Vijf weken geleden feestelijk geopend, na jaren van vertraging en overlast. Afgelopen nacht in schoonheid verstild tot ijspaleis: het rioolgemaal van architect Lode Havermans aan de Markendaalseweg in Breda.
"Het heeft veel te lang geduurd", aldus wethouder Bob Bergkamp bij de opening van het artistieke zorgenkindje op 20 december: "maar dan heb je ook wat."
Wat daarvan overgebleven is zal waarschijnlijk pas na de dooi bekeken kunnen worden. Het kan niet anders of er moet enige schade aangericht zijn. De pompen hadden automatisch afgesloten moeten worden bij vorst, maar dat is kennelijk niet gebeurd.
De trottoirs rondom het rioolgemaal zijn aan alle kanten met een centimeters dikke ijslaag bedekt, tot en met de bushalte van Veolia. De gemeeente heeft inmiddels enkele hekken geplaatst.
Enkele weken geleden deponeerden anonieme grappenmakers iets in de afvoergoten waardoor de boel enorm begon te schuimen. Dat ging met zo'n kracht gepaard dat enkele betonnen afdichtingen uit hun voegen getild werden.
Posted by Leon at 10:41 AM

Click op de foto voor meer foto's
Click: pagina in pdf.
Het was een aandachtstrekker van jewelste. Een ruimteschip in de voortuin van de voormalige burgemeesterswoning aan de Ginnekenweg in Breda: de Lynx. Ook al leek het dat het witte juweel gisteren stond te popelen om op de bij vlagen aanwakkerende wind spontaan het luchtruim te kiezen: vliegen zal het
nooit.
Het was een levensgrote mock-up van het Static Prototype 1, een studiemodel van het Lynx ruimteschip. Als alles goed gaat, zal de echte Lynx later dit jaar voor het eerst opstijgen.
Over twee jaar gaat hij vanuit Curaçao met betalende passagiers de ruimte in. Een van de astronauten die vanaf 2014 de Lynx bestuurt, is de Bredase F16-piloot Harry van Hulten.
Bij communicatiebureau TCC in Breda, dat voor Space Expedition Curaçao de pr en de marketing verzorgt, gaf Van Hulten gistermorgen les aan leerlingen van twee basisscholen: de Toermalijn uit Bavel en de Laurentiusschool uit Breda.
Die bleken zich over sommige onderwerpen uit de ruimtevaart zo goed voorbereid te hebben dat sommigen de gelouterde testvlieger, met duizenden vlieguren in 42 verschillende toestellen af en toe verbeterden. Om hem na het ademloos bekijken van een mooie video over de geschiedenis van de ruimtevaart de oren van zijn kop te vragen.
Hoever de zon en de maan van de aarde staan, hoeveel je precies weegt als je gewichtloos bent, hoe hard ‘dat ding’ na het ontsteken van de raketten nou eigenlijk omhoog gaat. Dat Van Hulten na zijn actieve carrière in de F16, met verschillende uitzendingen naar Afghanistan, ook vlieglessen op de ‘fighter jets’ geeft, was te merken aan de verve waarmee hij college gaf.
Al moest hij op één vraag het antwoord schuldig blijven: „Bent u niet te laat in 2014? Volgens de Mayakalender is dan de wereld inmiddels toch vergaan?”
Met of zonder de medewerking van de Maya’s, majoor Van Hulten is helemaal klaar voor het avontuur. De ‘maiden flight’ van de Lynx zal hij niet maken, maar hij verwacht wel om daarna snel aan de beurt te komen.
„De testpiloten van XCOR, dat het toestel voor ons bouwt, zullen de eerste vluchten maken. Na het testprogramma zal het hard gaan. Binnen twee jaar zullen we drie tot vier vluchten per dag kunnen maken vanaf Curaçao.”
Space Expedition Curaçao heeft op dit moment maar één echte concurrent: Virgin Galactic van Richard Branson met SpaceShip Two.
„Wie er het eerste betalende passagiers omhoog gaat brengen, weten we nog niet. Concurrenten zijn we niet echt. Ten eerste zal er de komende jaren veel meer vraag dan aanbod zijn, en bovendien zijn er belangrijke verschillen.”
In de Lynx zit iedere keer één passagier, naast de piloot, recht vooruitkijkend door de cockpit. Virgin Galactic neemt iedere keer zes passagiers mee die door een zijraampje naar buiten kijken.
„Er zijn meer verschillen. Wij stijgen met de Lynx zelf op, bij Virgin hang je onder het transportvliegtuig en word je op grote hoogte losgelaten. Het is een heel ander soort ervaring.”
Nog meer verschillen?
„Het uitzicht. Boven de Cariben ziet het er veel mooier uit dan boven de Mojave woestijn. Vraag maar aan astronaut André Kuipers. Wij kunnen de motor herstarten mocht dat ooit nodig zijn. Als de raketten van SpaceShip Two uitgebrand zijn, kan het alleen nog maar zweven.”
Directeur Cees Faes van het Bredase bureau The Communication Company noemde zijn klant Space Expedition de ‘interessantste uitdaging’ uit zijn carrière.
„Meestal is het vrij simpel. Bij ons draait alles om positionering. Daar beginnen we altijd mee. Maar hoe zet je een product in de markt dat 74.000 euro kost, terwijl je het nog niets eens kunt leveren. En je belangrijkste concurrent een van de meest bewonderde en charismatische mensen ter wereld is?”
Dat idool is Richard Branson en diens Virgin Galactic. Die zich ook nog kan veroorloven om een budget aan pr te verstoken waar niemand in die branche aan kan tippen. Juist daarom is Branson volgens Faes een ‘blessing in disguise’.
„Door hem weet nu intussen de hele wereld dat er binnenkort betaalde ruimtevluchten mogelijk zijn en daar doen wij ons voordeel mee.”
Space Expedition Curaçao, dat op aanraden van TCC de naam van Experience in Expedition veranderde, heeft inmiddels vijftig tickets verkocht. „In een markt waarin de eerste jaren veel meer vraag dan aanbod zal zijn. Daarna zullen de prijzen gaan zakken.”
Mogelijke klanten die het nu al kunnen of willen betalen, zijn door Faes en de zijnen in vier doelgroepen ingedeeld: space enthousiasts, extreme supporters, silver surfers en high net worths.
In goed Bredaas: ruimtevaartgekken, sensatiezoekers, pensionado’s met overwaarde en lui met veel te veel geld.
Onder de bekende Nederlanders die een ticket gereserveerd hebben, zijn Erica Terpstra, Martin Schröder, Doutzen Kroes en Armin van Buren.
Bij welke van de vier doelgroepen hij ze heeft ingedeeld wilde Faes niet kwijt.
Posted by Leon at 03:03 PM

Vuuwerk. Sommige honden en katten worden er stapelgek van, anderen horen het niet. Wat te doen met oud en nieuw?
Dierenkliniek De Baronie in Prinsenbeek en Dierenartsenpraktijk Zuidwesthoek in Bergen op Zoom verstrekken de voor de hand liggende aanbevelingen. Gordijnen dicht, honden overdag lang uitlaten zodat ze 's avonds lekker moe zijn. Daarna op oudejaarsavond niet alleen laten, maar een groot bot geven waar ze nog een paar uur mee bezig zijn.
Met een beetje mazzel slapen ze door het geknal heen. Gedragstherapie helpt ook, maar daar is het nu te laat voor. Daar zijn een paar weken opleiding en training mee gemoeid. Dat moet u maar voor volgend jaar onthouden, als uw trouwe viervoeter overmorgen als een zombie uit zijn ogen kijkt.
Wie in dierenartsen en gedragstherapieën te weinig fiducie heeft en hond of poes niet nog een trauma op wil laten lopen, rest nog maar één besluit: met oudjaar de deur uit. Naar een pension. Al had u ook daar misschien eerder mee moeten zijn. Een rondje langs de pensions leert dat sommigen volgeboekt zijn, en dat de grotere nog maar een paar plaatsen hebben.
Overigens blijkt dat honden met kerst en oud en nieuw niet alleen vanwege het vuurwerk tijdelijk uit huis geplaatst worden. Er zijn honden die de feestdagen van hun mens vergald hebben en daarvoor moeten boeten. "Die hebben een keer de rollade of de kalkoen van tafel gepikt", lacht Jac Verhoeven van honden- en kattenpension De Rimpelaar in Molenschot. "Ze zullen het niet als een straf ervaren dat ze hier zijn, maar hun baasje wil dat niet nog een keer meemaken."
Verhoeven zegt de laatste dagen van het jaar steeds vaker 'last minute boekingen' te krijgen. "Dat komt omdat de mensen elk jaar vroeger beginnen met het afsteken van vuurwerk. Daarnaast hebben we nogal wat vaste gasten. Honden en poezen die ieder jaar voor kerst worden gebracht en en na nieuwjaar weer worden opgehaald."
Voor de thuisblijvers onder de honden en katten zijn medicijnen beschikbaar. Al waarschuwt de dierenbescherming dat sommige middelen een huisdier weliswaar lichamelijk licht verdoven, terwijl hun gehoor en bewustzijn nog steeds optimaal functioneert. Er zijn ook verdampers en halsbanden die de geur van een zogende teef uitscheiden. Schijnen zowel reuen als teefjes rustig van te worden.
De pensionhouder heeft het niet zo op die medicijnen en ook niet op gedragstherapeuten: "Daar geloof ik eerlijk gezegd helemaal niks van. Als een hond bang is voor vuurwerk moet je zorgen dat hij er niet aan blootgesteld wordt."
Maar de baasjes van wie de honden met behulp van een cd met vuurwerk- en onweersgeluiden of door een andere therapie voorgoed genezen zijn, denken daar heel anders over.
Marcella Smolders en Barbara Vuister die als hondengedragstherapeute aan dierenkliniek De Baronie in Prinsenbeek verbonden zijn, hebben een mooie case van een hond die ze genezen zeggen te hebben van chronische vuurwerkangst. "We hebben hem laten spelen met een half opgeblazen ballon, die half met water gevuld was. Vond ie prachtig toen die klapte. De volgende ballon probeerde hij zo snel mogelijk kapot te krijgen, en daar zat al iets meer meer lucht en minder water in." Met oudjaar volgde om vlak voor middernacht de laatste behandeling. "We hadden een grote kast helemaal gevuld hadden met keihard opgepompte ballonnen. Om vijf voor twaalf lieten we die de kamer in stuiteren. Hij begon ze een voor een kapot kapot bijten. Intussen begon het vuurwerk buiten, maar daar hoorde hij niets meer van. Hijheeft er daarna nooit meer last van gehad".
Als het aan de Partij voor de Dieren ligt, komt er een algemeen verbod voor consumentenvuurwerk. Volgens de partij is dat nodig omdat de gevolgen van het jaarlijkse geknal slecht zijn voor mens, dier en milieu.
Volgens Marianne Thieme, die evenals in 2010 een aantal Kamervragen ingediend heeft, is een vuurwerkverbod onafwendbaar. Volgens Thieme lopen jaarlijks honderden mensen letsel op en leidt het geknal tot veel angst en stress bij dieren. "Vuurwerk bevat daarnaast stoffen die slecht zijn voor het milieu."
Ook de Dierenbescherming heeft zoals ieder jaar veel aandacht besteed aan de problemen die vuurwerk voor dieren oplevert. "Het is voor dieren extra angstaanjagend", zegt een woordvoerder. "De meeste dieren horen het dubbel zo hard als mensen en ze begrijpen absoluut niet wat al dat lawaai, die felle lichten en de geuren allemaal betekenen."
Op de site van de dierenbescherming staat een aantal tips waarmee de overdosis aan indrukken voor huisdieren morgenavond iets draaglijker gemaakt kan worden.
Posted by Leon at 10:22 AM

Op tweede kerstdag koos Bartje in de Bredase Van Goorstraat in een onbewaakt ogenblik voor de eerste keer in zijn leven het vrije luchtruim.
Twee dagen later werd het kuifparkietje door een dierenambulance uit Etten-Leur teruggebracht bij de dolgelukkige Jac en Toos Hakkers, die er twee nachten van wakker gelegen hadden. Nadat de halve straat in zo ongeveer de hele binnenstad mee had geholpen met Bartje zoeken, en Bartje roepen.
Jac en Toos zitten nu nog met één prangende vraag die ze graag opgelost zien: de naam van de anonieme redder die Bartje in een bananendoos voor de poort van het dierenasiel in Breda achtergelaten heeft. Ze willen hem graag bedanken met een bloemetje, want zonder had het nieuwe jaar voor hen niet slechter kunnen beginnen.
"Ach, we waren zó bang dat een kat hem te pakken had. We weten alleen dat die meneer of mevrouw haast had, en naar het werk moest. Het asiel was gesloten dus toen hij heeft hij het noodnummer gebeld en Bartje voor de deur gezet."
Omdat er in Breda geen vogelopvang meer is, werd Bartje op transport gesteld naar Etten-Leur. Na een trits telefoontjes kwam alles goed. "Nadat ik Bartje beschreven had, geloofden ze me wel in Etten-Leur. De man van de dierenambulance moest toch in Breda zijn, dus die beloofde ons om hem af te zetten." Toen het zo ver was, schoten Jac en Toos vol. "Bartje kwetterde van vreugde de hele straat bij elkaar toen hij ons zag."
Bartje doet weer wat hij altijd deed: binnen vliegen en de boel opvrolijken. De deur wordt voortaan beter bewaakt.
Nou de naam van de onbekende redder nog.
Posted by Leon at 10:20 AM

Soms worden mensen stapelgek van hun eigen papegaai, of moeten ze met lede ogen toezien hoe het dier zichzelf kaal plukt. Maar dat zijn problemen die opgelost kunnen worden. Door de gedragstherapeute op de papegaaienschool.
Artikel op BN DeStem.
Website Papegaaienschool.
Soms worden mensen stapelgek van hun eigen papegaai, of moeten ze met lede ogen toezien hoe het dier zichzelf kaal plukt. Maar dat zijn problemen die opgelost kunnen worden. Door de gedragstherapeute op de papegaaienschool.
Ooit studeerde Barbara Vuister architectuur op Sint Joost. Om in het vierde jaar te besluiten dat haar passie toch echt bij dieren ligt. Of het nu honden zijn, paarden of papegaaien.
Sinds kort mag de Prinsenbeekse zich officieel gedragstherapeut voor papegaaien noemen. Ze is afgestudeerd bij Tinley, een erkende hbo-opleiding voor dierentherapeuten.
Naast haar hondenschool heeft ze nu een papegaaienschool opgericht. Waar papegaaien met gedragsproblemen via een behandelplan weer gezonde en tevreden vogels kunnen worden, in plaats van zichzelf kaal te plukken of dag en nacht baas en buurt te terroriseren met kabaal of met sloopactiviteiten.
Keco is een prachtige uit de kluiten gewassen hyacint ara, in oogverblindend diepblauw. Voor de gelegenheid is ie met een bevriende papegaaienliefhebber opgetrommeld als fotomodel. Keco heeft geen therapeut nodig, maar een beetje ondeugend is ie wel. Een opgewekte kwajongen die blijft proberen om de knopen van het jack van de verslaggever te pikken.
- Met wat voor problemen komen papegaaien voor een behandeling in aanmerking?
"De bekende problemen zijn dat een papegaai zichzelf helemaal kaal plukt uit verveling, of dat het dier de hele dag door zit te schreeuwen", zegt Barbara. "Maar hij kan ook zo agressief worden dat zijn baas hem niet meer uit de kooi durft te halen. Of zo angstig voor bezoek dat zijn eigenaar niemand meer durft te ontvangen."
Maar ook een gezonde en gelukkige papegaai kan het nodige kabaal maken, legt ze uit. "Vooral in de ochtend en in de avond is schreeuwen normaal gedrag. Daar moet je dus wel rekening mee houden als je er een aan wilt schaffen."
- Wat zijn de oorzaken van echte problemen?
"Dat kan een verstoorde verstandhouding zijn tussen eigenaar en de papegaai. Het kan ook zijn dat de vogel te vroeg uit het nest gehaald is. Soms weten we het gewoon niet, als de geschiedenis van de vogel niet bekend is."
Een handdoek over een kooi gooien als het gekrijs de spuigaten uitloopt, is geen goede oplossing, legt de therapeute uit. "Dat helpt op dat moment misschien wel, maar het gedrag verandert er niet door. Daarvoor moet het dier individueel in zijn eigen omgeving, met zijn eigenaar, worden geobserveerd.
Barbara Vuister werkt samen met dierenarts Peter Bastiaansen van de dierenkliniek De Baronie in Prinsenbeek. "Een dier dat zichzelf plukt moet daar sowieso medisch worden onderzocht in verband met infecties. En papegaaien die aan groepslessen deelnemen moeten recent getest zijn op vier verschillende mogelijke besmettingen."
Volgens de therapeute kunnen menselijke studenten op de papegaaienschool leren om problemen van jeugdige gevederde vrienden te herkennen en op te lossen. "Papegaaien zijn hele snelle leerlingen. Dat is leuk en gemakkelijk, maar daardoor kunnen ze ook heel snel verkeerd gedrag oppikken. En het is een stuk moeilijker om ze iets af te leren dan aan te leren."
Zoals de vrolijke blauwe snuiter die voor de tiende keer bij de verslaggever op schoot springt en de blinkende knoop probeert in te pikken. Hij protesteert luidkeels als zijn baas hem voor de tiende keer corrigeert. Maar het is een keurig opgevoede vogel die poseert als een professioneel model.

Posted by Leon at 10:58 AM

Directeur Frank Hanssen van Studio Mango houdt zijn Chipkaart voor de lezer.
Het idee is net zo simpel als geniaal: van iedere lantaarnpaal in Nederland een oplaadpunt voor elektrische voertuigen maken. De techniek is niet al te ingewikkeld, maar de haalbaarheid is afhankelijk van politieke en economische ontwikkelingen.
De eerste lantaarnpaal werd dinsdagmorgen in Drunen gepresenteerd door de drie bedrijven die het idee bedacht, ontwikkeld en uitgevoerd hebben: Eneco, lichtmastenproducent Sapa Pole Products uit Drunen en industrieel ontwerpbureau Mango uit Breda.
Het oplaadpunt heet NRGSPOT-Light. Het werkt eenvoudig: de chauffeur die zijn auto op wil laden houdt een chipkaart bij de lezer, waarna hij er de stekker van zijn kabel in kan steken. Houders van een OV Chipkaart kunnen er gebruik van maken, op dezelfde manier zoals in bus, tram of trein, tot en met het afmelden. Het systeem is ook geschikt voor identificatie en betaling via SMS.
De vraag of het initiatief een succes zal worden is vooral afhankelijk van de groei van het elektrische wagenpark. Tot en met november zijn er dit jaar 536.860 nieuwe auto’s verkocht, maar er staan in heel Nederland minder dan 400 auto’s op kenteken die helemaal elektrisch zijn.
„Het is een beetje een kip-ei verhaal,” aldus directeur Frank Hanssen van Mango. Mango is het Bredase bureau dat samen met Sapa het oplaadpunt ontwierp en geschikt maakte voor inbouw in de aluminium lantaarnpalen die in Drunen gefabriceerd worden.
„Zolang er niet genoeg oplaadpunten zijn, stagneert de verkoop van elektrische auto’s, en zolang er niet genoeg elektrische auto’s verkocht worden, gaan overheden niet investeren in oplaadpunten.”
De techniek is vanwege de veiligheidseisen ook weer niet zo simpel dat er aan iedere bestaande lantaarnpaal een hightech stopcontact geschroefd kan worden. Alle palen moeten voorzien worden van een extra bekabeling, naar een externe module die maximaal 25 oplaadstations kan bedienen.
Posted by Leon at 10:21 AM

Ruim 10.000 abonnees van de PZC en BN DeStem bezochten gisteren de Abonneedag in De Efteling. De weergoden werkten mee, de stemming was opperbest. Velen kwamen op herhaling. De sfeer van vorig jaar misten ze soms, maar de koude vingers en voeten niet.
Lees hier verder.
Posted by Leon at 11:23 AM
I've written the first of a series of guest columns for my friend Bob Powers. He doesn't care too much about the fact that he is what he is: the eldest bike courier in The Netherlands. Maybe in Britain, or in Australia too, mate!
Bob's also a cartoonist and the writer of a monthly column that's being sent to a mailing list with subscribers all over the globe. Most of the readers are based in Holland and Kyrgyzië, one of the world's six independent Turkic states (the others being Turkey, Azerbaijan, Turkmenistan, Uzbekistan and Kazakhstan).
A country that Bob and Yvonne are in love with, where they have made fantastic mountain bike tours, and met a lot of new and now dear fiends. Other subscribers of the mailing list are living in Bob's native Great Britain, the USA, France and Thailand.
The eldest reader is Lee, an American lady, 91 years old. Every spring both Bob and I are taking part as guest riders on a 175 km cycle ride organised for and by local government workers.
My guest column is a story about our life on the farm in outback Queensland, Australia. The stays on the farms on the Darling Downs are some of the best and dearest memories of my life.
The story 'By Jove, I Love This Game', has happened a few times. The only difference: three out of five time the guineafowls outsmarted the eagles. So many stories yet to tell . . .
+++++++++++++++++++++++++
By Jove, I Love This Game!
'For Christ's sake mate, why don't ya stay here? Would have been a whole lot cheaper,' said the immigration officer at Melbourne Airport, browsing through my passport, counting a total of twelve entry and exit stamps, six visa over the previous five years.
I always will be a bloody Dutchman, but at the same time I'd like to feel myself a true blue Strine. I've lost count but I must have been Down Under more than twenty times for a accumulated period of over three years. Been there, done that. I'll always go back, I’ll always come back. I love Holland in the summer, I crave for Australia in our winter, their summer.
There are so many things I love about Australia that I could write a guest book for my editor Bob instead of a column. Alas, no time, this time, maybe later.
For now, let's talk about the amazing, fantastic birds down there. About a big bird: the majestic wedge-tailed eagle.
Almost every day I see buzzards in Holland, on poles along highways. Big birds, but a wedge-tail could easily have a buzzard for breakfast.
They've got one problem: they are slow starters. Taking off like an overloaded 747 on a long runway.
At night kangaroos love to take a nap on the bitumen roads in the outback. On chilly desert nights the asphalt is warm and comfy. It's the main reason for a lot of road kills. Gigantic road trains thunder over the highways, crushing roos like limos flatten cats. The drivers don't even notice.
All those dead roos mean a free brekkie, brunch or dinner for the eagles. Most farmers call them eaglehawks, or hawks, which they are not. Feasting on roo carrion is easier than hunting, saving precious energy in the heat of the desert. In the heat you don't see the horizon when you’re speeding over a highway. The air is trembling, dust blows over the road. Suddenly there's a wedge-tail desperately trying to fly away from a dead roo, often too late.
A real pity, more so because they are such smart hunters.
We've often admired their hunting skills om Corowa I and II, the Outback farms in Queensland where we worked and lived almost every year between 1995 and 2009.
Tom Leahy keeps his peacock, chooks and guineafowls inside at night. Too many foxes, snakes and goanna's, always looking for an easy kill. At dawn Tom opens the gates so they can forage on the farm.
Guineafowls are beautiful and funny birds. Quiet and relaxed sometimes, most of the time busy, every once in a while seized by demons. The whole bunch can stampede in an instant, screaming and shrieking, running faster than the devil, some of them killed, breaking their necks against a tree or a fence. An instant later, all is quiet and peaceful again.
At noon, in the heat of the day, the guineafowls are in the shadow of the giant thorny pine tree in the meadow in front of the veranda.
The wedgies know. Be quiet. Look. They are there, somewhere. They will come, tiny specks, high in the air, the sun behind them.
They know when the fowls are resting under the pine tree, when the farmers are taking a nap.
The eagles come closer. Three of them this time. Two adults, and an offspring that has killed its own brother or sister to become the lone survivor.
The young eagle knows he has to stay aloft. The father, the largest one with over two meters wingspan, gently touches down in the dust, ten meters from the tree.
The game begins.
Fear stiffens the guinea fowls. They always look completely brainless in everything they do, but for now they sit and wait. They know they are safe as long they stay under the pine branches. The eagle knows he can’t get under there, his wings would be caught and pinned by the thorns.
The fowls all know that the one who takes a run, is doomed. It's a mental game. Nobody loses if nobody moves. Nobody wins as long as nobody moves.
The eagle on the ground tests the nerves of the fowls, waiting for one to snap. He is a bad walker, his big claws are made for killing. He moves as if he's doing an audition for The Ministry of Scilly Walks. His enormous wings spread out he waddles slowly to the tree, like a drunken ballerina, with his intense piercing looks.
This time all fowls snap at the same instant, succumbing to the piercing stare of his breathtakingly beautiful eyes. Suddenly, all together, they shriek, scream, run and try to fly in all directions.
The eagle on the ground can't do anything. He can’t run. In the time it would take for him to become airborne again, the fowls would be safely somewhere else.
No worries. He knows the kill will be taken care off by his mate. Thundering from above comes the female eagle, a cruise missile fixed on its target.
The chosen fowl is killed by the blow of the impact even before the deadly claws close. Feathers flying everywhere, like an exploding pillow. The eagles scream in triumph, earpiecing shrieks, fowls panicking in all directions.
In the master bedroom Tom Leahy is being rudely awakened from his daily siesta. By Pam, shouting on top of her lungs: 'Goddammit Tommy, wake up. Get yer bloody gun, the bloody eagles are hunting my bloody chickens. Get moving, Tommy!’
Tom acts as he is moving as fast as he can but he’s in no hurry at all. He loves the majestic eagles and they are a protected species anyway. On the other hand he doesn’t care too much about the bloody fowls. There are always too many anyway. For weeks you don’t see them, breeding somewhere in the bushes. Then they show up with twenty or thirty new chicks. Always way too many bloody fowls.
But Pam loves her chooks and fowls, and Tom knows is useless to argue with a woman. 'You can talk all day mate. But when the sun sets, she’s the one who’s right. Listen. Don’t waste your time.'
More important, he loves this game, and Pam. So he yawns, and shoulders his antique elephant gun, loaded with a bullet as big as a deodorant. The old cannon with the rusty barrel sounds like a salute from the ‘Guns of Navarone’.
The recoil throws him back but Tommy was always a good shot. He made sure the bullet whooshed high over the triumphant eagles, disappearing into the sun once again.
Moments later the deafening sound of the gun echoes back from the the big white ghost gums at the outer edge of the grounds, two miles down the driveway.
Cherised moments, haunting me because they’ll never come back.
Pam knowing, understandig everything, winking at me, laughing good naturedly as her husband, the love of her life, misses his shot.
Tom roaring his familiar victory yell, 'By Jove, I Love this Game Pam. My life, my love, my problem.’
Pam passed away in 2007, a heartbroken Tom sold Corowa last year.
By Jove, I miss the man, I miss Pam, I miss the farm, I miss Australia.
Leon Krijnen November 2011
+++++++++++++++++++++++++++
Bob is born in the district of Kent. It's as far as you can get in the direction of Australia, with your feet still on British ground.
Maybe that's the reason I hear a trace of Strine in his English. Or is it almost East End rhyming slang?
Anyway, Bob provided a list with the English words for some of the Strine ones, as several of the words you may not know are either Australian English or Australian Slang.
Since the 1960’s Australian English/slang is generally known as Strine.
Words in order of appearance.
By Jove = an exclamation used to add emphasis, somewhat old fashioned certainly in American and UK English.
Down Under = Australian ( For the English Australia is at the other side of the world.)
Strine = Australian English or in this case and Australian 'True Blue Strine' = a full blooded Australian
Limo = limousine = large car
Brekkie = breakfast
Chooks = chickens
Goannas = meat eating lizards. Amazing creatures, climb a tree faster than a squirrel, swim faster than Thorpy, dive like a croc.
Snap = in this case ‘losing self control’
Ghost Gums = one of the over 700 different species of the Gum Tree, or Eucalyptus. A Ghost Ghum is a white eucalyptus.
Posted by Leon at 01:15 PM
Als het aan regeringspartij CDA ligt, moeten partners bij elkaar kunnen blijven wonen in een verpleeghuis, ook als een van hen intensievere zorg nodig heeft. Volgens zorg- en dienstverleningsorganisaties in de regio West-Brabant wordt er in de praktijk vrijwel altijd al voor gezorgd dat dat mogelijk is. Maar CDA-Tweede Kamerlid Sabine Uitslag wil dat staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid) bij wet vastlegt dat de keuze bij de cliënten komt te liggen.
Lees verder: Op BN DeStem
Posted by Leon at 11:08 AM

Gerben Karstens (1942) kon heel hard schaatsen, maar nog veel harder fietsen. In de sprint, achter een derny of alleen voorop. Gouden medaille op de Olympische Spelen, zes etappes in de Tour de France, waarvan een op de Champs-Élysées. Veertien etappes in de Ronde van Spanje, tientallen overwinningen.
Nadat hij in 1980 stopte als professional, begon Kapitein Karst te varen. In de jaren daarna voer hij meer dan 75.000 mijl over meer dan zeven zeeën. Nu heeft hij voor het laatst aangemeerd. Het zeewaardig jacht is verkocht. De landrot die zeeman werd staat weer met twee benen op de grond. Of zit weer op de fiets.
Lees verder: De renner die zeiler werd
Foto's Johan van Gurp: De Karst.
Pdf's uit Spectrum: cover, linkerpagina, rechterpagina.
Posted by Leon at 02:52 PM

Het feest van motorclub Booz'em, in een zaal van Het Tapperijke in Hoeven, is zaterdagavond zonder problemen verlopen.
Een woordvoerder van de politie zei zondagmorgen geen bijzonderheden over het feest vernomen te hebben. Gastheer Kees Broos van het feestlokaal noemde het "een probleemloos en gezellig feest" en zei dat zijn zaal na een party nooit zo netjes is achtergelaten.
Lees verder: Een 'gewoon feest'
Posted by Leon at 10:19 AM

Aad van den Heuvel overhandigde donderdagavond op de KMA in Breda het eerste exemplaar van zijn nieuwe thriller De Vuile Bom aan Marco Kroon.
Aad van den Heuvel (1935) is 35 jaar ouder dan Marco Kroon (1970). De eerste is een gelouterd verslaggever en anchorman, een lange carrière achter zich.
De ander de tot nog toe meest besproken Nederlandse militair van deze eeuw. Kroon heeft weer een nieuwe carrière voor zich na een periode waarin Van den Heuvel zich af en toe geschaamd heeft voor zijn vak, en sommige collega’s.
Allemaal geweest.
Kapitein Kroon blijft in het leger en zit in een sollicitatieprocedure als compagniecommandant. Van zijn kroeg in Den Bosch neemt hij over een goede maand definitief afscheid en in de horeca zien ze hem nooit meer terug: „Dat is niets voor mij.”
Volgens Van den Heuvel heeft Kroon geen model gestaan voor de hoofdpersoon, al zijn de acties in de eerste hoofdstukken volgens Kroon wel levensecht. Hij heeft het boek afgelopen maandag en dinsdag in twee lange rukken uitgelezen. „Terwijl ik toch geen lezer ben. Het heeft me gegrepen. Heel spannend. De eerste hoofdstukken zouden echt gebeurd kunnen zijn. Daarna wordt het een beetje James Bond. De hoofdpersoon voert nogal wat individuele acties uit en dat is nou juist niet wat je in een oorlogssituatie doet. Dan ben je altijd op je maten aangewezen en doe je alles samen.”
Aad van den Heuvel is niet alleen geïnteresseerd in heldendom, maar ook op de manier waarop sommige mensen daarop reageren. Zelf is hij meerdere malen in oorlogsgebieden geweest. Daar heeft hij geleerd „dat ik geen held ben”.
Hij noemt een paar voorbeelden op die hem tijdens het proces- Kroon geïrriteerd hebben. „Een verslaggever van Nieuwsuur die aan de officier van justitie vraagt waar het mis gegaan is met de carrière van Kroon. Het commentaar in een krant dat zijn reputatie beschadigd is.”
Zou hij Marco Kroon ook uitgenodigd hebben als het tot een veroordeling gekomen zou zijn? „Dat weet ik niet, maar dat maakte nu niet meer uit.”
Is Marco Kroon vereerd met deze rehabilitatie, na de vrijspraak en de uitnodiging van generaal Petraeus om naar Washington te komen? „Natuurlijk.”
Een held wil hij niet genoemd worden. „Dat is iedereen die naar Afghanistan geweest is. Dat kun je niet in je eentje worden.”
Uitgeverij De Geus: De vuile bom
Google: ISBN 9789044518375
Uitgeverij: De Geus
416 pagina's
Crimezone: De Vuile Bom
Crimezone: Aad van den Heuvel
Wikipedia: Aad van den Heuvel
Wikipedia: Marco Kroon
Posted by Leon at 09:40 AM

Het zal zaterdag tijdens de feestelijke ontvangst van Jak Klijs als kersverse burgervader van de gemeente Moerdijk niet meteen met een hoop kabaal op zijn bordje gesmeten worden. Nou lijkt het ook niet de grootste uitdaging van de opvolger vanWim Denie en interim- puinruimer Jan Mans te worden. U weet wel, Chemie Pack, het dossier dat de komende jaren nog wel eens voor de nodige hoofdpijn bij diverse bestuurders zou kunnen zorgen.
Maar terwijl onder dat dossier hoe dan ook ooit een dikke streep gezet zal worden, is er ook nog zoiets als de bezuinigingen waar iedere gemeente in Nederland en iedere burgemeester mee te maken heeft. In Moerdijk moet 1.6 miljoen euro bezuinigd worden, en daarom zullen alle deelgemeenten hoe dan ook een veer moeten laten.
Dat begrepen de volwassenen onder de ongeveer tweehonderd demonstranten die woensdagmiddag naar het gemeentelijk zwembad Het Buitendiep aan de Grintweg getogen waren ook nog wel.
Maar de boodschap die ze door middel van een symbolische ketting rondom het ondiepe en het diepe verkondigen, was desondanks klip en klaar: „Heren bestuurders, u haalt het geld maar ergens anders vandaan. Dit zwembad moeten open blijven.”
Voorzitter Sietse Maat van de Stadsraad Hart voorWillemstad riep de aanwezigen door een roeptoeter op om het zaterdag hoe dan ook feestelijk en vriendelijk te houden. „De nieuwe burgemeester kan er nou eenmaal niets aan doen, hij heeft de zwembadproblematiek ook maar geërfd.We gaan hem op zijn eerste dag niet meteen lastig vallen met allerlei politieke problemen. Daarom gaan we als duidelijk signaal alle opgehaalde handtekeningen aanbieden aan de fractievoorzitters van de politieke partijen.”
In de de gemeente Moerdijk liggen vier zwembaden. Twee buitenbaden inWillemstad en Zevenbergen, twee binnenbaden in Klundert en Fijnaart. De vier zwembaden worden geëxploiteerd door Sportplaza. Al ruim een jaar geleden stelde het college voor om 500.000 euro te bezuinigen op die gemeentelijke organisatie. Twee weken geleden stelde voorzitter Chris Verschuuren van de Socialistische Partij voor om dan maar de twee buitenbaden - De Bosselaar in Zevenbergen en Het Buitendiep inWillemstad - te sluiten.
„Dat is ons veel te kort door de bocht’, zegt Maat, „we begrijpen ook wel dat er bezuinigd moet worden, maar dan moet je niet meteen gaan roepen dat die zwembaden dichtgegooid moeten worden.”
Maat en actievoerder Pauline Joosten vinden dat er eerst eens gekeken moet worden naar alternatieven. „Zoals het inzetten van vrijwilligers. Als je die in de exploitatie laat participeren gaat het kostenplaatje er misschien heel anders uit zien.”
Ze wijzen er op dat Willemstad een toeristische melkkoe voor de gemeente Moerdijk is. „Willemstad wordt in heel Nederland als een pracht van een toeristenplaatsje in de markt gezet en aangeprezen. Dat is het ook, maar op het gemeentehuis in Zevenbergen vergeten ze kennelijk dat er ook nog mensen wonen. En die mensen willen nu maar één ding: dat ons zwembad open blijft.”
Als Joosten de aanwezigen geïnstrueerd heeft wordt de menselijke ketting zonder ongelukken of natte pakken geformeerd.Waarna alle beschermers van de natte goegemeente hun boodschap nog maar eens luid en duidelijk scanderen: ‘Handen af! Van ons bad!’
Met een ongewisse toekomst was het gisteren in ieder geval de laatste woensdagmiddag van het seizoen seizoen. Zondag staat er nog een leuk festijn op het programma: de Dog Plons.
Aan het eind van de laatste dag van het seizoen is het bad voor de viervoeters vanWillemstad, die dan samen met hun baasjes baantjes mogen trekken.
Gisteren was er al een blonde Labrador die met handen en voeten van de rand van het bad weggehouden moest worden.
Die blafte vrolijk mee: ‘Waf! Poten af van ons bad! Woef!’
Posted by Leon at 10:40 AM
Boy heeft er zin in. Boy heeft er altijd zin in. Boy zijn werk is zijn lust en zijn leven. Boy wil het liefst 24 uur per dag zijn baasje plezieren. Bijvoorbeeld door achter een bal aan te hollen en die terug te brengen naar zijn baasje. Zoals de meeste gezonde honden,tong een halve meter uit de bek. Maar Boy is heel speciaal.
Foto's: Google/bjYbS
De 3-jarige Mechelse herder kent kunstjes die maar weinig honden beheersen. Boy kan geluidlozer dan een mediterende boeddist in een heilige tempel zitten. Met een camera op zijn kop, die de beelden van wat hij bekijkt doorseint naar zijn begeleider Jos van den Berg en adjudant Willy Stevens.
Boy werkt voor de Koninklijke Luchtmacht. Er zijn meer honden die met hun perfecte neus explosieven opsporen. Maar volgens sergeant Jos van den Berg is Boy de eerste hond binnen Defensie die met een camera op zijn kop zelfstandig gebouwen kan afzoeken op explosieven. Of die onschuldig zijn of op scherp staan is de vraag waar een expert zich dankzij de beelden van cameraman Boy vervolgens zonder risico over kan buigen.
Boy doet er intussen, zoals hij van Van den Berg geleerd heeft, het zwijgen toe. Ontwaart zijn neus een van de aangeleerde geuren die hij in zijn hondenhersens opgeslagen heeft, dan gaat Boy heel mooi zitten. Doodstil, met zijn kop, én de daarop met klittenband bevestigde camera in de richting waar iets niet pluis is.
„Op basis van de video die we live op de monitor van het Fido systeem zien, kunnen we in samenwerking met Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) een besluit nemen over de volgende stap in de procedure”, zegt adjudant Stevens. Hij is de man die tijdens een van zijn uitzendingen naar Afghanistan het idee kreeg om de capaciteiten van de explosievenhonden uit te breiden met een camera. Een techniek die nu wereldwijd de aandacht trekt in het net zo kleine als gevaarlijk wereldje van de explosievenruimers.
Dat Van de Berg en Stevens echte hondenmensen zijn, moge geen verbazing wekken. De adjudant heeft er thuis twee. De sergeant heeft momenteel geen hond in huis, maar deelt zijn professionele leven full-time met Boy. Kom niet aan zijn hondje, want dan laat ie ook zijn tanden zien.
Aan de muur van de kantine van de hondenschool op vliegbasis Woensdrecht hangt een foto van de Australische ‘sapper’ Darren Smith en zijn hond Herbie, een kruising tussen een herder en een Australische cattle-dog. Vorig jaar juni zijn ze bij Karin Towt in Afghanistan samen opgeblazen door een geïmproviseerd explosief.
Boy is nog niet mee geweest op uitzending, maar hij is er klaar voor.
Als hij geroepen wordt, staat hij er.
Zonder blaffen. Alert en zwijgend.
Posted by Leon at 09:33 AM

Geografen zijn het er nog niet over eens, maar wat maakt het uit: gisteravond was Chaam even het centrum van de Benelux. Vooruit: van de wereld. Tenminste, volgens meubelverkoper, lijvige levensgenieter en kunstenaar Berry Martens en burgemeester Nuijtens.
Fotoalbum: Acht van Chaam 2011
En wie waren Fränk Schleck, Marianne Vos en Peter Winnen om daar aan te twijfelen? Schleck keek wel even moeilijk toen hem gevraagd werd of hij besefte dat hij met zijn peperdure poten midden in het middelpunt van de Benelux stond. Maar de nummer drie van de Tour de France 2011, de winnaar op Alpe d’ Huez dertig jaar geleden (Peter Winnen) en de winnares van de Giro d’Italia (Marianne Vos) van dit jaar zijn wel gewend om in dit soort situaties op te zitten, breed te lachen en pootjes en handtekeningen te geven aan iedereen die er om vraagt.
Dus speelden ze het spelletje gezellig mee en onthulden ze drie vrolijk gekleurde mannekes op de rotonde voor huize Martens. Martens ontwierp op verzoek van de gemeente een kunstwerk dat het middelpunt van de Benelux markeert. Dat ook Moergestel claimt het middelpunt te zijn kon gisteren de pret niet drukken.
De oudste van de Schleckbroertjes - zijn jongere evenbeeld zonder contract zal vanuit een van de volgwagens lachend toegekeken hebben - is begenadigd met een meer dan gezonde dosis relativeringsvermogen. Dus niet te beroerd om voor de fotograaf zijn mini spierballen even te spannen. Maar die heb je dan ook niet nodig om op de Galibier te winnen, dat doe je met je overigens net zo broodmagere spillebenen.
Het maakt niks uit, want of de Acht nou in het centrum van de Benelux ligt, of ergens op de Noordpool, de Acht zal nooit verloren gaan. De Acht is een van de zeldzame overlevers van een uitstervend soort.
Vroeger had ieder gat, zelfs iedere wijk van een Zeeuwse, Brabantse of Limburgse stad een profronde of wat daar voor door moest gaan. Anno 2011 heb je Stiphout, Boxmeer, Made, Roosendaal, hier en daar nog een omnium of een tijdrit, en vergeef me als ik er nog een vergeet.
Maar daar is de Acht, een zegen voor alle burgemeesters van Chaam, in heden en verleden. Geen hond in Nederland weet waar de gemeente Alphen-Chaam ligt, maar waar ter wereld burgemeester Nuijten terecht mag komen, hij hoeft maar hardop tot 8 te tellen, en hij heeft een mooie avond.
Chaam is de Acht, maar de Acht is ook de nawee van de Nacht, met een hoofdletter. Het elftal pubers dat op de Baarleseweg op een versleten bankstel en een stel krakende keukenstoelen in de volle zon met de voeten op lege kratten Jupiler de dag door probeert te komen, heeft een zware Nacht van Chaam achter de rug.
De stemming is de hele Nacht stijgend geweest, maar de Nacht begint nu zijn tol te eisen. De oogjes beginnen dicht te vallen, maar gaan nog een keer open, als een paar meiden op racefietsen richting start peddelen.
Waar zangeres Glennis Grace de dames weg zal gaan schieten. De teksten, à capella uit de schorre kelen, zijn hier niet voor herhaling vatbaar, maar vooruit, zelfs de dames op de racefietsen kunnen er om lachen.
Het hoort bij De Acht, gisteren het centrum van de Benelux.
En de wereld.
Posted by Leon at 01:59 PM

Het ontbijt buiten de deur is hot. Steeds meer ondernemers bieden Koplopers: Hema en Ikea. Pistoletje, plakje kaas, croissantje met jam, gekookt eitje, kuipje dieetmargarine, koffie naar keuze. Voor dat ontbijtje tikt de vriendelijke cassière bij Ikea een euro af. Daar kan je zelf amper een croissant voor uit je eigen oven halen.
Article in PDF
Bij de Zweedse multinational staan de vaste klanten daarom al om kwart voor negen met de neus tegen de draaideur. Niet omdat ze bang zijn dat de eieren of de croissants snel op zijn, maar vanwege landjepik.
Ze haasten zich met zijn tweeën, drieën of vieren de roltrap op, waarna er eentje op de privé-stamtafel duikt en die bewaakt als een Duitser zijn kuil op het strand. De rest schuift op een holletje aan bij de twee buffetten.
Binnen een half uur zijn de enkele honderden zitplaatsen vrijwel allemaal bezet. Bij de Hema staan een dag eerder om 09.00 uur geen hongerlijders tuk op een koopje voor de deur. Maar als we een soortgelijk assortimentje als van de Zweedse koks achterover geslagen hebben, schuift ook daar een rijtje ontbijters aan.
Een muntstuk van één euro routineus op het dienblad gedeponeerd. In Breda is de Hema niet in de buurt van een hogeschool of universiteit gevestigd. In Leiden en Delft wel: daar is de Hema iedere morgen een mensa, bomvol studenten. Waarvan er velen twee maal ontbijt de man scoren.
Onverslaanbaar: een dubbel ontbijt voor de prijs van één biertje.
Wie een Makro-pasje heeft kan daar op zondagmorgen terecht. Twee keer zo duur als bij Hema en Ikea, maar wel met een stuk fruit en vruchtensap.
Alle aanbieders hopen dat het in Nederland dezelfde kant uitgaat als in de Verenigde Staten. Daar werd het ontbijt buiten de deur een jaar of twintig jaar geleden door de fastfoodketens in de markt gezet. Met fenomenaal succes: de omzet van ruim zes miljard dollar in 1996 is anno 2011 vertienvoudigd en zal volgens de prognoses binnen drie jaar naar 83 miljard euro stijgen.
Ook in Nederland een veelbelovende groeimarkt.
Ikea, Hema en Makro worden gevolgd door benzinepompen, meubelzaken, warenhuizen, doe het zelfzaken en tuincentra, waar ontbijt geserveerd wordt. De gemiddelde leeftijd bij Ikea lijkt de pensioenleeftijd niet ver te ontlopen.
Ook veel Belgische auto’s in de parkeerplaatsen, maar ook nog wat ouders of grootouders met kinderen of kleinkinderen.
Zoals opa en oma Rennen uit Rijsbergen met de tweeling Cas en Maud.
Zij zijn geregelde klanten, maar ze zijn blij verrast als ze horen dat de Hema tegenwoordig ook mee doet met de ontbijtrage.
„Echt waar?”, zegt meneer Rennen, „dat wisten we niet. Nou, dan gaan we daar volgende week met zijn allen lekker ontbijten.”

