres: "Omdat de aandacht belangrijk is. Omdat binnen defensie het besef leeft dat zorgen voor het personeel veel verder gaat dan de veiligheid alleen."
Ze heeft uit haar onderzoek geleerd dat de sociale steun een heel belangrijke factor is voor het goed functioneren van militaire gezinnen. "Het sociale netwerk is visueel misschien niet zo duidelijk aanwezig als in Amerika, waar veel gezinnen op militaire bases wonen. Nederland is klein, dus al zitten de families verspreid, er bestaat wel degelijk een sterk sociaal netwerk".
Op drie momenten – voor, tijdens en na de uitzending – werden de partners vragenlijsten voorgelegd of persoonlijk geïnterviewd. De ruim duizend ouders kwamen één keer aan bod. Anderhalf jaar lang reed Andres van hot naar her om in alle uithoeken van het land aan haar onderzoek te werken. Naast de ouders werkten in eerste instantie, dus vóór de uitzendingen, 284 stellen mee. Dat aantal zakte naar 198 tijdens het onderzoek tot 162 achteraf.
"Dat is een klassiek fenomeen bij dit soort onderzoeken", zegt Andres, "voortkomend uit verschillende oorzaken." Overlijden heeft daar nauwelijks een rol in gespeeld. "Militairen worden altijd al veel onderzocht, er zijn meer wetenschappelijke instituten actief binnen defensie. Dat kan wat onderzoeksmoeheid opleveren. Verder kan iemand het op enig moment gewoon veel te druk hebben om zo'n uitgebreide vragenlijst in te vullen."
-Er kan toch gewoon een dienstorder worden uitgevaardigd?
Lachend: "Nou, nee hoor, dat lijkt me geen wetenschappelijk te accepteren methode. Je kunt mensen niet dwingen aan onderzoeken mee te werken. Vergeleken met andere onderzoeken heb ik een heel goede respons gehad: 55 procent van de ouders en uiteindelijk 41 procent van de partners en militairen. De hoge respons van de ouders valt op. Dat komt waarschijnlijk omdat die tot mijn onderzoek een min of meer vergeten doelgroep vormden."
Uitzendingen verschillen tegenwoordig in ieder geval op één punt sterk van die van vroeger: door het internet. Waar de contacten van militairen in verre landen vroeger beperkt waren tot handgeschreven brieven en in de rij staan voor een klassieke telefoon, zijn er nu veel meer mogelijkheden. Militairen kunnen tegenwoordig mailen, hebben een mobiele telefoon, doen aan Skype of bewegen zich op sociale netwerken, zoals Hyves of FaceBook.
"De sociale steun van partners is een heel belangrijke factor. Die is door die nieuwe mogelijkheden inderdaad gemakkelijker gemaakt."
Wel blijkt een klassiek fenomeen nog steeds van kracht: de black hole. "Zodra er iets gebeurd is, wordt de black hole van kracht. Dan is er geen enkele vorm van communicatie mogelijk tot de familie van de betrokkenen op de hoogte gebracht is."
Enkele andere conclusies uit Behind Family Lines: een grote meerderheid van achterblijvende partners blijkt niet meer spanning te ervaren dan mensen in gewone omstandigheden. "Bovendien constateren moeders dat kinderen behulpzamer worden en meer verantwoordelijkheidsgevoel tonen."
Omgekeerd werkt dat ook, zegt Manon Andres: "Als het thuisfront zich goed redt, dan blijken militairen hun uitzending positiever te ervaren."
Er onstaan ook spanningen tussen partners, doordat eisen van het werk botsen met het gezinsleven. Ook niet verrassend: militairen die voor uitzending twijfelden over hun carrière in het leger, overwogen na terugkomst nog sterker om het uniform voorgoed uit te trekken. Net zo min als dat het verbaast dat relaties die al voor uitzending onder onderlinge spanningen leden, na thuiskomt niet verbeterd waren.
Manon Andres sluit haar publicatie af met een aantal aandachtspunten. "Het is van groot belang dat defensie veel aandacht besteedt aan de nazorg van militairen en hun gezin. De ervaringen van de gezinsleden hangen nauw samen. Van belang is daarom aandacht voor het hele gezin, naast de individuele zorg. Er moet een goede balans tussen werk en gezinsleven nagestreefd worden."
-Hoe zou dat in de praktijk gebracht moeten worden?
"Door het blijven bevorderen van informele netwerken tussen de militaire gezinnen. En door het blijven informeren van de kinderen van de militairen, in alle leeftijdsgroepen, en van de samenleving buiten de militaire wereld."
Manon Andres
Geboren: Breda, 1980.
Woonplaats: Raamsdonksveer.
1993-1997: Sint Oelbert Gymnasium, Oosterhout.
1997-2000: Dongemondcollege (vwo), Raamsdonksveer.
2000-2003: Hogeschool Brabant, Breda (personeel en arbeid).
2003-2005: Universiteit van Tilburg (Master Organisation Studies).
2005-2009: promotieonderzoek, in dienst bij Nederlandse Defensie Academie.
2010: promotie op proefschrift: Behind Family Lines.