Posted by Leon at 10:21 AM
Elfen en prinsen, engerds en tovenaars, hobbits en vertellers en voorspellers, roofvogels, zwaarden en katapulten, en fantastische bands op het podium. En heel veel regen, op het Fantastyval op landgoed Wouwse Plantage.
Een festival dat er nog fantastischer uit had kunnen zien als Heer Pluvius zich een beetje koest gehouden zou hebben. Wellicht dat de God van de Regen ontstemd was dat hij geen rol mocht spelen in de Lord of the Rings of andere films waarin sprookjes en dromen, sagen en legenden de sfeer bepalen. Op Landgoed Wouwse Plantage had hij de afgelopen twee dagen het hoogste woord. Nat is het woord dat iedereen die op het tweede Fantastyval geweest is, als eerste te binnen schiet.
Dat was opnieuw pech voor organisator Elly Stolk uit het Zeeuwse Kats, die eerste editie van Fantastyval, half oktober 2009, ook al met niet al te beste weersomstandigheden te kampen had.
„Maar in oktober is dat niet zo gek”, aldus Stolk, gekleed in spijkerbroek en laarzen. Lachend: „Ik heb nog even overwogen om mezelf ook te verkleden, maar dat past niet bij mij.” Wijzend op haar laarzen: „en die zijn het weekeinde goed van pas gekomen.”
Twee jaar geleden had Stolk de eerste editie ook in de zomer willen organiseren.
„Maar toen wilden we niet te dicht op de Elf Fantasy Fair in Arcen zitten. Bovendien was hier al een zomerfair en omdat er mensen op het landgoed wonen kan hier ook maar een beperkt aantal evenementen gehouden worden. Maar ja, je ziet dat je in de zomer ook geen garantie hebt.”
Zodat er ook op de tweede editie geld toegelegd moet worden. Net als in oktober 2009 trok het Fantastyval om en nabij de 6000 bezoekers, terwijl er op 12.000 gemikt was.
„En de kosten blijven even hoog”, aldus Stolk, „de artiesten komen niet voor niets, en de gages moeten betaald worden.”
Goed nieuws voor de aanwezigen én de thuisblijvers: er komt gegarandeerd een derde editie. „Dit is een evenement dat moet groeien. Ik zie het als een investering in de toekomst.”
Soppend door het doorweekte gras en de modder op Landgoed Wouwse Plantage valt de verscheidenheid in de beleving op. Er zijn er bij voor wie het een soort zomercarnaval lijkt te zijn, met de traditionele grappen en grollen. Maar er zijn ook prachtig verklede deelnemers die hun act kennelijk bloedserieus nemen en betekenisvol zwijgen en je doordringend aankijken als je vraagt wat het is, of waar het om gaat.
Kleine jongetjes slaan vol enthousiasme hun houten zwaard tegen een blinkend exemplaar van anderhalve meter, waar een levensgrote ridder ze plagend mee uitdaagt. De splinters vliegen in het rond, waarna ze beteuterd de schade aan hun eigen wapen taxeren.
Intussen staan er geweldige bands op het podium met een verrassend repertoire. The Old Firm bijvoorbeeld, Zeeuwen die met een aanstekelijk enthousiasme daverende Schotse en Ierse folkrock spelen. The Dolmen, nog zo’n band die daar staat als een huis, met middeleeuwse muziek gearrangeerd als rock. En Kingfisher, dat van rock, soul, klassiek en folk een hartverwarmende potpourri maakt.
Zondagmiddag, als de regen weer met bakken begint te vallen, staat daar Irfan, uit Bulgarije. Met zangeres Denitza Seraphimova. Met een stem waarmee ze in haar eentje de naam van het festival waarmaakt. Nou nog een beetje zon de volgende keer, dan komt het wel goed.
Posted by Leon at 04:45 PM
Commerciële opdrachtgevers, agenten van magazines en persbureaus staan voor haar in de rij, vechtend om haar diensten. Marielle van Uitert zou een leven vol glamour en gemak kunnen leiden. Met blanco cheques voor fotoreportages over mooie dingen, in veilige landen, de vijfsterrensuites vergoed, de limo met chauffeur gereed. Maar Marielle kiest voor mensen die klem zitten in de hel.
Fotoalbum: bndestem/bbb
Krant: Cover, linkerpagina, rechterpagina.
Website Marielle van Uitert: paralleluniversum.nl
Mooi, schoon en veilig is niks voor Marielle, te saai, te vervelend. Marielle is gek op echte mensen. Die knallen van haar foto’s af, soms opgewekt, maar vaker het lachen voorgoed vergaan.
Marielle gaat naar de mensen die de kans moeten krijgen om hun verhaal te vertellen, hun leven te laten zien. Maakt niet uit waar. Soms dicht bij huis, zonder gevaar voor lijf en leden. Roma straatmuzikanten in Den Bosch, het leven van Annie van Brakel uit Gameren, krakers in Breda. Maar meestal in uithoeken van de wereld waar de deur van de hel open staat en duivels regeren. Waar, zoals in alle oorlogen en gewapende conflicten, de onschuldigen de klos zijn. Of waar moeder natuur voor duivel speelt. Irak met de 82nd Airborne, Hebron, de Centraal Afrikaanse Republiek, Rwanda, Sri Lanka na de tsunami. Paktika, Kabul, Uruzgan, Kandahar en de Balichi Vallei. De plaatsen in Afghanistan waar ze embedded én unembedded haar werk deed, met gevaar voor eigen leven.
Nachtmerrries
Unembedded bracht ze de gezondheidszorg, of wat daar in Afghanistan voor door moet gaan, in beeld voor Healthnet TPO. Als Marielle weer thuiskomt in Vught bij haar vriendin Cassandra en haar bejaarde hond Victor, slaapt ze veertien dagen slecht. Steevast. „Nachtmerries. Altijd. Het is de terugslag van de spanning, na twee weken zijn ze weg.”
De fotografe die de deur open doet in Vught, terwijl Victor zijn halfdove oren van zijn grijzende kop blaft, lijkt jonger dan haar 37 jaar. Een opgewekte spring-in- ’t-veld die de ene sigaret na de andere opsteekt, en de koffie bij blijft vullen voordat de mok leeg is. Het is een paar dagen na de windvlaag die in Vught bomen ontwortelde en pannen van daken blies. Sommige media hanteerden de woorden ‘ramp’ en ‘oorlogsgebied.’
Bye Bye Bullshit
Misschien een beetje overdreven? Een Engelse krachtterm, een rauwe lach: „Ja, dat is toch niet te geloven. Te veel mensen hier beseffen niet hoe goed ze het hebben, dat we in een fantastisch, veilig land wonen.” We bladeren door haar boek, Bye Bye Bullshit. Een titel die staat als een huis, die blijft hangen, maar wat bedoelt ze ermee? „Staat voor wat we daar achterlaten. Bye Bye Bullshit betekent dat ik de werkelijkheid daar wil laten zien, wat er gaande is terwijl het doek ging vallen.
Marielle heeft zo te zien een talent om met mensen om te gaan. De werkster wordt met warmte en kabaal omhelsd, telefoongesprekken verlopen volgens hetzelfde stramien en de verslaggever wordt volgepompt met koffie en mini Snickers. „Sorry, koekjes zijn op.”
Gaat dat daar ook zo? „Toen ik embedded was, had ik contact met de militairen en ik heb altijd contact met de mensen. Soms leg ik mijn camera weg om een hand vast te houden en te luisteren. Ik hou van die mensen. Jongens die zich tegen de taliban verzetten terwijl ze weten welk risico ze nemen. Ouders die gezien hebben hoe hun kinderen afgeslacht werden. Jongetjes die hun ogen en hun broertje zijn kwijtgeraakt door een spijkerbom. Mensen die altijd blijven hopen, hoeveel pijn ze kunnen verdragen, hoe ze altijd doorgaan en nooit opgeven. Dat wil ik laten zien, dat moet ik laten zien.”
Afghanistan
Voor Bye Bye Bullshit ging Marielle mee met de laatste missie van de Nederlandse coalitietroepen in Afghanistan. Op patrouille met de Charlie Compagnie Luchtmobiel uit Assen, het Korps Mariniers, het Provinciaal Reconstructie Team en het Police Mentoring Team. Ze werden door de bevolking niet warm onthaald.
„Integendeel. Opvallend hoe de weerstand van de bevolking op de aanwezigheid van de militairen in vergelijking met mijn eerdere bezoeken was toegenomen. Je kunt op mijn foto’s zien dat de kinderen bang geworden zijn, dat ze elkaar beschermen. Onze tolken werden voor ‘Infidel’ uitgescholden.” De lach van Marielle, die met het bladeren door het boek komt en gaat, verdwijnt: „Ga er maar van uit dat die tolken inmiddels allemaal vermoord zijn, of ondergedoken.”
Moeten we, politie of militairen, Nederlanders of NAVO, daar blijven?
„Ik denk dat we er weg moeten blijven. Nederland heeft een mooie opbouwmissie achter de rug. De Afghanen moeten nu de kans krijgen om zelf hun land op te bouwen. Het is niet goed om daar te blijven. Wat we daar ook doen, we bouwen er alleen maar meer weerstand mee op.”
Posted by Leon at 11:25 AM

Fotografe Mariëlle van Uitert (midden) overhandigde woensdag in Afghaans restaurant Mantoe in het hart van de Amsterdamse Jordaan de eerste twee exemplaren van haar nieuwe boek 'Bye Bye Bullshit' aan Sandra Lutchman, bestuursvoorzitter van Amnesty International, en Dick Berlijn, voormalig opperbevelhebber der strijdkrachten.
In het boek brengt Van Uitert in honderd aangrijpende foto's de laatste missie van de Nederlandse coalitietroepen in Afghanistan in beeld. foto Léon Krijnen Zaterdag in de bijlage Spectrum een interview met Mariëlle van Uitert, met foto's uit 'Bye Bye Bullshit'
Posted by Leon at 11:20 AM

Voor iedereen die zich afvraagt waarom mijn zwart-rode Kever Pick Uppie zo lang uit beeld is: hier is het antwoord.
Tot op de laatste schroef uit elkaar, tot op het bot ontleden en helemaal kaal; gestript en gestraald. In Tsjechie, waar ze dat soort werk voor betaalbare uurprijzen doen.
Wie goed kijkt herkent dak, bak en bodem. Wordt vervolgd en komt goed. Planning is zes maanden, dus ik reken op een jaar: mei 2012.
Ik heb Dorus in 1986 gekocht, maar toen was-ie al tamelijk rot. Hij is bij Hot Rod in Doesburg in 1988 voor de eerste keer gerestaureerd en vanaf de bodem opnieuw opgebouwd. Ik denk dat ik er daarna tussen 88 en 2001 iets van 400.000 kilometer mee gereden moet hebben, omdat het toen mijn enige auto was, en ik reed er voor de krant van hot naar her mee. Tennistoernooien plus vakanties naar Belgie, Duitsland, Portugal, Spanje, Joegoslavie, Oostenrijk, Italie, Frankrijk, Engeland en Griekenland.
De laatste tien jaar heeft-ie alleen 's zomers gereden en deed ik de werk en vakantiekilometers in de boodschappenbak, de 300D Automaat, iets ruimer en comfortabeler.
Op naar de volgende wedergeboorte. Hier staat nog een album met foto's uit het rijke verleden van Dorus: Picasaweb/DorusDream

Ter memorie: een foto van zoals Dorus op een aanhanger richting Het Oosten vertrok.
Posted by Leon at 08:40 AM
Leuk hoor: Het Dorpsplein in Terheijden ingepakt en aangekleed.
Posted by Leon at 01:28 PM
Ganzendrijver Johan Engelbert uit Empel is op de Harvest Fair in Wouwse Plantage in zijn nopjes met zijn nog maar anderhalf jaar jonge border collie. „Geweldig hondje, een natuurtalent,” zegt hij. „Zo jong al zo goed, die wordt alleen nog maar beter.”
De bliksemsnelle collie is voor alles en iedereen stokdoof en stekeblind, behalve voor zijn baas. De ganzen lijken het spelletje gewend te zijn. Zodra de demo achter de rug is, zakken ze doodgemoedereerd door de poten en gaan lekker liggen relaxen.
Harvest Fair: de goden verzoeken (pdf)
Posted by Leon at 06:11 PM
Het shirt is zestig jaar oud, brandschoon en gestreken. De man die het draagt, is twintig jaar ouder, maar net zo scherp - van lichaam en geest - als de oranje polo die hij in november 1951 voor het eerst mocht dragen. Het is niet iedereen gegeven om op dezelfde gezegende manier oud te worden als Marinus Apolonia Bennaars. Zeg maar Rinus.
De kleine en taaie mandekker van weleer kan nog steeds een balletje afpakken of aannemen en afgeven. Het is het vak waarmee hij in de jaren vijftig en zestig furore maakte bij Feyenoord en het Nederlands elftal. Hooghouden lukt ook nog wel, in een rondootje met twee getalenteerde balgoochelaars wier leeftijden opgeteld nog niet de helft van Bennaars jaren bereiken.
Een wedstrijdje voetballen heeft hij dit jaar nog niet gedaan, zegt hij, maar zoals zovele ex-profs loopt hij tegenwoordig met veel plezier een rondje op de golfbaan. In 1963, tevens zijn beste jaar bij Feyenoord, speelde hij Pele uit de oefeninterland tegen Brazilië. De wereldster hield het na een half uur voor gezien, maar bijna vijf decennia later is Bennaars te bescheiden om de eer op te eisen.
Met een flonkerende knipoog: "Ik had hem dat eerste half uur goed in de tang, maar Pele stapte in dat soort wedstrijden wel vaker het veld af." De vieve en opgewekte Bennaars was gisteren het kleurrijke hoogtepunt van de derde Ravelijnlezing in Bergen op Zoom. Die stond in het teken van (top)sport en hoe Zeeuwse, Brabantse en Vlaamse delta daar een positieve rol in zou kunnen spelen.
Ondervraagd door ex-basketballer en dagvoorzitter Jos Kuipers deed Bennaars een boekje open over het semi-professionalisme van zijn tijd. "Na het werk met de stoomtrein twee keer in de week naar de training in Rotterdam. De laatste trein terug ging niet verder dan Roosendaal, dus ik moest altijd zorgen dat iemand me daar op kwam halen."
Met alle respect voor de palmares van de oude rot, maar daarmee kom je er tegenwoordig niet meer, volgens Herman Kruis, hockeycoach en directeur van het Johan Cruijff College in Roosendaal. "Minimaal twintig uur trainen in de week, maar dan moet je wel op de lagere school als talent ontdekt zijn."
Jacques Sys is hoofdredacteur van het Belgische Sport/Voetbalmaga- zine. Hij schetste een somber beeld van het topsportbeleid in zijn land. "Dat is er niet, geen visie, geen beleid, geen geld. Het is dus niet gek dat Nederland bij de Olympische Spelen zestien medailles haalt en Belgie twee."
De laatste spreker was Ron Franken, voorzitter van Topsportcentrum Delta en voorzitter van ROC West-Brabant. Hij had een mooie anekdote voor Rinus Bennaars. "Ik lag in de wieg op de tribune, dus ik herinner me er helemaal niets van, maar ik was er wel bij, dankzij mijn voetbalgekke ouders." Tegen Bennaars: "Maar ik denk dat jij er toen wel van genoten moet hebben. Ajax-Limburgia, 0-5, dat was feest in Limburg en in Rotterdam."
Natuurlijk wist Bennaars dat nog, net zoals hij de opstelling van het grote Feyenoord van 1963 in de memorabele wedstrijden tegen Reims en Benfica uit zijn hoofd opdreunt. Hij is een van de laatst levende Mohikanen van dat team, maar hij gaat nog trouw naar iedere reünie in Rotterdam-Zuid. "Want Feyenoorder", lacht hij, "dat blijf je voor het leven."
Posted by Leon at 04:47 PM

Reliwiki is een website die gewijd is aan het religieus erfgoed in Nederland. Drie jaar geleden gelanceerd in het Jaar van het Religieus Erfgoed, heeft Reliwiki alle kerken, kloosters, moskeeën, synagogen en tempels geïnventariseerd, digitaal in beeld gebracht en toegankelijk gemaakt. Bijna 80.000 foto’s zijn al door gebruikers aan de site toegevoegd, die iedere maand ruim 40.000 bezoekers trekt. -
Projectcoördinator van Reliwiki, architectuurhistoricus GerhardMark van der Waal, bracht het grootste gedeelte van zijn leven door in Zuid-Afrika. Nu woont hij in Oudenbosch, van waaruit hij Reliwiki en de ruim 750 aangemelde vrijwilligers aanstuurt.
Van der Waal had geen historische binding met Oudenbosch, en zijn kinderen en kleinkinderen wonen elders in Nederland. Hij heeft Oudenbosch gekozen vanwege de ligging. “Goede verbindingen met de Randstad, midden-Nederland en het zuiden.” Naast de geografische liggingen blijken twee verrassende overwegingen ten grondslag een rol te hebben gespeeld bij het kiezen van zijn woonplaats. Zonder een spoor van ironie: “Oudenbosch ligt op twee meter boven zeeniveau.” Vervolgens met een brede armzwaai geestdriftig wijzend op het imposante gebouw achter hem: “en de Basiliek natuurlijk.”
De Oudenbossche Koepelkerk, gedoopt naar de heilige Agatha en de heilige Barbara, is uiteraard onderwerp van een uitgebreide wiki op reliwiki.nl, de website waarin GerhardMark van der Waal ziel en zaligheid gestoken heeft. Zolang hij het nog op kan brengen, want hij moet ook aan zichzelf denken. “Ik moet tussen de bedrijven door mijn oude dag zien te financieren,” zegt hij, “want uit Zuid-Afrika trek ik straks geen pensioen en voor de bepaling van de hoogte van AOW tellen alleen de jaren mee die ik Nederland heb doorgebracht. Dat zijn er niet zoveel.”
Van der Waal vertrok in 1954 naar Zuid-Afrika. “Op het schip de Bloemfontein. Ik was zes jaar, mijn vader werd als predikant geroepen om daar te gaan werken.” Hij groeide op in Pretoria, en promoveerde in 1986 op een proefschrift over de geschiedenis van de architectuur op het dat moment 100-jarige Johannesburg. “Johannesburg is in 1886 gesticht op basis van een stratenplan nadat er enkele jaren eerder goud gevonden was.”
Na de vrijlating van Mandela maakte Van der Waal deel uit van de Vredescommissie van bisschop Desmond Tutu. “Dat was de commissie die voorbereidend werk deed voor de Waarheids- en Verzoeningscommissie.”
De belangrijkste reden voor zijn remigratie naar Nederland is dat zijn kinderen er gingen wonen en werken. Al speelde de verkiezing van Thabo Mbeki tot president in 1996 ook een rol. “Ik geloofde helemaal in de gelijkheidsbeginselen van Mandela. Maar met Mbeki kwam onzekerheid, die gaf teveel toe aan de macht van de multinationals in Zuid-Afrika. Vanaf toen begonnen we te denken aan een terugkeer naar Nederland.”
GerhardMark en zijn vrouw remigreerden in 2001. Na een mooie wetenschappelijke carrière in Zuid-Afrika moest hij hier weer opnieuw beginnen. Zijn eerste baan was een tijdelijke aanstelling bij de Directie Cultureel Erfgoed van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Met als opdracht om het gehanteerde beleid ten aanzien van monumenten tegen het licht te houden. Hij concludeerde dat er in Nederland weliswaar een lijst van ruim 60.000 rijksmonumenten bestond, maar dat de overheid er zelf, behalve het samenstellen, weinig tot niets mee deed.
”Volgens mij moet de overheid veel meer samenwerken met de eigenaars van de monumenten. Al die monumenten zouden op de een of andere manier een functie moeten krijgen waar de samenleving iets aan heeft. De overheid dwingt de eigenaar van een monument aan de ene kant om allerlei dingen te doen, en legt hem aan de andere kant allerlei beperkingen op. Terwijl de overheid zo iemand juist zou moeten prikkelen en inspireren, en hem ideeën en gereedschappen aan zou moeten reiken.”
Hij vreest dat het alleen maar erger zal worden de komende jaren. “In de nieuwe monumentenwetgeving zie ik mijn ideeën niet terug.
Eigenaren worden nog meer aan hun lot overgelaten. Zeker nu er binnenkort geen vergunningplicht meer is bij kleinere verbouwingen, waardoor de welstands- en monumentencommissie daar geen rol meer speelt.”
Reliwiki heeft ook met de nodige problemen te kampen. Het initiatief, met als belangrijkste kosten aansturing, hosting en dataverkeer, werd sedert 2009 financieel gesteund door het Nationaal Restauratiefonds en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. ”Maar die steun wordt nu afgebouwd, waardoor de toekomst onzeker is,” zegt Van der Waal. Eind vorig jaarheeft hij een stichting opgericht die de Reliwiki veilig moest stellen. In de korte tijd van één jaar dat de subsidie helemaal afgebouwd is, konden geen nieuwe kostendragers gevonden worden.
Een stichting oprichten is zo gebeurd, daarna begint het werk pas. Ook dan blijf je afhankelijk van de tijd die het bestuur er in kan en wil steken, en van de inzet van vrijwilligers."
De inzet van de vrijwilligers is volgens Van der Waal onbetaalbaar. Het zou de overheid zelf miljoenen kosten om de gegevens te verzamelen en actueel te houden. Dat besef leeft niet in Den Haag.
Met de bezuinigingen bij de overheid in 2002 na de internet bubble, verviel ook de tijdelijke aanstelling van Van der Waal. Sinds 2003 is hij ZZP’er. “Ik coördineer als zelfstandig adviseur allerlei mogelijke projecten die iets met cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit te maken hebben.”
Op die manier is hij ook bij Reliwiki betrokken geraakt, maar dat kan hij zonder financiering niet meer blijven doen. “Ik wil wel, maar de schoorsteen moet blijven roken. Helaas verkeer ik niet in de positie dat ik er de tijd in kan blijven steken die nodig is.”
Reliwiki is in 2008, het Jaar van het Religieus Erfgoed, gelanceerd.
Doel is alle kerken, kloosters, moskeeën, synagogen en tempels digitaal in beeld te brengen en de kennis erover te laten groeien.
Basis was de Inventarisatie Kerkelijke Gebouwen in Nederland, opgezet door Jan Sonneveld en bijgehouden met medewerking van informanten
(‘Kerkenverzamelaars’) die nu vooral meehelpen om Reliwiki te laten groeien.
Iedereen kan zich aanmelden als bijdrager aan Reliwiki en daarna documenten en beelden uploaden en bewerken.
Reliwiki heeft een ANBI status, zodat giften fiscaal aftrekbaar zijn.
Kijk zelf op Reliwiki.nl hoe de kerken die u kent erbij staan. Heeft u interessante informatie of foto’s, dan kunt u die er makkelijk op kwijt.
Posted by Leon at 10:37 AM | Comments (0)

Volgens de initiatiefnemers was het een Europese primeur: een trein die een ritje maakte op zonne-energie. Gevuld met media en genodigden reed hij gisteren op en en neer tussen Antwerpen Centraal en Brecht. Ter gelegenheid van de officiële ingebruikname van de zonnetunnel.
Vanuit vogelvlucht lijkt het een rivier van glas: 16.000 zonnepanelen op het dak van de treintunnel naast de E19. IJs en weder dienende zal het drienëenhalve kilometer lange dak volgens de berekeningen per jaar gemiddeld 3.300 megawatt stroom opwekken.
Om die hoeveelheid in perspectief te zetten: dat is een hoeveelheid die overeenkomt met het jaarverbruik van een gezin of duizend. Tevens de hoeveelheid stroom alle treinen in België op één dag verbruiken. Het aanleggen van de fotovoltaïsche panelen op het dak van de tunnel heeft bijna 16 miljoen euro gekost.
De initiatiefnemers hadden na het schitterende weer van de afgelopen weken geen beste dag geprikt voor hun feestje. Gezien de bewolking en de buien is de vraag of er genoeg stroom werd opgeleverd om de verlichting in de perstrein brandend te houden, maar dat mocht de pret niet drukken.
Vertegenwoordigers van Infrabel, Enfinity, de gemeenten Brasschaat en Schoten, en investeerders Finea en Ika somden de cijfers nog maar eens op voor de tientallen televisieploegen en journalisten die gisteren heen en terug gingen van Antwerpen Centraal naar ststion De Noorderkempen in Brecht.
De 16.000 zonnepanelen op het dak van de HSL beslaan een oppervlakte van 50.000 vierkante meter,een voetbalveld of acht. "Dit project zorgt voor een vermindering van 2400 ton CO2 per jaar", aldus Chloé van Driessche van Infrabel.
Ze legt uit dat de HSL-tunnel naast de E19 gebouwd werd om de overlast van de hogesnelheidstrein op nataurgebied Peerdsbos te beperken.
"Pas toen de tunnel klaar was onstond het idee om het dak te gaan gebruiken voor het opwekken van stroom." In de twee financieringsmaatschappijen participeren de stad Antwerpen, de vijf deelgemeenten van de Sinmjorenstad en 48 andere gemeenten uit de Kempen en de provincie Antwerpen. Aandeelhouders krijgen een gedeelte van hun investeringen terug via groenestroomcertificaten en premies de door het Vlaams Gewest worden uitgekeerd.
Stroom van het voltage dat treinen nodig hebben kan niet in accus kan worden opgeslagen. Daarom wordt de stroom die door de zonnetunnel opgewerkt wordt altijd rechtstreeks aan het net van Infrabel gevoerd. Maar hoe weet de reiziger op welke stroom zijn trein rijdt?
Van den Bossche: "De reiziger merkt daar uiteraard niets van. Maar omdat we de hoeveelheid stroom die door de zonnetunnel opgewekt wordt niet van een andere producent meer af hoeven te nemen merken wij het wel. We betalen immers minder aan klassiek opgewekt stroom, terwijl we daardoor minder CO2 uitstoten.
De door de zonnepanelen opgewekte stroom wordt niet alleen voor het rijden van de treinen gebruikt, maar ook voor de infrastructuur, zoals de seininstallaties en de wissels."
Posted by Leon at 10:30 AM | Comments (0)
Christiaan Snouck Hurgronje, geboren in Oosterhout, was in 1884 de eerste westerse fotograaf in Mekka, de heilige stad van de islam. In 1888 publiceerde hij een aantal van zijn foto’s en werd daardoor op slag wereldberoemd. Nu is er een boek over Snouck Hurgronje, van de hand van kunsthistorica Durkje van der Wal, met nooit eerder vertoonde foto’s.
Snouck Hurgronje werd bij zijn dood in 1936 alom geprezen als de grootste islamoloog aller tijden.
Hij werd geboren in Oosterhout, maar daar is niets te vinden wat aan hem herinnert. Ook niet in Breda, waar hij op het Rijks aan het Kasteelplein zijn hbs-diploma behaalde.
Afgestudeerd in Leiden in de theologie en semitische talen, publiceerde hij als 23-jarige het proefschrift Het Mekkaanse Feest. Het was een studie naar de Hadj, de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka, verplicht voor alle gezonde en volwassen moslims die over voldoende geld beschikken. In Mekka mogen alleen moslims komen.
In 1884 bekeerde Snouck zich daarom in Djedda tot de islam, liet zich voor de zekerheid besnijden en ging daarna als onderzoeker naar de heilige stad. Met een beurs van 1.500 gulden van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, waarvan hij 600 gulden aan foto- apparatuur besteedde – een kapitaal in die tijd.
Snouck Hurgronje was niet de eerste westerling in Mekka. Tussen 1503 en 1885 bezochten, voorzover bekend, slechts vijftien mannen uit westerse landen de heilige stad van de islam. Snouck was wel de eerste westerling die er foto's maakte. Hij publiceerde er een aantal van in Mekka, Bilder-Atlas en Bilder aus Mekka. Sãdic Bey was een moslim die enkele jaren eerder de eerste foto in Mekka maakte. Met deze twee publicaties werd Snouck Hurgronje op slag wereldberoemd, maar ze bevatten maar een gedeelte van alle foto's die hij in Mekka maakte.
Kunsthistorica Durkje van der Wal (1974) diepte uit de archieven van de universiteitsbibliotheek in Leiden een schat aan beelden op in het kader van haar academische onderzoek naar het verhaal achter de foto's van Snouck. Een aantal nooit eerder gepubliceerde foto's staan nu in haar boek The First Western Photographer in Mecca, 1884-1885. Het is de neerslag van een onderzoek, maar het leest als een avonturenroman.
De sfeer die Van der Wal weet op te roepen, doet onwillekeurig denken aan Lawrence of Arabia. Het leven van Snouck Hurgronje schreeuwt om een roman en een film over zijn leven. "Maar dat ga ik niet doen", zegt de van oorsprong Friese onderzoekster in haar woonplaats Amsterdam.
"Ik ben kunsthistorica. Mijn onderzoek heeft zich alleen maar gericht op de reis van Snouck naar Mekka en op de manier waarop zijn foto's tot stand zijn gekomen. Misschien dat iemand anders zich geroepen voelt."
Met kennelijke bewondering: "Stof genoeg hoor. Snouck was me wel een mannetje."
Zijn vader ook. Die was predikant op Tholen en werd uit het ambt gezet toen bleek dat hij de dochter van een collega bezwangerd had. Dominee Snouck liet vrouw en kinderen in de steek en ging er met zijn jonge geliefde vandoor, naar Frankrijk, waar ze nog twee dochters kregen. "En dat in die tijd", zegt Van der Wal. "Je kunt je voorstellen dat het op Tholen enige opschudding tot gevolg had." Pas tien jaar later, nadat zijn ex overleden was, kon Snouck Hurgronje sr. met zijn geliefde trouwen. Ze keerden terug naar Nederland en kozen domicilie in Oosterhout, waar Christiaan een jaar later werd geboren.
Van der Wal legt uit dat het bezoek van Christiaan Snouck Hurgronje aan Mekka plaatsvond op verzoek van de Nederlandse regering. "In die jaren werden de eerste grote continentale zeereizen mogelijk op passagiersschepen. Daardoor konden miljoenen moslims de reis naar Mekka gaan maken. Ook uit Nederlands-Indië. Het baarde de Nederlandse regering zorgen dat een gedeelte van die gelovigen bij terugkeer geradicaliseerd bleek te zijn. Gekleed in witte jurken en getooid met baarden kwamen ze terug."
Het boek, uitgegeven door het Rijksmuseum en mogelijk gemaakt door het Manfred & Hanna Heiting Fonds, is vooral een kunsthistorische reconstructie van de manier waarop de foto's tot stand zijn gekomen. Nog meer dan de foto's zelf heeft Durkje van der Wal als bronnen de briefwisselingen tussen Snouck en zijn contacten in Djedda, Mekka en Nederland gebruikt.
"De fotografie was nog maar vijftig jaar daarvoor uitgevonden. De techniek stond nog in de kinderschoenen. Alleen de hitte al was een groot probleem. Snouck moest te allen tijde zien te voorkomen dat zijn chemicaliën en de emulsies op de glasplaten verdampten. Maar ook de logistieke omstandigheden waaronder hij fotografeerde, zorgden voor problemen."
Omdat Snouck niet zeker wist of hij op straat mocht fotograferen, maakte hij zelf een camera waarmee hij in het geheim door een knoopsgat kon werken. Op die manier kwam de unieke foto van de heilige Ka'aba (de zwarte kubus, het heiligdom van de islam in Mekka, LK.) tot stand. "Het is de eerste foto ooit van de Ka'aba die genomen is vanuit de Al-Masjid al-Haram, de Grote Moskee. Snouck heeft daarvoor een soort van revolvercameraatje gebruikt, waar een glasplaatje in ronddraaide. Daar kon hij zes opnames achter elkaar mee maken zonder dat hij de glasplaat hoefde te verwisselen."
Snouck Hurgronje heeft niet alle foto's zelf gemaakt. "Hij werd geholpen door Abd al-Ghaffar, een arts. Die was als fotograaf minder verdacht dan een westerse moslim." De dokter maakte ook een aantal staatsieportretten op verzoek van Snouck en een groepsfoto waar Snouck ook op staat. Abd al-Ghaffar is ook de naam die Snouck in zijn latere leven zelf zou gaan gebruiken in zijn contacten met moslims in Atjeh. Niet als eerbetoon aan de arts die hem in Mekka had geholpen. "De naam betekent 'Dienaar van de Alles Vergevende'. Het is in de Arabische wereld een nog steeds heel veel voorkomende naam."
In 1885 moest Snouck Hurgronje Mekka en Saoedi-Arabië halsoverkop verlaten. "Frankrijk en Duitsland probeerden destijds om in het bezit te komen van de 'Steen van Tayma', een Arabische uitvoering van de 'Steen van Rosetta'. Snouck had er niets mee te maken, maar hij werd er door de Fransen van beschuldigd dat hij achter de steen aan zat. De autoriteiten konden zijn veiligheid na publicatie in Franse en Duitse kranten niet meer garanderen."
Snouck koos ook eieren voor zijn geld; hij zat er niet op te wachten dat in Nederland bekend zou worden dat hij tot de islam bekeerd was. En al helemaal niet dat men er achter zou komen dat hij op de slaven- markt een meisje uit Ethiopië gekocht had, 25 jaar nadat de slavernij in Nederland was afgeschaft.
Van der Wal: "Hij had haar niet als zijn vrouw gekocht, maar weloverwogen, in zijn streven naar integratie in de Mekkaanse society. Alle notabelen hadden nou eenmaal slaven. Zo dacht hij meer vertrouwen te kweken."
Het vertrek was zo inderhaast, dat de moslim Snouck zelf de Hadj, die hij had willen fotograferen, niet meer mee kon maken. Zijn dure apparatuur moest hij achterlaten. Dat bleek een geluk bij een ongeluk. Dokter Abd al-Ghaffar ging door met fotograferen, per post geïnstrueerd door Snouck, en zou hem nog ruim 250 foto's nasturen.
Naast de zesdelige foto van de Ka'aba, is die van de grot van Thawr, waar de profeet Mohammed zich drie nachten verscholen zou hebben, uniek. "Die heeft Abd al-Ghaffar gemaakt voor Snouck. Dat weten we in dit geval zeker vanwege de tekst die er in het Arabisch op gekalligrafeerd is. Die rots is niet veranderd. Tik de naam maar eens in op Google of op YouTube. Maar dit is wel de oudste foto, de eerste foto die ooit van die plek gemaakt is."
Lyrisch is ze over de foto van de Jabul Nur, die ze een waar kunstwerk noemt. "Die zal de krant wel niet halen omdat hij zo bleek is, of omdat er zo weinig op staat. Maar daarom vind ik het juist zo'n prachtige plaat."
'The First Western Photographer in Mecca, 1884-1885', Durkje van der Wal, uitgeverij Rijksmuseum Studies in Photography. ISBN: 9789071450327, 22,95 euro.
Christiaan Snouck Hurgronje
1857: Christiaan Snouck Hurgronje wordt geboren in de Heuvelstraat in Oosterhout.
1870: Gaat naar de Rijks-HBS in Breda.
1880: Promoveert op 23-jarige leeftijd in Leiden op zijn proefschrift 'Het Mekkaanse Feest'.
1884: Vertrekt naar Djedda, laat zich besnijden en wordt moslim, en reist door naar Mekka.
1885: Wordt uitgewezen, verlaat Saoedi-Arabië met achterlating van alle foto's en aantekeningen.
1888: Publicatie van zijn reisverslag 'Mekka', waarmee hij in de universitaire wereld naam maakt.
1890: Huwelijk in Nederlands- Indië met de dochter van een rijke inlander. Ze krijgen samen vier kinderen.
1890-1906: Reizen door Atjeh, gesprekken met en onderzoek naar moslimfanatisme.
1898: Naaste medewerker van generaal Van Heutz. Mede door de adviezen van Snouck Hurgronje keren de kansen in de Atjeh-oorlog.
1903: Tweede huwelijk met een Indische vrouw. In 1905 krijgen ze een zoon.
1906: Snouck Hurgronje keert terug naar Nederland en verbiedt zijn twee Indische families om nog contact met hem op te nemen. Hij trouwt voor de derde keer, in de protestantse kerk in Leiden en krijgt nog een dochter, Christien.
1936: Snouck Hurgronje overlijdt in Leiden.
‘The First Western Photographer in Mecca, 1884-1885’, Durkje van der Wal, uitgeverij Rijksmuseum Studies in Photography.
ISBN: 9789071450327, 22,95 euro.
Posted by Leon at 03:12 PM | Comments (0)

Afgelopen weekeinde heeft een ooi (vrouwelijk schaap) een nakomeling gebaard na door een bok (een mannelijke geit) bezwangerd te zijn. Misschien was de bok bijziend, en het schaap gewoon verliefd. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat er een menselijke grappenmaker met een zucht naar publiciteit aan te pas gekomen is en de natuur met een injectiespuit een handje geholpen heeft.
Hoe dan ook, de boreling heeft de vacht en de hoorntjes van zijn vader overerfd en de kop en staart van ma. Het levendige jong wordt een gaap genoemd. Was zijn moeder een geit en zijn vader een ram dan had het een scheit geheten.
Wie via Google op zoek gaat naar nog meer vreemde kruisingen in de dierenwereld begint aan een amusante reis met bizarre stations. Natuurlijk bestaan er kruisingen tussen een chihuahua en pitbull, of van een teckel met een sint bernhard.
Tot stand gekomen omdat de natuur zijn gang ging, of vanwege fokkers op zoek naar bizarre resultaten. Vanwege hun genetische overeenkomst kan een reu van ieder denkbaar ras nou eenmaal een teef van elk ander ras zwanger maken. Al zullen de afmetingen van de parenden in kwestie - of de maat van de geslachtsdelen - in veel gevallen voor technische dan wel pijnlijke hordes zorgen.
Op hondenforums moedigt men elkaar aan, of is men het woedend oneens. De smaken verschillen kennelijk. Men wordt het niet eens over de geslaagdheid van een kruising tussen een engelse buldog en een patrijshond. Op een forum van liefhebbers van schattige maltezertjes windt men zich hevig over de fokker die een rottweiler met een chi tsu heeft laten paren.
Paarden en vogels; in die werelden variëren de resultaten van prachtig tot bizar. De muilezel, tot stand gekomen vanwege een ontmoeting tussen ezel en paard, is volgens de kenners hét voorbeeld van geslaagde kruising. De koppigheid van de ezel schijnt met de genen niet mee te komen, maar de kracht van het paard wel. Reden waarom muilezel het ideale lastdier is. Overigens, zoals de meeste vreemde kruisingen, onvruchtbaar.
Forums vol paardenliefhebbers die opscheppen over prachtige veulens, resultaat van vrijpartijen tussen Haflingers en Arabieren. Zo mini mogelijke pony’s of miniatuurpaardjes blijken een ware rage te zijn. Helaas hebben we niet kunnen vinden of er ooit pogingen gedaan zijn om iets tot stand te brengen tussen Belgische trekpaarden en minipaardjes, die niet groter dan een tussenmaatje hond zijn.
Een stap verder terug in de evolutietheorie kom je de zorse tegen: het product van het bespringen van een zebra door een paard. Of omgekeerd. Schijnen nogal moeilijk te temmen zijn, als het allemaal klopt wat we daarover hebben kunnen vinden.
In de vogelwereld is van alles mogelijk. Zowel met kleine vogeltjes als enorme roofvogels wordt wat afgekruist, ter meerdere eer en glorie van de fokkers. Qua techniek niet zo moeilijk. Met warmtelampen en pipetjes kan al snel resultaat geboekt door wie een vliegende Frankenstein uit het ei wil laten komen.
We beginnen het overzicht kwijt te raken als er hoefdieren aan te pas komen. Een kama schijnt het resultaat van een passionele ontmoeting tussen een kameel en een lama te zijn. Terwijl volgens het kruispuzzelwoordenboek een lama een kameelschaap is.
Wie er zich in verdiepen wil, gebruik als zoekwoorden ‘hybride dieren’, en probeer daarna eens ‘hybrid animals’. Zoals dat gaat op internet: er zwerft sinds een paar jaar een populaire top-tien van hybride dieren rond. Kruisingen tussen tijgers en leeuwen (ligers of tions), luipaarden en leeuwen, wolven en honden, wilde zwijnen en tamme varkens, ijsberen en grizzly’s, en zelfs dolfijnen en orka’s.
Oh ja, we waren er helemaal niet naar op zoek, maar we komen ze wel tegen: publicaties over pogingen van kruisingen tussen mens en dier. Er zijn diverse wetenschappelijke onderzoeken annex experimenten op dat gebied gaande. In het kader van stamcelonderzoek worden dierlijke en menselijk cellen in één embryo gecombineerd.
Minder bizar dan het lijkt, want vooral ten dienste van het voorkomen en genezen van genetische defecten.
Dus als u denkt dat uw chef de nakomeling is van een ezel: nee, dat kan niet. Dat moet ergens anders aan liggen.

Posted by Leon at 10:17 AM | Comments (0)
Een maillot, muts en polsverwarmers. De schaatser langs de Noordelijke Rondweg in Breda heeft opeens een pakje aan. Wie hem aankleedde, is niet duidelijk. Het lijkt een actie van guerrilla knitters. Wildbreiers die met hun werk de meest uiteenlopende zaken inpakken.
In februari was het nog de beurt aan Artis. Zo'n driehonderd wildbreiers hadden daar, onder leiding van jeugdboekenschrijfster Francine Oomen van alles voorzien van een gebreid jasje. Van hekken tot banken. In Breda waren de guerrilla knitters van Stitch 'n Bitch al eens actief. In 2008 pakten ze bomen in met breisels. Dit keer zitten zij er niet achter, beweert één van hen. Kennelijk is er een concurrerende knit graffiti-groep opgestaan.
Posted by Leon at 08:37 PM | Comments (0)

Meer foto's: Goo.gl/JM0nV
Vijftig militairen van de Koninklijke Luchtmacht ontvingen gisteren een gevechtsinsigne. Op een middag vol gemengde gevoelens, van trots en frustratie. Begrijpelijke trots, vanwege de gevechtsinsignes die ze gistermiddag ontvingen.
Omdat zij tussen 2006 en 2010 in Afghanistan deelgenomen hebben aan een militaire operatie. Waar ze minstens vijandelijk optreden met direct vuur of vergelijkbare gevechtsomstandigheden meegemaakt hebben, aan te pas kwamen. Net zo begrijpelijke frustratie bij hen die deel uitmaakten van de bemanning of de ondersteunende eenheden van de Cougar helikopters.
Uitgerekend op het moment dat zij op vliegbasis Gilze-Rijen hun gevechtsinsignes ontvingen sprak de Tweede Kamer over hun helikopters. Niet dat er nog iets veranderde aan het besluit van minister Hans Hillen om veertien Cougars af te danken. Zodat er op Gilze-Rijen voorlopig nog maar drie overblijven. Die kunnen dan bijvoorbeeld bij bosbranden ingezet worden, zoals afgelopen weekeinde in Drenthe.
Zowel de commandant der luchtstrijdkrachten Jac Jansen als Pieter van Vollenhoven refereerden in hun toespraak aan de gemengde gevoelens, zonder zich met de politiek te bemoeien. "Ik begrijp heel goed hoe moeilijk het voor u te begrijpen is dat de Cougars afgestoten moeten worden," aldus Jansen. "Laat uw geest er niet door verduisteren," aldus Pieter van Vollenhoven op de vliegbasis waar hij vijf decenia geleden zelf zijn militaire brevet behaalde. "Tel uw zegeningen en koester uw herinneringen."
Na het ceremonieel en de toespraken vlogen er zes helikopters over: twee Apaches, twee Cougars en twee Chinooks. Die parade markeerde het einde van de uitzending van het het Defensie Helikopter Commando naar de International Security and Assistance Force (ISAF) in Afghanistan. Tussen 2004 en 2010 maakte de drie types samen duizenden uren in verschillende rollen: transport, verdedigend en aanvallend.
De Apaches werden vanaf 2006 bijna onafgebroken uitgezonden, de Cougars en de Chinooks losten elkaar om het jaar af. De gevechtshelikopters - de Apaches - waren de langste tijd gestationeerd in Tarin Kowt in de provincie Uruzgan. De vliegende vrachtwagens - de Cougars en de Chinooks - hadden Kandahar Airfield in de provincie Kandahar als uitvalsbasis.
Een van de piloten die gisteren het gevechtinsigne ontvingen was Kapitein Freek, wiens achternaam vanwege veiligheidsredenen door defensie niet prijs gegeven werd. Freek is gezagvoerder van een Chinook. Hij heeft meerdere uitzendingen op zijn conto staan.
Hij kwam enkele malen zwaar onder vuur te liggen, waarbij Freek en zijn bemanning door Apaches uit de brand gehopen werden.
Op die momenten heeft hij zich geen 'sitting duck' gevoeld, met de trillende stick van de gigantische brullende Chinook in zijn handen. Wijzend op de Chinook achter hem op het platform: "Dat is de kale uitvoering zoals hij hier staat. In Afghanistan zijn we zwaar bewapend en bepantserd. En dan zijn we zelf ook helemaal ingepakt in scherf- en kogelwerende kleding."
Ook Kapiteit Freek is trots op zijn insigne. "Maar dan vooral omdat we daar dingen doen die er echt toe doen. Omdat we zien dat er iets ten goede verandert omdat we daar zijn."
Posted by Leon at 09:16 AM | Comments (0)

Voorzitter Jan Kleian van de ACOM bij de poort op vliegbasis Gilze-Rijen
Voorzitter Jan Kleian van de ACOM, de bond van defensiepersoneel, onderdeel van het CNV, kwam vrijdagmorgen de stemming van zijn leden peilen op vliegbasis Gilze-Rijen.In tegenstelling tot eerder bijeenkomst eerder deze week elders in het land was de opkomst was niet massaal, want de vrijdag is kennelijk ook bij defensie de meest geschikte dag om te snipperen.
In de officiersmess wreef Kleian 250 personeelsleden van de luchtmacht nog maar eens in om onder geen beding ontslag te nemen als ze nog een andere baan gevonden hadden.
De stemming was wel hetzelfde als in alle kazernes, en militaire havens en vliegvelden. Frustratie, boosheid en teleurstelling zetten volgens Kleian ook op Gilze-Rijen de toon. Al hoorde hij vrijdagmorgen geen oproep om militair materieel in te zetten bij eventuele acties. "Dat heb ik hier niet gehoord", aldus Kleian, "maar ik heb er wel voor gewaarschuwd dat dat het stomste is wat je kan doen. Als je door defensie echt over het hek gezet wil worden, moet je dat doen."
In de regio West-Brabant zullen derhalve geen Apaches, Cougars of F16's overvliegen met spandoeken er achter. In kazernes in Amersfoort en Eindhoven werd door boze militairen wel geopperd om met militair materieel kruispunten te bezetten of bij het aanbreken van de dag files te veroorzaken op rondwegen.
"Absoluut uit den boze," aldus Kleian, "en ik geloof dat ze dat iedereen dat nu ook wel begrepen heeft. Wat niet wegneemt dat ik de gevoelens van iedereen die pardoes weggesaneerd dreigt te worden, ook goed begrijp."
Volgens Kleian zouden de afgelopen dagen jonge militairen gevraagd zijn om vrijwillig ontslag te nemen om op die manier ruimte te maken voor oudere collega's. "Niet doen," aldus de voorzitter, "zolang je geen nieuwe arbeidsovereenkomst hebt die door beide partijen ondertekend is." Defensie heeft werknemers die werkzaam bij een onderdeel dat wordt opgeheven beloofd dat ze niet aan een dienstverplichting gehouden zullen worden en dat ze ook geen studiekosten terug hoeven te betalen.
"Maar doe dat alleen maar als je een baan hebt, dichtgetimmerd met een contract", hield Kleian zijn leden in Gilze-Rijen voor. "Want als je zelf ontslag neemt en je komt vervolgens niet aan de bak, dan heb je ook geen recht op een uitkering."
Volgens de ACOM zal door de ontslagronde een golfbeweging op gang komen. "Dat hebben we eerder gezien. Je kan zo uitrekenen dat defensie in 2016 ruim 4000 man tekort gaat komen."
Kleian liet weten dat een multi-inzetbaar leger volgens hem niet zonder tanks kan. "De bemanningen van die tanks staan nu het zwaarste op de tocht, terwijl het voor hen heel moelijk zal zijn om een andere baan te vinden. Voor een vlieger zal het wellicht gemakkelijk zijn om ergens aan de bak te komen, net als sommige technische specialisten. Maar waar moet je gaan solliciteren als bewapeningsspecialist van een Leopard"?
Posted by Leon at 12:58 PM | Comments (0)

Een aantal politieke partijen, zoals VVD, de PvdA, de PVV, maar ook de Tweede Kamer, de Volkskrant en de NRC dragen onbewust een steentje bij aan het regime van Mohammar Kadaffi. Net als het leeuwendeel van de naar schatting enkele honderdduizenden twitteraars in Nederland. Ze gebruiken op hun Twitter-account een stukje gereedschap waar Muammar Kaddafi geld voor vangt: Bitly.
Omdat in een bericht op Twitter maximaal 140 karakters verzonden kunnen worden, zijn er vanaf 2005 allerlei websites ontstaan die een link naar een andere website inkorten. Bitly was een van de eerste sites die daar voor zorgden. Nadat Bitly in mei 2009 als standaard adres verkorter aangeboden en aanbevolen werd aan alle gebruikers van Twitter in plaats van TinyURL, is het ook de grootste geworden. Via het adres bit.ly worden per dag tussen de 40 en de 50 miljoen gebruikers naar langere adressen doorgesluisd.
De officiële domeinextensie van Libië op internet is .ly. Voor iedere server die gebruik maakt van een Libisch adres moet eenmalig 400 dollar betaald worden aan de domeinregistratie in Libië. Daarna moet iedere domeinnaam ieder jaar verlengd worden door 75 dollar over te maken naar Lybia ccTLD. Dat geld gaat naar Lybian Telecom and Technology (LTT), eigendom van de Libische regering.
Die miljoenen clicks leveren geen extra geld op voor het regime in Libië. Maar het bedrijf moet nogal wat servers op Libische adressen geregistreerd hebben om vijftig miljoen doorverwijzingen per dag te verwerken.
Bitly is niet de enige dienst die gebruik maakt van Libische domeinnamen. De extensie .ly is razend populair in de Angelsaksische wereld landen omdat er aardige combinaties te creëren door van Engelse woorden via dat staartje een lekker klinkend bijvoeglijk naamwoord te maken.
Zoals bijvoorbeeld cruel.ly, gris.ly, and smel.ly. De techneuten in Libië zijn zich goed bewust van de mogelijkheden. Op de website van de domeinregistratie staat een lijst met 8742 woorden die als voorzetsel op .ly een aantrekkelijke combinatie vormen.
Op dit moment is 38 percent van alle .ly domeinen geregistreerd door Libische onderdanen of bedrijven, de rest wordt gebruikt door websites waar Engels de voertaal is. Engeland, de Verenigde Staten en Canada nemen daarvan 43 procent voor hun rekening.
Wat er gaat gebeuren met Bitly als vanwege de vijandelijkheden in Libië het internet daar plat zou gaan is niet helemaal duidelijk. Saillant detail: van de drie zogenaamde rootservers die het ly-domein beheren staat er één in Nederland, de twee andere staan in Oregon.
Qua techniek hoeven daarom alle Libische domeinen in het buitenland niet meteen op zwart te gaan als in Tripoli de stroom uitvalt. Maar LTT, en daarmee nu nog steeds Kadaffi, hebben het officieel het laatste woord over iedere .ly-licentie, en kunnen ieder adres zonder aankondiging of overleg uit de lucht halen.
Zolang dat niet gebeurd kunnen ook politieke tegenstanders van Kadaffi gebruik blijven maken van een dienst waarmee ze zonder het te beseffen geld voor het regime in het laatje brengen.
Posted by Leon at 10:12 AM | Comments (0)

Alle teenagers zijn geboren toen internet er al was. De meesten weten niet eens wat een cd is. 123RF Stock Photos
Illegaal films, boeken of muziek downloaden mag niet. Door de plannen van Fred Teeven zou het iets moeilijker kunnen worden, maar we moeten dat niet willen.
De overheid wil als poortwachter tussen illegale content en gebruiker gaan staan.
Of die gebruiker er iets van gaat merken, is de vraag. Het internet werkt als water dat altijd een weg weet te vinden. De websites die als wegwijzers voor illegaal transport fungeren, kunnen binnen afzienbare tijd van identiteit en/of land wisselen als ze op de slagboom van staatssecretaris Fred Teeven botsen.
Pirate Bay heeft zich tot nog toe niet hoeven te bedienen van dat soort tactieken en technieken. Stichting Brein won twee jaar geleden een rechtszaak tegen de grootste en beste faciliteerder van illegale downloads. De Zweden vertikten het om offline te gaan, terwijl Nederlandse providers weigerden om de site te blokkeren. Voor gebruikers, juristen en techneuten interessant om te zien hoe de illegale aanbieders reageren als Teeven met een rode pannenkoek voor de deur gaat staan.
Brein en Buma Stemra juichen de plannen van Teeven toe. Zij verdedigen de belangen van hun klanten: muzikanten, producers en auteurs. Die moeten met lede ogen toezien dat ze – hoewel ze dankzij internet een miljoenenpubliek bereiken – aan internet geen cent verdienen.
Dat dat dilemma duivels is, hebben ze gedeeltelijk aan zichzelf te danken. Door de hakken in het zand te zetten, net te doen alsof het nog steeds 1990 is.
Het achterhaalde denken van de betrokkenen wordt anno 2011 getypeerd door de amusante bonus van Teeven: de heffing op blanco cd's en dvd's verdwijnt. U weet nog wel: dat waren die plastic schijfjes waar vroeger muziek op stond. Zo goed als uitgestorven, binnenkort bijgezet in het museum naast de lp, de platenspeler, de walkman en de bandrecorder.
De toekomst is intussen gearriveerd, de techniek gerealiseerd. Alles wat ooit geproduceerd is, alles wat ooit gemaakt zal worden, kunt u vinden op het internet. Daar wordt alles van waarde voor het nageslacht bewaard en verdeeld. Alle muziek, alle films, alle boeken. Legaal en goedkoop, streaming, op afroep. U kunt ze lezen, beluisteren en bekijken via legale verspreidings- en verdienmodellen.
Spotify, iTunes en Amazon Music zijn nu de grootste spelers. Google Music is al twee jaar actief in China en zal binnen afzienbare tijd wereldwijd uitgerold worden. Spotify kan ik op dit moment niet meer missen, maar het zou kunnen dat ik overstap naar Google Music. Nu betaal ik tien euro per maand om legaal te kunnen luisteren naar wat ik wil, altijd en overal. Thuis, op mijn werk of onderweg in de auto via mijn smartphone. Maar misschien blijkt Google het straks nóg gemakkelijker en goedkoper te doen.
Brein, Buma en alle creatieve geesten zouden bij die slimme diensten contracten af moeten sluiten, en niet meer klagen over illegale downloads. Of ze willen of niet, dát is hun toekomst, de hun resterende realiteit. Niemand gaat voor muziek betalen wat we er twintig jaar geleden voor over hadden. Alle creatievelingen zullen zich aan moeten passen. Dat betekent dat ze hun muziek zo gemakkelijk en goedkoop mogelijk moeten verspreiden, om inkomsten te genereren met optredens en de verkoop van parafernalia.
In de discussie komt een groot gevaar van de plannen van Teeven nauwelijks aan bod. De regeringen van Rusland, China en Noord- Korea zijn dol op door de staat geïnstalleerde en onderhouden webfilters. Alleen al daarom zouden we er hier nooit aan moeten beginnen.
Posted by Leon at 09:13 PM | Comments (0)

Qua kleur moet het vroeger een gemeleerd gezelschap geweest zijn, maar in de winter van hun leven is politieke geaardheid bijzaak. De zeventien eminenties en de drie dames die stuk voor hun sporen verdiend hebben in de regionale politiek vormen nu een hechte vriendenclub die lief en leed met elkaar deelt. Vier of vijf keer per jaar gaan ze samen en met hun partners de hort op. Gisteren werden ze door Helmi Huibregts en Willibrord van Beek in de Eerste en Tweede kamer ontvangen en rondgeleid.
Nog goed bij de les, beetje grijzend of kalend, en sommigen wat strammer van lijf en ledematen. Bij de lunch in het restaurant van de parlementariërs stoot een ex-burgemeester een andere ex met een knipoog aan en wijst naar een tafel verderop. "Kijk, dat is een ex-burgemeester, die in de Tweede Kamer terecht gekomen is." De man komt hen bekend voor, maar hoe heet hij ook alweer? Na een paar namen zijn ze er uit, terwijl het onderwerp van gesrpek, Job Cohen, zijn broodje en een beker karnemelk nuttigt.
De club van ex-burgemeesters is veel groter, maar voor sommigen tellen de jaren zwaarder, of zijn ze om andere redenen verhinderd. "In deze leeftijdsgroep valt er nou eenmaal wel eens iemand weg", aldus secretaris Ed Van Dommelen, vroeger burgemeester van Hijbergen. "Helaas zijn er een paar zieken, terwijl er natuurlijk nog collega's zijn die op de een of andere manier in een bestuursfunctie actief zijn." Samen met voorzitter Ton Aarts (vroeger burgemeester van Gilze en Rijen) en penningmeester Gert van Wijk (laatste standplaats Steenbergen) vormt hij het bestuur dat de boel bij elkaar houdt.
Uiteraard zijn ze allemaal ooit in Den Haag geweest, om een zaak van de gemeente waar ze voor stonden, te verdedigen. Sommigen hebben er gewerkt, als medewerker van een fractie of als beginnende ambtenaar. Michel Marijnen woonde vlak bij het Binnenhof en Jan van Maasakkers wijst op de binnenplaats op de kamer waar hij ooit de KVP diende.
Anderen zijn al zo lang geleden met pensioen gegaan dat ze Binnen- en Buitenhof maar amper herkennen, na de verbouwingen en restauraties van de jaren negentig. Ze kijken hun ogen uit. In de Eerste Kamer krijgen ze een lesje geschiedenis van een gepensioneerde medewerker die over iedere bank, schilderij, deur, trap, stoel of inktpot een mooi verhaal heeft.
Helmi Huijbregts (ex-burgemeester van Oosterhout) vertelt over de gang van zaken in de Eerste Kamer, waarvan ze zelf lid is. Haar partijgenoot (VVD) Willibrord van Beek, lid van de Tweede Kamer, vertelt na de lunch over het prachtige leven dat een Tweede Kamerlid heeft. Om er aan toe te voegen dat reces en vakantie niet hetzelfde zijn, "ook valt het een toevallig in het ander." Kees Leijten, ex-waarnemer in Oosterhout, laatste standplaats Geldrop, fluistert dat ze er vanuit Oosterhout ooit in geslaagd zijn om een voorstel van van Beek te torpederen. "Daar is-ie nog steeds boos om."
Voor de files uit vertrekt de bus naar Brabant weer. Op de parkeerplaats van Kanters bij Moerdijk stapt de helft uit. Eind mei staat de volgende excursie op het programma. "Op naar de Amercentrale", aldus Ed van Dommelen. Heel anders, maar lijkt ons ook erg interessant.
Posted by Leon at 09:27 AM | Comments (0)

"We voelden wel dat we iets raakten, maar we hadden helemaal niet in de gaten hoe groot de schade was. We riepen zelfs nog dat iemand maar even Carglass moest bellen. Pas toen we uitgestapt waren zagen we dat de hele voorkant van de bus in elkaar zat."
De stemming bij de leerlingen van het Graaf Engelbrechtcollege uit Breda zat er alweer goed in toen ze gistermiddag bij hun school uit de bus stapten. Die had Brabant Expres naar België gestuurd nadat het nieuws bekend werd dat de bus waarin de scholieren en hun begeleiders aanvankelijk zaten, betrokken was bij een aanrijding. "Natuurlijk zijn we wel geschrokken, maar inmiddels weten we dat de verwondingen gelukkig reuze meegevallen zijn."
Volgens rector Judith Veuger bleven de verwondingen gelukkig beperkt tot een bloedneus, enkel-, rug- en nekklachten. Slechts één van de gewonden moest een nacht ter observatie in het ziekenhuis in Gent blijven. Zijn ouders reisden gistermiddag naar Gent, de anderen werden gisteren tegen zeven uur bij de school afgeleverd.
Mevrouw Veuger roemde operator Brabant Expres, die onmiddellijk nadat het nieuws het kantoor in Zevenbergen bereikte, twee touringcars naar België stuurde. "Een pluim ook voor de leerlingen en de begeleiders. Ze hebben elkaar prima opgevangen, en er is geen moment sprake van paniek geweest."
Volgens de directrice was de school er tussen de middag in geslaagd om de meeste ouders telefonisch op de hoogte te brengen. "Voor zover dat nog nodig was, want tegenwoordig heeft iedere leerling een mobieltje bij zich."
Verder brak het nieuws al om drie minuten na elf door via Twitter en de andere sociale netwerken.
De stemming bij de uitstappers in Breda werd nog verhoogd door de mededeling van mevrouw Veuger dat het uitstapje naar Lille nog dit schooljaar op een nader te bepalen datum herhaald zou worden.
In de dubbeldekker zaten derdeklassers uit verschillende geledingen van het Graaf Engelbrecht College.
"Mavo, havo en atheneum door elkaar heen," aldus mevrouw Veuger, "veertien- en vijftienjarigen. Inclusief begeleiders ging het om 76 personen. Ze waren op weg naar Lille voor een excursie in het kader van de Franse les."
Ook alle andere leerlingen van het Engelbert College, behalve de brugklassers, waren gisteren op reis. Twee andere bussen met leerlingen reden gisteren op en neer naar Keulen en Parijs, terwijl een vierde gezelschap het Maritiem Museum in Rotterdam bezocht. Vanuit alle bussen werd de hele dag door de leerlingen druk gebeld'en getwitterd met elkaar.
"Ons zakgeld hebben we nog", aldus enkele meiden, "we hadden met zijn allen lekker willen gaan winkelen in Lille." Lachend: "Maar dat komt dus nog wel een keer goed", hebben we net van mevrouw Veuger gehoord.
Posted by Leon at 07:39 AM | Comments (0)

Op 27 januari 1945 opende Russische strijdkrachten de poorten van Auschwitz. Zesenzestig jaar na dato openden Google en Yad Vashem vorige week wat het complete online archief van de holocaust moet worden.
Het streven is om ieder mens die ooit om ras, geloof, overtuiging of levenswijze door de Nazi's is omgebracht, daarin op te nemen. Met voor- en achternaam, geboorteplaats en -datum, oorzaak, plaats en datum van overlijden. Liefst ook nog minstens een foto, vergezeld van een officieel document.
Yad Vashem is het officiele monument waarmee Israel de Joodse slachtoffers van de Holocaust herdenkt. Het monument staat in Jeruzalem. Yad Vashem betekent 'gedenkteken en naam' en is ontleend aan Jesaja 56:5 in de Bijbel.
In de Joodse religie is het belangrijk dat overledenen begraven worden en dat het graf ongeschonden blijft. Omdat er van miljoenen slachtoffers van de holocaust geen stoffelijke resten overgebleven zijn is Yad Vashem in 1953 begonnen met de 'Hal van Namen'.
De hal is niet alleen bedoeld om te laten zien welke personen zijn omgebracht, maar fungeert voor velen ook als graf.
In de vaste archieven in Jeruzalem is de geschiedenis van de Holocaust, in het Hebreeuws de Shoa, opgeslagen. Er liggen tienduizenden persoonlijke getuigenissen, opgenomen of film of video, of op schrift opgesteld. Er liggen honderdduizenden foto's, en duizenden filmtitels.
Maar ook nog miljoenen pagina's van nog nooit gepubliceerde documenten. Opgesteld door de nazi's, door overheden in de bezette landen, door individuele Joden of Joodse instellingen.
Verslagen van transporten, lijsten van doden, van overlevenden, verslagen van processen. Of opgesteld door de verbijsterde bevrijders van de concentratiekampen die tot soms dan geen enkel vermoeden hadden van de hel die ze aan zouden treffen.
In 2005 werd Yad Vashem door de architect Moshe Safdie gerestaureerd en uitgebreid tot vier maal de oorspronkelijke omvang.
Het doel van de samenwerking met Google is om alle archieven online beschikbaar te stellen voor iedereen. Alle documenten, al het beeld, al het geluid. Alle namen.
Ik zou graag willen dat iemand weet dat er ooit een mens geleefd heeft met de naam David Berger. Aldus David Berger in zijn laatste brief uit Vilna, 1941. Enkele dagen later is hij omgebracht, maar zijn wens vervuld.
David Berger heet u welkom als u op bezoek gaat in de digitale versie van Yad Vashem, die deze week geopend werd. Met dank aan Google dat de miljoenen gegevens opslaat, structureert, indexeert en ter beschikking stelt.
De opening van Yad Vashem op internet past in een trend die twintig jaar geleden met de opkomst van internet voor iedereen voorspeld werd. Ooit zouden iedereen op iedere moment van de dag in staat zijn om ieder museum virtueel te bezoeken, en iedere bibliotheek van de wereld vanaf zijn computer door te bladeren.
Anno 2011, nu bijna iedereen over een breedbandverbinding beschikt, begint het er op te lijken. Vrijwel alle grote museums van de wereld hebben de collectie al gedeeltelijk online staan. Voorlopers zijn het British Museum in Londen en de Library of Congress in Washington, koploper is Google Books.
Google stelt op dit moment ruim zeven miljoen boeken waarvan de rechten verlopen zijn volledig beschikbaar, plus de catalogus van duizenden bibliotheken over de hele wereld. Alles wat er in Yad Vashem te zien is, moet online te zien zijn.
Wie wel eens in Auschwitz, Dachau, Westebork, Kamp Vught of het echte Yad Vashem geweest is, herkent de stilte. Die bevangt vrijwel alle bezoekers die langs de tastbare geschiedenis van een van de grootste gruweldaden uit de geschiedenis schuifelen. Velen slagen er niet in om hun tranen te bedwingen.
Wie een paar uur door de overweldigende website van Yad Vashem bladert, wordt door de dezelfde stilte overvallen. Verdriet, woede en tranen vechten om voorrang.
De website zal de komende jaren aangevuld zal blijven worden met namen, documenten, foto's en video's. Voor het eerst kan iedereen, in elke stad, in elk dorp, thuis opzoeken welke Joden er bij hem om de hoek weggevoerd zijn en wat er van hen geworden is.
De namen van de ruim tweehonderd Joden die in Breda opgehaald werden vrijwel allemaal bekend. Ze zijn opgenomen in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, en ze zullen ongetwijfeld uit het gemeentelijk archief opgeduikeld kunnen worden. Maar Google, de wereldkampioen gegevens simpel beschikbaar maken ligt ook nu weer mijlenver ver voor.
Bij Yad Vashem zijn die ruim tweehonderd nog niet allemaal ingevoerd. Tik het zoekwoord Breda in de Shoa Names Database en er verschijnen 176 namen. Een klik verder voor de bijzonderheden, nog een klik als je meer gegevens wilt.
De eerste is Louis Appel, Amsterdammer, ondergedoken, verraden en opgepakt in Breda, naar Sobibor gebracht en daar in september 1944 vergast of doodgeschoten. De laatste is Rolf Stern. Geboren in Krefeld, wonend of ondergedoken in Breda, op twaalfjarige leeftijd vernietigd in Sobibor. Twaalf Van Kloetens, allemaal vergast en opgestookt in Auschwitz.
Onthou dat er ooit een Schoontje van Leeuwen in Breda gewoond heeft, geboren op 7 september 1897. Zij werd op 8 oktober 1942 in Auschwitz een gaskamer in gepropt.
Ga naar de site en vul er de naam in van uw eigen woonplaats. Zie dat Abraham, Jacob, Samuel en Simon Frank tussen 1872 en 1901 in Klundert geboren werden. Abraham en Jacos werden afgemaakt in Sobibor, Frank en Simon stierven 'ergens in Centraal Europa'.
Minstens vier Joodse landgenoten werden van Oosterhout naar hun eindbestemming vervoerd: Hijman van der Ham, Leo Kooperberg, Sara Roos en Helena Hartogs.
Benjamin, Henri, Herman, Jacques, Maurits, Salomon en Rosa Goudstikker uit Bergen op Zoom gingen in december 1942 in Auschwitz in rook op. Net als Elisabeth Pagrach, Mariannan Zwarenstein en Maria Engelsman uit Teteringen, en Betje Rosin, Frieda Lichtenbaum, Marie de Levie en Emie de Groot uit de gemeente Ginneken.
Blader door de fotoalbums, bekijk de video's. In verschillende talen ondertiteld of nagesynchroniseerd, vooral die waarin het nodig is. In het Yad Vashem Channel op YouTube wordt dus ook Farsi gesproken, omdat in Iran de Holcocaust officeel ontkend wordt.
Iedereen, nabvestaande of niet, wordt door Yad Vashem opgeroepen om namen, dcoumenten, foto's, video's, parafernaila en bewijsstukken toe te voegen. Zo uitgebreid en gemakkelijk als de website nu al is, het ultieme streven zal nooit vervuld worden.
Daarvoor is de Holocaust te groot geweest, en de Duitsers zijn niet altijd en overal boekhoudkundig even nauwgezet te werk gegaan. Dus niet ieder slachtoffer zal een naam krijgen bij Yad Vashem.
Ook al zou dat lukken, dan zou de ultieme vraag nooit beantwoord kunnen worden.
Waarom?
Posted by Leon at 07:37 PM | Comments (0)

U kunt rustig gaan slapen. De dijken houden houden het vannacht. Een rondje Maas en Waal en Land van Heusden en Altena gemaakt. Veel teleurgestelde ramptoeristen in Heusden en Woudrichem. Weliswaar een klein stukje stukje omfietsen op de Lf12B (de Maas en Vestingroute), maar verder geen natte voeten. De poorten naar de uiterwaarden en het pintje in Woudrichem waren wel ouderwets gezandzakt. Baat-ie niet, dan schaadt-ie ook niet.

Posted by Leon at 06:12 PM | Comments (0)

Twee geleden was de Salem een onberispelijk schip, dinsdagmiddag werd het als een lading krakend en scheurend schroot opgetakeld. Vrijdagmiddag 17 december om 15.00 uur laveerde Breedveld zijn schip voor de rede van Willemstad, richting Volkeraksluizen.
Binnenvaart.nl: De Salem
Pagina in de krant: salem.pdf (1.5 mb)
Nog geen twee minuten later stond zijn leven op zijn kop en lag hij met schip, lading en al op de bodem van het Hollands Diep.
Vrezend dat zijn laatste momenten aangebroken waren werd hij van twaalf meter diepte in het zog van de omhoog bulderende lucht naar de oppervlakte geblazen. Daar keek hij in het gezicht van de stomverbaasde Duitse schipper die hem voor zich in een oogwenk naar de kelder had zien gaan en hem een lijn toewierp.
"Nee, niemand anders aan boord", maakte Breedveld zijn redder duidelijk, God dankend voor zijn wonderbaarlijke redding. De schade: een nat pak, een gekneusde rib en een scheepswrak. Tot de ondergang een varende oldtimer om door een ringetje te halen, ruim een eeuw lang de basis van het bestaan van acht elkaar opvolgende schippers.
Met zijn vrouw, vier zonen en een kleinzoon keek Arjan Breedveld gisteren toe hoe de Salem door een bok van Mammoet omhoog gehesen werd. Tien dagen later nog steeds zijn zegeningen tellend, afgewisseld door verdriet om zijn verloren schip. Achttien jaar lang verdiende hij er zijn geld mee, hield het tip-top in orde, en was hij altijd tevreden en gelukkig achter het roer. "Wat ik nu ga doen weet ik nog net. Het schip is verloren. Het was verzekerd, maar ik weet nog niet of nu op mijn 57e nog een keer opnieuw moet beginnen."
Vaak wordt er niet geborgen tussen Kerstmis en Nieuwjaar, maar in dit geval had Rijkswaterstaat beslist dat de klus zo snel mogelijk geklaard diende te worden. Dat vanwege de ligging van het wrak, ongeveer midden in de belangrijke route van de Moerdijkbruggen en de Dordtse Kil naar de Volkeraksluizen. De afgelopen dagen werd de lading al uit het gezonken schip gehaald, 320 ton staalplaten.
Salem is oorspronkelijk de Bijbelse naam van Jeruzalem. Het is niet de enige verwijzing naar zijn geloof op het schip van de in Nieuw Lekkerland wonende schipper. Als de zachtgele kajuit boven water komt worden daar de Oudgriekse woorden zichtbaar, waarmee de vroegste Christenen de kern van de Bijbelse boodschap verborgen. De eerste letters vormen het woord Ichtus, vis, uitgepakt vormen ze de zin Jezus Christus, Gods Zoon en Redder.
God is hij dankbaar maar Arjan Breedveld heeft het er weer even moeilijk mee, net zoals afgelopen zondag.
"Toen moest ik en af en toe een paar keer huilen, terwijl we toch ook zo blij zijn dat alles zo goed afgelopen is."
De oorzaak van de ondergang werd al vrij snel vastgesteld. De staalplaten, op weg naar een bedrijf in Antwerpen, zijn gaan schuiven. Misschien omdat ze 's morgens op elkaar gestapeld waren terwijl het sneeuwde. "Ik heb helemaal niets gemerkt totdat ik merkte dat ik een beetje slagzij maakte", zegt de schipper. "Dan weet je dat je water maakt, dat kan niet anders. Ik ben nog naar voren gelopen om te kijken, en ik heb ook nog een pomp aangeslingerd. Meer kon ik niet doen, want toen ging ik met het schip naar beneden."
Zijn Duitse redder heeft hij niet meer gezien, maar hij heeft zijn gegevens, dus dat komt goed. "Die man was zo mogelijk nog meer verbijsterd dan ik. Hij zag me varen en vervolgens was ik verdwenen. Die had ook de schrik van zijn leven."
Zijn vier zoons zijn geen van allen gaan varen, maar ze koesteren hun herinneringen aan de Salem. "In de zomer hebben we er wel eens weken op meegevaren. Met acht man sliepen we dan aan boord. Dat was prachtig."
Arjan Breedveld, schipper met God, maar nu even zonder boot, zal vooral het varen over de Linge missen. Daar had hij jarenlang vaste klantjes.
"Dat waren de mooiste vaarten. Daar heb ik altijd het meeste van genoten."
Posted by Leon at 10:31 AM | Comments (0)

De beste manier om een glijpartij met de auto te voorkomen is op tijd van huis te gaan en zo rustig mogelijk te rijden. Het is een nogal voor de hand liggende waarheid, die altijd overeind blijft, in wat voor omstandigheden je ook op weg gaat.
Link: Factsheet SWOV
Droog of nat, sneeuw of ijzel, haastige spoed is zelden goed. "Het belangrijkste blijft om op tijd van huis te vertrekken," aldus René Blom van de gelijknamige rijschool met vestigingen in Breda, Etten-Leur en Tilburg. "De meeste ongelukken gebeuren nog steeds omdat mensen zich haasten en te hard rijden". Volgens Blom is het van belang is dat er zo weinig mogelijk krachten op de auto komen. "Geen handrem gebruiken als je begint te slippen, rustig optrekken bij het stoplicht, vroeg gas loslaten en rustig afremmen. Als je de koppeling indrukt, past de draaisnelheid van de wielen zich aan het wegdek aan."
Maar wat doe je als je in een automaat rijdt, zonder koppelingspedaal? "Gewoon in de stand neutraal zetten", vult Reggy Heijens zijn collega Blom aan, "dat is hetzelfde als in een handgeschakelde auto de koppeling indrukken. De wielen worden niet meer aangedreven."
Het wekt geen verbazing dat zowel Blom als de ANWB het daarnaast een goed idee vindt dat iedere automobilist een slipcursus volgt. Beide instituten leveren immers verschillende soorten grip- en slip cursussen en trainingen.
Staan de cursisten in rijen voor de deur, na de gladheid van de afgelopen weken? Daar blijkt geen sprake van. Beiden zeggen geen extra aanwas te hebben van geschrokken automobilisten. "Onze trainingen, die allemaal in Lelystad gehouden worden, zijn tot half januari volgeboekt," aldus een woordvoerder van de ANWB. "Maar die reserveringen zijn allemaal voor de winter gedaan. Voor cursussen vanaf 15 januari 2011 kan nu weer ingeschreven worden. Wellicht dat we daar een effect van merken, maar dat hebben we tot nog toe niet geconstateerd." Bij de ANWB gaan alle trainingen gewoon door, "zolang de cursisten kunnen komen. Ook in Lelystad ligt nu uiteraard sneeuw, maar dat verhoogt de pret alleen maar."
Blom doet deze week geen trainingen meer, dat heeft te maken met de kerstvakantie. "Op onze baan ligt een epoxylaag," zegt Heijens, "als we die natspuiten dan krijgen we de omstandigheden van platgereden sneeuw. Er verandert niet zoveel met een echte laag sneeuw. Al passen we sommige trainingen een beetje aan."
Volgens de woordvoerders van Blom en van de ANWB zit iedereen die voor de eerste keer in een auto met 70 kilometer per uur de grip kwijtraakt, tijdelijk met de bibbers achter het stuur. "Dat is iets heel anders dan een slip maken met een vaartje van 30 of 40 kilometer. Je kan niemand vanaf een stuk papier leren hoe te handelen."
De ANWB wil daarom ook geen mondelinge of schriftelijke aanbevelingen verstrekken. "Behalve dan dat je altijd moet zorgen dat je het voertuig dat je bestuurt tot stilstand kunt brengen binnen een redelijke afstand tot een ander voertuig of obstakel. Zo staat het in de wet."
Volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) hebben niet alle voortgezette rijopleidingen een positief effect. Zo werd in Noorwegen een verplichte antislipcursus weer afgeschaft.
Beginnende automobilisten die de training gevolgd hadden, bleken juist meer ongevallen te veroorzaken. Dat omdat ze het gevoel hadden meer met de auto te kunnen, dankzij de cursus.
De woordvoerder van ANWB noemt desbetreffend wetenschappelijk rapport, dat op de website van de SWOV terug te vinden is, een 'Ti Ta Tovenaar-verhaal.'
"Onzin, volgens ons is het andersom. Wie zelf bij zo'n slip- of grip- training een keer heeft zitten zweten achter het stuur van een auto die niet meer doet wat je wilt, die kijkt daarna een stuk beter uit."
Heijens reageert iets minder stellig. "Ik betwijfel dat. Maar al zou het zo zijn, wat moet je ermee? Zo'n effect zou je ook toe kunnen schrijven aan airbags, elektronische tractie- en stabilisatiesystemen, ABS en winterbanden."
Ook volgens Heijens zit de schrik er goed in als iemand een keer ervaren heeft hoe het is om met 70 kilometer per uur de controle kwijt te raken. "Dan heb je dus helemaal niets meer te vertellen. Wie dat een keer ondergaan heeft op een slipcursus, die gaat daarna echt niet harder rijden. Integendeel, die is voortaan een stuk voorzichtiger."
Voortgezette opleidingen
In sommige landen zijn voortgezette opleidingen verplicht. In Finland, Luxemburg, Oostenrijk, Estland en Zwitserland is het een onderdeel van het opleidingstraject. In Noorwegen is de antislipcursus afgeschaft omdat het aantal ongevallen er door verhoogd bleek te worden.
In Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Zweden kent men verschillende soorten van vrijwillig voortgezette rijopleidingen. Volgens het rapport van de SWOV is bijna nergens een positief effect aan te tonen.
Uitzondering is Oostenrijk waar jonge automobilisten binnen een jaar na het behalen van het rijbewijs driemaal terug moeten komen voor training en analyse. Een antislipcursus hoort daar echter niet bij.
Posted by Leon at 10:51 AM | Comments (0)

Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (r) feliciteert Klaas Dijkhoff. foto Johan Wouters
De ster van Klaas Dijkhoff (1981) stijgt snel. Vorige week hield de jonge voorzitter van de VVD-fractie in de Bredase gemeenteraad zijn maiden-speech als lid van de Tweede Kamer. Sinds gistermiddag mag hij zich doctor Dijkhoff noemen.
Aan de Universiteit van Tilburg promoveerde hij op zijn proefschrift War, Law and Technology.
De conclusie van het proefschrift: „Het oorlogsrecht moet meer gericht zijn op de morele inhoud dan op procedurele juridische aspecten. Centraal zou de vraag moeten staan of bepaalde handelingen moreel juist en aanvaardbaar waren. In plaats van achteraf via juridische haarkloverij uit te vlooien hoe met beslissingen weg gekomen kan worden.”
Klaas Dijkhoff is de zoon van luitenant-kolonel Dijkhoff, die gisteren samen met wetenschappelijk onderzoeker dr. Raymon Kubben als paranimf fungeerde. De ceremoniële assistenten met wie de promovendus ruggespraak kan houden. De promotoren van Dijkhoff waren professor dr. Lesaffer en professor Van Genugten.
Fractievoorzitter in Breda, lid van de Tweede Kamer en dan afstuderen op oorlogsrecht. Dat moet op termijn toch bijna een garantie zijn voor een hoge functie als defensiespecialist. Staatssecretaris of ooit minister van defensie?
Lachend: „Daar heb helemaal geen rekening mee gehouden. Nee hoor, zo functioneel zijn mijn ambities nooit geweest.”
Anno 2010 spelen moderne technologieën meer dan ooit een rol in het voeren van oorlogen. Dit jaar is bijvoorbeeld in Afghanistan al 113 maal iets of iemand aangevallen met een drone, een onbemand gewapend vliegtuig.
„Daarmee is in ieder geval de veiligheid van de bemanning gegarandeerd,” zegt Dijkhoff, „want de jongens die ze besturen en op de knoppen van de raketten drukken zitten ergens bij Las Vegas onder de grond in een bunker.”
In principe kunnen die drones op de vierkante centimeter toeslaan, waardoor er minder collateral damage zou moeten ontstaan. Oftewel minder ‘bijkomende schade’, een vaak eufemistische aanduiding voor doden en gewonden in de marge van een aanval.
„Maar in de praktijk zie je dat ze die drones te hoog laten vliegen om te voorkomen dat ze uit de lucht geschoten worden. Daarmee stijgt de kans dat er anderen geraakt worden.” Dijkhoff betoogt in zijn dissertatie dat het ius in bello, het oorlogsrecht daarom aangepast zou moeten worden.
„Het formuleren van nieuwe regels is niet altijd effectief. De afstand tussen de aanvallende partij en het doel is mettertijd steeds groter geworden. Daardoor is een paradox ontstaan. Terwijl er veel meer regels ingevoerd zijn om burgers tijdens oorlogsvoering te beschermen, is het aantal slachtoffers alleen maar toegenomen.”
De intenties van die regels zijn volgens Dijkhoff lovenswaardig, maar niet effectief genoeg. „Als iets immoreel lijkt, klinkt en ruikt, dan is het ook immoreel. Ongeacht met wat voor technische en slimme juridische redenering men dat goed probeert te praten.”
Volgens Dijkhoff moeten internationale partijen die het oorlogsrecht vorm geven daarom nauwer samen moeten werken.
Dijkhoff verdedigde zijn dissertatie gisteren in de aula van de Universiteit van Tilburg in aanwezigheid van Uri Rosenthal, partijgenoot en minister van Buitenlandse Zaken.
Posted by Leon at 12:23 PM | Comments (0)
Antidiscriminatiebureau Radar, met vestigingen in Rotterdam en Breda, begint twee procedures tegen de landelijke fitnessketen Fit For Free. Dat omdat die in de voorwaarden betreffende het lidmaatschap alle vormen van hoofdbedekking verbiedt. Fit For Free maakt daarin geen onderscheid tussen pubers met petjes en vrouwen met hoofddoekjes.
Link: CGB over hoofddoekjes
Link: schriftelijke reactie Fit For Life
Radar heeft een bodemprocedure opgestart. Drie vrouwen die deze week in Rotterdam te horen kregen dat ze alleen actief lid konden worden zonder hoofddoekjes, zouden gisteren aangifte gaan doen. Fit For Free heeft 29 vestigingen in Nederland, waaronder in Breda en Roosendaal.
Volgens Radar is er sprake van discriminatie als vrouwen die hoofddoekjes vanwege hun geloof dragen, daarom als lid geweigerd worden. Ook al worden andere vormen van hoofdbedekking, zoals bandana's, hoeden en petjes door de fitnessketen niet toegestaan.
Juridisch medewerker en vertrouwenspersoon Margriet Maris van Radar zegt dat Fit For Free de afgelopen jaren al drie maal op de vingers getikt door de Commissie voor Gelijke Behandeling (CGB). "Maar de directie van de sportschool blijft categorisch weigeren om de algemene voorwaarden op dit punt aan te passen."
De CGB heeft naar aanleiding van eerdere klachten steeds geoordeeld dat er sprake is van indirecte discriminatie op basis van geloof. "Dat is onze uitspraak, maar die is niet bindend", aldus Marcel Scholten van de CGB. "Al zien we in tachtig procent van de gevallen na een uitspraak van ons, dat de betrokken partijen er samen uitkomen. Lukt dat niet, dan kan met met onze uitspraak in de hand naar de rechter te stappen.
Maris zegt dat het zeer kwetsend is voor vrouwen om ergens geweigerd te worden op basis van hun hoofddoek.
Radar stond vier jaar geleden als een moslima bij, die lid was van een Roosendaalse sportschool. Toen die gelegenheid in 2006 werd overgenomen moest ze van de een op de andere dag haar hoofddoek afzetten. Toen ze dat weigerde, werd haar lidmaatschap beëindigd, en werd haar de toegang tot de nieuwe Roosendaalse vestiging van Fit For Free ontzegd.
Ook toen oordeel de CGB via Radar dat er sprake was van discriminatie.
Waarom heeft zo lang geduurd tot er een bodemprocedure is opgestart, of aangifte gedaan?
"We heb zo lang mogelijk geprobeerd om er in de minne uit te komen," aldus Maris "Maar dat is niet gelukt. We hebben daarom uiteindelijk besloten om de uitspraken van de CGB door de rechter te laten toetsen."
Volgens de directie van Fit For Free is het handelen van de keten wel degelijk goedgekeurd door de CGB.
"Hoewel wij het erg vervelend vinden dat de huisregels ook leden raken waarvoor ze niet bedoeld zijn, handhaven wij ons standpunt. Handhaving is slechts mogelijk door de regels voor iedereen consequent te handhaven.
De woordvoerder van de directie zegt zich niet te willen laten verleiden tot een geloofsdiscussie.
"Daar gaat het ons helemaal niet om, maar om een goede sfeer in onze vestigingen. Daar horen geen petjes, caps of ander soort hoofdbedekking bij. Wij staan open voor alle bevolkingsgroepen. Dit blijkt uit de grote culturele diversiteit van onze leden en dat gaat heel goed samen."
Posted by Leon at 11:32 AM | Comments (0)

Het Amerikaanse ministerie van defensie heeft tot nader order alle troepen verboden om gebruik te maken van cd's, dvd's en usb-sticks, en alle andere verwijderbare gegevensdragers.
Iedere militair die een stick of een disk in een computer van de baas stopt riskeert is strafbaar en riskeert een gang naar de krijsgraad.
Het dienstbevel is uitgevaardigd door generaal-majoor Richard Webber. Volgens de 'Cyber Control Order' is 'iedere denkbaar gebruik van verwijderbare media uit den boze.
Op alle systemen, servers, en stand-alone machines op het beveiligde netwerk van het ministerie van defensie. Soortgelijke richtlijnen zijn gegaan naar andere takken van de krijgsmacht.
Het besluit is genomen om de aanlevering van nog meer geheime documenten naar WikiLeaks te voorkomen.
Het leeuwendeel van de content op WikiLeaks is in het bezit gekomen van Assange en zijn aanhangers via een cd die gebrand is door de gearresteerde militair Bradley Manning.
Het Pentagon is al maanden bezig met een onderzoek naar de vraag of de krijgsmacht kan functioneren zonder het gebruik van verwisselbare media. Als in alle computers in de defensienetwerken de mogelijkheden daartoe op hardware niveau uitgeschakeld zouden worden, zou de controle een stuk gemakkelijker worden.
Op dit moment is ongeveer 60 procent van alle militaire machines nu aangesloten op een 'Host Based Security System', waarmee qua richtlijnen afwijkend of qua omvang opvallend dataverkeer opgespoord kan worden.
Volgens ingewijden is het nog maar de vraag of de krijgsmacht in het veld kan functioneren zonder gebruik van verwisselbare media. "De computers kunnen niet overal aan internet aangesloten worden", aldus een militaire bron op Wired.com.
"Soms is de bandbreedte niet voldoende. Dan is een dvd of een stick de enige manier om informatie van de ene machine naar de andere machine te verplaatsen."
Militairen kunnen daardoor in een duivels dilemma belanden, volgens de door het belangrijkste Amerikaanse Internet Magazine geciteerde woordvoerder.
"Er kan bijvoorbeeld een dringende actuele noodzaak onstaan om zo snel mogelijk operationele gegevens naar een computer elders te sturen. Daar kunnen mensenlevens mee gemoeid zijn. Als er op dat moment geen communicatie over het netwerk mogelijk is, wat dan?"
Twee jaar geleden verbood het Pentagon al eens om verwisselbare de media te gebruiken. Dat nadat een relatief eenvoudige worm verspreid werd op honderdduizenden computers.
Het verbod werd weer opgeheven nadat na de worm opgeruimd was via de operatie 'Buckshot Yankee'.
Bradley Manning heeft toegegeven dat hij kort daarna begonnen is met het kopiëren en doorgeven van informatie aan Wikileaks.
Posted by Leon at 11:50 AM | Comments (0)

Professor Bob de Graaff. Foto Thom van Amsterdam
Hij was de eerste hoogleraar terrorisme en contraterrorisme in Nederland. In oktober is hij benoemd tot hoogleraar inlichtingen en veiligheid op de faculteit militaire wetenschappen, onderdeel van de Nederlandse Defensie Academie in Breda. Een gesprek met Bob de Graaff over terrorisme, vroeger en nu, hoe er door de media mee omgegaan wordt.
Bob de Graaff vertelt over een artikel op pagina 3 van De Telegraaf, ergens in de jaren zeventig. Het haalde die dag geen enkele voorpagina, ondanks de kop: 'Man met bom aangehouden op Centraal Station'.
"Dat was alles wat er die dag over in de krant verscheen", zegt Bob de Graaff, "Meer aandacht werd er in de dagen daarna niet aan besteed. Een man met een bom aangehouden, kennelijk met de bedoeling om daarmee het een en ander op te blazen. Daar zouden de media nu iets anders mee omgaan."
Het ware wellicht beter als de media anno 2010 op dezelfde manier over terrorisme zouden berichten als over dat incident.
"Voor een terrorist is niets zo dodelijk als geen aandacht", aldus professor De Graaff. "De essentie van aanslagen is het effect van de publieke werking. Dat is belangrijker dan de directe slachtoffers van de aanslag."
Waar we bang voor moeten zijn? "We moeten helemaal nergens bang voor zijn", zegt De Graaff, "maar als je helemaal niets uit wil sluiten, dan komt de angst."
Gewenning speelt ook een rol. "Kijk naar naar Irak. Daar heb je een redelijke kans dat er een bom ontploft bij een verkiezingsbureau, maar toch staan er overal mensen in de rij. Het is een gegeven dat het weerstandsvermogen van een bevolking groeit naarmate er meer ellende is. Men went eraan, zoals de bevolking van Londen aan de dagelijkse bombardementen tijdens de Battle of Britain."
De Graaff herinnert zich een Zweedse academica op een congres, niet lang na de aanslagen in New York. "Die stond met een gepijnigd gezicht ernstig te vertellen dat een aanslag met een massavernietigingswapen alle hoop uit de samenleving zou halen." De aanslagen op 9 september 2001 hebben voor terroristen de lat een stuk hoger gelegd. "Wie een aanslag van enige importantie wil plegen, ziet zich min of meer genoodzaakt om meer dan 3000 slachtoffers te scoren. Met gekaapte vliegtuigen gaat dat na 9-11 niet meer lukken. Dan ga je al denken aan een zogenaamd CBRN-wapen: een chemisch, biologisch, radiologisch of nucleair wapen."
De wedloop tussen terroristen en veiligheidsdiensten is de laatste tien jaar vooral een technologische wedloop geworden.
"Een kat- en muisspel", zegt De Graaff, en noemt het voorbeeld van Richard Reid, de terrorist die er twee maanden na de aanslagen in New York niet in slaagde om een in zijn schoen verborgen bom tot ontploffing te brengen. "Sinds die poging moeten passagiers op sommige luchthavens nu nog steeds hun schoenen uitdoen en apart door een röntgenapparaat laten controleren. Intussen zijn er weer allerlei snuffelpalen en apparaten ontwikkeld die dat zouden moeten kunnen doen. Bij controle van vloeistoffen, zoals drank en toiletspullen, die al dan niet mee aan boord mogen, spelen ook technologische ontwikkelingen mee."
Twee weken geleden werden er in Nederland op verzoek van België drie terroristenverdachten opgepakt. Werden die eigenlijk al gevolgd door de Nederlandse diensten? "Dat weet ik niet", aldus professor De Graaff, "maar volgens de nationaal coördinator terrorismebestrijding is er geen dreiging naar Nederland geweest."
De Algemene Inlichtingen en Veiligheids Dienst is op dit moment ook niet meer beducht voor een georganiseerde binnenlandse dreiging, na het uiteenvallen en de veroordeling van de Hofstadgroep. Anders dan in Duitsland van waaruit naar schatting op dit moment ongeveer 200 aspirantterroristen vertrokken zouden zijn naar Pakistan of Afghanistan om daar opgeleid te worden.
"In Groot-Brittannië schat men het aantal mensen dat in staat wordt geacht om daadwerkelijk een aanslag te plegen op meer dan 2000. Het grote probleem is hoe die allemaal in de gaten te houden. Achteraf bleek dat de Britse inlichtingendiensten de daders van de bomaanslagen op de bussen in Londen in 2005 in hun dossiers hadden. Waarom die niet tot op die dag gevolgd zijn? Het antwoord zou kunnen zijn dat het logistiek onmogelijk is om altijd alles in de gaten te houden. Los van de vraag of wetgeving dat überhaupt toe zou staan; probeer je eens voor te stellen wat er aan te pas komt om slechts 150 man dag en nacht in de gaten te houden."
De Graaff legt uit dat terroristen bovendien altijd een groot voordeel hebben op contraterroristen. "Ze hoeven maar één keer geluk te hebben, terwijl de overheid dat altijd moet hebben. Dat is een essentieel onderdeel van het kat- en muisspel. Dat was in 1984 de belangrijkste boodschap van de IRA aan het partijcongres van de conservatieven in Brighton. Margareth Thatcher en de hele partijtop bleven toen gespaard bij de aanslag waarmee de IRA hen had willen uitschakelen. De IRA reageerde laconiek met de waarschuwing dat de Britten altijd opnieuw geluk nodig hadden, en zij zelf maar één keer."
Zoals vijf jaar eerder toen de IRA op een dag twee keer scoorde. Lord Mountbatten en drie anderen werden met de boot van Mountbatten opgeblazen, terwijl elders in Ierland achttien Britse parachutisten met twee bommen werden gedood.
Uiteraard werken alle westerse veiligheidsdiensten nauw samen als het om bestrijding van fanatisme en terrorisme gaat. De aanpak verschilt van land tot land.
Volgens De Graaff is er in andere landen veel belangstelling voor de Nederlandse benadering. Hij noemt het 'de zachte kant, de brede benadering'. Die behelst volgens hem het grootste gedeelte van potentiële fanatici en terroristen zo vroeg mogelijk zien te signaleren, te volgen en zo nodig in de kraag te pakken.
"In die aanpak wordt de aandacht niet gefocust op de fase waarin daadwerkelijk geweld gebruikt wordt, maar op het hele traject erheen, waarin de radicalisering tot stand komt. Het gevaar van die aanpak is dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten zich ontwikkelen tot een gedachtepolitie." Volgens professor De Graaff kan de 'brede benadering' alleen maar slagen als de overheid niet alles wil regisseren. Zoals in Nederland.
"We hebben hier een goede traditie van een overheidsbeleid dat een zekere mate van academische vrijheid toestaat. Ik heb me in mijn publicaties altijd zonder problemen of gevolgen kritisch op kunnen stellen tegenover de veiligheidsdiensten. Heel anders dan bijvoorbeeld in Duitsland waar een wetenschapper op dit terrein door zijn collega's al gauw als een halve collaborateur gezien wordt."
Professor De Graaff blijft drie dagen per week in Utrecht college geven. De resterende twee dagen doet hij in Breda vooral historisch en wetenschappelijk onderzoek. In het kader van dat onderzoek richt hij zich onder meer op de effecten die daden van terrorisme op de samenleving hebben en de verschillen in die effecten op korte en langere termijn.
"Dat kan van alles zijn", zegt hij, "en soms krijg je jaren later te maken met effecten die de terroristen zelf niet eens verzonnen kunnen hebben. Zoals astmatische aandoeningen bij mensen die in New York na de aanslagen geholpen hebben met puinruimen. Een ander effect is bijvoorbeeld de pijn die wordt veroorzaak bij de partner van een politieman die door de RAF vermoord is als de mogelijk vervroegde invrijheidstelling van de dader in de publiciteit komt."
Juist in de tijd dat de Rote Armee Fraktion in Duitsland aanslagen pleegde, terwijl in Nederland de Rode Jeugd en de Molukse treinkapers actief waren, werd er veel laconieker mee omgegaan.
"De bomaanslagen van de Rode Jeugd werden toch een beetje als baldadigheid gezien, maar daar zou tegenwoordig heel anders over gedacht worden."
Gaande zijn onderzoek aan de Nederlandse Defensie Academie werkt professor De Graaff aan een boek over fanatisme. "Een begrip dat vaak gekoppeld wordt aan religie."
Europa heeft vroeger eeuwenlang met allerlei vormen van religieus fanatisme te maken gehad. Kent de islamitische wereld ook een Verlichting, nu, of vroeger? Volgens De Graaff heeft het fanatisme tijdens de westerse Verlichting ook te maken gehad met seculiere invloeden.
"Islamistische organisaties hanteren een politiek georiënteerde vorm van islam om zich af te zetten tegen het kapitalisme en het communisme. Sommig islamistisch denken vertoont overeenkomsten met de ideologie van het Russische terrorisme aan het einde van de negentiende eeuw, de Franse Revolutie, maar ook het apocalyptisch denken onder sommige christelijke milities in Amerika. Het is een hutspot, waarin allerlei religieuze en politieke elementen door elkaar gehusseld worden. Velen stoppen er iets in en halen er iets uit."
De Graaff ziet in de verhoudingen tussen religie en staat bij moslims en christenen wel graduele, maar geen absolute verschillen. "Er is wel een grote mate van diversiteit binnen beide geloofsgemeenschappen, maar de centrale waarden van de Franse Revolutie worden in ieder geval gedeeld. Al staat de invulling ervan altijd ter discussie."
+++++++++++++
Bob de Graaff
Bob de Graaf staat in militaire en wetenschappelijke krijgen bekend als dé Nederlandse specialist op het terrein van wetenschappelijk onderzoek betreffende
inlichtingen en veiligheid.
Zijn benoeming is mede mogelijk gemaakt door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Tevens biedt de Faculteit, in samenwerking met de
Universiteit van Amsterdam, vanaf dit academisch jaar een minor Inlichtingen en Veiligheid binnen de studierichting Krijgswetenschappen aan.
Het vakgebied 'Inlichtingen en Nationale Veiligheid' (I&NV) richt zich op de studie van inlichtingen en de wijze waarop dit van invloed is op veiligheid. De resultaten
van deze studie zijn van belang bij de besluitvorming over de inzet van militaire macht en middelen in conflict en oorlog.
Professor de Graaff (1955) was tot januari 2010 hoogleraar Terrorisme en Contraterrorisme en directeur van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme
(CTC). Hij was de eerste hoogleraar op dit vakgebied in Nederland. Hiervoor werkte hij o.a. aan de Vrije Universiteit, de Erasmus Universiteit, het Instituut voor
Nederlandse Geschiedenis en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Hij is momenteel ook verbonden aan de afdeling Geschiedenis van
Internationale Betrekkingen van de Universiteit Utrecht.
De Faculteit Militaire Wetenschappen verzorgt het wetenschappelijk onderwijs binnen Defensie. Hoogleraren, onderzoekers en docenten van de Faculteit houden
zich bezig met de theorie en de praktijk binnen de krijgsmacht en brengen die kennis over op toekomstige officieren. Daarnaast verricht de Faculteit onderzoek in
dienst van Defensie.
Bob De Graaff is getrouwd en heeft zes kinderen, waarvan drie uit een eerder huwelijk. Hij woont in België.
Posted by Leon at 11:03 AM | Comments (0)