Posted: January 30, 2010, 04:23 PM | Comments (0) |

'Beyond the Black Stump' noemen ze in Australië het grote niets, ver voorbij de horizon: de outback. Land van verblindende zon, verzengende hitte, rode grond. Land van goanna's, kangoeroes, slangen, kamelen, wedge tailed Eagles, roestige wrakken. Achter de zwarte stronk, zoals bezongen door Midnight Oil in 'Beds are Burning". Over de alom aanwezige wrakken van de Holdens, kokende diesels, oorverdovend krijsende kakatoes, vijfenveertig graden tussen Kintore en Yuendemu.
'Been there, done that', zeggen de Ozzies die er geweest zijn, als ze weer terug in hun steden zijn en aan een koude pint zitten. Op de vraag hoe het daar was is het klassiek antwoord: 'Hot, mate, hot'.
Hot, is de titel van het fascinerend fotoboek van Thijs Heslenfeld, dat vorige week door de Samenwerkende Nederlandse Reisboekhandels uitgeroepen werd tot het beste reisfotoboek van 2009.
Om die onmeetbare eindeloze outback te kunnen begrijpen moet je er minstens een keer geweest zijn en gezweet hebben, in die zo leeg lijkende woestijnen, zo vol van leven.
Dat is wat Heslenfeld gedaan heeft. Op en neer, dwars door Australië, van zuid naar noord, zodat je het boek ook kan lezen als een reisverslag. Langs lege wegen, langs verdroogde karkassen, langs mensen die de kunst beheren om in de outback te leven; de boeren, de jackaroos en de aboriginals. Van cowboy Tom Bruce en zijn zesjarige buurjongen Alex Young; in de outback wonen de buren soms honderd kilometer verder.
Zoals die van Kate en Martin Reck, die een 'cattle station' beheren aan de Strzelecki Track, zo'n boerderij met een oppervlakte van 7500 vierklante kilometer. Op de dagen dat het vijftig graden celcius wordt, beginnen ze om vier uur 's morgens met werken, omdat het om tien uur te heet is. Dan gaat de airco en de televisie aan, en kijkt men naar het cricket dat tweeduizend kilometer verder gespeeld wordt, in Adelaide, Melbourne of Sydney.
Op Hamilton, een ander station, is men druk bezig met het verzamelen van de 8000 koeien. Met behulp van de 'blue heelers', de kleine venijnige cattle-dogs. Border collies werken niet met koeien, omdat ze te groot zijn; ze worden doof of dood geschopt. Een blue heeler weet onder die hoeven te duiken, om toe te bijten als de poot omhoog gaat. Maar ook Toyota's, cross motoren, helikopters en vliegtuigen worden ingezet voor het drijven van het vee dat gebrandmerkt of gecastreerd moet worden, of dat richting veemarkt of slachthuis moet.
De fotoreis gaat verder via Oodnadatta, een plaats van 150 inwoners, waar een van de bekendste wegrestaurants van Australië staat: de Pink Roadhouse.
Rabbit Flats is Het meest afgelegen road house ligt in Rabbit Flat, in het midden van de Tanami Desert, maar alleen maar van vrijdag tot en met zondag. Kom je er op maandag aan dan heb je pech gehad en zal je tot het eind van de week moeten wachten voordat je weer kan tanken. Rabbit Flats ligt aan de grens van een van de grootste aboriginal gebieden, waar niet-aboriginals niet mogen komen zonder een vergunning.
De foto's van Heslenfeld brengen het trieste leven van de aboriginals in die gebieden in beeld. De kinderen kijken er nog onbevangen in de camera, maar de volwassen hebben minstens een blik Victoria Bitter in de hand, of ze nou achter het stuur zitten of niet. De grond om hem heen is bezaaid met lege blikken, symbool van het onoplosbare drankprobleem onder de oorspronkelijke bevolking.
De Grey Nomads komen ook in beeld en aan het woord. Het zijn de gepensioneerde die in hun eigen land in een camper of een auto met caravan erachter blijven rondrijden. Soms met de klassieke sticker achterop: 'we zijn de erfenis van de kinderen aan het opmaken'.
Volgens het juryrapport wilde Thijs Heslenfeld alleen maar het leven in de outback laten zien.
Hij heeft veel meer gedaan: de schoonheid zien in de verdroogde karkassen in het rode zand, van autobanden op een stapel, van achtergelaten gereedschap in een stoffig schuurtje. Er zit natuurlijk heel veel outback in dit boek, maar ook veel Heslenfeld. Zijn gevoel voor ritme, voor patronen en voor juist hele zachte kleurnuances maakt het een zeer persoonlijk fotoboek. Details van veren, zachtgroene tinten in gebroken flessen. Zelfs een foto van een roadtrain die voorbij dendert krijgt bij hem een zachte glans. Werkelijk een zeldzaam mooi fotoboek.'
'Hot - life in the Australian outback' is de opvolger én tegenhanger van 'Cold - Sailing to Antarctica' - één van de best verkochte Nederlandse fotoboeken van de afgelopen jaren (nu in 3e druk leverbaar).
Informatie u op www.hot-the-book.com en www.cold-the-book.com.
Posted: January 30, 2010, 01:28 PM | Comments (0) |

Het is vandaag weer Apple-dag, wereldwijd. Een paar keer per jaar slaagt de software- en computermaker uit Cupertino erin om wereldwijd het nieuws te beheersen. Op een manier waar alle uitgevers, marketeers en fabrikanten alleen maar van kunnen dromen.
Of het nou om de presentatie van de iPod gaat, of de Iphone, de iMac, de Mac Mini, de Power Mac, nieuwe versies van iTunes of Snow Leopard, het woord Apple zoemt vooraf wekenlang de wereld over. Hoe lapt Apple hem dat iedere keer weer?
De inwijding van de nieuwe parafernalia op het tabernakel verloopt volgens een vast patroon. De hogepriester, gekleed in sneakers, spijkerbroek en zwarte coltrui, introduceert eerst een paar nieuwe bijzaken. Middels een vlekkeloze presentatie worden de ademloze apostelen opgewarmd voor de finale.
Bestuursvoorzitter Steve Jobs mag dan wekenlang letterlijk op sterven na dood geweest zijn, nog steeds fragiel ogend, sterk vermagerd na een levertransplantatie, zijn charisma is zo mogelijk groter dan ooit.
De 35.000 mensen die bij hem in dienst zijn noemen hem fluisterend ‘The Man’, de man die het bedrijf eerst gemaakt en later gered heeft.
The Man is de miljardair die maar één dollar salaris per jaar krijgt. Aan het eind van de key-note van vandaag, tussen 19:00 en 20:00 Nederlandse tijd, komt het hoogtepunt. Dan doet-ie weer wat-ie altijd al gedaan heeft, zo zorgvuldig ingestudeerd en uitgevoerd dat je er weer bijna in trapt.
De man verlaat het podium!
Om halverwege op zijn schreden terug te keren alsof hij echt iets vergeten is: “One more thing”. Tik die drie woorden in Google, en u krijgt wat u zoekt. Een hele pagina in Wikipedia over de Stevenote alleen al, de manier waarop deze vader van alle verkopers en inspirators zijn smetteloze spullen aan de man weet te brengen.
Waar het vanvond over gaat weet iedereen al lang; de Apple Tablet. Dat is ditmaal het ‘One more thing’ dat Jobs vanavond in het Yerba Bueno Center in hartje San Francisco uit zijn broekzak tovert. Al zal het apparaat waarschijnlijk iSlate heten. Omdat we dát nog niet zeker weten zijn er bookmakers waar u nog een paar uur een gokje kan wagen.
Het ding vliegt vanavond de wereld over. Summier: het is van Apple, dus het is mooi, het werkt perfect, en het is te duur. Het is een computer zonder toetsenbord, je kan op het scherm tikken, en verder kan er alles mee wat je maar wil: internetten, navigeren bellen, skypen, muziek, films kijken, boeken lezen, noem maar op.
Dat kan u ook allemaal met een iPhone, of met een Nokia of een andere moderne telefoon, een E-reader of een kleine computer. Maar de tablet gaat niet alleen het gat vullen tussen telefoon en computer, hij zal bij een hoop gebruikers beiden gaan vervangen.
Is de iSlate daarom uniek? Nee hoor, helemaal niet. Twee weken geleden op de Consumer Electronics Show in Las Vegas werden liefst 24 soortgelijke apparaten gepresenteerd. Allemaal tabletten van het een of ander, de een wat minder sexy dan de ander. Voornaamste verschillen: ze draaien op Windows, of Linux, en vrijwel allemaal goedkoper dan wat Apple er vanaf vandaag voor gaat vragen
Maakt allemaal niet uit: het merendeel van wie van plan is om een Tablet of iets van dien aard te kopen, wacht op wat De Man vandaag laat zien. Apple is er via een zorgvuldige strategie van suggereren, voeren, lekken, zwijgen en ontkennen weer in geslaagd om de hype tot hemelse hoogten te laten stijgen.
Let vanavond op de man, zie hoe hij het doet. Als hij klaar lijkt te zijn en zich nog één keer omdraait; “Wait, one more thing...”.
* Op mijn werk moet ik met Windows werken, maar verder doe ik alles op mijn Macs
Posted: January 27, 2010, 08:06 AM | Comments (0) |

De mijne heet Dorus. Kever PickUp, geboren in 1969, op wiens achterruit in sierlijke gotische letters Dorus Dream gezandstraald stond toen ik hem in 1985 kocht. Dorus was de creatieve geest die een Kever én een VW Bus doormidden zaagde, om uit oud ijzer de rode droom te bouwen. De geëtste handtekening is gesneuveld, zijn naam is bekleven.
Blijkens een onderzoek van buro Memo2 dat bij Top Gear gepresenteerd werd, is Dorus niet de enige die als mens of huisdier aangesproken wordt.
Een op de vijf autobezitters in Nederland blijkt het blik benoemd te hebben, en spreekt het regelmatig liefkozend toe.
Dat laatste kan ik me niet herinneren. Wel dat ik hem enkele keren zijn huid volgescholden heb, en hem ook wel eens een schop verkocht heb. Zoals toen ik hem een Griekse veerboot op wilde rijden, op welk moment het kreng dienst weigerde.
Zwetend duwend met twee vloekende matrozen - zij in het Grieks, ik in het Engels - parkeerden we Dorus naast een wagen waarop een circus-olifant stond, aan de dunne.