Carin Rots-de Vries met haar promotoren professor Karien Stronks (links), professor Henk Garretsen (tweede van links) en professor Ien van den Goor (rechts). foto Albert Smits
Dat er een rechtstreeks verband is aan te tonen tussen armoede en gezondheid, daar heb je geen wetenschapper voor nodig. Maar hoe voorkom je dat de gezondheid van kinderen lijdt onder de financiële problemen van hun ouders?
Carin Rots-de Vries deed voor het antwoord op die vraag ruim tien jaar lang wetenschappelijk onderzoek in West-Brabant. Ze bekeek de manier waarop de jeugdgezondheidszorg in gemeenten omgaat met interventie voor kinderen in gezinnen met financiële problemen.
Vorige week promoveerde ze aan de Universiteit van Tilburg op haar onderzoek. Haar proefschrift, zoals steeds meer gebruikelijk is in de academische wereld, is in het Engels geschreven: Rich evidence for poor families. Oftewel: praktijkgestuurd onderzoek naar de mogelijkheden tot verbetering van interventies in de publieke gezondheidszorg. De ondertitel is ook de conclusie van haar onderzoek: praktijkgestuurd onderzoek leidt tot meer inzicht en verbetering van interventies.
Zo'n onderzoek kan alleen maar gedaan worden vanuit de praktijk. Promovenda dr. Rots is als epidemioloog werkzaam bij de GGD West-Brabant en als onderzoeker verbonden aan de Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant (AWPG). De AWPG is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit van Tilburg, de drie Brabantse
GGD'en en het RIVM. Volgens Rots was er in de publieke gezondheidszorg een dringende behoefte aan onderzoek naar de werking van preventieve interventies in risicogezinnen. "Maar dat onderzoek is niet eenvoudig", zegt ze in haar werkkamer op de vijfde verdieping van het Tias-gebouw aan de Tilburgse universiteit. "Er zijn veel manieren van interventies die vanuit lokale politieke en bestuurlijke overwegingen uitgevoerd worden. Alleen door middel van onderzoek in de praktijk kun je meer inzicht krijgen en daardoor eerder en beter ingrijpen."
Haar proefschrift is gebaseerd op gegevens die van 1998 tot en met 2009 verzameld en geanalyseerd zijn, voornamelijk in West- Brabant. Maar zou dit soort onderzoek niet landelijk uitgevoerd moeten worden? "Je zou zeggen van wel, vooral omdat het voorziet in een maatschappelijke behoefte, maar het is er nog niet van gekomen", aldus Rots.
Wel vinden in haar vakgebied her en der in Nederland meerdere soorten onderzoek plaats.
"Hoewel die niet altijd voldoen aan de wetenschappelijke wetten van fundamenteel interventie- onderzoek, leveren ze heel wat bruikbare kennis op."
Ze nam twee interventies, uitgevoerd door de GGD West- Brabant, als uitgangspunt voor haar onderzoek. Dat heeft, naast haar proefschrift, twee handleidingen voor de praktijk opgeleverd. Armoede en gezondheid van kinderen en Bemoeizorg voor gezinnen heeft ze gepubliceerd met Ike Kroesbergen van de GGD West- Brabant en Ien van de Goor van departement Tranzo van de Universiteit van Tilburg. Het eerste is een handleiding hoe je kunt bereiken dat gezondheid van kinderen niet leidt onder financiële problemen. Bemoeizorg voor gezinnen is gericht op het gegeven dat ouders soms afwijzend staan tegenover hulpverleners, terwijl de veiligheid en gezondheid van hun kind op het spel staat.
Daar zit volgens Rots ook de grootste zorg. "Als de zorg eenmaal is opgestart, dan blijkt de aanpak meestal succesvol. Maar het starten van hulp aan gezinnen die er niet eerder mee te maken hebben gehad, lukt niet altijd. Om dat op te lossen, moet veel geïnvesteerd worden in een goede samenwerking tussen de jeugdgezondheidszorg en andere instellingen."
De twee landelijk bruikbare handleidingen in klare taal zijn bedoeld voor ambtenaren, professionals en managers. Ze staan vol met handige voorbeeldzaken en wegwijzers naar loketten en instanties.
Inmiddels worden in de praktijk door de GGD West-Brabant bij de ziekteverzuimbegeleiding door de jeugdarts al enkele aanbevelingen uit het onderzoek ingevoerd. De GGD heeft daarvoor een subsidie van de organisatie voor zorgonderzoek en -innovatie ZonMw ontvangen om dat project verder te ontwikkelen en wetenschappelijk te onderbouwen.
De handleidingen kunnen besteld worden bij de GGD West-Brabant via: f.eekelen@ggdwestbrabant.nl.
Posted by Leon at 11:59 AM | Comments (0)
De meeste mensen die iets bewaren op de cloud denken dat de cloud voor eeuwig is. Dat alles wat je daar parkeert op Hyves, LinkedIn, FaceBook, in Google Gmail, Documents, of the Buzz daar in een virtuele kluis staat. Waar niemand bij kan komen, waar alles netje voor je bewaard wordt.Misschien is dat meestal ook zo, maar het kan geen kwaad om je eigen spullen op meerder plaatsen op de cloud, én op een fysieke lokatie naar keuze te bewaren.
Probleem: hoe doe je dat? Op de sociale netwerken staat geen button waarmee je via één klik je eigen spullen kan downloaden.
Sebastian Hagens en Adri van Tilburg hebben er iets op gevonden, iets voor gemaakt. Naar een idee van Sebastian hebben ze een applicatie ontworpen en ontwikkeld genaamd HVSbackup. Met hun applicatie kun je in één keer downloaden wat je zelf ooit op je eigen Hyves hebt achtergelaten, en veilig stellen.
Zelf heb ik geen account op Hyves. Was dat wel zo dan zou ik alles wat ik daar deponeer als mijn geestelijk eigendom beschouwen. De kleine lettertjes van Nederlands grootste socialnetwork site heb ik er niet op nagelezen, dus ik weet niet of mijn aanname juridisch klopt.
Hoe dan ook; ik zou er zelf wel voor zorgen dat ik ieder woord, iedere foto, iedere video die ik het bewaren waard acht, zelf ergens anders geparkeerd heb. Op een schijf of een stick, of ergens anders op de cloud. Better safe than sorry, door schade en schande wat wijzer geworden: van alles van waarde is driemaal een back up opgeslagen, fysiek van elkaar verwijderd.
Vroeger was alles anders. De meeste telefoongesprekken die je voerde werden niet opgenomen, de brieven die je schreef verdwenen op het moment dat je ze in de bus van de PTT (zo heette dat vroeger) stopte. Sommige spionnen of overheidsdiensten namen telefoongesprekken op, en er zullen ook wel particulieren geweest zijn die een carbon doorslag of, later, een kopie van hun brieven bewaarden. Foto’s bewaarden we allemaal, in volgepropte laden of in nette albums, en negatieven gooiden we ook niet zomaar weg.
Destijds dacht ik er niets eens bij na dat mijn gesproken en geschreven woorden nooit voor het nageslacht bewaard werden. Wel heb ik ergens nog een doos met papieren replies in de vorm van brieven of kaarten uit mijn jeugd. Die papieren replies uit de seventies refereren soms aan iets wat ik kennelijk zelf geschreven heb, maar ik heb geen sent-bak uit die jaren, geen threads, geen back-up.
Met internet en de sociale netwerken is de mogelijkheid gekomen om alles wat je doet, zegt, schrijft en maakt, te bewaren. Ik vraag me zelf ook wel eens af wat de zin is, maar ik kan het niet laten. Ik ben verslaafd aan bewaren, én aan backuppen. Gelouterd na een paar digitale bijna-dood ervaringen bewaar ik alles driedubbel, ver van elkaar verwijderd, op de cloud, op sticks en disks. Misschien maar beter ook, gezien de inhoud van sommige brieven.
De 24-jarige Hagens is dit jaar afgestudeerd aan de kunstacademie AKV/St. Joost in Breda. Hij woont in Hoeven en heeft zich als creatief technisch starter gevestigd in Het Blushuis in Breda. Root:\ was zijn afstudeerproject wat een metafoor is voor een online digitale opslaglocatie waar je al jouw digitale eigendommen op het web kunt opslaan en bewaren. Vanuit dit project is HVSbackup ontstaan, een eerste applicatie in een reeks van meerdere waarmee je kunt ophalen wat van jou is op alle social media. Op de website www.hvsbackup.nl staat het simpel uitgelegd, net zoals hij het op zijn werkplek in het Bredase Blushuis vertelt.
- Moeten we ons zorgen maken?
”Ik denk het wel. Al je digitale eigendommen staan versplinterd op het net. Ik ben niet bang dat bijvoorbeeld Hyves van de een op de andere dag onderuit gaat of verdwijnt, maar toch zou je alles zelf op moeten slaan op minstens één plaats. Dan weet je zeker dat je zelf alles hebt wat van jou is, en dat je er altijd bij kunt als er elders iets fout gaat.”
Dat er iets fout kan gaan heeft hij zelf al vroeg ondervonden. “Toen ik twaalf was heb ik mijn eerste website gebouwd, stuffgames.com. Die is helaas na een crash verloren gegaan. Alles bleek voorgoed spoorloos.”
- Hoe werkt je applicatie?
”Mijn eerste doel was om een mogelijkheid te creëren waarmee je op een simpele manier je digitale eigendommen op kunt halen. Met HVSbackup download je jouw Hyves-eigendommen naar je eigen computer.”
- Je eerste doel is Hyves. Wat vinden ze er daar eigenlijk van?
”Ik ben deze week bij ze op bezoek geweest in Amsterdam. Het was een prettig gesprek, ze vonden het een interessant concept, en ze leggen me niets in de weg.”
- Ben je niet bang dat ze zelf zo’n tool ontwikkelen en aanbieden?
”Op dit moment niet. Hun belang is om mensen naar Hyves te halen en ze daar te houden. Bovendien hebben ze genoeg aan hun hoofd, want ze groeien nog steeds hard, en er is een tekort aan ontwikkelaars. HVSbackup is ook niet verbonden aan Hyves.”
Hyvers die alles wat ze opgeslagen hebben in één actie willen downloaden, kunnen op de website van HVSbackup voor vijf euro een stukje software kopen en downloaden. Wie dat installeert kan met één actie zijn foto’s, krabbels, vrienden, blogs en wiewatwaar’s vanaf Hyves downloaden.
En bewaren, elders op de cloud, of op een stick of schijf in een brandkast
Posted by Leon at 03:37 PM | Comments (0)

Als KPN, T-Mobile en Vodafone alle antennes op hun zendmasten met een nieuw plastic jasje uitrusten hoeft er in Nederland geen mast meer bijgebouwd te worden. Zo'n bescherming van StyroSun, zou volgens de makers het bereik van de snelle netwerken drastisch verbeteren.
Het polymeer wordt in Breda al 35 jaar geproduceerd, en het wordt honderden verschillende manier toegepast. Styrosun wordt bijvoorbeeld gebruikt als grondstof voor kunststof dakpannen en schoorstenen, in kunststof ramen en ontluchtingsvensters voor caravans. Er worden potloden van gemaakt, en niet van hout te onderscheiden terrasvloeren en tuinpalen.
Pas sinds kort zijn er bij IneosNova achter dat StyroSun bij uitstek geschikt is om ervoor te zorgen dat bestaande GSM, G3, G4 en UMTS-antennes beter te laten werken. Nou de providers en leveranciers van de antennes er nog van zien te overtuigen.
Volgens Ir. Marieke Rijkse en distributie manager Rob Vroegindeweij wordt StyroSun aan de Konijnenberg in Breda geproduceerd in korrels, waarna het per ton wordt verkocht. Aan fabrikanten die er via een proces van verhitten, en onder hoge druk in gietmallen spuiten allerhande producten van maken.
'We maken het hier in Breda al vijfendertig jaar op dezelfde manier,' aldus Rijkse en Vroegindeweij. 'In die tijd heeft het product een reputatie opgebouwd vanwege een ongeëvenaarde weerstand tegen zowel vocht als UV-straling.'
Terwijl het polymeer zelf de laatste dertig jaar niet verder ontwikkeld is, omdat het perfect bleek voor de toepassingen waar het voor ontwikkeld was, is de wereld eromheen wel veranderd.
'Vooral de toegenomen snelheden van de communicatienetwerken spelen ons in de kaart', aldus Vroegindeweij. 'Hoe sneller, hoe beter ons product geschikt is om het vocht bij de antennes weg te houden.'
'Inderdaad, hoe sneller de verbindingen, hoe korter de gehanteerde golflengtes,' legt Rijkse uit. 'En hoe gevoeliger voor vocht. Als er een waterfilmpje aan de koepel van zoín hoofdantenne blijft hangen is dat tegenwoordig desastreus voor het signaal. Styrosun stoot het vocht af, waardoor de werking van de antennes belangrijk verbeterd wordt.'
BN De Stem inventariseerde drie weken geleden de klachten over de bereikbaarheid van de mobiele netwerken in West-Brabant. Die bleken legio, we ontvingen ruim 550 klachten. Gemene deler in de reacties daarop van KPN, T-Mobile en Vodafone: 'we willen wel meer masten bouwen, maar dat is niet gemakkelijk. Iedereen wil overal bereikbaar zijn, maar niemand wil tegen een nieuwe mast aankijken.'
Dat hoeft dus niet, als het aan IneosNova ligt. 'Maar ons probleem', aldus de Duitse product manager Stephan Gschwindt, 'is om de providers en de hele industrie ervan te overtuigen dat ons product bestaande systemen kan verbeteren.'
Waarschijnlijk zal StyroSun sneller worden toegepast in nieuwe systemen. Vroegindeweij en Gschwindt hebben StyroSun vorige maand op een telecom congres in München aan 45 verschillende partijen gepresenteerd.
'Producenten en distributeurs van antennesystemen en de experts die de materialen kiezen aan de hand van de productspecificaties. In die markt zullen we waarschijnlijk wel snel doorbreken'.
Volgens de twee managers waren de reacties zonder uitzondering enthousiast. Ze denken dat het veel moeilijker zal zijn om de grote providers ervan te overtuigen dat ze door simpelweg bestaande afschermingen te vervangen, in één klap hun netwerken kunnen verbeteren.
'We hebben alle data en statistieken,' zegt Ir. Rijkse, 'ook door onafhankelijke partijen nagerekend. Dit werkt echt, en het werkt goed.'
Posted by Leon at 09:05 PM | Comments (0)
Lang gewacht, stil gezwegen: vanaf begin volgend jaar verschijnt de eerste echte krant waar helemaal geen papier meer aan te pas komt. The Daily zal vanaf januari vanuit New York alleen maar gepubliceerd worden voor de iPad en een aantal andere nieuwe tablets.
Google News: The Daily Murdoch
Gisteren maakte Rupert Murdoch, eigenaar van News Corporation bekend dat hij 30 miljoen dollar investeert in The Daily. Aan het karwei wordt met honderd werknemers begonnen, de meesten verslaggevers.
Onder de journalisten die gecontracteerd zijn, bevinden zich enkele zwaargewichten. Zoals de muziek-recensent van de New Yorker, Sasha Frere-Jones, televisie-producer Steve Alperin en Richard Johnson. De laatste is in New York wereldberoemd vanwege zijn 'Page Six', de roddelrubriek van de New York Post.
Volgens Murdoch zal The Daily af en toe materiaal hergebruiken van andere onderdelen van News Corporation, zoals video van Fox Sports. Het leeuwendeel van de content van The Daily zal echter geproduceerd moeten worden door de nieuwe redactie.
Murdoch stond tot nog maar amper een jaar geleden bekend als een uitgever die niet veel moest hebben van kranten op internet. Maar in 2010 heeft de bijna tachtig-jarige in Australië geboren miljardair kennelijk het licht gezien.
De ommekeer is gekomen met de iPad en de andere tablets. Met die apparaten kunnen uitgevers wel geld verdienen, omdat de gebruikers massaal bereid blijken te zijn om voor de apps, en daarmee voor een abonnement, iets te betalen. Niet veel: The Daily gaat naar verwachting 99 cent per week kosten, of 4,25 dollar per maand.
Bovendien maakt de applicatie die Murdoch op de iPad uit gaat geven onderdeel uit van een digitale ruilhandel met Apple. De shows van Fox TV worden door Apple voor 99 cent per stuk in iTunes aangeboden.
Murdoch hoopt dat binnen vijf jaar vijf een half miljoen mensen de app van The Daily kopen. Dat lijkt een optimistische inschatting, omdat het daarbij om vijf procent van het totale aantal iPads zou gaan. Maar analisten verwachten dat de er binnen vijf jaar waarschijnlijk 100 miljoen iPads in omloop zijn, zodat The Daily zijn doel wel eens sneller zou kunnen bereiken.
Posted by Leon at 09:09 PM | Comments (0)

Bjorn van der Doelen (rechts naast het drumstel) kijkt om en stemt zijn gitaar
Aankomen, uitpakken, spelen, inpakken en so snel mogelijk wegwezen. Sorry, geen tijd voor een toegift. Jammer dat Breda zaterdagmiddag aan de laatste mem van de Brabantstad Karavaan hing, waardoor verrekte gezellig was het allemaal wel.
Fotoalbum: Google/m9DZM
Net als in ruim 60 andere steden in Nederland werd voor de deur van het Chassé theater zaterdagmiddag luidkeels geprotesteerd tegen de voorgenomen bezuinigingen in de sector cultuur.
Door Brabant trok een karavaan met artiesten, kunstenaars en andere betrokkenen van oost naar west. 'Schreeuw mee voor het behoud van cultuur' was de boodschap van de organisatie. Via podia in Eindhoven, Helmond, Den Bosch en Tilburg arriveerde de karavaan met enige vertraging bij het Chassé theater in Breda voor een kort, maar krachtig en lawaaierig optreden.
Theatergroep De Stilte en saxofonist Frank van der Kooij warmden vanaf 16:00 uur op het voorplein de ongeveer driehonderd aanwezigen op. Nadat de Brabantstad karavaan was gearriveerd verzorgden leden van Het Brabants Orkest, saxofonist Bertus Borgers en Denvis and The Real Deal ieder een optreden van één nummertje. Vervolgens werden de spullen gehaast ingepakt en vertrok alles en iedereen spoorslags naar allerlei optredens die al maanden eerder contractueel waren vastgelegd.
Sport en cultuur zullen hier en daar best raakvlakken hebben. Maar de meeste cultuurliefhebbers komen nooit op een voetbalveld, terwijl de gemiddelde voetbalsupporter niet wekelijks een concert of toneelvoorstelling bezoekt. Dus viel de jongen met de blonde krullen en het modieuze sikje bijna niemand op amper op in het ene nummer dat hij lekker meescheurde op zijn leadgitaar.
Zaterdag speelde hij voor driehonderd cultuurbewakers. Plankenkoorts had-ie niet: ooit speelde hij op Old Trafford voor 65.000 toeschouders. Als middenvelder van PSV in de Champions League tegen Manchester United. Bjorn van der Doelen is inmiddels 34 en vader van drie zonen.
Dankzij zijn voetbalcarrière kan hij nu zonder zorgen op zijn tweede passie storten: muziek maken, gitaar spelen. Vrij naar Albert Hammond, in een willekeurige Free Electric Band. Maar ja, Van der Doelen heeft geen cent subsidie nodig, in tegenstelling tot nogal wat andere (klein) kunstenaars en muzikanten.
In het stief kwartier dat ze in Breda waren speelden, timmerden en schreeuwden ze hun zorgen en frustraties van zich af. Tussen de toeschouwers een bebaarde cultuurliefhebber met een spandoek dat het kort en krachtig samenvatte: 'Stop de rechtse beeldenstorm'.
Daarna zongen alle cultuurfans nog eenmaal het toepasselijk 'Shout', en schreeuwden zich bijkans nog eenmaal de longen uit hun lijf. Dat werd door de aanjagers op het podium beloond: 'Gefeliciteerd: 127 decibel! Breda heeft het hardst van allemaal geschreeuwd.'
Posted by Leon at 04:50 PM | Comments (0)

Proost! Van links naar rechts De Bredase VVD-wethouder Cees Meeuwis, fractievoorzitter Stef Blok, partijvoorzitter Mark Verheijen, erelid Hans Wiegel, Martijn Jonk, voorzitter van de JOVD en penningmeester Jelmer Hiemstra.
Drie liberale kopstukken bezochten zaterdagavond het JOVD-congres in Made: erevoorzitter Hans Wiegel, fractievoorzitter Stef Blok en partijvoorzitter Mark Verheijen. Naast dat supertrio gaf het afgelopen weekeinde nog een aantal VVD prominenten acte de présence op het congres van de jonge liberalen in de zalen van De Korenbeurs.
Fotoalbum: Google/Av45L
Er werd ook gediscussierd met vertegenwoordigers van andere partijen, zoals Frans Timmermans, Ed van Thijn en Max van Wezel.
De aankomende liberalen uit heel Nederland kozen ook een nieuw landelijk bestuur van de jongerenvereniging van de VVD. Gezien het niveau van de sprekers en debaters zullen er de komende jaren ongetwijfeld verschillende doorbreken in de volwassen VVD.
Van Hans Wiegel en Stef Blok kunnen ze nog het een en ander leren. Wie daarna fractievoorzitter Stef Blok horde spreken zal zich afgevraagd hebben waarom de man vier weken geleden tot 'Grootste Zwetser van Nederland' is uitgeroepen. Door de Nationale Jargonbrigade van de National Jeugdraad (NJR), die aan Emile Roemer van de SP de Klare Taalprijs uitreikte vanwege zijn helder taalgebruik.
Op jargon kon Blok in Made niet betrapt worden, en al helemaal niet van VVD-beleid afwijkende uitspraken. Zijn betoog, uit de losse pols, was een mini-regeringsverklaring, waarin de bekende standpunten van de VVD kort samengevat werden. Hij eindigde met een verzoek aan de aanstormende JOVD'ers: "Blijf met ons in debat gaan. Hou ons scherp, blijf ons prikkelen. Dat dient ons aller doel: dat we alles doen vanuit de overtuiging om ons land beter te maken."
Erevoorzitter Hans Wiegel opende met een luchtige terugblik op zijn carrière. "Ik begrijp dat u zich dat moelijk voor kan stellen, dames en heren. Maar dat was toch echt vijftig jaar geleden, begin jaren zestig van de vorige eeuw." Wiegel memoreerde aan professor Korthals Altes, bij wie hij in Den Haag regelmatig met zijn medebestuursleden van de JOVD op bezoek ging. "Die wilde altijd horen dat we met de trein uit Amsterdam waren gekomen als we bij hem een borrel of een biertje dronken. Daarom parkeerden we de Lelijke Eend maar om de hoek, zodat hij zich geen zorgen hoefde te maken."
Wiegel ziet tot zijn tevredenheid een rechtse renaissance. "Vroeger moest alles progressief zijn. Je kon nog beter van brandstichting beschuldigd worden dan van conservatisme. Maar het Nederlandse volk is weer een beetje terug, men zoek naar zekerheid en stevige teksten."
Hans Wiegel waarschuwde zijn partijegnoten, jong en oud, voor zelfgenoegzaamheid. "De VVD is nu de grootste partij, maar let wel: wel de kleinste grootste partij ooit."
Wat het verschil is tussen een politicus van vroeger en een van nu? "Niets", aldus Wiegel, "er is geen verschil. Je moet staan waar je voor staat, je draagt je standputen duidelijk uit, met respect voor ander. En als je gedonder in de tent hebt, dan zorg je dat het in de tent blijft."
Dat lukte prima zaterdag in Made. Wat er tijdens het vragenuurtje aan Blok en Wiegel ook gevraagd werd over Wilders of WAO, de antworoden waren helder en eensgezind, conform de standpunten. Geen gedonder in de tent.
Het Bredase VVD raadslid Thierry Aartsen was een van de bestuursleden van de JOVD die zaterdagavond afscheid namen. "Het was een beetje veel, met mijn studie, en een dag werk per week in de zaak van mijn vader. Ik kan me nu beter op het raaslidschap in Breda richten."
Posted by Leon at 04:40 PM | Comments (0)

Broeder Martinus en Marieke Boerefijn. Foto Thom van Amsterdam
Marieke Boerefijn is geboren in 1978, het jaar dat Tiny Muskens in Rome benoemd werd tot hoogleraar aan het Pontificio Collegio Olandese. Muskens werd later bekend als bisschop van Breda door regelmatig en met veel succes God op de een of andere manier in het nieuws te brengen. Boerefijn bestudeerde zijn leven, schreef er haar proefschrift over en won er een prijs mee.
In pdf: linkerpagina
In pdf: rechterpagina
Muskens, de bisschop die zei dat armen best een broodje mochten stelen om de honger te stillen. De prelaat die zich uitsprak vóór condoomgebruik in Afrika. De man die zich hardop afvroeg waarom we God geen Allah zouden noemen, die het een goed idee vond om tweede pinksterdag voor het islamitische Suikerfeest in te ruilen.
Op deze man, alweer vier jaar met emeritaat, studeerde Marieke Boerefijn vorig jaar aan de Universiteit van Tilburg cum laude af. Ze spitste haar scriptie toe op diens dialoog en confrontatie met moslims. Twee weken geleden ontving ze de Bisschop Ernst Thesisprijs voor de beste afstudeerscriptie van het departement religiewetenschappen aan de faculteit geesteswetenschappen.
De conclusie van haar scriptie: ‘In de interreligieuze dialoog is hij gesprekspartner in naam van God en voor de katholieke kerk een pr-man in Godsnaam pur sang. De katholieke kerk zou hem dankbaar moeten zijn’.
Anno 2010 leidt bisschop Muskens een teruggetrokken leven tussen de benedictijner broeders in de Pauluscommuniteit in Teteringen. Vanwege de prijs wilde hij nog wel een keer een verslaggever en een fotograaf ontvangen. Met de vrouw die zijn leven als bisschop bestudeerde en beschreef.
Eerst even langs sigarenhandel de Compagnie aan de voet van de Grote Kerk in Breda. Of Tiny Muskens in zijn tijd als bisschop wellicht hier zijn sigaren kwam kopen? „Nou en of”, grijnst Anneke Bodar, terwijl ze een kistje Hajenius Senoritas uit een wand vol sigaren pakt. „Deze. Die verkopen we nauwelijks meer sinds bisschop Muskens hier weg is. Hoe is het met hem? Doe hem vooral de groeten. Hier, ik doe er nog een mooie sigaar bij.”
De rokertjes gaan mee naar aanleiding van een anekdote in de biografie van de bisschop. Over het bezoek van Pim Fortuyn. Muskens veert op en lacht als hij eraan herinnerd wordt.
Ooit nodigde hij Pim Fortuyn uit in het bisschoppelijk paleis aan de Bredase Veemarktstraat. De columnist van Elsevier arriveerde met een doosje sigaren. „Dat viel me mee”, zegt Muskens, „maar nadat hij twee uur tegen me aan had zitten praten, nam hij zijn sigaren weer mee. Een erg vooringenomen man. Ik heb geen echt contact met hem gehad.”
Een opgewekte moslima, mét hoofddoekje, komt koffie en koekjes brengen in zijn gezellige appartement op Zuiderhout in Teteringen. Muskens is twee dagen eerder van het oude hoofdgebouw verhuisd naar het nieuwe onderkomen. Zijn vaste chauffeur is nog steeds Mohammed Barrahuti. Ook een moslim. „Een prima kerel. Het contact is gelukkig gebleven.”
Het is de elfde van de elfde als we op de koffie komen. De naamdag van de heilige Martinus, Sint Maarten. Broeder Martinus is zijn naam in het benedictijner klooster waar hij sinds vier jaar als ‘regulier oblaat’ een teruggetrokken leven leidt. Een oblaat is een geestelijke of leek die zich door een daad van toewijding verbindt aan een abdij en zijn leven probeert in te richten volgens de regels van Benedictus.
Op 11 december hoopt Petrus Maria Muskens 75 jaar oud te worden. Zijn patroonheilige, Sint Maarten, sneed zijn eigen mantel in tweeën voor een arme sloeber. Deze dag draaien we de rollen om. De wind snijdt door de botten als we van het oude hoofdgebouw naar het nieuwe appartement lopen. Muskens is gekleed in een rode polo, met korte mouwen! De geest is nog scherp, maar het lopen gaat wat langzamer na de twee herseninfarcten die hem bijna tien jaar geleden troffen. „Ach, wat lichamelijke ongemakken”, wuift hij ze weg.
Na enige aandrang mogen we hem de jas van de verslaggever, die eronder nog een gevoerd spijkerjack draagt, om de schouders slaan. Vanachter een raam klappen enkele broeders lachend in hun handen. „Zo loopt hij nou altijd naar buiten”, moppert de benedictijn die binnen de jas aanpakt, „en dat met dit weer!”
Het appartement is voor het grootste gedeelte werkkamer, bibliotheek. Honderden boeken, tientallen parafernalia. Ze ademen de geest van zijn carrière, van zijn leven. Wetenschappelijke werken over allerlei godsdiensten, katholieke heiligenbeelden, afbeeldingen uit de Koran. Er staat ook een keurig gelabelde ladekast, gevuld met een schat aan gegevens over zijn tijd in Indonesië.
Op dat land promoveerde hij in 1969 met een proefschrift van zeshonderd pagina’s dik. In de Volkskrant werd het destijds als volgt bejubeld: ‘Eindelijk een goed boek over Indonesië’. De in kerkelijke én wetenschappelijke kringen alom geprezen dissertatie resulteerde in een missie van acht jaar in Indonesië.
Op een boekenkast staat een boeddha, op de vensterbank een beeld van Shiva als Nataraja, de kosmische danser. Deze verzameling symbolen geeft aan waar de mens Muskens voor staat: voor het streven naar vreedzame integratie. Integratie van niet-gelovigen met alle gelovigen - wat ze ook geloven.
Aan de manier waarop ze met elkaar praten, is te zien dat het klikt tussen Muskens en Boerefijn. Ze vullen elkaar naadloos aan, lachen om elkaars opmerkingen. Boerefijn heeft haar afstudeerscriptie opgedragen aan haar schoonvader, Theo Joachems. Tijdgenoot en klasgenoot van Muskens, bijna zeventig jaar geleden op kostschool De Ruwenberg in Sint Michielsgestel. Als de bisschop emeritus de door Marieke meegebrachte babyfoto’s aandachtig bekijkt, is heeft hij veel weg van een gewone Brabantse opa die van zijn kleinzoon geniet.
De vraag waarom Boerefijn Muskens heeft bestudeerd, is daarmee nog niet beantwoord. Er liggen twee grote passies aan ten grondslag: journalistiek en theologie. „Toen ik nog bij jullie werkte”, legt de voormalige BN DeStem-collega uit, „en daarna bij Omroep Brabant, zag ik de aandacht voor religie dalen. Geloven werd als achterhaald gezien, de kerken bleven maar leeglopen, dus was het niet actueel meer.”
Door de gebeurtenissen op 11 september 2001 zouden de journaliste en de bisschop later elkaars pad kruisen. Vanaf die dag was de vraag naar de relatie tussen extremisme en geloof namelijk weer actueel. Boerefijn: „Opeens was er weer journalistieke interesse in godsdienst en samenleving. Daarbij ging het natuurlijk voornamelijk om de islam. In de politiek en in de media werd de aandacht voor de integratie van allochtonen met een islamitische achtergrond zo ongeveer het belangrijkste onderwerp.”
Marieke Boerefijn somt een riedel publiciteit op: „In alle kranten, van links tot rechts. In alle weekbladen en maandbladen, van Vrij Nederland tot de Libelle. Op de televisie, van Pauw en Witteman, Kruispunt, Buitenhof, Netwerk tot De Wereld Draait Door en Paul de Leeuw. In deze mediastorm fungeerde bisschop Tiny Muskens voor velen als een baken; anderen beschouwden hem meer als brulboei. Boerefijn: ,,Als Muskens geroepen werd, dan ging hij.”
Zoals het de ware dienaar beaamt. Niet omdat hij zelf zo nodig moest, zegt Muskens nu, „maar om de zaak waar het om ging. Om de mensen. Om het geloof. Om de dialoog. Om God.”
De uitnodigingen kwamen meestal naar aanleiding van uitspraken of acties van de ‘mediabisschop’. Omdat hij iets had gezegd over armen die met kerkelijke zegen een brood zouden mogen stelen. Omdat hij voorstelde dat alle religies God voortaan maar Allah moesten noemen. Vanwege zijn voorstel om tweede pinksterdag in te ruilen voor het islamitische Suikerfeest. Of omdat de katholieke kerk volgens hem het condoomgebruik in Afrika moest stimuleren.
„In de honderden interviews die in mijn literatuurlijst zijn opgenomen”, zegt Marieke Boerefijn, „vond ik een heel mooie. U heeft na zo’n drukke week een keer gezegd dat het u toch mooi gelukt was om God weer vier dagen op de agenda, in het nieuws te krijgen.”
„Dat klopt”, knikt broeder Martinus vanuit zijn gemakkelijke stoel. „Vervolgens begon de voetbalcompetitie of was er een miss-verkiezing, en ging het land weer over tot de orde van de dag.”
De katholieke kerk is het afgelopen jaar vooral op een negatieve manier in het nieuws geweest. Hoe ervaart Muskens die publiciteit?
„Niet goed”, knikt hij, en hij wijst op zijn autobiografie, zoals door hem in 2004 gedicteerd aan auteur Arjan Broers.
„Op pagina 82 kunt u een van de oorzaken van de problemen lezen.”
Op die pagina staat een indrukwekkende opsomming van het aantal assumptionisten in 1963, priesterstudenten aan de kleine seminaries. Augustijnen, kapucijnen, karmelieten, dominicanen, franciscanen, jezuïeten, Witte Paters en leden van het Gezelschap van het Goddelijk Woord. „Daarmee zijn nog niet alle ordes en congregaties genoemd”, zegt broeder Martinus, „net zomin als de grote seminaries en de kostscholen die ook allemaal bomvol zaten.”
In 1963 werden in de 62 filosofica en theologica van Nederland bijna tweeduizend priesterstudenten opgeleid. „De meeste studiehuizen lagen op afgelegen plekken en stonden los van de samenleving. Qua aantallen een hoogtepunt in de religieuze geschiedenis, maar het vormingssysteem stond daardoor onder een te zware druk. Dat heeft ertoe geleid dat er te weinig aandacht aan sommige zaken en aan de studenten zelf besteed kon worden.’’
Zou broeder Martinus anno 2010 nog bisschop Muskens zijn, dan had hij zich de afgelopen jaren ongetwijfeld gemengd en geroerd in dat debat. Nu niet meer, daar zijn anderen voor.
Er klopt een broeder op de deur. De middagdis is gedekt. We lopen mee naar de uitgang. In de eetkamer heerst een montere, vriendelijke sfeer. De gepensioneerde medebroeders van Martinus wensen ons lachend een goede reis en een behouden thuiskomst.
Nou nog een keer promoveren op Muskens, op de integratie, de dialoog of de islam, Marieke?
Broeder Martinus zou dat wel zien zitten: „Nou moet de letter ‘s’ er nog af”, heeft hij haar aangespoord, „van doctor- andus naar doctor.”
Boerefijn zelf twijfelt aan die roeping. „Het behalen van mijn master thesis is al een zware klus geweest. Ik heb er zeven jaar lang één dag per week voor vrij genomen en er de rest van de tijd hard aan moeten werken. Ik had het nooit kunnen doen zonder de steun van mijn man. Een promotie-onderzoek zou minstens zo lang duren.”
Ze zegt wel heel veel zin te hebben in het nieuwe programma over religie dat ze voor Omroep Brabant gaat maken. „Daarin kan ik mijn twee passies voortaan vaker met elkaar combineren.”
Wat dat betreft kan een mediagenieke theologe geen kwaad. „Want”, geeft ze zelf aan, „welk onderwerp is er op dit moment actueler voor een journalist dan de confrontatie en dialoog tussen de vijf grote wereldgodsdiensten? Vooral die tussen christendom en islam?’’
De vraag aan broeder Martinus stellen, zou net zo overbodig als onbeleefd zijn. Maar gelooft Marieke Boerefijn in een God? „Ik weet het niet. Ik zeg niet dat er een God is, maar ook niet dat er geen God is. Ik weet het gewoon niet.”
Muskens twijfelt niet aan het bestaan van God, maar het zal hem om het even zijn hoe we God noemen.
„Misschien is dat wel de meest karakteristieke uitspraak van hem”, merkt Boerefijn op.
„Dat”, heeft broeder Martinus al gezegd voordat hij bij het middagmaal aanschoof, „is ons probleem. Sommige gelovigen zijn bezorgd dat God het niet goed vindt dat we hem anders dan God noemen. Dat is niet zo. Wij hebben dat zelf verzonnen om er ruzie over te kunnen maken. Iedereen spreekt tot God. Allah Jamah Kuasa, de almachtige God.”

De koffie wordt geserveerd. Foto Thom van Amsterdam
Posted by Leon at 12:25 PM | Comments (0)

Het is de enige vuurtoren in Noord-Brabant, maar licht verspreiden doet hij nooit. Vuurtorenfans uit heel Nederland kwamen zaterdag het monumentje bekijken.
Fotoalbum: Google/TdWB1
BN DeStem: Linkerpagina (pdf, 758kb)
BN DeStem: Rechterpagina (pdf, 946kb)
Het is geen officieel monument, door de gemeente Willemstad wel als zodanig gekoesterd, maar nog steeds niet aangesloten op het elektriciteitsnet.
De schepen in het Hollandsch Diep, voor het geval radar en navigatiesystemen het zouden begeven, vertrouwen op de drijvende betonning, voorzien van rode en groene lichtbakens.
Zaterdag vergaapten de leden van de Nederlandse Vuurtoren Vereniging zich aan de Willemstadse vuurtoren. Zeg maar torentje, een uit de kluiten gewassen bakstenen tuinfakkel van een meter of twaalf hoog, inclusief het knalgele nooit brandende baken. Terwijl het torentje beklommen werd door de liefhebbers werd aan de voet het hagelnieuwe Maritiem Verenigingsgebouw geopend. Het langverwachte onderkomen van de Willemstadse Watersportvereniging, de Scouting en reddingsbrigade ’t Rooie Paerd. Het torentje aan de Lantaarndijk prijkt er trots naast, als baken en bewaker.
De naam van de dijk is een geschiedkundige verwijzing. Al in 1696 brandde er het ‘vuyrbaecke’ van Willemstad, op ongeveer dezelfde plaats waar ruim 300 jaar later het huidige baken staat.
Nadat begin achttiende eeuw het Brielse Gat was dichtgeslibd, werd het Hollandsch Diep de belangrijkste verbinding met de zee voor Rotterdam en Dordrecht.
In die jaren werd het vuurbaken door schout en schepenen verpacht aan de bakenmeester. Die verplichtte zich om van 1 september tot en met 30 april vanaf zonsondergang het licht brandende te houden. Hij mocht bakengeld innen, maar moest wel zelf de olie leveren en twee maal per week de lamp schoonmaken. Het bakengeld werd geïnd bij Strijen Sas of op de hoek van de Kil en het Hollands Diep.
„Er hebben vroeger verschillende soorten bakens gestaan”, aldus Helwijker Hugo Snel, die zaterdag namens Willemstad open huis hield voor leden van de Nederlandse Vuurtoren Vereniging. „Van hout, van ijzer en van steen. In ’45 werd het open stalen torentje wat er stond door de Duitsers opgeblazen, waarna het in 1946 in baksteen werd herbouwd. Het heeft tot 1989 dienst gedaan.”
Vanaf het baken op de top wijst hij naar de kleine begraafplaats, honderd meter naar het oosten. Daar rusten de resten van 134 Belgische krijgsgevangenen die op 30 mei 1940 omkwamen toen de Rhenus 127 voor Willemstad op een Duitse mijn liep.
„Die begraafplaats is van 1950”, legt Snel uit. „De bomen die er in 1950 geplant werden, waren al in de jaren zeventig hoger dan de toren gegroeid. De schippers die vanaf het oosten kwamen konden het baken niet meer zien.”
Met de huidige betonning op het Hollandsch Diep zou de schijnwerper overigens niet eens meer aangestoken mogen worden. „Maar het zou wel gemakkelijk zijn als er een kabeltje werd gelegd, al was het alleen maar voor de open dagen, dan hoeven de mensen niet meer in het donker omhoog te klauteren.”
Cees Rijkers uit Giessenburg zegt wel te willen komen helpen om een geul te graven voor de kabel. Hij noemt zichzelf met trots de grootste vuurtorengek van Nederland. „Ik heb 48 vuurtorens in mijn huis staan. Maar een vuurtoren zonder stroom, dat kan toch niet?”
Snel lacht. „Ja misschien moeten we dat maar doen.”
Voor de gemeente Willemstad heeft hij niets dan lof. „Het is nog geen gemeentelijk monument, maar het is gelukkig zo wel behandeld. Als dat niet gedaan was, dan had hier helemaal geen vuurtoren meer gestaan.”

Posted by Leon at 10:30 AM | Comments (0)

Met de Grote Kerk een onmiskenbaar icoon van Breda, tot ver buiten de Singels zichtbaar. Velen kennen het gebouw van buiten, maar weinigen zijn er in geweest. De Koepel: het is wellicht een schrale troost voor hen die er verplicht kost plus inwoning krijgen, maar kenners loven de Bredase bajes als de mooiste gevangenis van Nederland.
Fotoalbum: Google/mTIDv
BN DeStem: Linkerpagina (pdf, 819kb)
BN DeStem: Rechterpagina (pdf, 1.7 mb)
Zaterdag grepen 150 gelukkigen de kans om er een paar uur binnen de muren te vertoeven. De Dienst Justitiële Inrichtingen opende tijdelijk de poorten van 48 instellingen voor het publiek.
In drie groepen van 50 bewonderden de bezoekers de architectuur van de Penintentiaire Inrichting Breda. Ze keken rond in de cellen, recreatieruimtes, de werkplaats en de luchtplaatsen. Op een van die luchtplaatsen staat een ex-BBA bushalte als rookhok. Een bus komt er uiteraard nooit langs.
De ingang is die van het oude gerechtsgebouw, op de hoek van De Sophiastraat en de Boschstraat.
De meeste bezoekers zijn wel eens met een vliegtuig mee geweest, dus ze zijn de incheckprocedure gewend. Die wijkt nauwelijks af van die op Schiphol. Het verschil is dat camera’s en mobiele telefoons niet mee naar binnen mogen. De verslaggever mag wel foto’s maken, maar wordt vooraf vriendelijk geïnstrueerd wat er straks wel en wat er niet op de foto mag. Zijn mobieltje moet hij echter, net als alle andere bezoekers, in een kluisje stoppen. Riem af, kleingeld en sleutelbos in het bakkie, en als het poortje niet piept nog even het paspoort laten zien.
Beveiligingsobjecten mogen niet worden gefotografeerd, en de bewoners ook niet. Dat zou niet eens kunnen, want de drie rondleidingen beginnen pas nadat het dagprogramma van de gedetineerden achter de rug is, en ze allemaal naar hun cellen zijn teruggekeerd. De namen zijn voor de duur van het burgerbezoek van de deuren verwijderd.
Vestigingsdirecteur Roos Hamers heeft in haar welkomstwoord al uitgelegd dat ook gestraften recht hebben op hun privacy. Reinheid, rust en regelmaat zijn niet alleen belangrijk voor een opgroeiend kind, maar ook voorafgaand aan de terugkeer van een ex-delinquent in de maatschappij. Mevrouw Hamers: „De kerntaak van deze inrichting is het zorgdragen voor een veilige, doelmatige en menswaardige tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen.”
Bij die maatregelen horen de alom aanwezige parafernalia die met de architectuur vloeken. Prikkeldraad, schrikdraad, hekken, gaas, camera’s, vuistdikke stalen deuren, sluizen en sloten. Heel veel sloten. Sommige deuren gaan met sleutels open, anderen met elektronische pasjes. Overal hangen camera’s.
Na het inchecken krijgt de bezoeker halverwege nog een keer het reisgevoel. Onder in de monumentale koepel zelf is is het net of je in de Sint Pieter staat. Het gebouw is pas sinds 2001 een rijksmonument, maar kennelijk is er de hele eeuw daarvoor ook altijd zorgvuldig mee omgegaan. De staat van onderhoud is onberispelijk. Dat is het ook in de voormalige rechtbank en de bijgebouwen die er de afgelopen 124 jaar in allerlei stadia bijgebouwd en aangebreid zijn. Een rondgang levert daardoor allerlei bevreemdende gezichten op. De ene architect zal er pijn van aan zijn ogen krijgen, terwijl bij een ander de handen zullen gaan jeuken om er iets leuks mee te doen.
Onder de helft van de vloer van de Koepel die niet door glas gedekt is, ligt een apart monumentaal juweeltje: de fitness-ruimte. Het is de oude waterkelder, uitgevoerd in rode bakstenen bogen. Pas een trap hoger, als er een celdeur achter hem dicht dreunt, beseft de bezoeker weer waar het om gaat. De stilte en de benauwdheid zijn pardoes verrassend beklemmend.
Tijdens de zevende editie van de Nationale Open Dag DJI namen zaterdag ongeveer 10.000 bezoekers een kijkje in 48 justitiële inrichtingen.
De Bredase koepelgevangenis staat bij veel mensen hoog op het verlanglijstje. „De 150 plaatsen die we te vergeven hadden, waren binnen een dag bezet”, zegt directeur Roos Hamers. Wat vaker organiseren?
„Al zouden we dat willen,” aldus Hamers, „dan is het nog maar de vraag of we het logistiek rond zouden krijgen. Het is niet te vergelijken met een willekeurige excursie. Naast de uitvoering van de straf is een geslaagde terugkeer in de maatschappij ons voornaamste doel. Dat valt nauwelijks te combineren met meer rondleidingen.”
Voor een van de mensen van zaterdagavond is het een terugkeer. Toon Schepens werkt enkele decennia als bewaker in de Koepel en vertelt gaande de rondgang allerlei anekdotes. Bijvoorbeeld over de Duitse oorlogsmisdadigers die er zaten, Fischer, Lages, Aus der Fünten en Kotälla. Hij wijst de cellen aan waar ze zaten.
Met Kotälla had hij helemaal niks: „Die heeft nooit enige spijt betuigd. Integendeel, hij leek tot zijn dood in 1979 trots te zijn op wat hij allemaal uitgespookt had.” Bij cel 14 wordt hij plotseling emotioneel. Hij staat stil en wijst naar de deur.
Zijn stem stokt. „Hier is het gebeurd. Hier zat een Nederlandse gevangene waar ik tot dan geen enkel probleem mee had. Ik opende de deur en ineens, totaal onverwacht, ging hij me te lijf en timmerde hij me helemaal in elkaar. Ze zijn in het voormalige Ignatiusziekenhuis aan de overkant uren bezig geweest om me weer op te lappen. Zoiets gaat je niet in je kouwe kleren zitten, kan ik u verzekeren.”

Posted by Leon at 09:27 AM | Comments (0)

Het is de kroon op de geschiedschrijving van de watersnoodramp van 1953: Watersnood. Vandaag wordt het nieuwste en zwaarste boek over de ramp gepresenteerd. Kees Slager schreef de teksten bij de honderden foto’s in het 656 pagina’s tellende boekwerk.
Selectie foto's uit het boek: Goo.gl/2QPOA
Passender bewoning voor de schrijver van een boek over de watersnood bestaat er niet. Kees Slager woont en werkt in het voormalig gemaal ‘Oosterschelde’ buiten Poortvliet, aan de voet van de dijk van de Oosterschelde. Het is een rijksmonument, met een bakstenen schoorsteen van 25 meter hoog, in perfecte staat. Er zit een ijzeren trap in en als het goed weer is, wil hij op de top wel eens gaan zitten uitwaaien. „Mooi man, als het helder is zie je Goes, Bergen op Zoom en Antwerpen liggen.”