Het overspannen beest, aan vier poten in smeedijzeren ringen geketend, wiegde de hele boot op en neer. Intussen de achterbak van Dorus vanonder zijn staart volspuitend.
Nadat we zonder koppeling met een knarsende en krakende versnellingsbak een golfplaten schuur met een VW logo gevonden hadden weigerde de besnorde garagist om aan een strontkar te werken: eerst wassen.
Het is maar één anecdote uit mijn vijfentwintig mooie jaren Dorus. Ooit begin ik er aan: Dorus, het boek.
Posted: January 23, 2010, 11:43 AM | Comments (0) |
Op wie ik ga stemmen, weet ik nog niet, maar na dat debat van woensdagnacht staat één ding vast: op iemand die niet twittert. Dat besloten hebbende was ik bang in de christelijke hoek te belanden, maar dat die vrees bleek na een paar seconden research ongegrond: zelfs Rouvoet en de SGP kwetteren kakelend mee.
In een moreel dilemma kom ik niet terecht, want ook Wilders twittert. Voor wat het waard is; wie de premier zoekt op Twitter komt allereerst een aantal grappenmakers tegen die zich profileren als Bak Ellende en vooral melige tweets verspreiden.
Dat is des internets, maar ik vraag me af wat de echte Martijn van Dam (PvdA, zuurkoollasagne) en de echte Maxime Verhagen (CDA, saté) bezielt om met volle mond rond te zingen wat ze aan het eten zijn. Je zou zeggen dat ze iets zinnigers zouden moeten doen dan ons daar mee lastig vallen.
Wie een beetje reist weet Nederland zo ongeveer het onbeschofste land ter wereld is qua mobiele telefoon etiquette. Nergens lopen zoveel mensen in de openbare ruimte zo ongegeneerd in hun apparaat te blaten als hier.
Toch hebben we daar regels voor.
In de auto, in de klas, in het ziekenhuis, in de bioscoop en het theater mag het niet. Ik kan zo nog wel een tiental voorbeelden verzinnen waar je het met een beetje gevoel voor fatsoen niet doet.
In de Tweede Kamer kan het kennelijk wel.
Tijdens dat debat zat de helft geconcentreerd te twitteren, zonder enige aandacht voor wie aan het woord was.
Als ik hem kan vinden krijgt de eerste parlementariër die nog nooit getwitterd heeft, mijn stem.
P.s. Ik Twitter hier
Posted: January 16, 2010, 04:21 PM | Comments (0) |

Hier op de krant wordt er nogal eens over gepraat, niet alleen tijdens de lunch, maar ook regelmatig gaande een overleg over een verhaal over internet, over muziekrecensies, over films. Onvermijdelijk komt de vraag ter sprake: hoe doe jij dat?
Meestal gaat het daarbij over muziek. Aan de ene kant van het spectrum op de redactie zijn er collega's die nog langspeelplaten (voor de jeugd; zie Google) en cd's bezitten en nog regelmatig afspelen. Aan de andere kant de stagiaires van de opleidingen voor de journalistiek, die met een draadje uit iedere oor bengelend geboren lijken te zijn. Hun muziek staat op een iPod, op een muziekspeler van een minder modieus merk, of op hun mobieltje. Die muziek wordt erop gezet vanaf een stick, via een draadje vanaf de computer thuis, of via bluetooth of een draadloos verbinding.
De jeugd koopt geen cd's meer, maar ruilt of doet downloaden, al dan niet tegen betaling. Ook een mogelijkheid: een cd lenen bij de bieb, en die even rippen, voor eigen gebruik.
Op internet is de radio herboren. Zelf zijn we al jaren fanatiek fan van De Sandwich. Geweldig radioprogramma van de AVRO, door de altijd verrassende variatie, op een rustige en prettige manier aan elkaar gepraat door Jacques Klöters.
De Sandwich wordt iedere zondag tussen 09:00 en 12:00 uur uitgezonden, en wordt ook via internet live uitgezonden. Maar zaterdagavond wordt het wel eens laat, en als het zondag mooi weer is, roept de racefiets. Geen nood; zondagmiddag of maandagmorgen haalt iTunes, mijn favoriete muziekprogramma, binnen twee minuten de 'podcast' op. Dat is de integrale opname van de complete uitzending, van het 'goedemorgen, heb je lekker geslapen?', tot en met het 'tot volgende week'.
We luisteren naar De Sandwich wanneer we zin hebben. De muziek is tijdloos, hooguit merk je af en toe dat de uitzending gedateerd is als Jacques een grap of een opmerking maakt over een actualiteit.
Of uw muziek nu opgeslagen staat op LP of cd, stick, iPod, bandrecorder of computer; u heeft op de een of andere manier altijd nog iets in uw bezit. Althans het gevoel dat u dat heeft; op de zwarte plaat staan lange krassen van verschillende diepte, dat zijn de opgeslagen geluidsgolven. Op de iPod, stick of computer staan louter digitale enen en nullen, die via computerprogramma's vertaald worden naar geluidsgolven.
Al het voorgaande geldt ook beeld. Vantiefilmpjes van vroeger staan nog op 8 millimeter film, en hier en daar zullen zelfs nog Betamax banden rondzwerven. Video is de laatste tien, vijftien jaar helemaal naar digitaal verhuisd. Qua opname, qua opslag. Video kijken doe je tegenwoordig op een de computer, of op een tv die door een computer of een digitaal opnameapparaat wordt bediend. Foto's: idem dito.
Waarom zou je zelf nog iets bewaren als je alles ergens op internet kan opslaan? De backup wordt voor je geregeld, en je kunt er overal te wereld bij. Met een computer, met een netbook, een iPod met draadloos internet, met een telefoon, of met iets dat evolueert naar een optelsom van die apparaten.
Goede raad voor wie van plan is om iets te kopen: wacht in ieder geval tot het eind van deze maand. Apple heeft op 26, 27 en 28 januari het Yerba Bueno Center in San Francisco afgehuurd. Dat 'dé tablet' daar gepresenteerd zal worden is nu wel zeker, de vraag is slechts hoe groot, hoe duur en wat-ie allemaal kan. Die tablet wordt een kleine laptop, maar zonder toetsenbord. Typen doe je op dat aanraakgevoelige scherm, verder kan het ding alles wat je maar wil; computer met draadloos internet, kleine televisie, videospeler, muziekspeler, e-reader, telefoon.
Wachtend op voorloper Apple, hebben 24 andere fabrikanten vorige week in Las Vegas inderhaast soortgelijke apparaten gepresenteerd. Sommigen met een toetsenbord, de meesten slechts een scherm.
Kledingfabrikanten maken intussen overuren, want die gaan jacks en shirts op de markt brengen met borstzakken waar zo'n ding in past.
Met of zonder de netbooks: uw digitale wereld is rap aan het veranderden. Straks heeft u zelf helemaal niets meer in huis opgeslagen, want dat is nergens meer voor nodig.
Op 4 november 1995 schreef ik in deze krant de eerste column onder de naam 'Interface'. Internetten deed je destijds via een piepend modem, over een telefoon, op een snelheid van 28K8, een duizendste van mijn huidige gemiddelde. Ruim veertien jaar geleden deed ik de volgende voorspelling:
Aan het eind van die Stairway to Cyberspace wacht ons computer-idioten het beloofde land: onbeperkt lokaal bellen voor een vast bedrag van nul of een halve cent per gesprek, een paar honderd megabits per seconde, real-time video.
Wat dat in de praktijk oplevert?
Dan heeft u een flat-screen aan de muur hangen, een schilderij van een paar vierkante meter, waarop u, als u geen film of tv kijkt, met de scherpte van een reuze-dia een mooi schilderij projecteert.
Heeft u zin in een filmpje? Even ergens aanloggen, click op de gewenste film, en hij begint te lopen. Niks geen video-banden meer, de hele wereld is uw eigen archief geworden en alle bewegende beelden die ooit opgenomen zijn kunt u ergens vandaan halen. Even mezelf voor mijn voorhoofd slaan en wakker worden, want zover is het nog lang niet.
Zo ver begint het anno 2010 eindelijk te komen. De flat screens zijn gearriveerd, inbellen is vervangen door ADLS en kabel. Niet alleen in de Westerse wereld, maar juist in de ontwikkelingslanden is er geen stad meer waar je niet ergens draadloos internet op kan pikken. De hele wereld is ons archief nog niet, maar het gaat nu wel rap.
Dat archief hoeft u zelf niet te bewaren, dat doet de cloud voor u.
Voor de term cloud computing bestaan geen goed Nederlands equivalent. Al zou je 'cloud' gewoon door wolk kunnen vertalen, in een wereld waar zowat alles wordt geduid met Engelse woorden, termen en zinnen. 'Cloud computing' kan verschillende betekenissen hebben. De belangrijkste is zijn dat er steeds meer op internet wordt opgeslagen en afgehandeld. Of het nu uw mail is, uw documenten, uw foto's, uw muziek, uw video's of uw films en televisieprogramma's. Op de cloud, ergens in dat wolkendek dat bewoond wordt door Google, Yahoo, Microsoft, Amazon, Apple, Salesforce en Rackspace om willekeurig enkele van de belangrijkste ontwikkelaars te noemen, dáár staat uw digitale eigendom.
Het is maar net wat je eigendom noemt, of hoe je dat ziet. Begin december kocht Apple Lala, een online dienst voor muziek. De abonnees van Lala betalen nu tien dollarcent per nummer om daar ongelimiteerd naar te mogen luisteren. Daarmee ben je dus 'eigenaar' van dat nummer, ook al heb je zelf niet ergens opgeslagen. Maar overal waar je bent kun je naar je eigen bibliotheek luisteren, thuis vanaf de computer, via de telefoon, netbook, iPod met draadloze verbinding, dat maakt u allemaal zelf uit. Tien dollarcent cent is tien keer zo goedkoop als nu een nummer via iTunes kost, en je hoeft je niet druk te maken om opslag. Apple heeft Lala gekocht voordat er een ander mee aan de haal gaat, maar ook omdat iTunes op dezelfde manier zal gaan werken.
Foto's en video; hetzelfde verhaal. Je eigen materiaal sla je op bij Picasa, Flickr, YouTube of Vimeo, je kan er zelf altijd en overal naar kijken en je bepaalt zelf wie er nog meer naar kunnen kijken. Sticks, cd's en backups kunnen naar de prullenmand. Televisieprogramma's? De cloud is hetzelfde als Uitzending Gemist, maar dan een miljard keer zo groot.