De auteur is geboren en getogen op Tholen. Hij was 13 jaar toen het water kwam, maar herinnert zich van de rampnacht zelf niet veel. Van de nasleep des te meer. „Dat was op die leeftijd natuurlijk één groot avontuur, meerijden met militaire voertuigen, mee helpen opruimen, dat soort dingen.”
Slager ís zo’n beetje een stuk Oosterschelde. Hij leerde er zwemmen, zwierf over de schorren, en streed in de jaren zeventig voor het openhouden van de ‘Scaldis Oriëntal’, zoals de Romeinen dat water ruim tweeduizend jaar geleden al op de kaart zetten.
Lachend: „Het was dus zo ongeveer een verplichting om hier in de Poortvlietpolder te gaan wonen toen de gelegenheid zich voordeed.” Slager werkt in de voormalige werkplaats en machinekamer. Daarnaast staat de oude machinistenwoning waar hij nu woont. Honderd meter verderop staat het elektrische gemaal dat Stoomgemaal De Oosterschelde in 1932 verving.
Journalist, schrijver en politicus Kees Slager werkte voor Het Vrije Volk, VARA en VPRO. Hij is mede-oprichter van VPRO-radioprogramma OVT waarin veel verhalen van ‘gewone mensen’ zijn opgetekend. Daaronder zijn verhalen over de watersnood en het leven van landarbeiders. Hij zit voor de SP in de Eerste Kamer, maar zegt geen volgende termijn te ambiëren.
In 1992 (met een herdruk in 2003) schreef hij al een standaardwerk over de watersnood: De Ramp, een reconstructie.
Kees Slager is twee jaar bezig geweest met het lijvige boek, formaat en gewicht van een volwassen stoeptegel. Het is uitgegeven door uitgeverij deBuitenspelers van Matty Verkamman. Er staat een aantal kleurenfoto’s en dia’s in van amateurfotografen die recent in het archief van Zierikzee zijn ontdekt. Verder bevat het boek kleurenfoto’s die de Amerikaanse helikopterpiloot Henry Schmaltz maakte tijdens de reddingsoperaties.
Na het voorwoord volgen historische rampverhalen, sagen en legenden, en een overzicht van rampen, aangevuld met een lijst van 158 verdronken gemeenschappen in de delta. De meest oostelijke is Werkemonde nabij het huidige Werkendam. Acht plaatsen verdwenen aan de zuidrand van Biesbosch en Hollandsch Diep: Standhazen, Oud-Drimmelen, Zonzeel, Broek, Terhavene, Overdrage, Niervaart en Valkenberg.
Na een beschrijving van oorzaak en verloop van de ramp, volgen ruim 400 pagina’s met foto’s. Ingedeeld in Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden, West-Brabant, de Brabantse Biesbosch, Zeeuws-Vlaanderen, België en een noordelijk rampgebied. Het boek wordt afgesloten met een aantal thema-hoofdstukken, waaronder ‘De Oranjes en de ramp’, de hulpverlening en de media. Verder is de complete slachtofferlijst met 1835 namen in het boek opgenomen. Kees Slager hanteert 1835+1, het Rode Kruis 1779. „Het verschil zit ’m in het feit dat het CBS veertig slachtoffers, die later als gevolg van de ontberingen overleden zijn, niet mee heeft geteld.”
En die plus één? „Dat werd pas in 2o03 bekend. Het is een jongetje dat in de nacht van de ramp geboren werd en vervolgens met zijn moeder en zusje is verdronken. Hij is nooit opgegeven bij de burgerlijke stand en heeft nooit officieel bestaan.” Het kinderdrama in het drama is in de lijst opgenomen als het ‘naamloos jongetje Van der Straaten’.
Was 1953 de laatste overstroming in Zeeland? „Dat weet niemand”, zegt Slager, „al hoor je in verband met de global warming allerlei voorspellingen. Het is een simpele vraag, waar geen antwoord op mogelijk is.”
Zijn boek heeft hij opgedragen aan alle helden. „De vissers en de brandweermannen, de soldaten en burgers die nooit eerder opvielen maar toen opstonden en een daad stelden.”
De watersnood is de geschiedenis ingegaan als een Zeeuwse ramp. Met recht, want daar vielen de meeste slachtoffers. Maar er vielen ook slachtoffers in Groot-Brittannië, België, Noord-Brabant en Zuid-Holland.
Het prachtige boek heeft één nadeel: vanwege het gewicht kun je het niet op schoot of in bed lezen. Je moet ermee aan de keukentafel of aan een bureau gaan zitten. Maar dat past ook wel bij zo’n monumentaal product.
Kees Slager: Watersnood.
Website Uitgeverij deBuitenspelers.
672 pagina’s, ongeveer duizend foto’s.
€ 69,- ISBN 978-90-71359-13-2
Selectie foto's uit het boek: Goo.gl/2QPOA
Posted by Leon at 10:43 AM | Comments (0)

Het liep de afgelopen week storm op de website van BN DeStem. Ruim 350 bezoekers lieten een klacht achter over de bereikbaarheid via hun mobiele telefoon. Vooral op allerlei plekken in het buitengebied blijkt het gsm-bereik anno 2010 soms nog bar en boos. Op de redactie ervaren we dat regelmatig. Van verslaggevers die in de auto niet kunnen bellen tot collega’s die in de tuin wel, maar in de slaapkamer niet bereikbaar zijn. Daarom vroegen we de lezers van de krant om op de website hun ervaringen te delen.
De kaart op Google Maps
Alle reacties op: bndestem.nl/gsm/
Daar werd massaal gehoor aan gegeven. Ruim 350 West-Brabanders deelden hun ergernissen. Hoewel een enkeling de gelegenheid te baat nam om zijn tevredenheid over zijn mobieltje uit te spreken: eigenlijk nooit iets aan de hand.
U liet met zijn allen ruim 14.000 woorden achter onder onze oproep. We hebben ze in één artikel op bndestem.nl/gsm handzaam samengevat, zodat u niet door 70 pagina’s van vijf reacties hoeft te bladeren. U moet naar de zolder met het mobieltje om een gesprek te kunnen voeren. U loopt te ijsberen in de keuken, of u staat noodgedwongen op de stoep in de kou met uw mobieltje in de hand. Gesprekken in de auto eindigen op tuut-tuut-tuut.
Soms moet er een tafel aan te pas komen. In het ene geval wordt er een signaal opgepikt als die beklommen wordt. Els Schmitz, woonachtig in het buitengebied van Baarle-Nassau daarentegen krijgt pas verbinding als ze ónder de tafel gaat zitten. Zij heeft een handicap, en voor wie in een rolstoel zit is het wel handig als het mobieltje werkt in geval van panne.
Schmitz geniet graag van bos en natuur, in ’t Zand in Alphen heeft ze geen bereik. Ze is wat angstig geworden sinds ze een paar weken geleden op het Gorpeind in Baarle-Nassau gewond raakte door een val uit haar rolstoel. Er moest een ambulance aan te pas komen, maar twee behulpzame automobilisten die te hulp schoten, bleken geen bereik te hebben. „De derde had gelukkig KPN”, aldus Els Schmitz. „Ik vraag me nu af wat ik moet doen, mocht ik een hartstilstand krijgen. Moet ik dan weer eerst zelf automobilisten aan proberen te houden?”
De ergernis blijkt redelijk verdeeld over de grootste providers. Over KPN klagen 160 bezoekers van de website, terwijl T-Mobile en
Vodafone tot gistermiddag evenveel gele kaarten kregen: 116. Verder zijn 28 reaguurders ontevreden over Telfort, en andere kleine providers, waarvan sommigen ‘onderaannemers’ van KPN zijn. Het totaal aantal klachten is groter dan het aantal reacties, maar dat komt omdat sommigen ervaringen hebben met meerdere providers.
West-Brabant grenst aan de zuidflank aan België, hetgeen een extra probleem veroorzaakt: de Nederlandse signalen worden weggedrukt door Mobistar of Proximus. Wie dan toch veel belt, ontvangt torenhoge rekeningen omdat die gesprekken onder gepeperde buitenland tarieven vallen.
Dat is overigens een probleem dat zich niet tot Bergen op Zoom, maar tot op een haar na in Breda blijkt te spelen. Aan de Galderseweg, net voorbij Bouvigne, op het parkeerterrein van Zwart-Wit, wordt regelmatig de bekende sms ‘Welkom in België’ ontvangen. Wie van Turnhout naar Tilburg fietst over het Bels lijntje, passeert een aantal keren een Belgisch-Nederlands grens en omgekeerd. In redelijkheid zou je als inwoner van Baarle-Nassau daarom niet moeten verwachten altijd een Nederlands signaal te krijgen. Dat gezien de grilligheid van de grens daar, om maar niet te spreken van de tientallen enclaves, sommigen zo groot als een stadstuintje.
De noordgrens van West-Brabant ligt langs Hollands Diep, Boven Merwede en de Afgedamde- en Bergse Maas. Daar zijn Mobistar en Proximus van de radar verdwenen, maar de zwarte gaten, oftewel witte plekken, lijken er groter dan aan de Belgische grens. Veel klachten daar van watersporters, die vanaf hun bootje nergens bereik hebben.
Volgens de OPTA, de toezichthouder in de communicatiesector, zijn de door BN DeStem geïnventariseerde klachten een goed signaal naar de providers. „De consument moet er bij het aangaan van een contract op worden gewezen dat zijn gsm in zijn woonplaats geen bereik heeft”, aldus een zegsvrouw. Wie dat niet te horen heeft gekregen, kan dat melden via de website van Consuwijzer.nl.
De logistieke oorzaak van de problemen ligt voor de hand: de stormachtige groei van het aantal gebruikers én van de gebruiksmogelijkheden. Niet alleen het aantal mobieltjes is de pan uit gerezen, maar ook de mogelijkheden. Foto’s, video, navigatie, internet, de mobiele telefoons slurpen anno 2010 veel meer bandbreedte op dan aan het begin van de eeuw.
Op dit moment zijn er in Nederland meer aansluitingen dan inwoners. In de meeste steden en kleinere plaatsen lijkt het mee te vallen met de problemen, al zijn er dan weer veel klachten in Bergen op Zoom en Halsteren.
Buiten de steden en dorpen lijkt de dekking veel minder. Dat geldt voor de netwerken van KPN, Vodafone én T-Mobile. Dat is erg lastig voor iedereen die daar woont en/of werkt, of om daar om wat voor reden dan ook telefonisch bereikbaar moet zijn. T-Mobile en Vodafone hebben inmiddels zelf dekkingskaarten online gezet, maar die vertonen nauwelijks witte vlekken. Ze lijken niet met de werkelijkheid te stroken. Iedereen die wel eens in het Liesbos tussen Breda en Etten-Leur geweest is, weet dat de dekking daar altijd nul is. Op de kaart van T-Mobile is het bos roze. Volgens de OPTA zullen de aanbieders van mobiele telefonie de witte vlekken weg moeten werken door voldoende antennemasten te plaatsen. De toezichthouder zegt dat dat in een dichtbevolkt en hoogontwikkeld land als Nederland geen moeite zou moeten kosten.
De vraag is of dat de hoogste urgentie heeft bij KPN, Vodafone en T-Mobile. Waarbij de redelijkheid gebiedt op te merken dat de providers soms wel willen, maar dan te maken krijgen met lokale weerstand tegen het plaatsen van nieuwe masten.
Volgende week zullen we de providers en OPTA vragen om uitgebreid te reageren op de publicaties op deze pagina en op de website.
Posted by Leon at 05:41 PM | Comments (0)

Over deze foto in het eendelige pakje met modeontwerper Frans Molenaar: ‘Mijn lieve moeder zei altijd: ‘mode moet het goede aan je lijf markeren, en het slechte maskeren’. Daarom had Leo Horn zo veel aan en ik zo weinig. Jos Coler, voorzitter betaald voetbal, ergerde zich dood aan mijn kleding. Hoe meer hij dat deed, hoe vaker ik naar Frans Molenaar ging om een nieuw pakje te laten aanmeten. Al kneep die wel eens in mijn billen tijdens het passen.’
Het is alweer 32 jaar geleden dat Frans Derks zijn laatste officiële wedstrijd floot. Die sloot hij op zijn eigen manier af: met een publiekswissel in de kampioenswedstrijd van PEC Zwolle. Tien minuten voor tijd stapte hij van het veld, en reed op een schimmel naar het centrum van Zwolle, waar PEC de promotie naar de eredivisie vierde. Overmorgen tachtig jaar, maar hij fluit nog steeds.
Vrienden voor het leven of gezworen vijanden: over één ding zijn ze het eens. Als Frans Derks ergens binnenkomt, is er leven in de brouwerij. Van gewoon gezellig rumoer tot reuring en ruzie, daar staat Derks garant voor. Tachtig jaar turbulentie en chaos, noemt ie het zelf. „Maar wie me echt kent”, zegt hij, „die weet ik dat ik in wezen een introvert mens ben. Verlegen.”
Een leven lang samen met zijn Leentje, wil hij over zijn leeftijd het liefst zo weinig mogelijk en over zijn privéleven helemaal niets in de krant. „Daar blijf je met je poten af. Dat is van ons. Als je dat niet belooft, dan flikker ik je meteen buiten.”
Derks leeft in twee uniformen. Scheidsrechter Derks draagt twee kicksen, een shirt, een fluitje en natuurlijk hét broekje.
De andere Derks is af en toe huisman, altijd dierenliefhebber, vaak voorzitter en regelmatig regelneef, via zo kort mogelijke lijnen. Buiten het voetbalveld stapt Derks altijd op kekke gympen onder een spijkerbroek, daarboven een sjiek overhemd onder een pullover, bekroond met de onafscheidelijke sjaal.
We zitten in de keuken. Leen zet koffie, warmt het gebak op, de heer des huizes gooit zijn gympen op tafel en steekt een Belga op. Moos, de zoveelste in een lange lijn van boxers, gromt lang en intens naar het bezoek, maar snapt snel dat het goed volk is. Een natte neus wordt op de knie gelegd.
Leen zegt ‘Houdoe, jullie zoeken het verder maar uit’ en gaat naar waar ze het liefst is: de beestenboel achter het huis. Twee pony’s, een ezel, konijnen, schapen en geiten, een gans, een pracht van een varken zo groot als een bestelbus. Bedaarde beesten, niet beseffend welke mazzel ze gehad hebben door het pad van Derks te kruisen.
Hij kaapte ze na een lesje anatomie op de operatietafel in het academisch ziekenhuis van Utrecht, sleepte ze weg voor de poort van het slachthuis of haalde ze uit een smerig asiel. De twee koeien die hij ooit van het slachthuis redde, zijn op een gezegende leeftijd naar de dierenhemel vertrokken. Net als alle voorgangers van Moos en de hangbuikzwijntjes die onder de koeien stonden om druppels melk op te vangen.
Hoeveel wedstrijden hij gefloten heeft, geen idee. We tellen samen. Bijna zestig jaar scheidsrechter, nooit minder dan twee per week, nog steeds.
Op velden en in zaaltjes, op pleintjes, op de Grote Markt van Breda, in de bajes of in het circus. Maakt hem allemaal niks uit: Fransje komt graag fluiten, met alle plezier. Slechts één voorwaarde: het moet voor een goed doel zijn, pas dan komt ie. Voor niks.
Zestig maal tweeënvijftig weken, een tot twee keer per week, dat zal ruim vierduizend wedstrijden zijn. Dat moet toch een record van het een of ander zijn?
Hij neemt een slok espresso en blaast de rook van de volgende Belga naar het plafond van de keuken. „Tja, en wat dan nog? De enige reden dat je hier zit, is mijn verjaardag en daar heb ik niks voor gedaan. Je kunt beter een grensrechter gaan interviewen die al zestig jaar bij een amateurclub staat te vlaggen.”
Zijn leven als scheidsrechter begon bij toeval. De jonge Derks kon redelijk handballen en aasde op een selectie voor het Nederlands team. „Ik was op mijn racefiets naar de centrale training in Tilburg geweest, toen ik op de terugweg langs het zomeravondvoetbal in Breda kwam. Daar kwamen in de jaren vijftig duizenden mensen naar kijken. Moest er net een wedstrijd beginnen tussen barkeepers en slagers, en hadden ze geen scheids. De voorzitter kende me en riep: ‘Hé Franske, ge hèt toch sportkleren aan, dan kende ook fluiten’.
Derks, die destijds niet alleen handbalde, maar ook voetbalde bij Jeka, blies voor de eerste keer van zijn leven op een fluitje. „Van 35 cent’’, herinnert hij zich zes decennia later. Je kunt wel zeggen dat dat dingetje mijn leven voorgoed veranderd heeft.”
Zijn debuut was er een in de stijl die het hele land later zou leren kennen: de regels een beetje buigend, als ie dat nodig vond.
Grinnikend: „De slagerskeeper riep te pas en te onpas: ‘laat gaan!’, en dat irriteerde me. „Ik waarschuwde hem dat ik de bal op het pitje zou leggen al ie z’n kop niet hield. Dat deed ie niet, dus de bal ging op de stip, waardoor de slagers met 1-0 verloren.”
Zijn eerste wedstrijd kreeg een verloop dat hij later vaker mee zou maken: een verbale confrontatie. Derks stond in een bouwkeet te douchen toen de slagers eraan kwamen: ‘We gaan die nozem pakken’.
„Mooi niet. Daar ben ik nooit voor opzij gegaan. Ik naar buiten, op die keeper af. Ik zei dat ik die bal niet op het pitje had gelegd vanwege zijn geschreeuw, maar omdat hij zijn knie in de nieren van de tegenstander had geplant. Dat pikten ze.”
„Meneer Plasman van de scheidsrechterscommissie stond erbij en keer ernaar. Hij vond dat ik scheidsrechter moest worden. Eigenlijk had ik het veel te druk met studeren, handballen en voetballen, maar we spraken af dat ik hem iedere maand een briefje zou sturen met mijn vrije dagen. Zo is het gekomen.”
De KNVB-, UEFA- en FIFA-scheidsrechter, door de Nederlands profvoetballers meerdere malen tot primus inter pares gekozen, moest al 32 jaar geleden afscheid nemen. Te oud, in 1978.
De fluit liet ie zich niet afpakken, maar de podia werden wat minder. Geen nood, meer dan genoeg te doen tussen het fluiten door. Voorzitter van Brevok, zestien mooie Bredase volleybaljaren. Nog langer voorzitter van FC Dordrecht en president van de Jupiler League, ook nog interim rotzooiruimer bij NAC.
Derks saneerde NAC in 1987 op zijn Derks, en versloeg de schuldeisende staat in een legendarisch spelletje blufpoker, toen de inboedel aan de Beatrixstraat geveild werd. De deurwaarder van de belastingdienst belandde in een remake van The Good, The Bad and The Ugly. „De inboedel was geen flikker waard”, vertelt hij grijnzend, „maar ik was niet van plan om ze ook maar een tafel of een stoel te gunnen. We we hadden geen cent te makken, NAC kon niks missen. Ik had een paar zware jongens ingehuurd, brede schouders in nette zwarte pakken. Als er ook maar iemand van plan was om een bod uit te brengen, keken die heel kwaad, dus er werd niks geboden. Het leverde de deurwaarder iets van 7000 gulden op, terwijl ze op tonnen uit waren.” Anno 2010 staat NAC weer tot over de knieën in de shit. Heeft er al iemand gebeld? Derks blijkt niet van plan om zich nog een keer met NAC te gaan bemoeien. „Ze zoeken het maar uit. Het is mooi geweest. Maar NAC hoeft zich niet echt zorgen te maken. NAC gaat nooit kapot. Waarom niet? Omdat NAC iets unieks heeft: je legt er een bal op de middenstip en er komen weer 17.000 man kijken. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd gaan. Let maar op.”
De helft van wat hij allemaal vertelt, mag niet in de krant. Jammer, maar afgesproken. Dat moet hij zelf dan maar doen, in zijn vijfde boek. Derks is een begenadigd orator, maar ook een goed luisteraar. Introvert of niet, hij praat graag. Na vier uur is er nog genoeg wat wel in de krant mag, graag zelfs, maar het papier is helaas niet van elastiek. Derks gaat prat op zijn mensenkennis. „Ik kom ergens binnen en dan heb ik meteen in de gaten hoe de verhoudingen liggen, hoe de boel in elkaar zit. Dan ga ik het regelen en verdelen. Geen oeverloos geouwehoer; dat kost alleen maar tijd en je schiet er niks mee op. Hup, aan het werk, en verder geen gezeik. Daar ben ik het beste in.”
Maar hij is niet te beroerd om toe te geven dat hij er wel eens naast zat. Ooit had hij zelf een manager nodig, bij schoonmaakgigant ABC waar hij toen aan het roer stond. Advertentie gezet en op een zaterdagmorgen de schrijvers van de twintig beste brieven en de mooiste cv’s uitgenodigd voor een gesprek. Derks had er een zaaltje voor afgehuurd in het voormalige Hotel Cosmopolite, tegenover het oude station van Breda. Er stond voor twintig man koffie en broodjes klaar. „De tweede vent die binnenkwam, was mijn man”, vertelt hij bijna veertig jaar na dato. „Kon niet missen, met mijn mensenkennis. Charmante vent, met alle papieren, een cv van hier tot ginder, lovende referenties, en hij kon de maandag erop aan de slag. Hij pakte me helemaal in. Ik was verkocht en nam hem ter plekke aan. De andere sollicitanten heb ik allemaal een reiskostenvergoeding gegeven en dat was dat.”
Foute beslissing. „Hij bakte er niet veel van, maar kon wel erg goed declareren. Maar ja, het was mijn eigen verantwoording dat ik hem een vast contract gegeven had, zonder proeftijd. Ik heb hem dus zo lang mogelijk gehandhaafd. Het bleef wel een charmante vent, die later met allerlei lichamelijke klachten in de WAO belandde”. De blauwe ogen glimmen: „Tot zover mijn legendarische mensenkennis. Ik heb het dus ook wel eens mis gehad.”
Hoeveel wedstrijden nog? Hij gelooft niet in God, maar zegt dat die de enige is die dat weet. „Nog een jaar of vijftien? Het lijf wordt nog iedere dag anderhalf uur in het zweet getraind. Tot mijn vijfennegentigste fluiten? Daar teken ik nú voor. Dat zou mooi zijn.” Privé of niet, over zijn vader wil hij wel vertellen. Plots blinkt een traan in een ooghoek.
In een zilveren doosje bewaart hij de dierbaarste herinnering aan zijn vader. Het is de peuk van zijn laatste sigaar, die hij in 1974 zat te roken toen de hersenbloeding toesloeg. Ernaast ligt een van zijn horloges. Wijlen Derks senior was een horlogefanaat.
Zijn favoriete junior heeft die tic overgenomen. „Mijn vader was mijn grootste idool. Nog steeds. Vijf jongens had ie, maar om de een of andere reden vond ie dat ie mij altijd het meeste moest beschermen. Misschien wel omdat ik nu nog steeds de grootste lummel van het span ben. Bij mij ging er altijd wel iets fout, gegarandeerd dat de bal door de ruiten ging net als ik er tegenaan trapte.”
Zijn vader vertrok veel te vroeg uit zijn leven. „Hij kreeg een tweezijdige hersenbloeding toen hij op de bank zat te puzzelen. ‘We kunnen dit en we kunnen dat’, zei de chirurg, ‘maar dan zal hij altijd een kasplantje blijven.’ Toen zei ik tegen de chirurg: ‘Dat zou dan mijn vader niet meer zijn. Zo heeft mijn vader niet geleefd en zo zou hij niet willen leven.’ Dat wilden we niet. Toen was het over. Ik mis hem nog steeds, iedere dag van mijn leven.” De laatste Belga van de middag wordt aangestoken. Tijd om afscheid te nemen. Maar niet voorgoed. Over tien jaar wordt Derks negentig.
Nog een wedstrijd of duizend?
Over de foto hierboven in het eendelige pakje met modeontwerper Frans Molenaar: ‘Mijn lieve moeder zei altijd: ‘mode moet het goede aan je lijf markeren, en het slechte maskeren’. Daarom had Leo Horn zo veel aan en ik zo weinig. Jos Coler, voorzitter betaald voetbal, ergerde zich dood aan mijn kleding. Hoe meer hij dat deed, hoe vaker ik naar Frans Molenaar ging om een nieuw pakje te laten aanmeten. Al kneep die wel eens in mijn billen tijdens het passen.’
Over het leven en de dood: ‘Ik heb tot op heden geleefd. Van leven ga je dood, wie niet echt leeft, sterft’.
Over zijn grote liefde Israël: ‘Luister, zolang de joden leven, zijn ze opgejaagd. Gun ze nou dat ene stukje land. Maar gun de Palestijnen dan ook hun eigen stuk’.
Over steun aan betaald voetbal: ‘De economen hebben uitgerekend dat de Nederlandse overheid via btw, loonbelastingen en investeringen per saldo op jaarbasis 260 miljoen euro terugverdient aan het totale voetbal. Bovendien heeft voetbal een maatschappelijke functie en geeft het een hoop vrolijkheid’.
Over zijn lijf: ‘Dat wordt nog steeds anderhalf uur per dag gepijnigd. Het broekje past nog altijd en als dat niet meer het geval is, schei ik er mee uit. Zorg je wel dat er een mooie foto bij dit verhaal komt?’
Over voetballers: ‘Ik mis de harde spelers van vroeger, zoals Van Hanegem, Veldhoen, Laseroms, Krol, Kerkum en Israël. Als zij op het veld stonden, werd er tot het bittere einde gevochten om de bal. Dat vond ik altijd het mooiste dat er was’.
Over vrouwenvoetbal: ‘Je moet zelf een beetje lol maken in je leven. Er wordt hier wat afgezeurd. Daar doe ik niet aan mee. Neem nou dat damesvoetbal, echt, ik heb er van genoten. Vrouwen hebben veel meer medailles gehaald dan mannen. Vrouwen hebben meer doorzettingsvermogen. Zeiken tegen de scheidsrechter, ja die jongetjes met een miljoenencontract wel, maar bij vrouwen heb ik het nog nooit gezien’.
Over zijn karakter: ‘Ik ben met enthousiasme en geestdrift geboren, dat heb ik van mijn vader. Pappie zei altijd: ‘Goed om je heen kijken.’ Ik heb ooit in de Kalverstraat drie bossen bloemen gekocht voor de eerste de beste dames met zware tassen. Het werd gewantrouwd, maar ik wilde gewoon mijn vreugde delen. Ik koop ook altijd een straatkrant’.
Over schelden: ‘Ik heb het woord hondenlul nooit als beledigend ervaren. Kom nou: voetbal is een volkssport. Ik beschouwde het als een koosnaampje’.
Over de mens: ‘Ik heb helemaal niks met rijken en regenten, kakkers of bobo’s, oud geld of mensen die zichzelf belangrijk vinden. Ik hou van gewone mensen, daar heb ik altijd het beste mee op kunnen schieten. Ik ben overal meteen vriendjes met de werksters en de chauffeurs, de bedienden en de zwervertjes. Daar praat ik het liefste mee’.

Frans met ezelin Otje die na een ongelukkige jeugd van een gezellige oude dag geniet in de beestenboel achter huize Derks.
Posted by Leon at 05:28 PM | Comments (0)

Examinator Eddie Aerts beoordeelt het rijgedrag van Jeroen van Beek.
Iedereen mag zonder rijbewijs op een trekker rijden, maar wie 16 of 17 is en ermee wil werken, moet eerst een Certificaat Voor Vakbekwaamheid zien te halen.
Meer foto's: Google/bCIH
De enorme gifgroene Deutz Agrotion staat grommend klaar voor de twee nerveuze pubers die op hun examinator wachten. Ze weten van school dat hun leraar, die het examen af komt nemen, zowel streng als rechtvaardig is, en Sjaak Koemans is al een keer gezakt onder Eddie Aerts.
Diens humeur daalt een paar graden als hij merkt dat de trekker, net zals de vorige keer, niet honderd procent in orde is. Het linkerstadslicht functioneert niet.
„Dat is toch niet te geloven”, moppert hij hardop tegen de twee examinandi, „Sjaak is de vorige keer al vóór het examen gezakt, en nu werkt dat lichtje weer niet.” Omdat ditmaal niet duidelijk is wanneer het lampje de geest gegeven heeft, mag het vervangen worden.
„Dat kan je altijd overkomen”, zegt Aerts, „dus je zorgt er maar voor dat je een lampensetje bij je hebt, dan krijg je meestal ook geen bekeuring als de politie ziet dat er een lampje niet werkt.”
Zodra het lampje vervangen is, loopt Aerts een controlerondje en wijst hij op de gevarendriehoek aan de achterkant van de trailer. „Die zit er nu op, zie ik, in tegenstelling tot de vorige keer. Maar ik kan ook zien dat die er net met een stukje touw aan vastgeknoopt is, en dat is binnen de kortste keren doorgesleten. Als de wiedeweerga twee trekbandjes er doorheen, anders wordt er niet eens geëxamineerd.”
Is de driehoek onwrikbaar vast, dan mag Jeroen van Beek als eerste plaatsnemen in de cabine.
Aerts hangt hem een portofoon om, om hem via zijn eigen exemplaar instructies en opdrachten te geven. Jeroen is zo mogelijk nog nerveuzer dan zijn maat Sjaak Koemans uit Terheijden, die na hem aan de beurt is. Het examen wordt afgenomen op het melk- en fokbedrijf van zijn ouders, Southland Holsteins in Teteringen. Die doen net of ze druk zijn met het fokvee, maar vanuit hun ogen houden ze de verrichtingen van zoonlief stiekem in de gaten. Ook een beetje zenuwachtig, zo te zien.
Het af- en aankoppelen van de aanhanger gaat hem goed af, net als het peilen van diesel, olie en koelwater. Op naar de openbare weg, waar ze officieel nog nooit gereden hebben, al doet een knipoog van een van hen, buiten het gezichtsveld van de examinator, anders vermoeden. Met vol gas een noodstop maken binnen de tien meter is geen probleem.
Sjaak is aan de beurt. Jeroen is niet echt gerust over de uitslag, terwijl zijn maat de bevelen van Eddy Aerts probeert op te volgen. Hij heeft moeite met de versnellingen van de Deutz, terwijl beiden het achteruitrijden ‘in de spiegels’ wat zwabberend uitvoeren.
Dat vindt Aerts niet zo erg. „In de praktijk is er bijna niemand die dat doet, maar je leert het vanzelf door vaak te oefenen. Net zoals de combinatie kaarsrecht houden op de weg. Het is een kwestie van de kip en en het ei: om ervaring op te doen heb je dat papiertje nodig, en om dat papiertje te halen moet je ervaring opdoen. Het draait vooral om verantwoordelijkheid, jongens. Je hebt nogal wat in handen en een ongeluk zit in een klein hoekje.”
De twee praktijkexamens duren bijna drie uur, waarna Aerts tweemaal een eeltige hand uitsteekt: ‘Gefeliciteerd jongens. Veel plezier ermee, maar wees voorzichtig. Er vallen ieder jaar achttien doden bij ongevallen met trekkers. We willen dat dat er nul worden.”
Bestuurders van trekkers en andere landbouwvoertuigen moeten voortaan een speciaal rijbewijs halen. Bovendien moet dit soort voertuigen een kenteken dragen en moet er een APK voor komen.
Dat adviseert de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De algehele verkeersveiligheid is de afgelopen jaren flink verbeterd, maar niet die van landbouwvoertuigen.
Jaarlijks vallen ongeveer achttien doden en honderd gewonden bij ongevallen met dergelijke vervoermiddelen.
Het zicht van bestuurders wordt vaak geblokkeerd, het voertuig is relatief erg breed en in het donker slecht herkenbaar. Daarnaast houden bestuurders onvoldoende rekening met andere weggebruikers. Bij ongelukken zijn de bestuurders bijna nooit zelf slachtoffer.
Landbouwvoertuigen worden in Nederland niet technisch gecontroleerd voordat ze op de openbare weg worden toegelaten. De raad noemt het opvallend dat in een land als Nederland, waar het verkeer druk is, zo weinig regels gelden voor landbouwvoertuigen, terwijl omringende landen veel strenger zijn.
Er wordt al gewerkt aan een trekkerrijbewijs: het wetsvoorstel gaat eind volgend jaar naar de Tweede Kamer. Jongeren van 16 en 17 moeten nu volgens de ARBO-wet al een Certificaat voor Vakbekwaamheid halen, anders mogen ze er geen werkzaamheden mee verrichten.
Opleiding en examen worden verzorgd door een Agrarisch Opleidingscentrum. Sjaak Koemans en Jeroen van Beek (zie verhaal hierboven) haalden zo’n certificaat.
Posted by Leon at 10:11 AM | Comments (0)

Inspecteur Carl Huijbregts van VROM geeft uitleg aan de delegatie uit China. Rechts politie woordvoerder Peter Jobse.
Hoog bezoek in Moerdijk: zeven vertegenwoordigers van de Chinese regering kwamen controleren hoe in Nederland het transportwezen wordt gecontroleerd.
Fotoalbum: Google/hpZs
Video: Google/aRzg
Tijdens een mega-controle opgezet door het ministerie van VROM, in samenwerking met marechausse, regionale en landelijke politiediensten, rijkswaterstaat en vreemdelingendienst.
Er werden enkele tientallen vrachtwagens door motorrijders en wagens van de KLPD van de A16 en A17 geplukt en naar een terrein van Rijkswaterstaat in Moerdijk gedirigeerd. Chauffeurs, voertuigen en lading werden aan een nauwgezet onderzoek onderworpen.
De technische staat van de wagens werd gecontroleerd, en een monster van de brandstof werd in een rijdend lab getest. De vrachtpapieren gingen onder een vergrootglas terwijl ieder voertuig door een levensgroot rijdend röntgen-apparaat werd gescand.
Vroeg in de morgen werden er al twee chauffeurs op een gepeperde prent getrakteerd omdat ze op de rode en goedkope agrarische diesel bleken te rijden. Een chauffeur moest zijn baas bellen omdat hij acht ton te veel aan oud ijzer aan boord bleek te hebben.
Op het Hollands Diep werden intussen schepen geënterd, om als daar aanleiding toe was, in de oude haven van Moerdijk verder gecontroleerd te worden.
De Chinezen kwamen kijken omdat er tegenwoordig veel oud papier en plastic naar China wordt vervoerd om daar gerecycled te worden. Volgens Carl Huijbregts van VROM waren zijn Chinese gasten zeer tevreden.
„Er gaat gemiddeld twee miljoen ton afval per jaar aan papier, plastic en metaal naar China om daar hergebruikt te worden. Dat lijkt misschien niet zoveel, maar we hebben het dan wel over 100.000 vrachtladingen per jaar. Zeventig procent daarvan is oud papier, de rest plastic en metaal. Ze willen natuurlijk geen verontreinigd materiaal, en daar eisen ze garanties voor. Ze hebben nu met eigen ogen kunnen zien hoe het transport en de controle erop in Nederland geregeld zijn. Tot en met het laden van de schepen in Rotterdam, Moerdijk en Delfzijl.”
In totaal werden er gisteren 41 vrachtwagens gecontroleerd, en vijf schepen op het Hollands Diep. Van een van de schepen klopte er iets niet aan de lading, terwijl er bij de vrachtwagens in 17 gevallen iets mankeerde. Veelal iets te hoog, te lang of te gladde banden. Bijna alle ladingen waren in orde. De bedrijven van de twee wagens die op rode diesel reden, worden nader doorgelicht door de belastingdienst en de douane.
Posted by Leon at 09:49 AM | Comments (0)

Het begint nu echt te dringen op internet: de adressen zijn bijna op. Althans in de tot nog toe meest gebruikte manier waarop alle computers op internet met elkaar verbonden zijn.
Een korte uitleg: computers en alle andere apparaten die iets op internet doen, praten met elkaar via het Internet Protocol (IP). Iedere computer beschikt over een uniek adres dat is samengesteld uit vier blokjes van maximaal drie cijfers. Wie bndestem.nl in het venster van zijn browser tikt surft eigenlijk naar het adres 145.222.84.64. Met die methode zijn 4.3 miljard adressen beschikbaar, en die zijn nu bijna allemaal in gebruik.
Het is een probleem dat al in de jaren negentig van de vorige eeuw als theorie werd voorspeld. Het is veel sneller gegaan dan destijds werd verwacht, vooral omdat toen niemand de groei van mobiel internet voorzag. Laat staan dat toen verwacht werd dat alle autoís, televisies, huishoudelijke apparaten, bijna alle pakjes die verzonden worden en ieder artikel in een supermarkt binnen vijftien jaar een uniek internet-adres nodig zou hebben.
Wel is er in die jaren al voorzien in een opwaardering van het IPv4 protocol naar IPv6. Belangrijkste verschil: in versie 6 wordt gewerkt met 128 bits, inplaats van 32. Daarmee wordt het aantal unieke adressen in een klap uitgebreid van 4.3 miljard naar 340.282.366.920.938.463.463.374.607.431.768.211.456. Dat is een getal met 39 cijfers, genoeg om iedere zandkorrel en regendruppel op aarde een internetadres te verstrekken.
Grootste probleem op dit moment: vanaf begin volgend jaar kunnen er geen nieuwe adressen meer aangemaakt worden op de oude manier, maar de wereld is nog niet klaar voor de nieuwe manier. Ook nog niet voor het aan elkaar breien van de twee methodes.
De koek is over enkele maanden het eerst op bij de centrale wereldwijde instantie die eindverantwoordelijk is voor de uitgifte van IP adressen, de IANA. Ongeveer een half jaar later zullen de 5 regionale Internet instanties (in Europa: RIPE NCC) ook geen internetnummers meer kunnen uitgeven. De verwachting is dat 3 maanden later de lokale internet service providers geen unieke IPv4-nummers meer hebben om nieuwe klanten aan te sluiten. Dat zou de groei van het Internet vanaf de zomer van volgend jaar kunnen gaan belemmeren.
De oplossing is de implementatie van IPv6, maar dat is niet snel genoeg gegaan. Vooral de providers hebben de benodigde investeringen voor zich uitgeschoven. Maar ook bedrijven zullen op korte termijn hun computers en programmaís geschikt moeten maken voor IPv6 om in de toekomst bereikbaar te blijven voor klanten en leveranciers.
Er is inmiddels een stichting opgericht, Stipv6, die zichzelf als een taskforce ziet. Mede ingegeven door initiatieven van de Europese Commissie en het Ministerie van Economische Zaken, die sinds 2005 aandacht vragen voor het komende Internet-adrestekort. Stipv6 zegt te gaan zorgen voor duidelijkheid op het gebied van IPv6-geschikte professionals, producten, diensten en trainingen.
Moet u zich zorgen gaan maken? Nee, op de oude manier blijven alle oude adressen op de oude manier benaderbaar. Worden er over enkele maanden adressen aangemaakt op de nieuwe manier, dan bestaat de kans u die niet kan bezoeken. Dat ligt dan niet aan u, maar aan uw provider of aan de netwerkbeheerder van uw bedrijf.
Het komt wel goed, waarschijnlijk zonder dat u er al te veel van zal merken. Precies tien jaar geleden werd zo ongeveer het eind van de wereld voorspeld vanwege het millenniumprobleem. Ook daar hield een zware taskforce zich mee bezig. Die hype duurde tot en met middernacht van de laatste dag van de eeuw, toen het probleem niet bleek te bestaan.
Inhoudelijk niet te vergelijken, maar zelfs als het IPv6 probleem niet tijdig ondervangen wordt, zullen de gevolgen voor de gebruikers niet al te veel impact hebben.
Posted by Leon at 02:05 PM | Comments (0)

Wie kan me helpen aan een mp3 (of voor mijn part de originele single) van John The Rainmaker van Dirty Underwear? Opgenomen in 1976, geproduceerd door Peter Koelewijn. Een juweeltje van een nummer dat ik ooit op single had. Niet te vinden op Spotify, iTunes of waar dan ook.
Posted by Leon at 04:22 PM | Comments (0)

Richard Bleijenberg (links) en Paul de Schipper op het schor onder aan de dijk bij Emmadorp
Saeftinghe, gezien vanaf de dijk bij Emmadorp. Er zullen niet zo veel plaatsen op de wereld zijn waar oud en nieuw, mens en natuur zó hard op elkaar knallen. Het is een mooie dag, nazomer. De regenbuien trekken weg, het zwerk breekt open. Voor ons ligt het Verdronken Land van Saeftinghe.
Fotoalbum: een dag in Saeftinghe
De pagina in de krant in pdf: links (pdf, 1.2 mb) en rechts (pdf, 2.2 mb).
Vanuit het noordwesten nadert een containerschip zo groot als de Stopera. Het lijkt op de grens van land en water vast te gaan lopen. Tot het langzaam linksaf gaat om het Nauw van Bath te nemen en daarna de laatste bocht naar rechts richting Antwerpen. Daar ergens, maar niemand weet precies waar, passeren de containers de ruïnes van het verdronken Kasteel van Saeftinghe.
Rechts liggen de Prosper- en Hedwige- polder, die straks aan de natuur zal worden teruggegeven. De Hedwige is onderpand in een spelletje Stratego, via het nieuwe regeerakkoord in de zoveelste verlenging beland. De Strategostukken staan aan de horizon, een leger dat klaar staat om naar het westen op te rukken.
Rokende schoorstenen, kreunende hijskranen, kilometers kades, betonmolens, vrachtwagens, bulldozers, bouwketen, containerschepen en reuzendokken, dát is de horizon daar.
De twee koeltorens van de kerncentrale in Doel als grensposten voor de alsmaar uitdijende haven van Antwerpen. Het Deurganckdok, het Doeldok, de Beveren-Waaslandhaven en het Vrasenedok zijn nu al net zo groot als het Verdronken Land van Saeftinghe.
Richard Bleijenberg en Paul de Schipper staan op de dijk. Bleijenberg, de bebaarde verteller die een heel leven rondliep in het Verdronken Land, getrouwd met de enige dochter van De Sterke. De Schipper schreef een boek over de schoonvader van Bleijenberg: De Sterke van Saeftinghe.
"Dat is wat je ziet", aldus Bleijenberg met een weids gebaar dat land, water en lucht van Doel tot Paal omarmt. "Wat je niet ziet, is de rotzooi onder water. God weet wat die Belgen allemaal nog steeds stiekem in de Schelde lozen."
Toen hij de vuilspuiterij jaren geleden ontdekte en aankaartte, kostte hem dat zijn baan. Ouder en wijzer blikt hij als verteller in De Sterke van Saeftinghe terug op het leven van zijn schoonvader, Gustaaf de Maayer. Gustaaf is Staf. Staf de Sterke (1893-1963), die negen zonen naliet en een dochter. Juliana is de vrouw van Richard Bleijenberg, de man in wiens armen De Sterke in '63 zijn laatste adem uitblies.
Staf de Sterke heeft de film Old Man and the Sea nooit gezien, want dan zou Bleijenberg het verteld hebben. Het gegroefde gelaat van hoofdrolspeler Spencer Tracy vertoont een treffende overeenkomst met de markante, vierkante kop van De Sterke op de omslag van het boek. De huid door zon en zout gelooid, de kaken op elkaar geklemd, zeemanssnorretje. Helblauwe ogen, de onverzettelijke blik van een oude walrus die zijn strand en al wat hem dierbaar is met lijf en leden bewaakt.
Vrijdagmorgen in Saeftinghe. We bezoeken de dijken, de kreken en de schorren van het Verdronken Land, de begraafplaatsen op Nieuw-Namen en in de Prosperpolder en de Meester Van den Heydengroeve.
Net als in de Prosperpolder liggen op de begraafplaats schuin tegenover het huis van Bleijenberg de karakters begraven die door het boek paraderen. De ouders en voorouders van Bleijenberg, en Tan, de vrouw van Jan Boom, de doctorandus die een aantal jaren schaapsherder in de Saeftinghe was.
Op een armlengte van het graf van Tan, 'te jong gestorven aan de kanker', ligt een ander graf. Ruw gemetselde stenen, bekroond door een ijzeren kruis van een rommelmarkt. Het is het graf van zijn grootmoeder, waar Bleijenberg ooit zelf bovenop komt te liggen. "Dat heb ik met de pastoor geregeld. Ik wil begraven worden zoals dat al duizenden jaren in Saeftinghe gaat, in een kist met riet." De kist is klaar, door hem zelf getimmerd van eiken planken. "Van een oeroude steiger die ooit ergens bij de Liefkenshoek in De Schelde stond."
De botten van De Sterke rusten niet op Nieuw-Namen. Hij is begraven op Kieldrecht. "Dat graf is al lang geruimd. Misschien wel voor dat van Theo Middelkamp." In Kieldrecht staat nog steeds het café van de wielerlegende, in 1914 op Nieuw-Namen geboren, in 2005 op Kieldrecht begraven.
We gaan naar de groeve van Nieuw- Namen. Bleijenberg is er de beheerder van, maar de sleutel van de ijzeren poort wil niet rond. De zeeman in hem doet zich gelden. Met een paar vloeken en klappen, als op een onwillig anker dat niet naar beneden wil. Het slot geeft het op, de deur naast het kerkpad gaat open, de toegang naar het ontstaan van Nederland.
Vijftig meter verder, via een vochtig pad door bomen en struiken. Een sperwer heeft er een duif geslagen. De veren en het schedeltje liggen keurig uitgespreid. "Dat is de natuur. Vreten en gevreten worden."
Aan de rand van het bos, net aan de Nederlandse kant van de grens, komt drie miljoen jaar geschiedenis aan de oppervlakte. Het zijn de aardlagen uit het Plioceen. Onder Amsterdam liggen ze ruim honderd meter diep, bij Terneuzen 25 meter, maar op Nieuw-Namen zijn ze gestegen naar Nieuw Amsterdams Peil.
Richard Bleijenberg weet er alles van. Hij kan er een jaar over vertellen en dan nog is hij niet uitgepraat. Hij heeft er dagen, nachten, jaren, over nagedacht. Als een amateur-Darwin heeft hij gedachten en hypotheses tot conclusies aan elkaar proberen te breien. Zo uniek is de groeve dat professoren en geologen uit de hele wereld die bezocht hebben.
Ze frustreren hem wel eens, zegt hij. "Kijk, ik zeg dat het zo en zo zou kunnen zijn. Hoe iets eruit ziet, is soms voor een andere uitleg vatbaar." Schouderophalend: "Ach, ik heb meegemaakt dat in een jaar vijf professoren langskwamen om naar de groeve te kijken. Dan hoor je vijf verschillende verhalen, allemaal met grote zekerheid neergezet, zonder een spoor van twijfel. Dan luister ik maar, als eenvoudig manneke, en ik denk er het mijne van."
Paul de Schipper knielt neer, terwijl Bleij- enberg doceert. "Even de andere kant uitkijken, Richard," knipoogt hij, terwijl hij een uitstekend schelpje uit het losse leem krabt. "Dat schelpje is drie tot drieënhalf miljoen jaar oud", aldus Bleijenberg, "we kijken hier niet op een paar honderdduizend jaar."
Hij wijst krimpscheuren en verschillend gekleurde lagen aan, wormgangen en schelpen. Drie miljoen jaar oud, maar ook verwrongen groene flessen. "Die komen van de vuilnisbelt die door de eeuwen heen hier ontstaan is. Dat lag hier altijd te smeulen en de temperatur liep zo hoog op dat het glas smolt."
Honderd meter verder verlaten we het Kerkpad en steken de Koningsdijk over. We zijn weer in België, waar een andere markante hoofdpersoon in zijn voortuin van de zon ligt te genieten. Het is Florent de Maayer, zeg maar Ran, de zesde zoon van De Sterke. Botersmokkelaar, boef, baggeraar.
In de zomer woont hij met zijn Mexicaanse vrouw Sheila op Nieuw-Namen. Elk jaar in november verkassen ze voor zes maanden naar een van hun appartementen in Manzanillo, tussen Puerto Vallarta en Acapulco.
Het gaat zoals De Schipper en Bleijenberg voorspeld hebben. Ran springt op, sleurt ons naar binnen en trekt een fles vuurwater van een procent of zeventig uit het buffet. Er worden vier glazen op tafel gekwakt. Proost!
Verhalen vliegen over de tafel heen en weer. Over vissers en stropers, smokkelaars en zeehondenjagers. Over erwtentrekkers en kasseienstoempers, karameldieven en schaapsherders. Over zwangerschappen na vrijen in een greppel of in een roestig vooronder. Over bedelen en stelen. Over Saeftinghe. Het Verdronken Land waar ze geboren en getogen zijn en waar ze allebei begraven zullen worden.
Ieder verhaal komt weer terug bij Staf de Sterke, de vader van de een, de schoonvader van de ander. De legendarische visser, baggeraar en oermens die zijn kinderen leerde om brood te bedelen, te stelen of te smokkelen. Om te overleven.
Richard Bleijenberg, Ran de Maayer en tientallen andere figuren, de een nog karakeristieker dan de ander, vertelden de verhalen.
Paul de Schipper schreef ze op, in De Sterke van Saeftinghe.
Biografie Paul de Schipper
Paul de Schipper (1952) is verslaggever bij BN DeStem. Hij is geboren in Venezuela, maar getogen in mosselstad Yerseke. De Schipper werkte twaalf jaar lang in Zeeuws- Vlaanderen, van waaruit hij ook vaak verslag deed van Belgische zaken.
Hij maakte reis- en fotoreportages in meer dan veertig landen en bezocht als verslaggever brandhaarden als Rwanda, Zuid-Soedan, Irak en Iran.
De Schipper is een fanatiek zeiler in zijn Flying Dutchman.
Het oeuvre van Paul de Schipper omvat:
Vissers verhalen (1990), samen met Kees Slager. Een boek in vertellende vorm over het leven van vissers in het begin van de twintigste eeuw in de Zeeuwse Delta. Uitgeverij: De Koperen Tuin, Goes.
Achter de dijken (1997). De geschiedenis van de komst van Dow Chemical naar Zeeuws-Vlaanderen. Uitgeverij: drukkerij Van Maele, Brugge.
Orisant (2000). De nooit eerder vertelde geschiedenis van een eiland dat maar 37 jaar bestond (1602-1639) en dat nu diep in de Oosterschelde ligt. Vanwege de directe en heldere stijl geselecteerd als voorleesboek voor de Nederlandse Blindenbibliotheek. Uitgeverij: Ad. Donker, Rotterdam (2000).
De Flying Dutchman (2004). Het verhaal van een wonderboot, en van de verzekeringsagent uit Naarden die de snelste zeilboot ter wereld ontwierp. Gebaseerd op 125 interviews met zeilers uit 35 landen. Uitgeverij: Hollandia (Gottmer), Haarlem.
Bij de bevrijding begon de oorlog (2005). Na de mislukte operatie Market Garden, 17-21 september 1944, bleef het Land van Heusden en Altena tot 5 mei 1945 in Duitse handen.
De Slag om de Oosterschelde (2008). Het verhaal van gewone, volhardende mensen die vonden dat de Oosterschelde geen brakke zoetwaterpoel mocht worden. Van de vooravond van de grote storm in februari 1953 tot de opening van de stormvloedkering in 1986 volgt hij een groep jongeren die in verzet kwam en zich gesteund zag door oudere Zeeuwen.
De Sterke van Saeftinghe (2010).