Het huwelijk tussen televisie en internet is gesloten, maar volmaakt is het nog niet. Thuis kijken we naar een loodzware beeldbuisbak, twee jaar geleden bij de Aldi gekocht toen zijn voorganger sneuvelde. Aangeschaft als overgangsgeval: er komt een platte led of plasma, maar pas als er een netwerkkabel in gestoken kan worden. Misschien is er al een op de markt, maar ik wacht nog even. Geen gedoe met losse kastjes, aparte recorders en decoders; binnen afzienbare tijd is de televisie zelf een complete computer geworden en de computer een complete televisie. Dan is dat huwelijk geconsumeerd, op de cloud.
Dan is het ultieme model klaar: geen gedoe meer met programma's kopieren naar je eigen apparaat. Als alles geregeld is zoals het geregeld gaat worden is alles wat ooit uitgezonden is via een of twee zoekwoorden en een klik af te spelen. Vanaf de cloud.
Tekst zouden we bijna vergeten: dit verhaal is geschreven in Google Documents. Zonder dat ik er iets van merk arriveert iedere toetsaanslag op mijn eigen stukje wolk op die immense cloud, ergens op een serverpark van Google. Ik ben er vorige week vrijdag op de krant aan begonnen, in een verloren moment onderweg heb ik er op mijn MacBook aan zitten sleutelen, er is thuis op de iMac aan gewerkt Tenslotte is er op de Dell op de krant, maar nog steeds in datzelfde Google Documents, de laatste hand aan gelegd. Daarna is het naar het redactionele tekstverwerkingsysteem verplaatst. Via mijn DropBox op internet, vanaf de cloud. Geen gedoe met sticks of cd's.
Op de cloud zal uiteindelijk het model ontstaan, waar uitgevers eindelijk geld mee kunnen gaan verdienen. In een soort dienst zoals Lala, waar je als abonnee bijvoorbeeld een cent per tien artikelen betaalt, zonder dat je daar verder kliks of extra strapatsen voor uit moet halen. Zo'n model heeft pas een kans als uitgevers tot afspraken komen met minstens een belangrijke bewoner van de cloud. Terwijl ze nu nog de hakken in het zand zetten omdat ze Google als een bedreiging zien.
Met Google is uw grootste gemak genoemd. Als geen ander bedrijf is Google erin geslaagd om alle complexiteit ver van de gebruiker te houden. Zodat u straks niets eens meer in de gaten heeft dat u muziek, uw foto's, uw favoriete televisieprogramma's en films en uw documenten allang niet meer op uw computer staan.
Of u in een op vrijstaande villa op internet zit, op uw eigen website, of op een gehoste blog, of in een huurwoning op LinkedIn, FaceBook, of Hyves, het maakt allemaal niet meer uit. Alles wat u in uw eigen digitale toko gestopt heeft, is een zucht op de cloud geworden.
U klikt, en het werkt. Via de cloud, op de cloud, maar dat heeft u niet eens in de gaten.
Posted: January 16, 2010, 04:13 PM | Comments (0) |

Volgens Rudyard Kipling is het eerste slachtoffer in iedere oorlog de waarheid. Zo ook nu: de Japanners beweren dat de speedboot van Sea Sheperds zichzelf doormidden voer, de walvisbeschermers zweren dat de Ady Gil stil lag en geramd werd. Oordeel zelf: iedereen kan op YouTube zien wie het hardste liegt.
Intussen houd ik mijn hart vast. Gezien het amateurisme op de brug van de Steve Irwin, in commandovoering, methodieken en uitvoering, is het een kwestie van tijd voor er mensen omkomen.
Dat is het niet waard.
Walvissen zijn zwemmende zoogdieren. Ik geloof niet dat ze qua intelligentie en gevoelens dichter bij ons staan dan die prachtige koeien. Wel eens gezien hoe mooi de ogen van een varken en geit zijn?
In Australië en Nieuw-Zeeland, waar dezer dagen het meeste kabaal gemaakt wordt over walvissen schietende Japanners, worden ieder jaar miljoenen schapen, lammeren, varkens en koeien geslacht.
Het walvissendebat is op emotie gestoeld. Behalve op IJsland en in Japan zijn er geen politici die durven zeggen dat een walvis een zwemmende koe is. Met een mooier leven dan in een stal, en er zijn er inmiddels weer genoeg.
Waarom zouden ze niet gereguleerd bejaagd en opgepeuzeld mogen worden? Als actievoerders en politici koeien en varkens net zo lief zouden vinden als walvissen, wat zouden we dan nog mogen eten?
Haring, paling, sprot, tong, garnalen, mosselen, kabeljauw en wijting zijn kennelijk geen probleem.
Al wat klein en minder lief is, zoals sprinkhanen en kakkerlakken, ratten en muizen?
Posted: January 09, 2010, 02:34 PM | Comments (0) |
De meeste cabriolets en de wat zeldzamer exemplaren staan allemaal in de winterstalling, anderen blijven dapper door de sneeuw ploegen: Kevers. De luchtgekoelde Volkswagens, die zolang ze bestaan een reputatie hoog te houden als het om altijd starten gaat, ook als het min vijftig is.