Florent de Maayer, de zesde zoon van De Sterke van Saeftinghe, met zijn vrouw Sheila
Posted by Leon at 12:14 PM | Comments (0)

Een adembenemende show, van begin tot eind, het verhaal een beetje vergezocht: Totem van Cirque du Soleil. De verhaallijn lijkt er af en toe met de haren bijgesleept. Maar wat doet dat er ook toe, als je naar het Cirque du Soleil gaat?
Link: Fashionably Chic
Totem in 22 pagina's: www.bndestem.nl/totem
Het meest diervriendelijke circus ter wereld, want er komt geen viervoeter aan te pas. Nou ja, één eend dan, maar die wordt uit papier gevouwen om vervolgens kwakend een vers ei te produceren. We zijn ook helemaal niet naar de Europese première van Totem gegaan voor een verhaal.
We zijn naar Amsterdam gekomen voor wat we van het Cirque du Soleil verwachten: adembenemende acts, acrobatie van de bovenste plank. Uitgevoerd door schitterende atletische lijven met waanzinnig geschminkte koppen.
Afgewisseld door de onvermijdelijke clowns, die soms een beetje melig lijken om vervolgens altijd weer te verrassen. Fantastische maskers, kostuums en cosmetica, te gekke ‘props’. Alles omlijst door een orgie van licht en geluid, die adembenemend maar nooit bombastisch is.
Het multimediale aandeel in de shows van Cirque du Soleil is met Totem weer gegroeid. Dankzij de alsmaar krachtiger computers, in combinatie met de nieuwste led-technieken. Het decor is voor het grootste gedeelte vervangen door computergestuurde projecties van beelden die over de hele wereld – en op de maan – gefilmd zijn.
De zee die vanuit de nok van de immense tent op het achterste hellende vlak van het podium tot leven wordt gewekt is levensecht. De onderwaterzwemmers kruipen er aan de zijkant levend uit, alsof ze op dat moment van amfibie tot mens evolueren.
Want dat is het verhaal, waar we niet voor gekomen zijn: de ontwikkeling van de homo sapiens tot en met de droom om te kunnen vliegen. Dat laatste is in ieder geval gelukt, want van het begin tot het eind wordt er gevlogen. Vanaf de trapeze, vanaf het enorme skelet van de schildpad waarmee de show opent, vanaf palen, fietsen, boten, rekstokken en ringen.
Dat skelet, precies zo groot als het podium, speelt de hele show een centrale rol. Is het niet beneden, dan boven. De eerste tien mintuten spelen zich helemaal in, op en over dat skelet af, waar alles en iedereen als een hoop vliegende mieren duizelingwekkend door elkaar springt en vliegt.
Totem: tweemaal anderhalf uur een adembenemende show.
Totem is tot 22-12 in Amsterdam
Posted by Leon at 11:43 AM | Comments (0)
In 1975 nog een keramische knipoog : de deukbeker. Anno 2010 een wereldhit. Per jaar worden er 200.000 gebakken. In Terheijden. Deukbekers heten ze in Nederland, fake, crushed, crumpled of crinkled cups in het Engels en in het Frans tasses froissé, écrasés of plissé.
Website: RobBrandt.Com
Search Google: Deukbekers
In de krant: Deukbekers (PDF, 2mb).
Plastic koffiebekertjes uit de automaat die iedereen wel eens in z'n handen heeft gehad. Om ze, als ze leeg zijn, krakend samen te knijpen. Verfrommeld levensecht geïmiteerd in glanzend keramiek.
Ze worden via webwinkels over de hele wereld verkocht. Gegoten, geglazuurd en afgebakken in een atelier in de tuin van twee panden aan de Raadhuisstraat in Terheijden. Ze zijn door de jaren geëvolueerd. De miljoenen die afgelopen 36 jaar geproduceerd zijn, hebben allemaal wel één ding gemeen: op de onderkant staat het sierlijke initiaaltje van Rob Brandt.
De poort naast de twee onopvallende gevels gepasseerd, kom je via de flora die in een glossy als stadstuin betiteld zou worden, in het atelier. Gigantisch, ingericht en afgewerkt als een industriële loft in Soho of Chelsea, op Manhattan. Centraal staat een drie meter hoge roestige raket, van het model waarin Kuifje en Kapitein Haddock naar de maan vertrokken.
Het is een paravaan, die ooit door een mijnenveger van de marine werd gesleept om de kabels waaraan de zeemijnen verankerd waren, door te snijden. Brandt vond hem bij een sloper waar hij vaker op zoek was naar interessant oud ijzer. Hij heeft hem recht overeind gezet, er een deur, een schoorsteen en een asla in gelast. "Werkt perfect", zegt-ie, "afgelopen winter is het geen moment koud geweest hier."
Uit een klein retro- design buizenversterkertje klinkt stemmige pianomuziek. Op een meterslang op maat gemaakt aanrechtblok pruttelt een professionele expressomachine. Brandt serveert de bezoekers cappuccino in emaillen jaren-50 mokken. Wit met een paar barstjes erin, zoals babyboomers ze van de kleuterschool kennen.
Een levensgroot scharnier van kersenhout als kamerscherm, een twee meter hoge Chinese vaas. Een roestige kinderdriewieler uit de jaren dertig, een masker, industriële verlichting. Kunst en kitsch, antiek en modern, die niets met elkaar te maken hebben, maar samen een perfect geheel vormen.
Daar moet een vrouw mee te maken hebben. Korrie Brandt is een vrolijke wervelwind, vijf jaar jonger dan haar man, bij vlagen de vocabulaire van een Rotterdamse bootwerker. Zij geeft kooklessen in het huis aan de straat, kijkt terug op een carrière als stiliste. Van kookboeken. Tientallen kookboeken, honderden artikelen in kookbladen werden door haar voorzien van de juiste potten en pannen, de settings en de gerechten.
Ook met de raket gedoofd, ademt het geheel een gezellige warmte uit. Passend bij een atelier waarin verschillende uit de kluiten gewassen gasovens opgewarmd worden voordat ze aan het eind van de middag gevuld worden.
Voor het zover is, zijn de deukbekerbakker en zijn twee vaste krachten de hele dag in touw geweest. Eerst de bekers die de voorgaande nacht in de ovens doorgebracht hebben voorzichtig uit de mallen halen en verpakken, zodat de koerier ze op kan halen om ze naar de distributeurs te vervoeren.
Als de pallets gestapeld zijn, volgen de resterende dagelijkse rituelen. Mallen, mixers en pompen schoonmaken, zo nodig repareren, keramische en glazuurmengsels aanmaken. De ovens op exact de juiste temperatuur op laten warmen en de mallen vullen. Na een exact aantal minuten de mallen vacuüm zuigen, zodat precies het laagje mengsel van de juiste dikte aan de binnenkant blijft hangen.
Het is geen alchemie. Iedereen mag weten wat de mengsels, de laagdikte, de temperaturen en de tijden van de baksels zijn. Maar wees gewaarschuwd, wie met deegmenger en heteluchtoven in de schuur aan de gang wil: het luistert allemaal nogal nauw. Zo nauw dat het meesterschap van de deukbekerbakkerij pas na decennialang nauwgezet en gedisciplineerd vakmanschap geperfectioneerd is.
Uitbesteden naar China of Spanje blijkt een moeizaam proces. "Te scherpe randjes aan deze nieuwe glazen," laat hij zien. Komen er nog meer nieuwe dingen? Korrie knipoogt naar ons. "Kijk eens goed naar jullie mokken."
Onze emaillen mokken? Verroest! We hebben er al twee koffie uit gedronken, maar ze blijken van keramiek, inclusief de namaak barstjes. "Kijk", lacht Brandt, "als ze ze nu allemaal zo goed maken dat niemand het ziet, dan ben ik pas echt en helemaal honderd procent tevreden."
'Het blijft altijd opletten voor namaak'
Rob Brandt heeft al verschillende rechtszaken over het patent op zijn bekers gewonnen. Recent moesten V&D en Marskramer onmiddellijk stoppen met de verkoop van deukbekers.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem bepaalde dat de warenhuizen inbreuk maakten op de auteursrechten van Rob Brandt. In beide zaken stelde de rechter vast dat de deukbeker door zijn specifieke vormgeving onder bescherming van de Auteurswet valt. De totaalindruk van de bekers van V&D en Marskramer is volgens de rechter gelijk aan het oorspronkelijke ontwerp.
Omdat de beker van Brandt een grote bekendheid geniet, achtte de rechter het waarschijnlijk dat de warenhuizen het ontwerp hebben overgenomen van Brandt. In beide gevallen moesten de bekers daarom binnen 24 uur uit het schap verdwijnen. Rob en Korrie proberen altijd te schikken als ze imitaties van hun producten ontwaren.
"Maar als dat niet lukt, dan spannen we altijd een rechtszaak aan. Bijvoorbeeld in Frankrijk kan dat jaren duren. Zouden we dat niet doen, dan verklaar je jezelf vogelvrij. Verder liggen we er niet wakker van, de wereld is zoals hij is."
In de Franse streek Lot hebben ze een huis annex een oude limonadefabriek gekocht. De ovens en het atelier zullen op termijn daarheen verhuizen.
Rob en Korrie Brandt zijn nu bezig met de restauratie van het vervallen complex. "Niet dat we nu uit Terheijden weg willen, maar we zullen op onze oude dag wel vaker daar dan hier zijn
Posted by Leon at 12:09 PM | Comments (0)

Het complete wagenpark van Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Brabant Midden-West-Noord wordt vervangen. In totaal gaat het om 52 nieuwe wagens. In augustus werden al zevenentwintig nieuwe wagens in gebruik genomen, in september volgden er weer vijf. De resterende wagens arriveren de komende vier jaar in fasen.
In de krant: Ambulances (PDF, 1.9 mb).
Ze kosten een paar centen, maar dan heb je ook wat: de nieuwe ambulances van de RAV. Kaal opgeleverd kost de nieuwe Mercedes-Benz Emergency Sprinter 319 CDI 120.000 euro, maar als-ie helemaal ingericht en uitgerust is, schiet de prijs over de twee ton heen.
De vertrekhal aan de Chaamsebaan, pal aan de oprit van de snelweg waar A58 en A27 een paar kilometer één zijn, heeft wel wat van StarTrek. Er staan drie splinternieuwe smetteloze ambulances naast elkaar te wachten op mogelijk onheil.
"Ik zou de foto's nu maar maken," zegt Caspar van den Brandt tegen de fotograaf. "Nu staan ze er nog, maar ze kunnen binnen één minuut zomaar alle drie verdwenen zijn."
De Duitse V6 common rail diesels draaien niet, maar toch zijn de uitlaten aangesloten op een zacht zoemende afzuiginstallatie. "ARBO-eisen", aldus Ad Ockeloen. Ockeloen is de wagenparkbeheerder van RAV Midden West Noord, Van den Brandt de clustermanager. "Ook al hoeven de wagens niet meer dan hun eigen lengte te rijden voor ze buiten staan, toch moeten de uitlaatgassen dan afgezogen worden."
Ad Ockeloen doet voor hoe het werkt. Als hij de motor start, schuift de deur voor de ambulance open. Als hij de wagen naar buiten rijdt, volgt de slang aan de uitlaat, om op het laatste moment automatisch afgekoppeld te worden. Terwijl de wagen rijdt drukt hij op een andere knop. Aan de binnenkant naast de achterwielen zakt een draaiende installatie. Het zijn automatische sneeuwkettingen die de troep voor de wielen wegslaan en tegelijkertijd onder de wielen door draaien.
In een wachtkamer boven, die wel iets weg heeft van die bij de huisarts of tandarts, wachten bemanningen op wat komen gaat. In volle uitrusting, vierentwintig uur per dag. "Kijk", wijst Van den Brandt, wijzend op het navigatiedisplay, "dit is echt heel mooi."
Het is de professionele uitvoering van een navigatiesysteem, waar iedereen wel eens aan gedacht zal hebben als hij naar een stuk opgebroken weg geloodst blijkt door zijn digitale wegwijzer. Met het CityNav systeem hoeft de bemanning van de ambulances daar niet bang voor te zijn. "Op het moment dat de ambulance opgeroepen wordt, is de route door de meldkamer al ingevoerd", aldus Van den Brandt. "Bovendien worden alle gegevens dagelijks geactualiseerd aan de hand van de actualiteit. Geen opgebroken wegen op onze route, en ook geen nieuwe plaatjes van de gemeente."
In toekomstige versies van CityNav zal de bemanning in staat zijn om verkeerslichten op hun route te beïnvloeden. Ook zullen de ontwikkelingen in de verkeerssituatie straks in real-time door het systeem verwerkt worden, zodat het systeem altijd de op dat moment snelste route zal aangeven.
Ockeloen en Van den Brandt hebben er beiden een decennium of drie in, op en onder de ambulances opzitten. Ze weten precies waar de gemeenten in hun gebied het vroeger mee deden. Waar in Breda de zieken en gewonden vroeger bijna altijd in Mercedes stationswagens werden vervoerd, stapte men later over op Chevrolet. Maar er zijn ook gemeenten waar Opels, of Volkswagens gebruikt werden.
"De voordelen van een uniforme keuze liggen voor de hand," aldus Van den Brandt, "zowel in aanschaf als in onderhoud. Het zou me niet verbazen als ooit in het hele land dezelfde dienstwagens gebruikt zullen worden."
Groter, mooier, ruimer, handiger, beter, sneller, zuiniger en veiliger
Het testprogramma van de Mercedes-Benz Emergency Sprinter 319 CDI heeft twee jaar in beslag genomen. Alles aan de nieuwe ziekenwagen is beter dan zijn voorgangers. Groter, mooier, ruimer, handiger, beter, sneller, zuiniger en veiliger.
De nieuwe Stryker brancards kunnen nu patiënten met een gewicht tot 228 kilo aan, waar de oude Ferno's maar 150 kilo mochten dragen. Alle wagens zijn uitgevoerd met luchtvering en een zeventraps automaat. Daardoor krijgen de gewonden of zieke passagiers zo weinig mogelijk schokken te verduren tijdens de rit.
Zowel in de cabine als aan de buitenkant zijn er allerlei uitschuifbare, uitklikbare, uitvouwbare en uitneembare apparaten, dozen en koffers. Op iedere kubieke centimeter heeft alles zijn eigen plaats, van infuusnaalden tot spuiten, van verband en neksteun tot beenspalk en andere stabiliseerders. Via de twee deuren links en rechts en de grote deur aan de achterkant, kan het personeel blindelings vinden wat nodig is.
Om alle knoppen en apparaten ook in het donker zonder nadenken te kunnen vinden wordt de bemanning op militaire wijze getraind.
Via een Europese aanbesteding werd de Duitse fabrikant Wirtmarschen Ambulanz- und Sonderfahrzeuge GmbH gekozen. Overigens worden inmiddels bijna driekwart van alle nieuwe ambulances in Nederland gebouwd op basis van een 319 CDI.
De wagens die vervangen worden, worden zoveel mogelijk geschonken aan ziekenhuizen of ambulancediensten in de derde wereld. Zo verhuizen er de komende tijd twaalf afgeschreven ziekenwagens via projecten in Zundert en Heusden naar Indonesië en Namibië.
Posted by Leon at 09:40 AM | Comments (0)
Foto: Wikimedia Commons, click for large info-graphic
Het zal een schrale troost zijn voor allen die afgelopen zomer hun vakantie in het water zagen vallen, maar de paddenstoelen hebben er baat bij gehad. Ze hebben hun naam waargemaakt en zijn overvloedig uit de grond geschoten.
De kabouters zullen er ook blij mee zijn: in de bossen barst het van de rode vliegenzwam, met zijn witte stippen. "Maar ook opvallend veel parasolzwammen, inktzwammen en veel verschillende soorten bovisten", aldus de boswachters van het Mastbos, het Liesbos en de Seterse Bossen.
Qua aantallen is het hoogtepunt desondanks nog lang niet bereikt. Zodat er in oktober een ware explosie tegemoet gezien kan worden van de vochtige zwammen of schimmels die zich voor het grootste gedeelte onder de grond bevinden. Wat je ziet, in een spectrum van wanstaltige lelijkheid tot adembenemende schoonheid, is het vruchtlichaam van zwam of schimmel.
Doen de eetbare soorten het ook goed? "Ze zijn allemaal eetbaar", lacht de woordvoerder van Staatsbosbeheer, "maar sommige soorten eet je maar een keer."
Paddenstoelen zijn officieel niet beschermd, maar in de bossen die door Staatsbosbeheer beheerd worden mogen ze in het kader van Algemene Plaatselijke Verordeningen niet geplukt worden. "Maar dat gebeurt gelukkig nauwelijks", aldus de woordvoerder van de Bredase Boswachterij.
"Je ziet wel dat er de laatste jaren meer geplukt wordt door mensen uit Polen en Roemenie. Vorig jaar hebben een paar bekeuringen uitgedeeld, maar dit jaar hebben we nog niemand met manden zien sjouwen."
Wie paddenstoelen plukt tast het ecosysteem aan. De bodem mist door het verdwijnen van de paddenstoelen belangrijke voeding. Ook zijn er verschillende diersoorten die zich tegoed doen aan paddenstoelen. Eekhoorns, marters en vossen hebben gaande de evolutie geleerd welke soorten ze straffeloos kunnen eten.
Het IVN-Roosendaal organiseert zondag 3 oktober een wandeling door het Liesbos. Gidsen Guus Dekkers en Johan Vermunt gaan met de deelnemers op zoek naar paddenstoelen en herfstkleuren.
Het vertrek is om 13.30 uur van de parkeerplaats bij het MEC Watermolenbeek aan de Genestetlaan in Roosendaal of om 14.00 uur op de parkeerplaats aan de Zanddreef in Breda. Dit is aan de noordzijde van het Liesbos.
Posted by Leon at 11:23 AM | Comments (0)
Bijna klaar: het grootste indoorsportcomplex van Nederland. De gigantische Sportboulevard Dordrecht is ontworpen door Hooper Architects uit Oosterhout. Van de onderkant van de heipalen tot en met de top van de vlaggenmasten en de bliksemafleiders is het complex ontworpen door Hooper. Een klus waar Paul Hooper en zijn team ruim zeven jaar mee bezig zijn geweest.
BN/DeStem: Hooper.pdf (pdf, 1.2 Mb).
Het gebouw is in stappen gedeeltelijk in gebruik genomen, volgende maand wordt het officieel geopend.
In Dordt zouden ze een lange neus kunnen maken naar Rotterdam. In de havenmetropool is nog steeds geen vijftig meterbad te vinden en ook geen overdekte schaatsbaan. Dat komt goed uit, want onder de één miljoen gebruikers die exploitant Optisport per jaar verwacht, weten waarschijnlijk de nodige Rotterdammers de weg naar de Sportboulevard te vinden.
Maar ook de wedstrijdzwemmers uit West-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland.
Dordrecht is twee jaar geleden door Jacco Verhaeren, technisch directeur van de zwembond, al aangewezen als een van de vier regionale trainingscentra. Volgens Verhaeren is de Sportboulevard nu de eerst aangewezen kandidaat voor het derde volwaardige topzweminstituut, na Eindhoven en Amsterdam.
Totale oppervlakte: 34.000 vierkante meter, kosten ruim 50 miljoen euro.
Hoe haal je zo'n prestigieus project binnen?
"Goed je best doen", aldus de in Birmingham geboren en getogen Paul Hooper, die in 1971 in Nederland verzeild raakte via zijn vrouw. "Het scheelt natuurlijk dat we altijd sterk vertegenwoordigd zijn in sports and leisure. In die sector kunnen we een mooie portfolio laten zien."
Bureau Hooper Architects begon in 1974 in Chaam en verhuisde zes jaar later naar Tilburg. In 2001 werd de huidige locatie in Oosterhout in gebruik genomen. In de portfolio zitten veel sportcentra waarin op nogal wat plaatsen in Nederland getennist en gezwommen wordt.
Mede dankzij zijn Britse achtergrond heeft Hooper ook een aantal projecten in zijn geboorteland ontworpen, waaronder trainingscentra voor de Britse Tennisbond (LTA) en Wimbledon. Het grootste en meest prestigieuze tennistoernooi ter wereld dat alle winsten doorsluist naar de LTA, daarom een van de rijkste sportbonden van de wereld.
"Maar een topper afleveren lukt ze maar niet", lacht Hooper, "Andy Murray is een Brit zolang hij wint, maar als hij verloren heeft is het weer een Scotsman."
Bureau Hooper heeft niet alleen maar lijnen getrokken en blauwdrukken geproduceerd.
"We hebben het hele bouwproces mede gestuurd, ook de integratie tussen de constructie en de technische installatie. Verder hebben we voor de gemeente Dordrecht alle investeringsramingen, de budgettering en alle begrotingen opgesteld."
Het eerste ontwerp is letterlijk op de achterkant van een bierviltje getekend. Hij laat een van de eerste schetsen zien. Wat rode en blauwe lijnen, een cirkel en een paar rechthoeken, pijlen en looplijnen. "Dat was het idee, dat je in het hart binnenkomt en vanuit de entree overal binnen kan kijken. Rechts zie je mensen schaatsen, links zie je ze zwemmen, in de verte zie je mensen turnen."
De Sportboulevard ligt aan de N3, pal tegenover het Albert Schweitzer Ziekenhuis. In de gebouwen is duizenden vierkante meters glas gebruikt.
"Bewust uitnodigend", aldus Hooper, "er komen op die weg duizenden mensen per dag langs en die worden hopelijk geïnspireerd door alle beweging."
Wie daar niet op zaten te wachten, waren de leden van de naturistische sportvereniging Goed Af. Vanwege alle nieuwe openheid moesten de naaktzwemmers, die sinds jaar en dag hun baantjes trokken in het oude Aquapulca, naar Zwijndrecht verkassen.
Het is 2010. Ook al is dat bierviltje inmiddels acht jaar oud, het toverwoord is duurzaam.
Was dat niet lastig, zwembaden die verwarmd moeten worden en ijsbanen die bevroren moeten worden in hetzelfde project?
Hooper veert enthousiast op; zo duurzaam en energiezuinig mogelijk bouwen blijkt zijn stokpaardje. "Helemaal niet. Een uitgelezen kans was dat om gebruik te maken van warmte- en koudeuitwisseling. Daar hadden we al veel ervaring mee. Kijk maar om je heen."
Hooper Architects zit in Oosterhout op Hoevestein, pal aan de A27, in het gebouw naast de kenmerkende America Tower.
"Ook door mij gebouwd", zegt hij, zonder een spoor van valse bescheidenheid. "Net als ons eigen gebouw. Er zit geen kachel in. Op het dak staan vier compressoren die de warmte uit de lucht halen. Of het buiten nou 35 graden is, of min 18, dat is voldoende. Er hoeft echt geen gas of stookolie verbrand te worden om een gebouw te verwarmen zonder kooldioxide te lucht in te sturen. Zo werkt het ook in Dordrecht, maar daar wordt gebruik gemaakt van warmtepompen. De warmte die je weghaalt om ijs te maken, breng je naar het zwembad om het water te verwarmen."



Posted by Leon at 03:02 PM | Comments (0)

Van links naar rechts: Eric Jan Pennock, Johan Sloothaak, Ad Bosters en Wouter Bout oefenen op een vrijwilliger. Foto Ramon Mangold/het fotoburo
Pijnlijke belemmering of een belemmerend pijn? De pijn aanpakken of de belemmering? Als we de pijn willen doen verdwijnen, waar komt die dan vandaan? Moet ik het lichaam aan pakken, of de geest? Of allebei?
Vragen die waarschijnlijk iedere arts zichzelf dagelijks stelt. En iedere fysiotherapeut die een nieuwe patiënt doorverwezen krijgt. Zo ook Johan Sloothaak uit Raamsdonskveer. Hij hoopt dit najaar aan de Universiteit van Amsterdam af te studeren op een onderzoek naar pijn, als veroorzaker van belemmeringen in het menselijk functioneren.
Voor dit onderdeel van zijn afstudeerscriptie krijgt Sloothaak hulp van collega's Eric Jan Pennock, Ad Bosters en Wouter Bout. Op twee vrijdagmiddagen van de maand november nemen zij in Breda twee groepen patiënten onderhanden. Doel van het onderzoek: of het mogelijk is om tot een reproduceerbare diagnostiek te komen.
Het gaat daarbij om het beschreven scherpte gevoel door patiënten met aspecifieke klachten, bij palpatie van pijnpunten in de lumbosacrale regio. Dat is een mond vol wetenschappelijke termen, maar Johan Sloothaak weet zijn missie gelukkig ook in voor een leek begrijpelijk terminologie te expliceren.
"In mijn onderzoek concentreer ik me op rugpijn", legt hij uit. "Wereldwijd gaat het bij de helft van alle patiënten die aan chronische pijnen lijden om rugklachten. Van al die patiënten wordt in negentig procent van de gevallen een diagnose gesteld zonder specifieke medische pathologie."
Oftewel: de huisarts en/of de specialist erkennen en herkennen de pijn en de klachten, zonder dat ze erin slagen om een eenduidig en objectief aanwijsbare oorzaak te vinden. Huisartsen zijn daarom terughoudend met uitvoerig, kostbaar en belastend onderzoek. Medisch specialisten zijn om dezelfde reden zeer voorzichtig in het kiezen van een operatieve benadering.
"Lage rugklachten is een aanzienlijk probleem", aldus Sloothaak. "Om te beginnen zijn daar de ernstige fysieke problemen voor de mensen die er mee te kampen hebben. Daarnaast zijn er nogal wat sociaal-economische consequenties door de kosten van de medische verzorging en het werkverzuim."
Terwijl de laatste decennia verschillende nieuwe behandelmethoden worden geïntroduceerd blijkt een passende diagnose van lage rugpijn achter te blijven. Zo is bijvoorbeeld, dankzij verschillende klinische studies, binnen de fysiotherapie de behandeling van lokale pijnpunten in spier- en bindweefsel populair geworden. Grootste probleem voor de fysiotherapeuten: vaststellen waar de pijn precies zit en beoordelen in hoeverre het de belemmering in bewegen verklaart.
Johan Sloothaak onderzoekt een klinisch fenomeen waar hij in zijn praktijk als manueel therapeut mee werd geconfronteerd en dat hem al jaren boeit. De door hem geconstateerde pijnpunten noemt hij 'Sharp Type (Pain Sensation)Trigger Points'. De pijnlijke punten in het lichaam waar bij aanraking een scherp gevoel ontstaat.
"Ieder mens verschilt in zijn reacties op pijn van de ander", aldus de fysiotherapeut. "Wat de een als een (dreigend) beschadigende pijn ervaart, voelt een ander als een onnozel ongemakje. Waar dat aan ligt is moeilijk te achterhalen. Het kan voor een gedeelte helemaal tussen de oren zitten, of ergens onderweg van de plaats van de pijn naar de hersens. De plotseling optredende en als scherp ervaren pijn wordt opvallend veel door mensen als bedreigend en dus belemmerend ervaren”.
In het kader van zijn wetenschappelijk onderzoek neemt Sloothaak de komende novembermaand in twee dagen tachtig patiënten onderhanden en de drie fysiotherapeuten helpen bij de uitvoering daarvan. De patiënten die zich opgegeven als vrijwilliger hebben niet alleen stuk voor stuk schriftelijk toestemming gegeven, ze moeten ook aan een aantal criteria voldoen.
"De eerste voorwaarde is dat ze, zonder een duidelijk aanwijsbare verklaring meer dan twaalf weken lage rugpijn hebben. Verder moeten ze goed Nederlands kunnen spreken. Dat is nodig om een duidelijke communicatie over hun pijn mogelijk te maken, voor de uitleg van de procedure en voor het invullen van de vragenlijsten.
De proefpersonen worden vooraf uitgebreid geïnformeerd over de inhoudelijke betekenis van het woord scherp, snijdend, stekend en over de antoniemen dof, stomp en beurs," aldus Sloothaak.
“Zo’n onderzoek moet zorgvuldig en wetenschappelijk verantwoord uitgevoerd worden, om vervuiling van de verkregen data te voorkomen. Bij vertekening van de data kan namelijk geen goede conclusie getrokken worden.”
In de praktijk worden voor vier gescheiden kamers ingericht, waar steeds proefpersonen klaar gaan liggen voor het onderzoek. Door de buikligging op de behandeltafel zijn ze “geblindeerd” voor de plaats op de rug waar naar scherpe pijnlijke punten wordt gezocht."De proefpersoon ligt in een comfortabele houding, kussen onder de buik, hoofd op een rol. De proefpersonen en een observator blijven steeds in dezelfde onderzoekskamer. De onpartijdige observator houdt in de gaten of alles volgens de juiste procedure verloopt.”
Via een tot in alle puntjes beschreven diagnostische procedure werken de beoordelaars vervolgens het protocol van Sloothaak af. Op de pijnpunten plakken de beoordelaars gekleurde stickers, naar gelang de reacties van de proefpersonen. Vervolgens wordt de rug met een digitale camera gefotografeerd. Daarna worden de stickers zorgvuldig verwijderd, zodat er geen sporen nagelaten worden voor de volgende onderzoeker. Elke proefpersoon wordt drie keer onderzocht.
"Alle gegevens die op die manier verzameld worden, belanden na bewerking via een statistisch programma in een database", aldus de onderzoeker."
Aan de hand van de gevonden resultaten moet Sloothaak straks de Master thesis schrijven waarna hij als klinisch epidemioloog hoopt af te studeren aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam.
"De eerste vraag is of verschillende fysiotherapeuten er in slagen om onafhankelijk van elkaar tot dezelfde conclusie te komen over de aard en lokalisatie van Sharp Type (Pain Sensation) Trigger Points. Het gaat mij in eerste instantie puur om de vraag of het mogelijk is om tot een betrouwbare diagnostiek te komen. Pas als het onderzoek dit uitwijst kunnen we gaan beoordelen of het behandelen van een dergelijk type Trigger Points ook werkelijk doelmatig en effectief is.”
Het zou dus ook kunnen dat de conclusie van het onderzoek is dat een sluitende diagnose van de aard en plaats van Trigger Points in de lage rugpijn niet mogelijk is?
Het antwoord is te verwachten van een wetenschappelijk onderzoeker: "Ik sluit niets uit. Maar als dát er uit zou komen, dan zullen er ongetwijfeld nieuwe onderzoeken volgen. Het uiteindelijke doel is het welzijn van de patiënt. Ooit zal er een passende diagnostiek gevonden worden, en daaruit zullen wellicht nieuwe inzichten tot genezing voortkomen."
Posted by Leon at 04:28 PM | Comments (0)
Wie wel eens door Vlaanderen fietst en bij onvermijdelijk opkomende dorst afstapt bij een mooi lokaal zal de foto's op de tentoonstelling Vrouwentongen en Mannenpraat bekend voorkomen.
Er staan sanseveria's voor de ramen, achter de bar hangen droge worsten, een koffie is er altijd een filterkoffieke. In zo'n café speelt de jeugd op de kickertafels, terwijl de ouderen boltra doen op de baan in het achterzaaltje.
Welkom in het Vlaamse volkscafé, vereeuwigd in het Jenevermuseum in Hasselt. Waar fotograaf Jimmy Kets tot en met 26 september exposeert met 161 fantastische foto's van Vlaamse volkscafé's. Een bedreigde horecasoort. Waar al meerdere generaties kroegbazen dezelfde achternaam hebben, waar 'het lokaal' doorgaans bestaat uit een enkele ruimte, verlicht met tl-buizen.
De uitbater woont boven, op de vloer liggen kleurrijke cementtegels, de tafeltjes zijn van formica met barsten erin. Aan het plafond hangt een kooi met kanaries. Aan de muur een prijzenkast met de bekers van de plaatselijke voetbalclub, of van de door de klanten gesponsorde wielervedette uit het dorp.
Als het koud wordt gaat de kolenkachel aan. De klanten stoppen iedere week wat geld in de spaarkas, voor het jaarlijkse uitstapje. Dat kan de IJzerbedevaart zijn, de herdenking in Waterloo, een dagje Knokke, of de start van de Ronde van Vlaanderen. Het kan ook een dag dansen worden op de muziek van een Decap dansorgel, ergens in Vlaanderen.
Mannenpraat: geest, ziel en voornaamste reden van bestaan van een volkscafé. Mannen geven er af op de plaatselijke politiek, doen er samenzweringen en komen klagen bij de kroegbaas over moeder de vrouw. Ze zuipen er een stuk in hun kraag als ze door een lief gedumpt zijn, of parkeren hun nieuwe auto op de stoep aan de overkant. In de zon, zodat iedereen hem goed kan zien.
Vrouwentongen: de sanseveria. Geen volkscafé zonder minstens een sanseveria. Een sterke plant die tegen een stootje kan: je kan er een volle asbak of een glas verschaald bier in leeg kieperen, een sanseveria knapt er van op.
Mannenpraat aan de bar, vrouwentongen voor het raam, op de toog tussen de te spoelen glazen een stapel bierviltjes. De barman heeft de achterkant als bonnetjes gebruikt. Op het bovenste staat met hanepoten geschreven: DE NEEF JOS: te betalen 8.50, November 2005.
De dorst eenmaal gelest, moet een man naar de pissijn. Meestal is dat niet meer dan een aflopende zinken bak tegen een felgeel beschilderde muur. Als het daar niet werkt, dan doet u het maar buiten, als het maar niet tegen de muur van het café is.
Een van de mooiste cafés waar Jimmy met zijn Canon te keer gegaan is: De Pollepel in Reninge. Voor fietstoeristen: in West-Vlaanderen, onder Diksmuide, tegenover de kerk en de begraafplaats. Je zou er bijna iedere week je snor of je nekharen voor bij laten punten: een kapper waar een pint 1.20 euro kost, een een Trappist of een Duvel 2.40.
Volgens de overlevering is de naam van het café te danken aan wijlen kapper-kroegbaas Mieltje Pauwels die het na de Tweede Wereldoorlog begon. Die had hij in de kelder een vat bier staan, waaruit hij met een pollepel de karaffen voor zijn te knippen klanten bijvulde.
Waardin Jenny bedient de tapkraan, terwijl haar Andre schaar en scheermes hanteert. De twee stielen onder een dak blijken elkaar te versterken, ook al wordt er wel eens een voornemen veroorzaakt. "Het gebeurt wel eens dat er iemand voor te knippen komt, maar dan niet verder komt dan de toog."
Dat wisten we: de wegen naar hel en vagevuur zijn niet alleen geplaveid met goede voornemens, ze lopen dwars door alle cafés van de wereld.
Gelukkig kan de knippende barkeeper, de tappende kapper, ook prima van pas komen. Wie op vrijdagmiddga te lang in het café blijft hangen hoeft immers niet te jokken: "Het was weer erg druk bij de kapper, schat."
Jimmy Kets
Jimmy Kets (België, 1979) heeft grafische vormgeving en illustratie aan de kunstacademie Sint Lucas in Antwerpen gestudeerd.
Zijn afstudeerscriptie was een indringende fotodocumentaire over Nepalese straatkinderen. Kets werkte als persfotograaf voor De Morgen en maakt nu foto's voor De Standaard.
Jimmy Kets heeft tweemaal zowel de Nikon Promising Young Photographer Award als de Sabam Award for the Best Humoristic Press Photo gewonnen. In 2009 was Kets’ werk te zien in het Flanders Center in de Japanse stad Osaka. Een gedeelte van de foto's van de Vlaamse Volkscafes is vorig jaar op het Chasse Park tijdens Breda Photo tentoongesteld.
Op de website van Jimmy Kets staat mooie video: The making of Vrouwentongen en Mannenpraat (Plastic rozen verwelken niet. Op zoek naar Romantiek). Zo te zien is de techniek van Kets er een van heel veel schieten, vanaf de heup, vanuit alle mogelijke hoeken. Hij zet niets in scene, vraagt niemand om te poseren, zet nooit iets klaar.
Hoe groter de aantallen foto's waar hij later achter zijn computer uit kan kiezen, hoe groter de kans op een unieke toevalstreffer. Sommige fotografen betitelen die techniek misprijzend als 'vissen met een mitrailleur'.
Hoe dan ook: Kets maakt op die manier prachtige foto's, en indringende documentaires. Ook al schiet hij, net als Lucky Luke, misschien wel sneller dan zijn schaduw, zijn adembenemende tempo staan zijn gevoel voor detail en compositie niet in de weg. Dat hij daarnaast ook nog beschikt over een gezonde dosis humor en relativeringsvermogen is meer dan meegenomen.
De opdracht voor Vrouwentongen & Mannenpraat kreeg hij van de stichting Volkskunde Vlaanderen. Die vond het belangrijk om een belangrijk element van het Belgische culturele erfgoed vast te leggen.
Omdat het verloren dreigt te gaan en ook voor toekomstige generaties behouden dient te blijven. Door hun alledaagse en ongedwongen karakter maken volkscafés deel uit van ons cultureel erfgoed. Niet alleen de vaak waardevolle interieurs, maar vooral de geschiedenis, de verhalen en de anekdotes mogen niet verloren gaan.
In de tentoonstelling in het Nationaal Jenevermuseum in Hasselt, met meer dan 160 foto's, geeft fotograaf Jimmy Kets een inkijk in het volkscafé zoals het vandaag nog bestaat.
Tip: als u de tentoonstelling bezoekt, krijgt u er aan bezoek aan het keurig verzorgde Jenevermnuseum bij. Loop daarna een rondje door de binnenstand van Hasselt, ook de moeite waard. En natuurlijk drinkt u dan een pintje in het kleinste, oudste en onaanzienlijkste cafe dat u kunt vinden.
Meer foto's: Google/qg0Ou
Website: JimmyKets.be
Blog: JimmyKets.wordpress.com
Jenevermuseum: Jenevermuseum.be
Website volkscafés: Volkscafes.be
Café De Pollepel: Dorpplaats 8, Reninge
In PDF (1.5 mb): Geen volkscafé zonder Sanseveria
Posted by Leon at 11:01 AM | Comments (0)

De Roodharigendag heeft zich ontwikkeld tot een fantastisch visitekaartje voor Breda, wereldwijd. Duizenden websites over de hele wereld hebben er de afgelopen dagen op de een of andere manier aandacht aan besteed.
Op de websites van persbureau’s, van honderden grote en kleine kranten, op de nieuws portals en de sociale netwerken, op journalistieke-, op roddel-, en fotoblogs en op video-sites zoals YouTube en Vimeo kleurde het rood. Er werd getwitterd door roodharigen, over roodharigen. Vanuit Breda, Holland.
Een Google search op ‘Red Hair Day’ leverde gisteren ruim 170.000 hits op. Vrijwel altijd verscheen het woord ‘Breda’ in beeld. Al heeft er een redacteur van de Huffington Post zitten suffen. Die is er gemakshalve van uit gegaan dat alle roodharigen uit Schotland komen en heeft Breda daar gepositioneerd.
’Oh my god the Netherlands is on fire’!, schrijft een creatieve redacteur op VideoSift, ‘Oh wait, it’s red hair day.’ In het Angelsakische taalgebied worden een roodharige ook wel een ‘ginger’ genoemd, een ‘firehead’, ‘copper-cloured top’, of ‘orangina’. Franse kranten hebben het over ‘la journée des cheveux rouges’, in Duitsland heet het ‘Tag der Rothaarigen’, op Spaanse sites gaat het over ‘el día del pelo rojo.’
Op al dan niet bonafide psychologische websites wordt uitgebreid ingegaan op de vraag of het temperament van roodharigen vrouwen ook roodgloeiend is. Kappers en stylisten geven raadgevingen over hoe te handelen met rood haar. Op het forum van ‘Forever Amber’ leidt de vraag van een moeder over haar ‘ginger baby’ tot de nodige boosheid: ‘Ik hou niet van rood haar. Ze is twee maanden oud. Kan ik haar haar al verven’?
Overigens is het nog maar de vraag of alle roodharigen afgelopen zondag ook rood haar hadden. Op een van de websites die opduiken in de resultaten van Google worden rode pruiken aangeboden, in alle soorten en maten.
De Engelstalige Wikipedia over de Parel van het Zuiden heeft al een alinea over Red Hair Day. Daarin wordt uitgelegd dat het evenement gratis is, dankzij ‘the sponsorship of the local government’. De gemeente Breda zou eens rond moeten gaan neuzen op het web om de overweldigende publiciteit die het evenement genereert in beeld te brengen. Misschien moet Breda maar gauw de plaatsnaamborden aan de invalswegen rood maken.
Past ook mooi bij de offiële vlag van de gemeente: die is al sinds jaar en dag bloedrood.
Google: Red Hair Day
Daily Mail: It's the Red-ing festival!
Are Redheads Better in Bed?
YouTube: Red Hair Day
The Vine Australia: Red Hair Day
Posted by Leon at 05:23 PM | Comments (0)

Nieuwe cadetten worden voor de eerste maal in het gelid gezet op de KMA.
Binnen Defensie is vooral op de officiersopleidingen KMA in Breda en het KIM in Den Helder sprake van wangedrag, zoals ongewenst seksueel gedrag en pesten. De gesloten cultuur blijkt een voedingsbodem te zijn voor dit gedrag. Leidinggevenden en instructeurs grijpen onvoldoende in als zij hierover signalen krijgen.
Rapportage omgangsvormen
Bijlage rapport
Brief ministerie
Dat blijkt uit een rapport van het onderzoeksbureau Blauw Research dat demissionair minister Eimert van Middelkoop (Defensie) gistermiddag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In de begeleidende brief kondigt hij maatregelen aan die wangedrag moeten voorkomen of terugdringen. Ook wil hij de positie van degene die klaagt, versterken.
De Tweede Kamer had om het nadere onderzoek gevraagd. De afgelopen vier jaar zijn al maatregelen genomen nadat de commissie-Staal had geconstateerd dat er te veel wangedrag en misstanden waren binnen Defensie. Onlangs kwam voorzitter Jan Kleian van de militaire vakbond ACOM met nieuwe beschuldigingen over wangedrag op de KMA.
De conclusie van het rapport van Blauw Research begint met de mededeling dat de omgangsvormen op de meeste opleidingen door de studenten als overwegend positief beoordeeld worden.
Toch heeft ruim een derde van de leerlingen (38 procent) wel eens te maken gehad met een vorm van ongewenst (seksueel) gedrag of structureel pestgedrag. Volgens het rapport komt pesten in mindere mate voor dan ongewenst seksueel gedrag, maar ondervinden leerlingen van pesten wel vaker last dan van ongewenst seksueel gedrag.
Vrouwen hebben volgens de onderzoekers vaker dan mannen te maken met ongewenst gedrag, in het bijzonder ongewenst seksueel gedrag. Tegelijkertijd ervaren zij in de meeste gevallen als gelijke te worden behandeld door medeleerlingen en kaderleden en instructeurs.
Op grond van de resultaten benoemen de onderzoekers verschillende achterliggende factoren die kunnen bijdragen tot uitingen van ongewenst gedrag. Deze hebben onder meer betrekking op de wijze waarop het onderwijs is georganiseerd en de rol die het kader en instructeurs vervullen in de vorming van en het onderwijs aan leerlingen. Ook elementen zoals verveling, sociale controle, groepsdruk en een gebrek aan privacy kunnen een negatieve invloed hebben. De onderzoekers benoemen ook externe factoren die bijdragen aan het ontstaan en de instandhouding van ongewenst gedrag. Zo zou de algemene verharding in de maatschappij duidelijk waarneembaar zijn in een grote organisatie zoals Defensie en zou deze ook tot uitdrukking komen in de omgangsvormen van leerlingen.
Volgens minister Van Middelkoop onderstrepen de incidenten op de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) die onlangs in de publiciteit zijn gekomen de noodzaak om op alle niveaus in de defensieorganisatie alert te blijven als het om ongewenst gedrag en integriteitschendingen gaat.
"Ik moet constateren", schrijft hij aan de Tweede Kamer, "dat het heeft ontbroken aan aandacht voor de gevolgen van ongewenst gedrag voor het verdere functioneren van het slachtoffer."
Van Middelkoop onderschrijft de conclusies en de aanbevelingen in het rapport. Er komen twee actieprogramma's die ervoor moeten zorgen dat de interne cultuur, de vorming van studenten en de zorg voor integriteit verbeteren. Vooral binnen het KIM en de KMA moet snel verandering komen, vooral door het kader meer alert en actief te maken, schrijft de minister.
Posted by Leon at 10:47 PM | Comments (0)

Zieke rokers en hun gezonde bezoekers in de regio kunnen opgelucht ademhalen: ze kunnen rustig doorpaffen. Zolang het duurt: twee ziekenhuizen in het noorden hebben de wettelijke rookregels zelf aangescherpt. Een trend die op termijn aan zou kunen slaan in de rest van het land.
Medisch Spectrum Twente heeft álle rookruimtes gesloopt en een totaalverbod afgekondigd op de terreinen van het zoekenhuis, zowel binnen als buiten. Bij ziekenhuis De Tjongerschans in Heerenveen verdwijnen de peukenbakken buiten, al handhaaft dat ziekenhuis nog wel twee ruimtes met afzuigkappen. Een voor de patiënten, een voor het personeel.
Hoe kijken de ziekenhuizen in West-Brabant tegen hun rokende patiënten en hun bezoekers aan?
Een woordvoerder van ziekenhuis Lievensberg laat weten dat er aan het rookbeleid in Bergen op Zoom op korte termijn niet gaat veranderen. "Er is hier nog een rokersruimte waar patiënten en bezoekers van gebruik kunnen maken. Verder is er een binnentuin, een soort patio, waar ook gerookt mag worden, en er staan asbakken aan weerskanten bij de hoofdingang."
Lievensberg zegt het ontmoedigingsbeleid van het Heerenveense ziekenhuis met belangstelling te zullen volgen. "Als dat een trend is, dan zullen we die verkennen. Het zou kunnen dat na een evaluatie hier tezijnertijd het een en ander zal veranderen, maar op dit moment zijn er geen concrete plannen."
Klachten van niet-rokers die last hebben van de rokers bij de ingang zegt het ziekenhuis tot op heden nog niet ontvangen te hebben. Gevolg van het gegeven dat de rokers niet in het pad van de niet-rokers staan. "We hebben vrij brede en ruime ingang hier. Passerende bezoekers hebben er kennelijk geen last van".
Ook in de vestigingen van het Sint Franciscusziekenuis in Roosendaal maken ze er nog geen probleem van. "Zowel binnen als buiten hebben we nog een rookruimte voor bezoekers en patiënten", aldus een woordvoerder, "en bij de ingangen staan asbakken of vuilnisbakken."
Zij denkt dat een algeheel rookverbod buiten niet zoveel zin heeft, omdat controle erop moeilijk zo niet onuitvoerbaar is. "Als je het buiten ook gaat verbieden en er is geen rookruimte meer, dan vind je straks overal op de parkeerterreinen peuken. Dat zie je nu ook al bij de banken die buiten staan, en waar op bordjes verzocht wordt om niet te roken. Een verbod buiten gaat niet werken, als je het mij vraagt. Nee hoor, vooralsnog gaat er aan ons rookbeleid hier niets veranderen."
Bij het Amphia, met vestigingen in Breda en Oosterhout mag ook doorgerookt worden, maar binnenkort niet meer voor de deur. Binnen blijven twee afgeschermde ruimtes voor patiënten en bezoekers beschikbaar. Een tiental meters linksvoor de hoofdvestiging aan de Molengracht in Breda is een 'rookabri' geplaatst. Daar zullen vanaf september alle buitenrokers verwezen worden die nu op een van de bankjes onder de luifel een peuk opsteken.
"Enerzijds naar aanleiding van klachten van niet-rokende bezoekers", aldus woordvoerder Truus de Bruyn van het Amphia, "anderzijds omdat we ook een signaal mee af willen geven. Roken en gezondheid gaan niet samen, dus als ziekenhuis moet je geen entree hebben waar bezoekers door de rookwolken moeten lopen om de ingang te bereiken."
Posted by Leon at 12:19 PM | Comments (0)

Het houden van roofvogels is in. Zeker ook van oehoes. Dat komt door de populariteit van Harry Potter. „Maar Hedwig de Uil is toch echt een sneeuwuil!” Als het aan Vogelbescherming Nederland ligt, worden alle roofvogels en uilen op de ‘negatieve lijst voor huisdieren’ gezet. Deze lijst wordt momenteel voorbereid door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
Link: 'Stel halen van valkenierscertificaat verplicht'
Link: Aantal roofvogels als huisdier neemt schrikbarend toe.
Link: Inventarisatie Roofvogel en Uilenshows in Nederland (PDF, 44 pagina's, 1.7 mb).
De landelijke vogelclub heeft het liefst dat het ministerie van LNV dan maar meteen een aantal wettelijke regels opstelt, waar organisatoren van roofvogelshows in de toekomst aan moeten voldoen.
Uit een onderzoek van Vogelbescherming blijkt namelijk dat het aantal roofvogels dat in Nederland als huisdier wordt gehouden, de afgelopen tien jaar meer dan vertienvoudigd is.
Volgens de onafhankelijke organisatie die zich sterk maakt voor bescherming van alle in het wild levende vogels en hun leefgebieden, komt dat vooral omdat eind jaren negentig de wetgeving om roofvogels en uilen te verhandelen, danig is versoepeld.
„Dat moest in het kader van de Europese regelgeving”, aldus beheerder Charles Brosens van het Vogelrevalidatiecentrum in Zundert. Deze stichting is een van de belangrijkste vogelopvangcentra van Nederland, vast adres voor gewonde of in beslag genomen roofvogels.
Net als diermanager Diwi Nieboer en de bijna negentig vrijwilligers die het centrum draaiende houden, ziet hij maar al te vaak de negatieve effecten van dat beleid. „De fok en de handel zijn er enorm door toegenomen”, aldus Brosens. „Voordat die wet veranderd werd, was het een stuk simpeler, want toen mochten roofvogels niet vervoerd of verhandeld worden. Nu weliswaar alleen maar als ze gekweekt zijn, maar dat valt bijna niet te controleren. Wie ergens in Kazachstan een roofvogel uit een nest haalt, een ring om de poot doet en hem vervolgens exporteert, komt er vrijwel altijd mee weg. Dat zou nu alleen maar via DNA te controleren zijn, maar dat is duur en voor de politiek niet belangrijk genoeg.”
Hadden Brosens en diermanager Diwi Nieboer het voor het zeggen, dan komen álle roofvogels plus nog een uitgebreid assortiment andere vogels op een lijst van vogels die niet verhandeld mogen worden. „Roofvogels horen niet in een kooitje. Punt uit. Dat doe je niet.”
Het ministerie zou volgens hem voor een afdoende oplossing kunnen zorgen door alle bedreigde soorten op de negatieve lijst te zetten. „Probleem opgelost, want dan staan vrijwel alle roofvogels op die lijst en hoeft daarover niet meer gediscussieerd te worden.”
Brosens deelt de zorg van Vogelbescherming Nederland over de ontsnapte roofvogels. Het rekensommetje ligt voor de hand: als er tien keer zoveel verhandeld, gehouden en vervoerd worden, dan zijn er de afgelopen tien jaar ook veel meer roofvogels in geslaagd om te ontsnappen. Een fenomeen dat vogelaars, die met de verrekijker bos en weide bewaken, beamen. Steeds vaker ontwaren ze een vliegende exoot die hier niet thuishoort en die ook niet uit zichzelf naar Nederland is gevlogen. Brosens herkent de hierdoor veroorzaakte problemen.
Een woordvoerder van Vogelbescherming: „Als ze broeden met andere soorten, treedt er genetische vervuiling op. Daardoor lopen de zwakke soorten, die toch al bedreigd zijn, een extra risico. Bovendien blijken die kruisingen een stuk agressiever. Ze verjagen en vermoorden andere vogels om hun territorium af te bakenen en hebben vaker ziektes onder de leden. Dit kan leiden tot onoplosbare problemen voor de vogelpopulatie.”
Ook al zijn roofvogels en uilen officieel geen huisdieren, iedereen in Nederland mag ze in principe houden. Met name de kerkuil, de steenuil, de oehoe en de slechtvalk zijn populair. De populariteit van met name oehoes is mede toegenomen door de aanwezigheid van het dier in de talloze Harry Potter-boeken en -films. „Terwijl Hedwig de Uil in Harry Potter toch echt een sneeuwuil is”, aldus Diwi Nieboer, „maar dat maakt kennelijk niet uit. Als het maar wit is of met de ogen knippert.”
Over de roofvogelshows heeft Brosens een uitgesproken mening: „Zo’n show is gewoon een vliegend circus. De meesten ervan leven niet alleen van de shows, maar ook van de kweek en de verkoop. Die zijn medeverantwoordelijk voor de problemen.”
Het is gissen hoeveel geld er omgaat in de handel in roofvogels en uilen. Brosens zegt dat hij al een keer bedreigd is door illegale handelaren nadat uitlatingen van hem in de media herhaald werden. „Voor een paar tientjes koop je tegenwoordig al een kerkuil via Marktplaats, maar bij diverse soorten arenden gaat het al gauw om duizenden euro’s.”
Zijn gelijk blijkt na een bezoekje aan de grootste advertentiesite van Nederland. Kerkuilen te over, in prijs variërend van zes tientjes tot 200 euro voor een kersvers koppeltje. De twee vogels moeten weg, omdat ze de eigenaar met een luxeprobleem opgezadeld hebben: te veel kuikens. De hokken zijn vol.
Posted by Leon at 10:44 AM | Comments (0)

Een woestijnbuizerd tijdens een roofvogelshow
Valkenier Sjobbe Voet uit Fijnaart verzorgt in het hele land demonstraties met zijn dertig roofvogels. De grootste is een Amerikaanse zeearend, net als zijn andere vogels stuk voor stuk gekweekt en volgens alle regels geringd en beschreven. Hij zegt zelf niet te kweken of te verhandelen.
Link: 'Roofvogels horen niet in een kooitje'
De kwalificatie van Brosens als vliegend circus laat hij voor diens rekening.
„Natuurlijk ben ik het daar niet mee eens. Ik ben er beroepsmatig mee bezig, naar eer en geweten. Al mijn vogels vertonen natuurlijk gedrag. Als ze weg zouden willen vliegen, dan kunnen ze dat, maar ze doen het niet.”
Voet zegt dat ook al zijn vogels voorzien zijn van een zender als ze vliegen. „Zodat we ze altijd terug kunnen vinden, mochten ze toch wegvliegen. We zullen er in dat geval alles aan doen om ze terug te halen.”
Hij zegt in zeven jaar nog nooit een vogel voorgoed te zijn kwijtgeraakt.
Volgens de valkenier zou het al heel veel schelen als iedereen die een roofvogel wil houden verplicht wordt om het valkenierscertificaat te halen.
„Dan ben je twee jaar bezig met hard studeren, stage lopen, praktijk doen, verslagen schrijven en examen doen. De meeste hobbyisten die een oehoe of een kerkuil willen kopen, schrik je daar wel mee af. Hopelijk is dan al een groot deel van het probleem opgelost, dan zie je niet meer van die mensen op een braderie staan met een uil of een oehoe, met als enige doel om kopers naar hun kraam te lokken.”
Posted by Leon at 10:42 AM | Comments (0)

27 november 1989. De oorlogsmisdadigers Aus der Funten en Fischer worden vrijgelaten uit de koepelgevangenis. Foto Johan van Gurp
Achtendertig jaar na dato heeft Dries van Agt de hoorzitting op 24 februari 1972 over de Drie van Breda en het debat daarna nog steeds scherp voor ogen. De voormalige premier, minister van Justitie, minister van Buitenlandse zaken en Commissaris van de Koningin in Noord Brabant heeft in eerste instantie geen zin om iets van de voorgenomen herhaling van het debat te vinden.
Link: www.museumnachtdenhaag.nl
Link: Lezing Hinke Piersma: De Drie van Breda in het publieke debat
"Ach, wat zou ik daar over moeten vertellen.
Dat is 38 jaar geleden meneer, als men het zinvol vindt om dat na te spelen, dan moet men dat maar doen."
- De manier waarop de Kamer na die hoorzitting in het debat honderdtachtig graden draaide, hoe is dat precies in zijn werk gegaan?
Van Agt, in 1972 minister van Justitie: "Het voorstel om de Drie van Breda vrij te laten, was door mij en premier Barend Biesheuvel uitermate zorgvuldig voorbereid. U moet niet vergeten dat we voorafgaand aan de hoorzitting niet alleen de instemming van het kabinet hadden, maar ook van alle fractievoorzitters. Zou het tot een stemming komen, zo hadden we met de fractievoorzitters uitgerekend, dan zouden negentig parlementariërs voor en zestig tegen stemmen. We hadden zelfs de instemming van verschillende Joodse mensen. Verder had ik uitgebreid overleg gepleegd met de wereldberoemde professor Jan Bastiaans, de uitvinder van het KZ-syndroom. Die raadde me letterlijk aan om de Drie van Breda voor eens en voor altijd het land uit te schoppen. Dan zou de pijn voor zijn patiënten één keer hevig zijn, maar dat zou volgens hem beter zijn dan dat de discussie nog jarenlang iedere keer opnieuw opgerakeld zou worden."
Het liep anders. De hoorzitting op 24 februari 1972 werd live op de televisie uitgezonden. Tegenstanders van de voorgenomen vrijlating verschenen massaal op het Binnenhof. Op spandoeken werd Van Agt door oorlogsslachtoffers voor 'Uber Ariër' uitgemaakt. "Dat was nog een nette term, vergeleken met waar ik nog meer voor uitgemaakt werd", zegt Van Agt. "De commotie van die dag, het feit dat die demonstratie live op de televisie werd uitgezonden, was bepalend voor het verloop van het debat. Zonder al die in beeld gebrachte emoties gaande de aanloop naar het debat zelf zou er een andere uitkomst zijn geweest."
De stemming van het debat verliep precies andersom zoals de opstellers van het voorstel berekend hadden. "Ik geloof dat er uiteindelijk negentig tegen stemden en zestig voor. Dat was mede te danken aan professor Bastiaans. Die bleek pardoes van mening veranderd en adviseerde de Kamer om ze niet vrij te laten. Die ommedraai ervaar ik na al die jaren nog steeds als een bittere teleurstelling."
- Gaat professor Van Agt in september zelf kijken naar de voorstelling?
"Nee hoor, dat denk ik niet, Den Haag is tegenwoordig wel erg ver van mijn woonplaats Nijmegen. Het zal wel mooi zijn, in de Oude Zaal, maar ik pas."
De drie oorlogsmisdadigers bleven in De Koepel in Breda. Joseph Kotälla overleed daar zeven jaar later. Ferdinand aus der Fünten en Franz Fischer bleven over, als de Twee van Breda. Ze werden in 1989, na opnieuw een emotioneel Kamerdebat, wel vrijgelaten. De weerstand in de samenleving bleek verminderd. Ze stierven kort daarop.
De herhaling van het debat is een toneelspel in het kader van de Haagse Museumnacht. Acteurs voeren een aantal keren achtereen in veertig minuten fragmenten van het debat op. De acteurs zijn Joop Keesmaat (Louis d'Or 2006), die de rol van minister Van Agt vertolkt, en René Vernout, Annelies van der Bie, Piet van der Pas, Mieke Lelyveld, Ellen van Rossum en Margreet Schuemie. Zij lezen elk de tekst van meerdere Kamerleden. Alle partijen komen aan het woord. De techniek wordt verzorgd door Remco Zwinkels.
Posted by Leon at 10:32 AM | Comments (0)

Simon Simonse van de Keppelse Golfclub en Noëlle Beijer van de Heemskerkse Golfclub zijn gisteren Nederlands kampioen Strokeplay tot en met 15 jaar geworden over tweemaal achttien holes op de baan van Princenbosch in Molenschot.
Link: Alle uitslagen
Het door de Nederlandse Golf Federatie (NFG) georganiseerde kampioenschap werd onder stralende weersomstandigheden gespeeld, waarbij de vlagerige wind zich af en toe een extra plagerige tegenstander toonde voor de jeugdige swingers en putters.
Voor de kenners een indruk van de speelsterkte van Nederlands beste golfjeugd: Simonse bleef met een totaal van 143 over 36 holes drie slagen boven par, Beijer scoorde 152, 12 slagen boven par. Af en toe met een mengeling van bewondering en jaloezie gadegeslagen door enkele senioren die liever niet te koop lopen met hun eigen handicap.
Dat ook in golf, zoals in zo veel sporten, mysterieuze krachten een rol spelen, bleek uit de reactie van Noëlle Beijer toen ze afscheid kwam nemen van wedstrijdleider Jan Visser. Met een stralende lach, een enorme bos bloemen in de handen: "Moet je nagaan, gisteren liep ik nog een ronde van over de negentig in Wouw. Het ging werkelijk van geen kanten, en vandaag lukte alles."
Het baanrecord op Princenbosch is een messcherpe 62. "Niet om daar iets op af te dingen," aldus Visser, "maar een vlijmscherp record staat op bijna iedere baan. Er komt altijd een dag dat ook de beste golfer er de dag van zijn leven heeft. Maar als je naar de score van vandaag kijkt, vergeleken met andere jeugdkampioenschappen, dan is hier vandaag heel goed gespeeld."
Amsterdammer Visser was dik tevreden over het verloop van het NK op de sfeervolle parkbaan van de familie Beenackers. "Altijd fijn om bij zo'n club als deze zo ontvangen te worden."
Posted by Leon at 10:25 AM | Comments (0)

De door de commissie Fränzel gepresenteerde nota 'Daadkrachtig drugsbeleid' maakt het een en ander los in de regio. Niet door de hoofdlijnen ervan, die voortborduren op de titel, maar vooral omdat het woord 'alcohol' er tussen de regels in opgedoken is.
Link: Bemoeiziekte
In het rapport pleiten de opstellers voor een versterkte aanpak van soft- en harddrugs. Een van de aanbevelingen er in is dat ook voor de verkoop van alcohol in de horeca een leeftijdgrens van 18 jaar zou moeten worden gehanteerd.
'Wanneer dit wettelijk mogelijk is', staat er in het rapport te lezen.
Of het om te beginnen ooit zo ver komt, is nog maar de vraag. Over een dergelijk wetsvoorstel is weliswaar gedebatteerd in de Tweede Kamer, maar voordat dat debat afgerond werd, sneuvelde het kabinet.
De afhandeling van het debat kan nog maanden op zich laten wachten. Daarna is het nog maar de vraag of er een meerderheid voor die leeftijdsverhoging zal zijn.
GGD Nederland, het Trimbosinstituut, het Nederlands instituut voor alcoholbeleid (STAP) en Novadic-Kentron zouden zo'n verhoging een goede zaak te vinden. De Voedsel- en Warenauthoriteit, die de belangrijkste verantwoordelijke voor de naleving van de wet zou worden, houdt zich voorlopig op de vlakte.
De horeca wijst het plan af als praktisch onhaalbaar, en waarschuwt ervoor dat alleen maar meer jongeren het illegaal op een drinken zullen gaan zetten.
GGD, Trimbos en STAP stuurden dit voorjaar een open brief naar de Tweede Kamerleden, waarin aangedrongen werd op verhoging van de leeftijd. Dat omdat het verhogen van de grens een van de meest effectieve maatregelen zou zijn om schadelijk alcoholgebruik door jongeren aan te pakken. Dat is ook de opvatting van Roel Hermanides, lid van de raad van bestuur van de instelling voor verslavingszorg Novadic-Kentron. Tegelijkertijd pleit hij ervoor, net als Laurent de Vries, directeur van GGD Nederland, om de verhoging van de leeftijd als een onderdeel van een pakket maatregelen te zien.
"Jongeren én hun ouders goed voor blijven lichten," aldus Hermanides, "dat werkt ook goed. Net zoals die spotjes van Postbus 51, waarin jongeren voor de effecten van alcoholmisbruik worden gewaarschuwd." Volgens Esther Slootweg, fractievoorzitter van de afdeling Zuidwesthoek van D66, zou voorlichting op scholen en door ouders voldoende moeten zijn.
"Kijk maar naar de drooglegging in het Amerika van de jaren twintig. Die heeft het illegaal stoken en drinken juist verergerd. Hebben we daar dan niets van geleerd? Dit is de zoveelste betuttelende maatregel die niet gaat werken. Het probleem zal op die manier niet verminderd worden, maar alleen maar verplaatst, en zelf misschien verergerd."
De Voedsel- en Warenautoriteit maakte eerder gebruik van 'lokjongeren' om te controleren of supermarkten zich aan de regels houden. Nu ook vijftienjarige lokjongeren de cafés in barkeepers te testen? Een woordvoerder van de VWA wil daarover nog niets zeggen. "Wij zijn handhavers, dus over wet zelf heb ik geen mening. Verder speculeren we niet op een wet die er nog niet is. We wachten de discussie af, en als de wet ondertekend is, zullen we kijken wat we moeten gaan doen."
Volgens een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse gemeenten zou 60 tot 70 procent van de gemeenten voorstander zijn van een leeftijdsverhoging. Drie jaar geleden bleek al uit een onderzoek van het NIPO dat driekwart van de Nederlandse bevolking de leeftijdsverhoging zou steunen.
Opmerkelijk: tweederde van de bezoekers van de website van BN/DeStem zegt in een stemming van een verhoging van de leeftijd van 16 naar 18 flauwekul te vinden.
Posted by Leon at 10:22 AM | Comments (0)
Hedendaagse teenagers die dag en nacht een koptelefoon op hebben, kunnen het zich amper voorstellen, maar vroeger luisterden mensen heel anders naar muziek.
Niet op een iPod, maar via een buizenradio, die zichzelf minuten ruisend en piepend opwarmde eer er muziek uit kwam. Bijna iedereen gebruikt tegenwoordig dagelijks een televisie, een computer, een telefoon, een muziekspelers of een radio. Al dan niet in één apparaat gekoppeld. Maar waren die apparaten er altijd al en hoe zagen ze er vroeger uit?
Met een en dezelfde smartphone die in je borstzak past kan je tegenwoordig van alles. Je belt er je vrienden mee, en je luistert er mee naar de muziek die je met hetzelfde dingetje geruild of gekocht hebt. Je verstuurt er je e-mail mee, je bekijkt er het laatste journaal mee, of filmpjes die je vrienden op YouTube gezet hebben.
Hoe deed je opa dat allemaal vroeger? Hadden je vader en je moeder ook al een favoriet computerspelletje, en kon je tante al sms'en?
Het antwoord op al die vragen is te vinden op een knusse tentoonstelling in de Dubbelde Palmboom, een van de twee prachtige gebouwen waarin het Historisch Museum Rotterdam gehuisvest is.
Vijf apparaten staan centraal in de tentoonstelling Opa's iPod, tot en met 29 mei 2011. De radio, telefoon, televisie, muziekspeler en computer. Elk van deze iconen zijn in het Historisch Museum Rotterdam uitvergroot terug te vinden op de tentoonstelling.
Rondom de apparaten is er voor kinderen van alles te doen. Sein bijvoorbeeld je eigen morse, kom swingen in de 'stille-disco' of speel hele oude computerspelletjes. Ieder kind krijgt bij bezoek aan de tentoonstelling een gratis doe-boekje. Het is een educatieve op ontdekkingsreis langs de modernste snufjes van vroeger.
Het is een doe-tentoonstelling. Zo kun je er een nieuwsbericht voor de radio oplezen of zelf een hoorspel maken. Of proberen om een van de eerste loodzware mobiele telefoons op te tillen.
Wie nog nooit een plaatje gedraaid heeft, kan er een op de draaitafel leggen en de arm met de naald er voorzichtig op laten zakken. De allereerste personal computers staan er ook. Neem opa mee, want wie weet kan die nog in Basic programmeren, en iets moois tevoorschijn toveren via het RUN-commando.
De Dubbelde Palmboom ligt aan de Voorhaven in het historische Delfshaven. Net als het Schielandhuis in het centrum van Rotterdam is dit gebouw alleen al een bezoek waard. Een gerestaureerd pakhuis, pal naast de Pelgrimskerk, ijkpunt in de geschiedenis van de Verenigde Staten.
Voor de deur van de Dubbelde Palmboom stapten de Pilgrim Fathers op 21 juli 1620 op de boot naar Engeland. Daar stapten ze in september in Southampton op het schip de Mayflower, richting Amerika.
Aanrader: na Opa's iPod een wandeling door de buurt.
Opa's iPod, t/m 29 mei 2011.
De Dubbelde Palmboom, Voorhaven 12, Rotterdam. Dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur. Op maandag dicht.
Posted by Leon at 04:53 PM | Comments (0)

Veel meer Nederlanders dan verwacht blijken een nieuwe, kleine en zuinige auto aan te schaffen. Een 'groentje', dat zo weinig CO2-uitstoot dat het vrijgesteld is van wegenbelasting is. Boven alle verwachtingen blijken er de eerste zes maanden van dit jaar al bijna net zoveel belastingvrije auto's verkocht te zijn als totaal in 2009.
Fotoalbum: Alle auto's die onder de regelingen vallen
Van de tot nog toe 270.503 verkochte nieuwe auto's vallen er nu al 50.827 onder een van de fiscaal zuinige regelingen.
Oftewel: één op de de vijf nieuwe auto's is vrijgesteld van wegenbelasting. Volgens een woordvoerder van de branchevereniging Bovag gaat de verkoop van belastingvrije auto's de komende maanden nog meer stijgen.
Dat komt omdat autofabrikanten nu nieuwe diesels beginnen uit te brengen die aan de voorwaarden voldoen. Daardoor wordt de regeling dubbel aantrekkelijk, want de wegenbelasting die voor een diesel betaald moet worden is in vrijwel alle gevallen het dubbele van de benzineuitvoering. Werden er vorig jaar nog maar 65 exemplaren verkocht van de kleinste en schoonste dieseltjes, nu zijn er al meer dan 2000 over de toonbank gegaan.
In het segment kleine diesels scheelt het de privé-rijder al gauw een duizend euro per jaar aan wegenbelasting. Voor bedrijven die lease-auto's ter beschikking stellen aan hun personeel en voor zakelijke rijders zijn die diesels ook extra aantrekkelijk omdat ze in het lagere 14 procents-bijtellingstarief vallen. Dat is goed nieuws voor de nieuwe ministers van VROM en Landbouw, want al die schonere en zuinigere auto's stoten veel minder broeikasgassen uit dan de karretjes die ze vervangen hebben. Het lijkt echter slecht nieuws voor de nog te benoemen minister van Financiën.
Die loopt dit jaar op deze manier toch 34 miljoen euro aan wegenbelasting mis? "Met dat bedrag is rekening gehouden", aldus een woordvoerder van het ministerie van Financiën. "Die cijfers heeft minister De Jager al ge- meld toen hij zijn plan presenteerde. We constaren dat de regeling een groot succes is, en dat is precies waar we op hoopten toen het plan gepresenteerd werd."
Bij de Bovag zijn ze zo mogelijk nog blijer met de gestegen verkoop van de schone auto's, maar een woordvoerder van de branchevereniging houdt een slag om de hand.
"Tot nog toe is gebleken", aldus Paul de Waal, "dat dit soort stimulerende fiscale maatregelen geen lang leven beschoren is. Meestal verdwijnt zo'n regeling na een of twee jaar weer. Tot onze ergernis, want je weet eigenlijk nooit waar je aan toe bent. Dit soort regelingen zou voor minstens vier jaar vastgelegd moeten worden, alleen al in verband met alle lease-contracten die voor vier jaar afgesloten worden."
De mededeling van het ministerie dat er op dit moment niet gedacht wordt aan aanpassing of verandering, verbaast De Waal niet. "Dat zegt niet zoveel. Dat plan is een kroonjuweel van De Jager, dus daar nemen ze op dit moment echt geen afstand van. We zullen af moeten wachten hoe er straks onder een nieuwe regering over gedacht wordt."
Binnen de VVD blijkt enige scepsis over de wenselijkheid van regeling te bestaan.
Kamerlid Anne Mulder zie vorige week dat belastingen geheven dienen te worden om inkomsten te genereren.
"Niet om gedrag te veranderen. Want als iedereen die gewenste verandering maakt, krijg je vanzelf een gat in je begroting."
Op www.bndestem.nl/economie alle verkoopcijfers, een overzicht van de verschillende fiscale regelingen en een overzicht van alle auto's die op dit moment onder een van de regelingen vallen.
Posted by Leon at 09:40 AM | Comments (0)
Helemaal nieuw is het begrip niet meer, maar in de Dikke van Dale zijn de woorden agressiedetectie en agressiedetector nog niet te vinden.
Die emissie zal ongetwijfeld snel recht gezet worden want agressiedetectie is een markt die de komende jaren naar verwachting spectaculair zal blijven groeien. CLB uit Raamsdonskveer is een hoofdrolspelers op die groeimarkt.
Het bedrijf heeft 124 medewerkers die vanuit de twee vestigingen in Raamsdonksveer en in De Rijp vorig jaar een omzet van 14 miljoen euro behaalden. Het ontwikkelt en verkoopt systemen die signalen van opkomende agressie of andere problemen vroegtijdig signaleren, voordat het uit de klauwen loopt.
De letters CLB staan voor Cornelis Louis Berghuys, die het bedrijf in 1981 oprichtte. Anno 2010 is hij nog steeds mede-aandeelhouder, net als algemeen directeur Niels de Bruin.
CLB levert systemen als de Sigard die in de openbare ruimte worden gebruikt. In Nederland is CLB marktleider in het beveiligen van zorginstellingen en ziekenhuizen, penitentiaire inrichtingen en justitiële instellingen.
In de openbare ruimte gaat het bijvoorbeeld om uitgaansgebieden, tunnels, evenementenhallen, balies,, treinen en bussen.
Hoe werkt het?
In een proefopstelling aan de Ramsgateweg in Raamsdonksveer wijst De Bruin op een camera die in een glazen halve bol aan het plafond bevestigd is. Aan de muur hangt een projectiescherm waarop het geluid van het gesprek in kleuren visueel wordt weergegeven. „Zolang we een normaal gesprek voeren, gebeurt er helemaal niets”, zegt hij.
Om vervolgens pardoes met gespeelde kwaadheid luidkeels ‘wat mot je nou, rot op!’ te roepen. Terwijl het gekleurde seismogram aan de muur uitschiet, verschijnt er een pop-up op het scherm waarop de camera laat zien wat er aan de hand is. Tegelijkertijd gaan er twee piepers af die op tafel liggen.
Piepers?
„Dat woord is blijven hangen”, lacht De Bruin, „maar behalve de naam hebben die dingen niets meer gemeen met de klassieke piepers.”
Dat blijkt. Op de displays, aan de bovenkant én aan de voorkant, verschijnt niet alleen de relevante informatie, maar ook het beeld van de camera. Nu nog via wifi, in een volgende versie ook via een gsm-netwerk. „De info aan de bovenkant is een wens in omgevingen waar mensen met twee handen aan het werk zijn. Verplegers bijvoorbeeld, die net een patiënt optillen, kunnen daardoor met een blik op hun borstzakje zien waar het om gaat.”
Spraakherkenning komt er niet aan te pas. Het systeem is ontworpen om wat op een bepaalde plaats op een bepaalde tijd als een uitzondering op de norm wordt gezien te signaleren.
Volgens De Bruin hebben privacy-voorvechters die het in eerste instantie als een soort Big Brother zagen geen bezwaren meer. „Want ons systeem neemt niets op, zolang er niets gebeurt. Privacy wordt niet geschonden. Pas als er ergens iets fout gaat, ontwaakt de camera en wordt een menselijke beveiliger gewaarschuwd.”
Het systeem bewijst ook zijn waarde in de gezondheidszorg. „Het kan een waarschuwing afgeven als iemand een epileptische aanval krijgt, of uit bed valt. Mocht het systyeem dan niet werken, is een harde schreeuw voldoende om ergens een pieper af te laten gaan waarna alsnog een pop up opduikt op een computerscherm.”
De Amsterdamse politie is zeer te spreken over het systeem. Zowel in de Amsterdamse binnenstad als in de Heineken Music Hall konden verschillende incidenten in de kiem worden gesmoord voordat het tot een confrontatie tussen aspirant-vechtersbazen kwam.
Posted by Leon at 05:17 PM | Comments (0)
Er is verder niemand in het stille en donkere zaaltje, maar er zal ongetwijfeld een beveiligingscamera hangen. Het bordje voor het geroeste, verkleurde, verfrommelde staal met de vergane banden laat duidelijk weten dat iedereen er met zijn fikken af moet blijven.
Maar dit moet even. Ik leg mijn wijsvinger op het zadel waar Wim van Est op zat, toen hij op 17 juli 1951 in de 13 etappe zeventig meter diep een ravijn op de flanken van de Aubisque in donderde. Kippenvel!
Alleen al voor die fiets is een bedevaart naar het Schielandhuis in Rotterdam een moetje voor de ware wielerliefhebber. Die dat vanuit West-Brabant op zijn gemak kan doen zoals dat hoort: op de fiets. Naar het Schielandhuis, aan de Korte Hoogstraat in hartje Rotterdam, waar nog tot 25 oktober Nederland Fietst te bezoeken is.
Een knusse tentoonstelling, met meer fietsen, waaronder eentje waarop Hennie Kuiper Parijs-Roubaix reed. Maar ook met prenten, tekeningen, foto’s en affiches die voor een overzicht zorgen van fietsend Nederland, in heden en verleden.
Typisch Nederland, de fiets. Een Nederlander staat er zelf niet zo gauw bij stil. Zodra we kunnen lopen, leren we fietsen. Mijn eerste fiets was een tweedehands, voorzien van houten blokken op de trappers; op de groei gekocht. We fietsen voor de lol, naar school, oma fietst voor de boodschappen naar de markt, we gooien tassen over het zadel, en we zitten bij elkaar achterop.
Of op de stang, als je wel een vriendin, maar geen bagagedrager hebt. Zo bestegen we ooit een stalen ros in San Francisco, toen het even zo uitkwam dat ik op de fiets was, en zij niet. Het effect was verbluffend: we veroorzaakten files van vrolijke Amerikanen die claxonneerden en applaudisseerden. Alsof we reclame maakten voor het Cirque du Soleil, terwijl we iets doodnormaals Nederlands deden.
In een op de tentoonstelling vertoonde documentaire van een Amerikaanse zender wordt op dezelfde manier naar Nederland gekeken. Verbazing en bewondering, over kleuters die op minifietsen achter hun ouders karren. Gewoon, op straat, in het drukke verkeer! Verbazing over de fietsenstallingen in Nederland, over bakfietsen, over tandems, over twee of drie mensen op één fiets. In Nederland hebben ze aparte wegen voor fietsers, met eigen bewegwijzering en eigen stoplichten, uniek!
Nederland fietst biedt ook een prachtig overzicht van de ontwikkeling van de vélocipède in affiches en tekeningen. Met een jonge Jan Marijnissen bijvoorbeeld, zijn dochter voorop, symbool voor een SP die ‘eerlijk en actief’ is. Op een recenter affiche prijkt de kale kop van Marijnissen onder drie boevenpakken op een fiets: ‘Het wordt een Bende met Balkenende.’
De Nederlandse Hartstichting liet in de jaren zeventig zien dat fietsen hartstikke goed voor je rikketikketikketikketikketikketikketikketikk is. Talloos zijn de voorbeelden waar de commercie een boontje mee probeert te pikken van de wilerenner die de gladiolen opgehaald heeft. Joop Zoetemelk laat als kersverse 38-jarige wereldkampioen weten dat wie bij Kwantum Hallen koopt, zelf ook wint.
Bijna tachtig jaar eerder gebeurde dat ook al. Chris Kalkman werd in 1909 Nederlands kampioen, zo te zien op een zwart geval met dikke banden. Op een Belgica-fiets, zo laat de fabrikant trots weten: ‘Kampioen van Nederland op den weg over 100 kilometer, winnaar van den toer door Nederland over 800 kilometer. Hierdoor is bewezen dat de Belgica-rijwielen snel en sterk zijn, daar hij geen enkel defect had.’
Meer mooie reclameaffiches: je bent voortreffelijk uitgerust dankzij banden van Hevea, op tubes van Vredestein raak je in de wolken, die van Continental zijn de populairste ter wereld, en die van Bakker het beste.
In de jaren vijftig was Nederland nog netjes, gezien een campagne van Batavus. Geen fietsenfabrikant die het tegenwoordig in zijn hoofd zou halen om uit te pakken met: Een Fiets om te stelen!
Anno 2010 worden er volgens het CBS iets van 2000 fietsen per dag gestolen. Een schatting, want wie neemt tegenwoordig nog de moeite om een fiets als gestolen aan te geven? Bijna niemand, volgens de stomverbaasde Amerikaanse presentator in de documentaire over die gekke Hollandser en hun fietsen: ‘ Ze gaan niet eens naar de politie als hun fiets gestolen wordt, maar kopen op straat voor 25 dollar een nieuwe. Rare jongens, die Nederlanders.’
‘Nederland Fietst’. Schielandhuis, Korte Hoogstraat 31, Rotterdam. T/m 24 oktober.
Link: atlasvanstolk.nl
Affiches: goo.gl/vRMH
Posted by Leon at 09:35 AM | Comments (0)

Het is een vriendelijke oude dame in de zonnige achtertuin van de familie De Weert in Terheijden. Zo scherp als een scheermes, een aanstekelijk gevoel voor humor, op blote voeten, een sierlijke rituele tatoeage op mond en kin. Pauline Tangiora is een Maori, die zich al meer dan veertig jaar inzet voor haar volk. Voor álle inheemse volkeren op deze aarde.
In Terheijden bezocht ze familie van haar inmiddels overleden ex-echtgenoot. Pauline was getrouwd met Paschagius Vermunt, roepnaam Sier. Een van de vele Hollandse jongens die eind jaren veertig in de politionele acties in Indonesië verzeild raakte.
De meesten gingen terug naar Nederland, sommigen bleven. Een aantal kon niet meer aarden in Nederland en ging terug naar Indonesië, of elders. Sier Vermunt uit Etten-Leur vertrok naar Nieuw-Zeeland en raakte daar verliefd op Pauline Tangiora. Ze trouwden in 1955, om tot begin jaren tachtig samen te blijven, en zeven kinderen op te voeden. Na de scheiding onderhielden ze warme contacten, ook met elkaars verre familieleden.
Pauline trouwde later stamhoofd John, die haar een achtste kind schonk. Op haar website staan haar publicaties en haar toespraken, en een indrukwekkende cv. Pauline Tangiora vecht voor alles wat in haar ogen goed is. Voor een duurzame wereld waar iedereen gelijk is. Waar net zoveel respect voor elkaar, als voor de wereld zelf is, een leven van duurzame relaties op een duurzame aarde.
Een Maori met een Schotse moeder, die van twee kanten krijgersbloed heeft meegekregen, maar die altijd op zoek is naar consensus. "Ik geloof heilig dat alle problemen in de hele wereld in overleg zijn op te lossen. Daar zal ik altijd naar blijven streven."
Vorige week was ze in Den Haag, waar Koningin Beatrix in het Vredespaleis de viering van het 10-jarig jubileum van het Earth Charter bijwoonde. Het Earth Charter is een verklaring met ethische principes voor een rechtvaardige, duurzame en vreedzame wereld. Een van de initiators: Pauline Tangiora.
Ze vervult bestuursfuncties in tientallen overlegorganen in Nieuw Zeeland en heeft lezingen gehouden op congressen over de hele wereld. Sinds 1988 is ze officieel vrederechter in een land dat zo ook zijn problemen heeft met een gewelddadig gedeelte van de jeugdige Maori's. Problemen die in haar visie vooral veroorzaakt worden door het loslaten of kwijtraken, van oude normen en waarden. "Jullie hebben in Nederland ook dezelfde problemen met jullie indigenous people (inheemse mensen, red.)," zegt ze. "Ook al zien jullie die zelf als immigranten. Die mensen wonen hier, dus die problemen moeten door iedereen samen opgelost worden."
Twee dingen zijn daarbij het belangrijkste: "Onderwijs en familie. Ik heb acht kinderen van mezelf, en zes stiefkinderen, en die hebben samen veel kleinkinderen en achterkleinkinderen."
Ze is de tel kwijt geraakt hoeveel meer anderen haar moeder of grootmoeder noemen. "Dat weet ik echt niet, maar ze geven me wel de kracht en inspiratie."
Met alle reizen naar verre landen blijft de opgewekte 'Justice of Peace', wat ze in hart en nieren is: een Maori. Trots op haar nieuwe paspoort, dat tweetalig is, al had de marechaussee op Schiphol er in eerste instantie de nodige moeite mee. "Het was de eerste keer dat dat meisje zo'n paspoort zag, en toen ze vroeg wat ik nou eigenlijk was zei ik natuurlijk Maori. Ze kon niet weten dat ik redelijk Nederlands versta. Ze keek heel vreemd toen ik in de lach schoot toen ze tegen haar collega ze dat een oud vrouwtje beweerde dat ze een Maori paspoort had."
Volgens Pauline Tangiora is de toekomst van Nieuw-Zeeland afhankelijk van de Maori. "Alle Nieuw-Zeelanders moeten begrijpen dat wat goed is voor de Maori, goed is voor hen. Wij begrijpen tenminste dat we geen eigenaars zijn van het land, de zee en de bergen. Maar dat we er alleen maar op leven en dat we er goed voor moeten zorgen. Voor ons en voor de generaties die na ons komen."
Website: Pauline Tangiora
Google: Pauline Tangiora
Wikipedia: Earth Charter
Website: Earth Charter in Action
Print version: (PDF, 4.2 mb)
Posted by Leon at 10:38 AM | Comments (0)
Een technicus bezig met het afregelen van de beeldschermen in de regiekamer voor een uitzending van een wedstrijd vanuit Ellis Park in Pretoria. Foto Axon
De omgeving van Breda staat niet bepaald bekend als het Silicon Valley van West-Europa. Toch speelt dit stukje West-Brabant op technologisch vlak een belangrijke rol tijdens het WK voetbal.
Alle camera's in de elf stadions in Zuid-Afrika zijn gebouwd in Breda, terwijl een Bredanaar verantwoordelijk is voor alle uitzendingen in 3D. Grass Valley heeft de camera's ontwikkeld en gebouwd in Breda, Joost van Hooijdonk zorgt als spil bij Hoast Broadcast Services dat alle 3D signalen de wereld rond gaan.
Van Johannesburg tot Durban, van Nelspruit, Pretoria en Rustenburg tot Kaapstad: alle signalen worden verwerkt via de techniek die geleverd door een bedrijf uit Gilze-Rijen: Axon. Dat ontwerpt en bouwt de modulaire kaart-systemen die in de studio's, reportagewagens en transmissie ketens gebruikt worden.
'Leuk, dat artikel over Grass Valley', meldde zich gisteren Harry Kanters, director marketing en sales, 'maar weten jullie dat wij daar ook het een en ander hebben staan'.
Axon is gevestigd in het voormalige hoofdkantoor van Flair Plastics aan de lange Wagenaarstraat in Gilze. Het bedrijf is in de jaren tachtig opgericht door Louis Mulders die op zijn zolderkamer met video editing begon te experimenteren.
De oprichter verkocht zijn startup vier jaar geleden aan een aantal investeerders. Omdat er in Udenhout geen gelegenheid tot uitbreiding was, kwam het niet-beursgenoteerde bedrijf vier jaar geleden in Gilze terecht.
Daar laten Kanters en marketing manager Geert Jan Gussen wat voorbeelden zien van de kaarten die ze produceren.
Op de consumentenmarkt komen die niet terecht. 'Het zijn professionele producten', aldus Kanters en Gussen, 'ontworpen en gebouwd voor een professionele omgeving. Dat komt tot uiting in de kwaliteit, maar ook in het prijskaartje'.
Omdat Axon niet-beursgenoteerd is, worden omzet en winst niet bekend gemaakt. Cijfers die wel op tafel mogen: in Gilze-Rijen werken ongeveer 55 mensen, terwijl er nog een stuk of twaalf elders in de wereld gestationeerd zijn. 'Dat zijn mensen die daar met marketing bezig zijn, of met research en development', aldus Harry Kanters, 'die zijn gevestigd in Groot-BrittanniÎ, China en het midden-Oosten.
Kanters heeft zelf bij Grass Valley gewerkt, en is uiteraard op de hoogste van de verbazingwekkende datastroom die de HD camera's afleveren. Dat moet ook wel, want daarna moeten de Axon kaarten de overweldigende hoeveelheid bits kunnen verwerken zonder roken of smelten.
'Inderdaad, met 3.5 tot 4.5 gigabit per seconde wordt de koeling net zo'n grote uitdaging als de processorkracht'.
Wat doen de kaarten precies in een regiekamer?
'Dat zijn bijvoorbeeld de kaarten die vier beelden tegelijkertijd laten zien op een scherm', aldus Gussen, 'de schermen waar de regisseurs voor zitten en live bepalen welke camera het beeld van de kijker thuis vult.'
Geluid - al dan niet gefilterd op de oorverdovende fufuzela's - en beeld worden tijdens de wedstrijden apart opgenomen, maar ze arriveren synchroon in de huiskamer.
Kanters: 'Daarvoor leveren we kaarten die de surround audio digitaal in het video signaal video embedden. Vervolgens wordt dat gecombineerde signaal naar een remote site getransporteerd. Maar je tegelijkertijd ook kaarten nodig, die het video signaal vertragen, zodat audio en video tegelijkertijd in de huiskamer arriveren.'
Zolang de hele wereld nog niet aan de HD of de 3D is, moet er toch nog ergens iets analoogs van gebakken worden?
'Dat klopt, maar daar hebben wij verder niets meer te maken. De signalen worden in ieder land digitaal afgeleverd, waarna ze het ter plekke tot analoog converteren. Maar natuurlijk leveren wij de kaarten waar ze dat mee kunnen doen'.
Volgens Kanters is Axon in Nederland en in Europa de marktleider. 'Maar we hebben ook vestigingen in het buitenland, zoals in Beijing. In Zuid-Afrika wordt onze apparatuur in zes van de elf stadions gebruikt. We hebben daar nu Ä 2 miljoen aan apparatuur geÔnstalleerd, iets van 150 frames van 18 kaarten.
Axon zal voorlopig wel aan het werk blijven, nu er honderden miljoenen kijkers over de hele wereld aan het overstappen zijn naar HD televisies?
'Dat denk ik wel', aldus Harry Kanters, 'maar we zijn al druk bezig met de volgende uitdaging: 3D. Hoe lang het duurt voordat dat overal in de huiskamer opduikt weet ik niet, en ook niet precies in welke vorm, maar dat het komt staat vast. Daar zal de komende jaren door ons qua research en development heel veel in gestoken worden.'
Posted by Leon at 09:00 AM | Comments (0)

Zelfs voor een opgewekt mens is het een mineurmomentje. De langste dag van het jaar is koud achter de rug, zijn de laatste asperges weer gestoken.
Het was gisteren Sint Jan, 24 juni, traditioneel de dag waarop het seizoen van het witte goud gesloten wordt.
Zo ook aan de Druisdijk in het buitengebied tussen Gilze en Alphen, waar de voorbijgangers met een rood bord naar de laatste kans worden gelokt. Jack en Ans Leyten hebben het hele seizoen zeven dagen lang van zeven tot zeven asperges verkocht.
2010 was geen slecht aspergejaar, zegt Ans Leyten. De eerste asperges worden rond de tweede donderdag van april gestoken. Na de strenge winter duurde het dit jaar iets langer voor de aanvoer echt op gang kwam. Voor de telers maakt dat niet zo veel uit.
"Als er minder aanvoer is", zegt ze, "dan krijgen we er op de veiling meer geld voor. Komt de aanvoer op gang, dan zakken de prijzen. Aan het eind van het seizoen maakt het meestal niet zo veel uit. Voor sommige telers kan een slecht begin van het seizoen zelfs iets beter uitpakken, omdat ze dan een week door kunnen steken."
Kees van Tiggelen uit Halsteren, voorzitter van telersvereniging Brabantse Wal, beaamt dat. "Ik denk dat er dit jaar gemiddeld minder kilo's naar de veiling gebracht zijn. Geen ramp voor de teler, want dat betekent dat er minder wordt gestoken. Dus we hebben iets minder personeelskosten, terwijl de prijzen iets stijgen. We mogen derhalve niet klagen, maar als aspergeteler moet je zoiets over een seizoen of vijf bekijken, dan heb je een beter beeld."
Belangrijkste voor de liefhebbers: de kwaliteit was prima in 2010. Dat had Van Tiggelen eind april al goed voorspeld: "Ze hebben in de wintermaanden een langere periode rust gekregen en dat levert straks een goede kwaliteit op."
Posted by Leon at 08:24 AM | Comments (0)