Ondanks die reputatie hebben doorgewinterde Kever rijders dezer dagen onder het rijden het krabbertje bij de hand. Ze ze weten dat iedere Kever altijd start, maar dat de voorruitverwarming nooit het sterkste punt geweest is. Als het flink vriest condenseert de adem tegen de voorruit en dan is het met één handje krabben geblazen.
Hoe dan ook; Kevers en winters hebben iets met elkaar. Voldoende reden om er weer een Kever Winter Festijn tegenaan te gooien, in het Autotron in Rosmalen. Voor de achttiende keer alweer, dit jaar op zaterdag 9 en zondag 10 januari.
Het is een traditie geworden die ieder jaar enkele duizenden Kever-liefhebbers trekt. Het hele weekeinde kunnen ze terecht op de onderdelenmarkt. Voor nieuwe en gebruikte onderdelen, complete professioneel afgebouwde motoren, of zeldzame hebbedingetjes. Er zijn standhouders uit heel Europa die ook al dan niet gerestaureerde Volkswagens te koop aanbieden.
Op zondag is er de grote luchtgekoelde Volswagenshow. Die dag zijn er enkele tientallen auto's te bewonderen die zo origineel dan wel zo speciaal mogelijk zijn gerestaureerd. Vrijwel alle modellen van de Kever worden tentoongesteld, maar ook Karmann Ghia's, de 411 en 412's, VW Porsche 914's, Regina's en Dragsters.
Intussen is het weer dertien jaar geleden dat de New Beetle zijn opwachting maakt, die in het Volkswagen wereldje nu ook als een klassieker beschouwd wordt. Ze strijden mee om de prijzen in de verschillende categorieën, die om 16:00 zondagmiddag worden uitgereikt.
Om de mooiste prijs van de dag doet iedere bezoeker automatisch mee: een mooie kant- en klare Kever. Die wordt meteen na de prijsuitreking van de show onder de bezoekers verloot.
Voor wie van plan is om de kinderen mee te nemen: draaimolen en springkussen staan in de kinderhoek op het bordes van het Autotron. Verder is er een Volkswagen clown die de kinderen schminkt en kunnen er de hele dag afbeeldingen van Volkswagens ingekleurd worden.
Kinderen tot en met 3 jaar gratis toegang, tot en met 11 jaar € 5,-, volwassenen € 10,-
Alle informatie: www.keverwinterfestijn.nl
Posted: January 08, 2010, 11:37 AM | Comments (0) |

Paradepaardje in de showroom van Rien Mol (niet te koop): een muisgrijze 96, bouwjaar 1962. Foto Thom van Amsterdam>
Vandaag verstrijkt de deadline van het tweede bod van het Nederlandse Spyker Cars op Saab. Rijders van het Zweedse merk wachten in spanning af. Een eerste bod van Spyker mislukte eind december. General Motors (GM) zou op dit moment met meerdere geïnteresseerden in Saab in onderhandeling zijn.
De Chinese branchegenoot BAIC zou belangstelling hebben in het intellectuele eigendom van de Saab-modellen 9.3 en 9.5, zodat die modellen in China voor de met duizelingwekkende cijfers groeiende lokale markt gebouwd kunnen worden. GM had zichzelf oorspronkelijk tot eind december de tijd gegeven om een koper voor Saab te vinden.
Wie in de wachtkamer bij de tandarts of de dokter uit nieuwsgierigheid wel eens door het tijdschrift Arts en Auto heeft gebladerd, kent Saab. Het nieuwste model van het merk werd er steevast in besproken en in de advertenties werden de tweedehands steevast ‘door een collega aangeboden’.
Uiteraard vergezeld van een smetteloos boekje waarin de staat van onderhoud punctueel was afgestempeld. Een nieuwe Saab, dat had altijd iets deftigs, daar reden – naast medici – rechters en advocaten in. Of kunstenaars en schrijvers die goed verkocht hadden. Koningin Beatrix reed ooit Saab, al is de koninklijke familie inmiddels bekeerd tot Audi.
Saab is volgens Jeremy Clarkson van Top Gear – het best bekeken televisieprogramma ter wereld – het merk dat gereden wordt door ‘nice people’. Die op recepties hoog opgeven van de unieke eigenschappen van het eigenzinnige merk: de souplesse, het lijnenspel, de veiligheid en de zuinigheid.
Dealers van Saab zijn er niet meer in West-Brabant, sinds de Bredase vestiging een half jaar geleden failliet ging. Specialisten nog wel, zoals Rien Mol in Bergen op Zoom, die zowaar garen lijkt te spinnen bij de achteruitgang en de mogelijke teloorgang van zijn geliefde merk. Specialist, kenner, liefhebber, met een klantenkring in heel Nederland.

Met mensen die voor een Saab de showroom betreden, moet het altijd prettig onderhandelen geweest zijn, niet dan? „Dat klopt wel”, aldus Mol, die zijn geld ook verdient met het opvoeren en tunen van nieuwe Saabs. „Het is meestal prettig praten met het type klanten dat op een Saab uit is. Dat zal met andere merken wel eens anders zijn.”
Uiteraard zou het Mol pijn doen als het merk Saab verdwijnt. Ondanks dat hij er zelf niet zoveel last van zou hebben. Zijn winst en omzet zitten in de occasions en het onderhoud. Over zijn eigen toekomst maakt hij zich daarom niet al te veel zorgen, ook al zou de fabriek in Zweden definitief gesloten worden.
Het zou zomaar kunnen dat zowel de klassiekers als de youngtimers daardoor in waarde gaan stijgen. En het onderhoud blijft. Mol zegt dat voor concurrerende uurprijzen te kunnen blijven doen. „Ik zit niet in zo’n autopaleis, zoals de laatste jaren de trend was. Mooi, maar die investeringen moeten wel terug verdiend worden en het is de klant die dat voor een groot gedeelte via het onderhoud op zal moeten hoesten.”

De liefhebbers
Wie op zoek gaat naar de echte Saab-liefhebbers, komt al gauw in de klassieke hoek terecht. Zo- als bij wethouder Jan Paantjens van Halderberge, die in een Saab 96 uit 1972 door West-Brabant tuft, op milieuvriendelijk en goedkoop gas. Hij heeft zijn Saab zes jaar geleden gekocht van een restaurateur in het noorden. Paantjens is gevallen ‘voor de vormgeving en de uitstraling, het eigenwijze van dat ronde model. Maar vooral omdat-ie zo lekker rijdt.’ Lachend: „Al staat-ie nu toevallig in de garage. Niet vanwege de sneeuw, maar er zit een gaatje in de uitlaat.”
Jo van Hoof uit Breda rijdt al 22 jaar in een witte 99, die hij kocht toen er nog een Saab-dealer in de wijk Belcrum zat. Zijn Saab was toen zes jaar oud en functioneert nog steeds naar volle tevredenheid. „Geen toeval, we waren bewust op zoek naar een 99, omdat we dat allebei een heel mooie auto vinden.”
Deze Saab heeft inmiddels 330.000 kilometer gelopen, zonder grote problemen. Nou ja, eentje dan, hetgeen hem overigens een gratis nieuwe motor ople- verde. „De distributieriem brak ooit toen ik hem startte, maar omdat de motor niet aansloeg, had dat geen probleem hoeven te zijn; er was verder nog niets be- schadigd. Ik heb hem zelf naar de garage gesleept en uitgelegd wat er aan de hand was. Kennelijk waren ze dat de volgende dag vergeten, want toen hebben ze geprobeerd om hem aan te slepen en ging de motor kapot. Die fout hebben ze toegegeven en goed gemaakt.” Voor hem zou het verdwijnen van het merk geen probleem opleveren. Zijn Saab is al jaren in onderhoud bij een monteur die meerdere merken doet.
Onverbrekelijk met Saab verbonden: de cabrio. José Besters rijdt in een 9.3 cabrio, al blijft de kap deze dagen dicht. „Ik rij er niet zoveel mee, voornamelijk op en neer naar het werk. Ik denk dat ik onder de 7000 kilometer per jaar blijf. Als het even kan, gaat de kap open. Heerlijk, dat gevoel van vrijheid.”
Ook zij vindt het doodjammer als het merk verdwijnt. „Het is toch een heel markant merk, met een lange historie.” Ze wil nog heel lang van haar cabrio genieten en maakt zich geen zorgen over het onderhoud. „Ook al is er in Roosendaal geen dealer meer, de beschikbaarheid van onderdelen is voor minstens tien jaar gegarandeerd.”

Posted: January 07, 2010, 11:24 AM | Comments (0) |

Het is 1 januari, alweer schitterend weer. Uitgelezen gelegenheid om de kater van witbier - champagne - witbier en de oorsuizingen van het vuurwerk eruit te wandelen in de polder. De zon verblindt, de snijdende wind begint naar het noordoosten te krimpen, plassen en sloten beginnen geluidloos te verstijven.
Aan de rand van de provinciale weg ligt het smetteloze gedenkteken dat alle vaste passanten kennen. Jaren geleden heb ik het uit nieuwsgierigheid bezocht.
Om er te komen moet je een meter of vijftig door de berm van de drukke weg modderen, vanaf de dichtstbijzijnde parkeerplaats. Eind vorige eeuw is er een meisje verongelukt.
Een blinkende steen, een paar ontroerende regels, verse bloemen. Voor altijd voortlevend verstild verdriet naast het voortrazende verkeer.
We wandelen er vaker, voor het eerst zien we iemand bij het gedenkteken. In een oranje veiligheidshesje, met twee emmertjes water. De steen wordt gepoetst, het perkje bijgewerkt, er komen verse bloemen uit de kofferbak.
Als alles klaar is, staat de eenzame figuur kaarsrecht voor de parafernalia, de rug naar de weg waar het drama zich ooit afgespeeld heeft.
Met een hoofdknik wordt een kruisje geslagen. Als de auto het gedenkteken passeert, klinkt tweemaal de claxon.
Een minuut later komt hij weer terug, nu richting Breda. Hij is omgedraaid op de rotonde, een kilometer naar het noorden.
De claxon laat zich nu driemaal horen, en het ritueel is nu echt voorbij. Het nieuwe jaar is begonnen, de herinnering aan het drama is weer smetteloos.
Zou de eenzame verzorger een opvolger geregeld hebben?
Posted: January 01, 2010, 03:29 PM | Comments (0) |