Het is niet de eerste muis die soelaas zou moeten bieden tegen RSI, en het zal niet de laatste zijn. De HandShoe muis van het Bredase Hippus is wel een van de weinige, zo niet de enige, die op wetenschappelijke wijze is ontwikkeld.
Al is er geen dubbelblind onderzoek aan te pas gekomen op de Erasmus universiteit en de universiteit van Maastricht. "Helaas onmogelijk", aldus directeur Paul Helder, "om proefpersonen met onze muizen te laten werken zonder dat ze zien of voelen wat ze in hun hand hebben".
Hippus en Cum Suis BNT, waar Helder ook directeur van is, zijn allebei een spin off van de Erasmus Universiteit. Met als doel het ontwikkelen van goede ideeën tot marktrijpe producten. Een van die ideeën die het gehaald hebben is de HandShoe Mouse.
In het penthouse in de Bredase binnenstad waar hij kantoor houdt laat Helder de vier modellen zien. Vorm en functionaliteit zijn gelijk, de verschillen zitten in de afmetingen. Voor grote handen, voor kleine handen.
De draadloze Hippus muizen scoren hoog bij de Nederlandse RSI-vereniging. Op een overzicht op de website van die club, een pagina met tientallen muizen, pads, en andere toepassingen ter voorkoming van hand, pols, arm en schouderklachten, staat Hippus fier bovenaan.
Helder expliceert dat RSI, in tegenstelling tot wat wel eens beweerd wordt, nog steeds een sluipend gevaar is. "Wat er de laatste jaren veranderd is", zegt hij, "dat er minder over gepraat en geschreven wordt. Intussen heeft nog steeds één op de zes werknemers last van klachten die door het werken met computermuizen veroorzaakt worden".
Klachten die voor het grootste gedeelte voorkomen kunnen worden. "Door het optillen van de vingers, maar ook door het grijpen en knijpen met te kleine standaardmuizen worden er spieren onnodig belast. Daardoor ga je dieper liggende nekspieren aanspannen, waardoor bloedvaten en zenuwen tussen het sleutelbeen en de ribben bekneld raken. Dat leidt op termijn tot klachten. Dat zijn geen verkooppraatjes, maar allemaal gegevens die blijken uit meerjarig wetenschappelijk onderzoek. Wij hebben jarenlang echt alles gemeten, we weten waar het over hebben".
De ontwikkeling van de HandShoe Mouse is gebaseerd op het realiseren van ontspanning. "Dat proberen we op twee manieren te bereiken", aldus Helder, "door de vorm hoef je je de vingers niet meer op te tillen om niet de knopjes in te drukken. Bovendien zorgt de vorm ervoor dat je niet meer hoeft te grijpen of te knijpen".
Paul Helder heeft een uitgesproken mening over onderzoeksmethodes waarbij de resultaten op basis van enquêtes tot stand komen. "Lees je weer zo’n verhaal in een krant waarin staat dat het werken met computer geen oorzaak van RSI klachten zou kunnen zijn. Dat is dan een stelling, maar niet meer dan dat. Als je het goed gaat meten, volgens wetenschappelijke methoden en daar je statistieken uit haalt, dan constateren wij dat ruim een kwart van de Nederlandse bevolking last heeft van hand-, pols-, arm-, nek- en schouderklachten. Bovendien heeft emiritus professor Snijders in een fundamenteel onderzoek aan het Erasmus MC wel degelijk vastgesteld dat bij het gebruik van een standaard computermuis spierbelastingscondities optreden die dat soort klachten veroorzaken".
Helder wijst op een zijns inziens merkwaardige discrepantie tussen IT en P & O. "Als je kosten en optimale prestaties gaat evalueren moet je niet alleen het verzuim in beeld brengen, maar ook de efficiëntie. Van de IT afdeling wordt verwacht dat systemen optimaal presteren met een minimale downtime. Je zou op dezelfde manier naar je personeel moeten kijken: dat het optimaal kan functioneren en niet hoeft te verzuimen door oneigenlijke psychische of fysieke belasting."
Een HandShoe mee naar huis genomen wordt in ieder geval één claim van Helder waar gemaakt: "Nee, een handleiding is niet nodig. Je steekt de dongle in een usb poort en dan werkt-ie, op iedere machine. Je zal hem wel af en toe op moeten laden via de USB kabel."
Dat klopt. Zowel op de Dell op de krant als op de MacBook Pro en de iMac thuis doet de muis onmiddellijk zijn werk als de mini-dongle in een usb poort gestoken wordt. Het apparaat ligt prettig onder de hand, de uitslag van de cursor is vrij groot. De reden daarvoor is volgens Helder dat je de muis zelf op die manier nauwelijks hoeft te bewegen. Verder is het een standaard muis: drieknops en een scrollwieltje, al zal de derde knop buiten de CAD CAM wereld nauwelijks gebruikt worden. Hoeft ook niet, hij zit niet in de weg.
Aan een review ga ik niet beginnen. Om te beginnen heb ik na twintig jaar intensief muisgebruik nog nooit een klacht gehad. Mijn eerste machine met muis was een Tulip 286, begin jaren negentig. Het zal mazzel zijn, maar ik tel de zegening van kennelijk ontspannen spieren, en bovendien zou ik de Mighty MacMouse niet meer kunnen missen.
Een betere reden om het niet te doen: het zou geen recht doen aan de ontwikkeling van de muis. Ik kan me voorstellen dat de HandShoe Mouse een soelaas openbaring zou kunnen zijn voor andere gebruikers, maar die moeten hem zelf uitproberen.
Link: Google: HandShoe Mouse
Link: A mouse called Horse
Link: Fabels over werkhouding
Link: Adviezen werkhouding
Posted by Leon at 10:12 AM | Comments (0)

Een gedenkwaardig moment: Dirk Kuyt die de ban brak tegen Denemarken en zich daarna uitte tegen de camera die achter het doel hangt. Die camera komt uit Breda. Net als alle andere televisie en slow motion camera's in alle stadions in Zuid Afrika. Stuk voor stuk in Breda ontworpen, ontwikkeld, met de hand gebouwd, getest en afgeleverd.
Bij Grass Valley, aan de Kapittelweg, waar ze trots en bescheiden tegelijkertijd zijn. De bescheidenheid is ingegeven door het feit dat niet altijd de naam gekoppeld mag worden aan een wereldwijd evenement. "We mogen er op geen enkele manier reclame voor Grass Valley mee maken", expliceert marketing manager Bart van Dijk in het voormalige Philips complex in Breda Noord. "Maar ik kan natuurlijk wel iets over de camera's vertellen".
Het WK voetbal is het best bekeken evenement ter wereld. De inmiddels gespeelde wedstrijden werden door gemiddeld 125 miljoen kijkers per wedstrijd bekeken, terwijl het totaal aantal kijkers in 2006 ruim 26 miljard was. Naar de finale zullen op elf 11 juli ongeveer 750 miljoen mensen kijken. De beelden in de tien stadions in Zuid Afrika worden door 290 televisiecamera's opgenomen en doorgestraald.
De Bredase afdeling van Grass Valley begon in de jaren zestig als Philips Broadcast. Nadat Philips besloot om zich qua video helemaal op de consumentenmarkt te richten, werd de vestiging verkocht. Grass Valley is een Amerikaans bedrijf dat in de jaren zestig groot werd in de televisie en filmwereld. Grass Valley is nu nog eigendom van het Franse Technicolor. Moeder en mediagigant Thomson heeft op zijn beurt Grass Valley in de etalage gezet.
Een maand geleden maakte Grass Valley bekend als gevolg van de crisis 68 van de 250 arbeidsplaatsen in Breda te zullen schrappen. In Breda worden camera's en systemen geproduceerd voor klanten over de hele wereld, waaronder RTL, Sky en de BBC. De teruggelopen verkopen bij Grass Valley zijn een gevolg van het gegeven dat die omroepen vanwege de crisis aanschaf van nieuwe, peperdure camera's uitstellen.
Zodat het WK, ook al mag het bedrijf daar geen reclame mee maken, een meer dan welkome opsteker is. "We hebben nu in tien stadions 290 camera's staan en hangen", aldus Van Dijk. "In de grootste stadions zijn er 32 posities, in de meeste andere 29, waarvan 6 speciale slowmotion cameras zijn, en tussen een paar stadions wordt met de units gependeld."
De ontwikkelingen in de broadcast wereld gaan snel. "Zuid-Afrika is het eerste WK toernooi waar alle camera's in high definition werken, tot en met de slow motion camera's."
Slow motion beelden in hoge resolutie, dat zal wel stevige systemen vereisen? Van Dijk, uit zijn blote hoofd: "die camera's schieten 150 frames per seconde in HD, dus dan praat je over een gigabyte of vier per seconde. Daar is stevige apparaatuur voor nodig, want anders gaat er iets staan roken."
Om het vertrouwen in de eigen producten te onderschrijven: er is maar één man van Grass Valley Breda ter ondersteuning in Zuid Afrika: Peter Grauwmans uit Bavel. "Dat is genoeg. Er gaat wel eens iets kapot, vrijwel altijd door transportschade. Er wordt heel wat afgesjouwd en gesmeten met onze producten". Al kunnen ze wel wat stootjes hebben: "daar worden ze op gebouwd. Het is zeer kostbare zendtijd, dus je kan niet hebben dat een camera weigert."
De lenzen van de camera's worden door Canon of Fujinon geleverd, de printplaten en de magnesium behuizing komen van verschillende toeleveranciers wereldwijd. Daarna wordt iedere camera in Breda door een specialist met hand gebouwd. Die doet bijna een dag over een camera, waarna het testen van de unit volgt. Wat staat er na dat testen op het prijskaartje? "Dat is al gauw een ton", zegt Van Dijk, "en de lens die erop komt kost meestal ook zoiets."
De discussie over replay na scheidsrechterlijk beslissingen volgt Van Dijk met interesse. "Vanaf de zijlijn, daar spelen we verder geen enkele rol in. Maar onze systemen, zowel de normale camera's als de slomos, zijn er klaar voor. Ik kan me voorstellen dat we kleinere camera's zouden moeten ontwikkelen naarmate er meer beelden voor officiële instant herhalingen gebruikt gaan worden. Apparaten die bijvoorbeeld in de goalpalen of in de lijnen ingebouwd kunnen worden."
In de Nederlandse televisiewereld is het marktaandeel van Grass Valley tachtig procent, in België zelfs honderd. "Wereldwijd zitten we op een procent of veertig. Naast onze grootste concurrenten Sony, Panasonic en Ikegami zijn wij het enige niet Japanse bedrijf dat in die wereld aktief is. Daar mogen we in Nederland, en zeker in Breda, wel eens trots op zijn."
Net als op de zes Technology Emmy Awards die Grass Valley Breda gescoord heeft. De meest recente voor de manier waarop het afgelopen seizoen het Amerikaanse Major League Basebal in beeld gebracht is door middel van de systemen van Grass Valley.
Inmiddels is het bedrijf druk bezig met de voorbereiding op de volgende stap: 3D in de huiskamer. "Ik hoorde pas geleden John de Mol nog verkondigen dat 3D wel in de bioscoop, maar niet in de huiskamer door zou breken. Dat geloof ik niet. De vraag is niet óf, maar slechts wanneer. Straks komen er schermen waar in meer lagen naar 3D gekeken kan worden, zodat er geen bril meer aan te pas komt. Zolang je dat brilletje ervoor op moet zetten, zal het inderdaad niet doorbreken in de huiskamer. Maar dat is ook maar een tussenfase. We hebben inmiddels verschillende 3D produkties, in binnen en buitenland mogelijk gemaakt zoals bijvoorbeeld recentelijk het BUMA Harpengala. Intussen zijn wij bezig met verdere ontwikkelingen die het voor de TV producenten eenvoudiger moeten maken om 3D programmas (live) op te nemen"
Posted by Leon at 09:23 AM | Comments (0)

Bredanaar Joost van Hooijdonk, sinds enkele jaren woonachtig in Zwitserland, is tijdens het WK voetbal in Zuid-Afrika verantwoordelijk voor de uitzendingen van het 3D-project van de multinational Host Broadcast Services (HBS).
In opdracht van de FIFA, met de Amerikaanse sportzender ESPN als grootste afnemer, maakt HBS de opnames van 25 wedstrijden geschikt voor uitzending in 3D. "Het is een ingewikkeld technisch verhaal", zegt Van Hooijdonk, "maar we leggen als het ware een layer over twee kanalen heen, waardoor het signaal uiteindelijk als 3D verzonden en bekeken kan worden." Wedstrijden in Ellis Park en Soccer City heeft hij live bekeken, maar verder heeft-ie amper wat gezien van Zuid-Afrika.
Zijn Zwitserse vriendin wel. "Die is gisteren op safari geweest en nu ik al die verhalen hoor, moeten we samen gauw teruggaan om het land te bekijken."
Zijn officiële titel in Johannesburg is senior manager operations. Dat klinkt als iemand die de hele dag aan het regelen is.
Iemand die met een computer en een mobieltje veel brandjes moet blussen, die moet zorgen dat de boel werkt. "Daar komt het wel op neer", beaamt hij, "ik ben de schakel tussen de leverancier van de beelden en de techniek."
Zijn illustere naamgenoot Pierre, dezer dagen analist voor deze krant, was vorige week ook in Johannesburg. Joost van Hooijdonk was hem al een paar keer eerder tegen het lijf gelopen. "Dat is natuurlijk niet zo gek in dit wereldje. We hebben het samen even nagekeken, maar we zijn geen familie." Geboren in Hoeven, is Van Hooijdonk via Oosterhout en Breda in Zwitserland terechtgekomen. "In de Bredase Koepel zullen ze me nog wel kennen", lacht hij.
Pardon?
"Ik heb na de middelbare school het CIOS gedaan, en daarna ben ik negen jaar sportinstructeur in de gevangenis in Breda geweest. Destijds organiseerde ik samen met Fred Kramer outdoorcursussen in De Ardennen. Daar klommen we veel, dus leek het me een goed idee om in de Koepel een klimwand aan te leggen", vertelt Van Hooijdonk.
"Dat heb ik geweten, want er werden Kamervragen over gesteld, en daarna moest ik bij de directie op het matje komen. Of het nou wel wel verstandig was om gedetineerden te leren klimmen. Ik weet niet wat er van die wand geworden is, maar ik heb daarna nooit gehoord dat er iemand over de muur geklommen is."
De volgende klus?
"Nog geen idee. Mijn contract loopt in augustus af. Ik ben toevallig in deze job gerold, nadat de Champions Hockey League (de ijshockey-tegenhanger van de Champions League) vorig jaar na één seizoen weer afgelopen was, omdat het Russische Gazprom als grootste sponsor de stekker eruit trok."
Van Hooijdonk is niet bang dat hij na het WK voetbal met lege handen staat.
"Dit is een booming business. Nu zijn er wereldwijd al iets van vijfhonderd bioscopen die in 3D uitzenden. Maar straks komt de grote doorbraak in de thuismarkt, dus voorlopig is er meer dan genoeg werk aan de winkel."
Posted by Leon at 02:02 PM | Comments (0)

Bob Powers doorkruiste op de fiets een paradijselijk Kirgizië. Twaalf maanden later staat het ‘Zwitserland van Azië’ in brand. Terwijl de plannen voor een volgende reis tijdelijk op een lager pitje zijn gezet, blikt Powers terug.
Op een land waar je nooit toerist bent, maar waar je overal als gast ontvangen wordt. Vol met optimistische mensen, gezegend met een goed gevoel voor humor. Dat is het beeld dat de Bredase fietskoerier en geboren Brit overgehouden heeft aan bijna een maand door Kirgizië fietsen. Dat deed hij in juli 2009, samen met zijn partner Yvonne Janssen en twee andere Bredanaars, Niels den Oude en Bert van Nispen.
Een jaar later is er van alles fout gegaan in de door Oezbekistan, Kazachstan, China en Tadzjikistan omsloten Centraal-Aziatische republiek. In het zuiden zijn Kirgiezen en Oezbeken met elkaar slaags geraakt. Officiële bronnen melden minstens 700 doden en 100.000 vluchtelingen.
Broeide het een jaar geleden niet? "Niets van gemerkt", aldus de fietskoerier, die van zijn grootste hobby zijn beroep gemaakt heeft. "Maar er is dan ook een groot verschil tussen het noorden en het zuiden. Kirgizië is onderverdeeld in zeven oblasten, een soort provincies. Wij fietsten in het noorden, in de oblasten Ysykköl, Chü en Bisjkek, waar de hoofdstad Bisjkek ligt."
Hij start een diashow op zijn computer. Prachtige beelden, van onbestrate hoofdwegen, besneeuwde bergtoppen, kristalheldere meren en lachende mensen. "Fantastische mensen", zegt hij, "en niet dom; allemaal naar school geweest of gestudeerd. Nadat de Russen vertrokken zijn, is het schoolsysteem overeind gebleven. Daarom denk ik dat het wel weer goed komt. Een dictator is gebaat bij domme mensen."
Die dictator is volgens hem de afgezette president Koermanbek Bakijev en zijn zoon Maxim, die de Kirgiezen en Oezbeken tegen elkaar opgezet heeft. Volgens interim-vicepresident Almazbek Atambajev zouden vader en zoon Bakijev tien miljoen dollar in de geweldscampagne gestoken hebben.
Powers maakt zich nog geen zorgen om alle vrienden in Bisjkek, waar hij via internet veel contact mee heeft. Ook al is dat door de problemen afgelopen week minder geworden. "Het conflict is niet religieus. Het zijn allemaal moslims en niet al te streng in de leer. Maar het leven begon de laatste maanden steeds duurder te worden. Als ze niet het internet op kunnen op de universiteit, dan moeten ze betalen in een internetcafé. Veel daarvan zijn de afgelopen maanden failliet gegaan omdat het te duur werd".
Bob Powers, zijn vriendin en hun vrienden legden per dag tussen de 60 en 100 kilometer af. Over zandwegen en rotspaden, gevolgd door een gids in een Mercedesbusje. Gebaad werd er in ijskoude bergmeren, want toiletten zijn er buiten de steden niet. De gids en diens familie zijn vrienden voor het leven geworden.
Hoe komt iemand erbij om in een Centraal-Aziatisch staatje te gaan fietsen? "Door een piepkleine advertentie in een fietsblad, jaren geleden. Altijd blijven hangen en vorig jaar maar eens gaan Googlen." Op die manier kwam hij bij het reisbureautje terecht dat de zaken in Kirgizië regelde. "Die kunnen niet meer dan tachtig tot honderd gasten per jaar aan, en daar kan dan een hele familie van leven. Gaat het wat minder, zoals nu, dan heeft dat keiharde gevolgen voor het jaarinkomen."
Powers en zijn vriendin hebben in heel wat landen op verschillende continenten gefietst. "Dan maak je natuurlijk van alles mee, vooral op het gebied van afspraken die niet op tijd of helemaal niet worden nagekomen. Dat is in Kirgizië niet zo. Niks geen 'manana, manana', ze zijn altijd en overal op tijd en alles klopt. Natuurlijk gaat er op zo'n reis wel eens wat kapot, maar dat wordt dan ter plekke gerepareerd en vervolgens gaat alles weer gewoon zoals gepland. Dat is ook verfrissend, vergeleken bij een hele hoop andere landen. Het kan misschien even duren, maar het komt echt wel weer goed daar."
Link: Website Ecotour Kirgizië
Link: Kyrgzymuras.com


Posted by Leon at 04:54 PM | Comments (0)
Resultaat: 175 kilometer in 6.17.37, 28 km gemiddeld, dankzij een paar helpende handen in de laatste tien kilometer, toen het licht uitging en ik het gevoel dat ik op twee lekke banden reed. Ben even in beeld op 2.57, zwart jack, groene Giant.
Route op Google Maps: goo.gl/VNqD
Foto's: goo.gl/aq6f
Veel meer foto's: goo.gl/NrzE
En nog meer foto's: goo.gl/03Sd
Video: goo.gl/e0ic

Don't ask, don't tell :-) helpend handje op mijn rug in de laatste kilometer.
Posted by Leon at 02:20 PM | Comments (0)

De website van Space Experience Curaçao (SXC) opent met een knipoog naar de Flying Dutchman. Het spookschip dat gedoemd was om tot het eind der tijden de zeven zeeën te blijven bevaren. Space Experience wil de legende van de Flying Dutchman op een andere manier nieuw leven inblazen. Inhakend op een wereldwijde trend: de commercialisering van de ruimtevaart. Met het transporteren van reizigers naar de ruimte, om ze na een lange glijvlucht weer netjes op Curaçao af te leveren.
Volgens de organisatie staat de Flying Dutchman model voor de Hollandse ondernemersgeest. De Hollanders die in de 16e en 17e eeuw de wereldzeeën veroverden, en die in 1919 de KLM oprichtten, de eerste commerciële luchtvaartmaatschappij ter wereld.
Van de oceanen via het luchtruim naar het laatste te veroveren domein: de ruimte. Met een Lynx, een tweepersoons kruising tussen een raket en een vliegtuig. Ten behoeve van het ruimtetoerisme ontworpen en gebouwd door het Amerikaanse XCOR Aerospace.
De Lynx: na een flitsende start worden op 42 kilometer hoogte de vier motoren afgezet. Op tweemaal de snelheid van het geluid stijgt hij, steeds langzamer, tot ruim honderd kilometer hoogte. Daar zien de piloot en zijn enige passagier de bolling van de aarde en zijn ze een minuut of tien gewichtloos.
Vervolgens begint een lange zweefvlucht door de dampkring die het toestel drie kwartier na de start terugbrengt naar de basis op Curaçao. Daar, naast vliegveld Hato, moet dan het het Space Center staan, een futuristisch bouwwerk van architect Kas Oosterhuis. De architect die de vestiging van Hessing, importeur van gerenommeerde automobielen, ingebed in de geluidswal van de A2 bij Utrecht, heeft ontworpen.
Over minder dan vier jaar, op 1 januari 2014, zou de eerste passagier van Space Experience Curaçao de ruimte in moeten gaan. Voor het ticket zal hij dan 70.000 euro betaald hebben.
Futuristisch is het idee zeker, maar is het het haalbaar?
"De techniek is er, alles kan op tijd klaar zijn, de financiering zal de grootste uitdaging zijn", aldus testpiloot en voornaamste initiator van het project majoor Harry van Hulten. Iemand die net zo nuchter en vastberaden overkomt als je van een gelouterd jachtvlieger en testpiloot mag verwachten. Die alleen al op basis van zijn indrukwekkende staat van dienst niet als luchtfietser beschouwd kan worden.
Samen met medeoprichter Ben Droste (luitenant-generaal b.d.), is hij nu hard bezig concrete stappen te zetten richting de realisatie van het project.
In zijn huis in Breda expliceert hij het verschil tussen de aanpak van Virgin Galactic en de manier waarop hij zelf met zijn organisatie een en ander wil gaan realiseren.
Virgin Galactic is een onderdeel van de Virgin Group van miljardair Richard Branson, die volgend jaar vanuit Nieuw Mexico de eerste commerciële ruimtevlucht wil maken. Waar de passagiers overigens het dubbele neer zullen moeten tellen van het ticket vanaf Curaçao.
"Dat gaat gebeuren met SpaceShipTwo, waarin zes passagiers en twee piloten op een ander vliegtuig omhoog liften, waarna ze op eigen kracht verder gaan", aldus Van Hulten, "een doorontwikkeling van SpaceShipOne van Burt Rutan, die er in 2004 de Ansari X Prize van tien miljoen dollar mee won".
Die prijs was uitgeloofd voor de eerste privé organisatie, op geen enkele wijze gesteund door een overheid, die erin zou slagen om een en hetzelfde bemande ruimtevoertuig binnen twee weken tweemaal in de ruimte te krijgen.
"De Lynx is een stuk kleiner dan het schip van Branson en Rutan. Hij wordt aangedreven door vier raketmotoren die op vloeibare brandstof draaien, een mengsel van LOX en kerosine. Iedere motor levert tot ongeveer 2900 pond stuwdruk, genoeg om tot honderd kilometer hoogte te komen."
Volgens Van Hulten is de Lynx een klein vliegtuig met een redelijk simpele techniek, waardoor de risico's zeer beheersbaar zijn.
"En daarmee de financiële haalbaarheid. De Lynx is zo ontworpen dat hij veertig vluchten moet kunnen uitvoeren tussen twee grote onderhoudsbeurten. Het toestel is in staat om viermaal per dag een vlucht met passagier uit te voeren".
Volgens Space Experience kan het project definitief en winstgevend gaan draaien als de investeerders in totaal 75 miljoen euro bijeen brengen. Die berekening is werd bevestigd in het haalbaarheidsonderzoek dat zij vorig jaar hebben laten uitvoeren door Futron, een Amerikaans bedrijf dat gespecialiseerd is in de commerciële ruimtevaart.
Waarom op Curaçao?
"De belangrijkste redenen", aldus Van Hulten, "zijn het klimaat en de relatief lege luchtruimte boven de Cariben. Er vliegt natuurlijk wel wat rond tussen Zuid-, Midden- en Noord Amerika en Europa, maar dat is absoluut niet te te vergelijken met de drukte in het Europese luchtruim of boven Nederland. Om van het klimaat maar niet te spreken. Het is ook een strategische keuze: de ligging tussen Noord Amerika, de belangrijkste markt in begin en Zuid Amerika als belangrijkste groeimarkt, en de goede verbindingen met Europa. Curaçao ligt ook dicht bij de evenaar, hetgeen van belang is bij de volgende stap: een baan om de aarde."
Andere overwegingen die een rol gespeeld hebben zijn de toeristische infrastructuur op Curaçao plus de goede vliegtechnische infrastructuur. Curaçao International Airport heeft als een van de weinigen in de Cariben een lange startbaan.
"Last but not least," aldus Van Hulten, "In het kader van zo'n project is een goede band met de VS noodzakelijk. Op Curaçao heeft de Verenigde Staten een Forward Operating Location (FOL). Dat, in combinatie met de positie van Nederland in de NAVO en de militaire banden met de VS speelt een belangrijke rol in de noodzakelijke vertrouwensband met Amerika."
De stand van de techniek en de mate van samenwerking met de overheid op Curaçao lijken op dit moment niets meer in de weg te staan. XCOR bouwt en ontwikkelt gewoon door, want als Van Hulten en zijn Space Experience niet zouden slagen, staan er andere partijen klaar die in een of meerdere Lynxen geïnteresseerd zijn.
"De eerste klant van XCOR is bijvoorbeeld Zuid-Korea", aldus Van Hulten. "Dat vliegtuig komt heus wel op tijd klaar, en intussen doen wij ons best om investeerders over de brug te krijgen".
De Airport Holding en Curaçao International Airport steunen het project, net als de plaatselijke Tourist Board, op Curaçao, Black Hole Consultancy, Futron, Spigthoff, Janssen de Jong en KPMG Curaçao. De investeringen zullen niet alleen terugverdiend moeten worden via de tickets van de ruimtetoeristen.
"We willen met de Lynx ook onderzoek in de ruimte laten uitvoeren. Met de Lynx is dat ook voor de onderzoeksinstituten betaalbaar geworden. Daarnaast kan het toestel ook kleine satellieten in een baan om de aarde afleveren en dat is een groeimarkt met veel potentie. De wisselwerking tussen onderzoek, ruimtetoerisme en miniatuur-satellieten zal een synergetisch effect op al die facetten hebben".
Volgens majoor Van Hulten is de missie van Space Experience een van de opstapjes naar een groter doel: commerciële intercontinentale ruimtevaart. Een en ander lijkt nog een beetje ver van het bed.
"Maar kijk eens waar we na pas honderd jaar luchtvaart staan", zegt hij, "hoe snel de ontwikkeling van de ruimtevaart zal gaan vergeleken met die van de luchtvaart, dat weet ik niet. Maar uiteindelijk zal er iets komen waarbij je in een paar uur van het ene continent naar het andere vliegt, in een halve baan om de aarde". Aan die ontwikkeling wil de gelouterde jachtvlieger en testpiloot zoveel mogelijk steentjes bijdragen.
"Dat is toch een mooie uitdaging? We hebben ook een traditie hoog te houden met Fokker en de KLM. In die traditie willen wij graag een van de eersten zijn die commerciële ruimtevluchten aan gaan bieden".
Virgin Galatic en Space Experience zijn niet de enige ondernemers die bezig zijn met het ontwikkelen van bemande ruimtevluchten. Wereldwijd werden 28 projecten opgestart, waarvan er inmiddels elf gecanceld zijn en twaalf 'in ontwikkeling'. Sommige bedrijven zijn daarnaast bezig met het ontwerpen en ontwikkelen van draagvliegtuigen of ruimtestations.
"Weer een stap verder, maar ook dat zal uiteindelijk gaan gebeuren", aldus Van Hulten, "toeristen die in een commercieel ruimtehotel verblijven. Vergeet niet dat ruimtetoerisme inmiddels ook al weer bijna tien jaar oud is. Dennis Tito was in 2001 de eerste burger die tegen betaling van twintig miljoen dollar een week in de ruimte bleef en 128 keer om de aarde draaide. Zo is de luchtvaart ruim honderd jaar geleden ook begonnen, als een speeltje van rijke mensen. Kijk nu eens waar we staan. Ruimtevaart gaat hoe dan eenzelfde soort ontwikkeling doormaken. De vraag is niet óf, de vraag is slechts wanneer."

Harry van Hulten (41) is geboren en getogen in Amsterdam. Na het atheneum trad hij in 1986 in dienst bij Koninklijke Luchtmacht.
Hij studeerde aan de KMA in Breda, waar hij in 1990 afstudeerde als bachelor in engineering. Na zijn opleiding tot jachtvlieger voltooide hij drie van de meest uitdagende en prestigieuze cursussen in de militaire luchtvaart. De Euro NAVO Joint Jet Pilot Training (ENJJPT), de F-16 Nederlands) Weapons Instructor Course (DWIC) en de USAF Test Pilot School.
Majoor Van Hulten heeft meer dan 3000 vlieguren op zijn naam staan, waarvan ruim 2600 uur in de F-16. Verder bestuurde hij als gezagvoerder 42 verschillende typen vliegtuigen, variërend van lichte eenmotorige vliegtuigen tot en met zwaardere vliegtuigen met meerdere motoren.
Hij voltooide de ENJJPT in 1992 op Sheppard Air Force Base in Texas, en F-16 conversie training in Tucson bij de Air National Guard. Nadat hij terugkeerde naar Nederland, werd hij toegewezen aan 312 Tactical Fighter Squadron op Vliegbasis Volkel.
Van Hulten voerde van 1994 tot 1999 gevechtsmissies uit in het voormalige Joegoslavië, en in 2002 in Afghanistan. Na het voltooien van de Fighter Weapons Instructor Course kwam hij als 'flight commander' in actie bij verschillende internationale oefeningen en uitzendingen.
Nadat hij op Edwards Air Force Base in Californië opgeleid werd tot testpiloot heeft Van Hulten deelgenomen aan diverse testprogramma's in het kader van de verdere doorontwikkeling van de F16. Sinds 2006 coördineert hij de testprogramma van de gevechtsvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht.
In 2008 was hij op vliegbasis Leeuwarden verantwoordelijk voor de operationele beoordeling van de F-16 MLU M5. Tijdens dat testprogramma werden in vier weken meer dan 150 vluchten met 10 exemplaren van de nieuwste uitvoering van F16 gemaakt. Een programma dat uitgebreid verslagen werd door Aviation Week en Space Technology.
Harry van Hulten is getrouwd, heeft twee dochters en woont in Breda.
Posted by Leon at 09:34 PM | Comments (0)

Amerikaanse brulkikker in zijn element. Foto Wikimedia Commons
De Amerikaanse brulkikker nadert vanuit het zuiden de Nederlandse grens. De exotische amfibie zwemt en springt al langer rond in het noorden van België en staat nu op het punt de grens te passeren.
"Ik heb er vorig jaar voorbij Meerseldreef zelf een flinke in De Mark zien springen," aldus de Bredase boswachter Theo Bakker.
"Het is slechts een kwestie van tijd voordat we er hier mee te maken krijgen." Nederland kan niet veel meer doen dan afwachten, omdat er geen voorzorgsmaatregelen te nemen zijn tegen de kwakende immigranten.
Intussen is er wel een 'early warning system' opgezet in samenwerking met Belgische natuurbeheerders. In het kader van dat project ontving Staatsbosbeheer gisteren enkele tientallen boswachters en vrijwilligers voor een eerste cursus brulkikkerherkenning. Na de workshop in Breda vertrok het gezelschap naar Vlaanderen.
Daar werd men voorgelicht door Mieke Hoogewijs van de provincie Antwerpen. Zij noemt de Amerikaanse brulkikker - ook wel stierkikker genoemd - een gevaarlijke exoot. "Omdat hij zich erg snel kan uitbreiden en een grote invloed op zijn omgeving uitoefent. Bovendien kan de brulkikker een schimmel verspreiden die het uitsterven van sommige amfibiesoorten heeft veroorzaakt."
Waarnemingen kunnen via de telefoon en via verschillende websites worden doorgegeven. In Nederland worden de gegevens verzameld door de stichting Ravon, die zich inzet voor de bescherming van reptielen, amfibieën en vissen.
Bij de zuiderburen is het Natuurpunt Hyla dat zich daarmee bezig houdt.
Wordt het probleem niet vanzelf opgelost door de reigers?
Theo Bakkers: "Zo simpel is het helaas niet. De larven zijn eetbaar, maar de volwassen kikkers scheiden een stofje af dat reigers niet lusten. Als ze er al een naar binnen krijgen, want ik heb exemplaren van een kilo gezien."
Dan maar brulkikkerpoten op het menu?
"Dat is een van de redenen dat ze ingevoerd zijn," aldus Bakker. "Ze leveren kennelijk mooie kikkerbillen."
Toen de brulkikker een plaag dreigde te worden, is de import in Europa verboden. Het is nu de vraag of die maatregel op tijd gekomen is.
Eigenaren van koi en andere dure karpers dienen hun vijver extra in de gaten te houden. Om te beginnen slokken de volwassen brulkikkers alles op wat in hun enorme bek past.
Van alle inheemse amfibieën tot en met knaagdieren, hagedissen, jonge slangen en eendenkuikens.
Tot overmaat van ramp lopen koi en karpers in de paartijd van de brulkikkers een ander levensgroot risico. Ze worden door de zowel slechtziende als opgewonden mannetjes in een dodelijke paaromhelzing genomen.
Link: www.ravon.nl
Link: waarnemingen.be
Posted by Leon at 09:05 PM | Comments (0)

De Nederlandse brouwers zullen er misschien wel een beetje jaloers op zijn: vier Belgische collega's die samen campagne voeren om toeristen op de fiets, én aan hun producten te krijgen. Samen met de Dienst Toerisme van de Povincie Antwerpen, die het zonder enige schroom in de markt zetten zoals het is: biertoerisme.
Link: www.beersofantwerp.be
Vanzelfsprekend, volgens Inga Verhaert, gedeputeerde toerisme: "Wereldwijd wordt kwaliteitsbier in één adem genoemd met Belgische bieren. De producten van De Koninck, Het Anker, Westmalle en Duvel-Moortgat vallen met de regelmaat van de klok in de prijzen. Desondanks wordt Antwerpen nog te vaak over het hoofd gezien bij de steeds populaider wordende bierreizen. Daar willen we met 'Beers of Antwerp' verandering in brengen. De Antwerpse streekbieren moeten een prominente en permante rol krijgen binnen onze toeristische productontwikkeling."
Beers of Antwerp is opgezet in samenwerking met de brouwerijen De Koninck, Het Anker, Duvel Moortgat en de abdij van Westmalle.
Het zijn niet de eerste bierroutes in België. Zo is er bijvoorbeeld al jaren de Caroluswandeling door de binnenstad van Mechelen, met stops in verschillende cafés.
De bollekesroute voert de fietser van rechter- naar linkeroever en terug naar de stad. Ze is 34 kilometer lang, waarbij de fietsers naar keuze meerdere malen kunnen afstappen bij enkele klassieke uitspanningen.
De Westmalle bierroute loopt van de trappistenabdij in Westmalle naar het trappistinnenklooster in Brecht, vice versa bijna 50 kilometer.
De Duvelroute is 36 kilometer lang. "Let op, die afstand is geen toeval", aldus Kris Baert, de pr-man van Duvel. Met een knipoog: "U kunt er onderweg zes maal aanleggen voor een Duvel, en dat maakt dan precies een marathon."
Een woordvoerder van de Dienst voor Toerisme zegt dat er wel contact geweest is met de Belgische politie over de nieuwe routes. "Maar alleen in het kader van de veiligheid. Het is verder geen probleem. We weten dat de meeste deelnemers aan fietsroutes hun verantwoordelijkheden en hun grenzen kennen. Ze weten allemaal goed dat ze ook nog naar huis moeten".
Voor wie zich tijdens de ritten tot Spa of koffie beperkt staan op infoborden langs de routes wetenswaardigheden over de bij de bereiding gebruikte ingrediënten en de brouwprocessen.
Beers of Antwerp ontstond geheel in de geest van het project: in een café, op de achterkant van een bierviltje. Uitgegroeid tot een ambitieus project, met een moderne website, waar alle relevante informatie te vinden is. "Nu alleen nog in het Nederlands", aldus Inga Verhaert, "maar binnenkort komt de Engelse versie live te staan. Zodat we volgend jaar doelgericht campagne kunnen voeren in Angelsaksische en Scandinavische landen. Later zullen er ook nog Franse, Duitse en eventueel andere talen volgen".
In België zijn annog 2010 nog steeds ruim 150 brouwerijen actief. Daarvan is een aantal in Antwerpen of de onmiddellijke omgeving gevestigd. Gaan die ook nog iets doen? Verhaert: "We zijn ervan overtuigd dat het project nog flink zal gaan groeien. Alle brouwerijen uit de provincie Antwerpen die zelf iets aan toeristische productontwikkeling willen doen, zijn van harte welkom als ze zich bij het project aan willen sluiten".
In de Sinjorenstad zelf kan ook langs bier gefietst worden.
Een route die begint bij de karakteristieke stadsbrouwerij van De Konick, aan de Mechelse Steenweg, vlakbij hartje Antwerpen.
Een paar pedaaltrappen verder ligt het Koning Albertpark, waar op het Galgenveld in de late Middeleeuwen terechtstellingen werde uitgevoerd. Op de hoek van dit park en de Mechelsesteenweg staat een stenen grenspaal met de opgestoken linkerhand. Het is de opgestoken witte hand in het rode logo van Brouwerij De Koninck.
De route voert verder via Park Spoor Noord, de oude industriële site van de Nationale Maatschappij van de Belgische Spoorwegen, tegenwoordig hedendaags stedelijk landschapspark, en het Mechelsplein. Op het plein staat een standbeeld van Willem Elsschot, op zonnige dagen zijn de tientallen terassen bomvol.
De Bollekesroute gaat daarna door de Sint Annatunnel. Deze oude voetgangers- en fietstunnel onder de Schelde verbindt de linker- met de rechteroever. Het lijkt een kopie van de oude voetgangerstunnel onder de Maas in Roettrdam, met de houten roltrappen en de kenmerkende akoestiek.
Boven op de linkeroever arriveren wandelaars en fietser op het Frederik van Eedenplein. Het plein en het park bieden het mooiste uitzicht op de stad Antwerpen. Aan de overkant prijken de gotische kathedraal en de Boerentoren, een van de eerste wolkenkrabbers op het Europese vasteland. Iets verderop liggen het strandje van Sint-Anneke en de haven.
Alle fietsroutes sluiten aan op de bekende knooppunten, of zijn voorzien van een eigen bewegwijzering.
Posted by Leon at 11:01 AM | Comments (0)

De heer De Jong kijkt naar de naast hem varende PH-Ben, waar hij veertig jaar geleden zijn eerste ballonvlucht in maakte.
Veertig jaar na de eerste vlucht ging de PH BEN zaterdagavond op herhaling. In Zundert koos de in volle glorie gerestaureerde luchtballon van Ad Haarhuis opnieuw het luchruim. Een zevental andere balonnen vergezelde de oldtimer van Ad Ballon. Daaronder de BN DeStem-ballon met aan boord de heer Kees de Jonge uit Zevenbergen.
Klik: Fotoalbum
Vier decennia geleden passagier van de PH BEN bij de maiden flight in Nederland. Bijna negentig jaar oud, maar nog zo scherp als een scheermes. De bejaarde eregast genoot bij de tweede ballonvlucht van zijn leven opnieuw met volle teugen. Van Zundert voorbij kasteel Maxburg in Meer naar Loenhout in België.
Zijn tweede landing in een lang leven is minder ruig dan de eerste, ook al wordt er zand gehapt. Gezagvoerder Coen Quirijnen kiest net voor het ondergaan van de zon voor een omgeploegd stuk land. Het blijkt ruller dan het zich uit de lucht liet aanzien. Stofwolken omhullen de mand als die door de leeglopende ballon een tiental meters als ploeg gebruikt wordt. "Maar nog altijd een stuk rustiger dan veertig jaar geleden", aldus Chris de Jonge, die voor de start zijn gehoorapparaat aan zijn dochter gegeven heeft: "Ik was bang dat ik dat zou verliezen. Veertig jaar geleden stond er veel wind. Bij de landing tuimelde ik zo maar uit de mand."
Chris de Jonge maakte de eerste vlucht in de PH Ben op 22 mei 1970. Samen met zat de Britse ballonvaarder Don Cameron en de Nederlandse ballonpionier Joe Boesman.
"De moderne ballonvaart, met gasbranders en nylon, is in Nederland allemaal begonnen met Jan IJzermans," vertelt de Bredase ballonvaarder Ad Haarhuis. Zijn bedrijf Ad Ballon is inmiddels eigenaar van de PH BEN. Hij heeft hem zorgvuldig gerestaureerd tot de eerste officiële oldtimer ballon met luchtvaardigheidsbewijs. In de PH BEN koos Haarhuis zaterdag zelf het luchtruim met een andere eregast, de opperbevelhebber der luchtstrijdkrachten, luitenant-generaal Jac Jansen. Beiden voor de gelegenheid getooid met de antieke helmpjes van begin jaren zeventig.
"IJzermans was in 1969 de pr-man van het Rotterdamse Benegas. Iemand die altijd vanuit zijn gevoel werkte, altijd op zoek naar nieuwe manieren om Benegas aan de man te brengen. Toen hij ergens in België een luchtballon zag varen, volgde hij hem tot de landing. Hij zag het meteen als een middel om zijn bedrijf te promoten."
De pr-man had de smaak te pakken en volgde later als toeschouwer een aantal landingen van de Petro Gasballon. "Dat was een zustermaatschappij van Benegas," aldus Haarhuis, "die hadden François Schaut als piloot ingehuurd. IJzermans slaagde er in om de Britse ballonvaarder Don Cameron naar Nederland te laten komen voor een proefvaart met zijn directeur, en dat was Chris de Jonge."
Die eerste vaart, in Jutphaas, markeerde het begin van de moderne ballonvaart in Nederland. De Jonge werd al bij de start zó gegrepen dat op nog geen honderd meter hoogte een ballon voor Benegas bestelde. Een uur later overleefde zijn enthousiasme de harde lading, waarmee geschiedenis was geschreven.
De bestelling van Chris de Jonge werd een paar maanden later afgeleverd, om op 27 juli 1970 Nijmegen voor de eerste keer op te stijgen.
"Omdat toen alleen de gasballonvaarder een ballonbrevet hadden, waren zij de aangewezen personen die met een heteluchtballon mochten varen", aldus Haarhuis. De eerste ballonvaarders die met de PH BEN omhoog gingen waren Jo en Nini Boesman van de Haagse Ballonclub, en Albert van de Bemde en Francois Schaut van de Belgische Ballon Federatie".
Veertig jaar later vaart de PH BEN opnieuw als een zonnetje. Al maakte de copiloot van Haarhuis, zelf als jachtvlieger gelouterd in de F16, zich vooraf wat zorgen over de landing. "Naar ik begrepen heb", aldus bevelhebber Jac Jansen, "noemen ze dat in deze wereld gecontroleerd neerstorten".
Dat blijkt allemaal reuze mee te vallen. De PH BEN maakt een mooie landing, en de dertien zandhappers in de BN/DeStem ballon komen er zonder schrammen en kleerscheuren vanaf. Een van de andere balonnen, met de verslaggever en de cameravrouw van Brabant10 aan boord, stuitert wat harder terug op moeder aarde. De inzittende koesteren een dag later een paar blauwe plekken, maar ook zij hadden de vlucht voor geen geld willen missen.
Net als de krasse 91-jarige, die in de invallende duisternis achter het stuur van zijn Volvo stapt om met zijn vrouw de terugreis naar Zevenbergen te aanvaarden. Kees de Jonge, met glimmende oogjes nog steeds genietend van zijn vlucht: "Het was alweer prachtig. Wat een ervaring."

Weer terug op aarde, met gezagvoerder Coen Quirijnen

Ad Haarhuis en luitenant-generaal Jac Jansen gespen de helmpjes om voordat ze in de PH-BEN stappen . . .

. . . en zijn in de lucht
Posted by Leon at 04:21 PM | Comments (0)

Marc van Roosmalen en Marianne Thieme. Foto León Krijnen
Bioloog Marc van Roosmalen heeft weer een Nederlands paspoort. Van Roosmalen was zaterdag in Zundert, waar hij Marianne Thieme vergezelde bij een werkbezoek. Hij is door Time Magazine benoemd tot een van de 'Helden van onze Planeet'.
Volgens Amerikaanse wetenschappers is Van Roosmalen een van de grootste levende natuurkenners ter wereld. Hij heeft op zijn eentje tientallen levende soorten - dieren en planten - ontdekt en voor het eerst beschreven.
Zie ook Wired 16.06: Monkey Business
Van Roosmalen belandde in 2007 in een Kafkaiaanse nachtmerrie, toen de Braziliaanse overheid hem beschuldigde van het illegaal exporteren van apen en orchideeën.
De geboren Tilburger werd veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf. Intussen is hij op vrije voeten, hangende een hoger beroep. Het kan nog jaren duren voordat er een definitieve uitspraak komt. Intussen raakte hij statenloos omdat Brazilië zijn paspoort innam, en hij zich tien jaar eerder tot Braziliaan had laten naturaliseren.
Thieme stelde er in 2009 als eerste Kamervragen over. Een en ander leidde er uiteindelijk toe dat Van Roosmalen in Nederland een nieuw paspoort op kon komen halen. Hij vertrekt vandaag weer naar Manaus, in het Braziliaanse Amazone-gebied, maar zal daar voorlopig niet de publiciteit zoeken, zei hij zaterdagmiddag in Zundert.
"Die rechtszaak en die veroordeling zijn er gekomen dankzij de mensen in het Amazonegebied die miljoenen hectares illegaal kappen ten behoeve van de sojateelt", zegt de bioloog die in wetenschappelijke kringen aanzien verwierf met zijn onderzoek naar primaten in het Amazonegebied.
"Zowel die mensen als corrupte figuren in de regering en bij justitie hebben er baat bij als ik er niet meer ben. Ik werd bij de zwaarste crack snuivende criminelen opgesloten in de hoop dat ik daar vermoord zou worden. Een mensenleven is daar niets waard, als je weet dat genocide er aan de orde van de dag is. Er worden hele indianenstammen letterlijk geruimd, vermoord omdat ze de sojateelt in de weg staan. De soja gaat als veevoer naar de Verenigde Staten en naar Europa, en levert op die manier een zware belasting op voor het milieu."
Volgens Marianne Thieme is het aan de Leidse en Tilburgse werkgroepen van haar partij te danken dat Van Roosmalen afgelopen vrijdag zijn nieuwe paspoort op kon halen. Ze hoopt dat Van Roosmalen dankzij zijn hernieuwde Nederlanderschap een betere bescherming zal genieten in Brazilië.
Van Roosmalen deelt die hoop, maar angst regeert nog steeds gedeeltelijk zijn leven. "Zolang ik me rustig hou in mijn huis in het Amazonegebied, met muren van vier meter hoog er omheen, ben ik redelijk veilig."
Het bloed kruipt intussen waar het niet gaan kan. "Ik wil een documentaire gaan maken over de genocide op de indianen in het Amazonegebied. Gesprekken opnemen met overlevenden en met familieleden van degenen die zijn uitgeroeid."
Vrijwilligster Anita Heck verzorgde gaande het intervieuw met Van Roosmalen een rondleiding door het Vogelrevalidatiecentrum in Zundert. Het is voorjaar, de hokken puilen uit van jong gevogelte dat met nest en al uit een boom gedonderd is, of om een andere reden bij het opvangcentrum afgeleverd is. „Bijvoorbeeld omzat ze illegaal gehouden werden, en daarom in beslag genomen zijn en door de AIVD hier afgeleverd zijn.”
Het gezelschap bewondert de roofvogels, waaronder een enorme Europese visarend. Een bijna net zo grote oehoe, een dood eendagskuiken in zijn bek, laat luidkeels horen waar hij zijn naam aan te danken heeft.
„Waar de kuikens vandaan komen?”, vraagt Marianne Thieme. Anita Heck windt er geen doekjes om: „Dat zijn mannelijke eendagskuikens. Daar hebben ze niets aan. Die worden door zo’n bedrijf hier afgeleverd. Zo gaat dat.”
Ze wijst op een paar vertederende bosuilen, die over een verrassend wrede inborst blijken te beschikken: „Als je ze de kans geeft dan peuzelen ze hun buren op”. De buren in kwestie, een paar met de ogen knipperende ransuiltjes, horen het zwijgend aan. Net als het gezelschap dat even de kluts kwijt lijkt te zijn. Soms is de natuur weerbarstiger dan haar beschermers zouden willen.
Volgens Marianne Thieme zou uit de laatste cijfers van onderzoeker Maurice de Hond blijken dat ruim 700.000 Nederlanders overwegen om op haar partij te stemmen. Een aantal dat goed zou zijn voor een zetel of tien.
Volgens de lijsttrekster is de crisis een van de redenen dat veel mensen zich tot Partij voor de Dieren aangetrokken voelen. „Mensen hebben niet alleen hun buik vol van het gegraai. Ze voelen zich ook bij ons thuis omdat wij van het kortetermijndenken af willen.
Omdat wij de aarde leefbaar willen houden voor mens én dier. Wij staan niet alleen voor een maatschappij zonder die graaicultuur, maar ook voor een diervriendelijke, duurzame en regionale landbouw. Dat blijkt steeds meer mensen aan te spreken, die, als ze een stemwijzer invullen, bij ons uit blijken te komen”.

Marianne Thieme luistert naar Anita Heck. Foto León Krijnen
Posted by Leon at 04:11 PM | Comments (0)

Als gezellige proevers die wel eens een vreemd biertje in de kroeg probeerden, belandden ze begin deze eeuw op een cursus bierbrouwen. Inmiddels hebben Ad Kusters, Jeen Brouwer en Johan Cornelissen zelf een man of honderd opgeleid tot amateurbrouwer.
Ondertussen fanatiek experimenterend met gerst, gist, hop, water en suiker, en wat er nog meer aan te pas komt bij het maken van bier.
Inmiddels produceren ze acht tot tien keer per jaar hondervijftig liter bier: een licht bier, een witbier, een dubbel of een tripel.
Maar ze willen meer. Als het aan de drie brouwers van huisbrouwerij De Pimpelmeesch ligt, is alles wat ze de afgelopen tien jaar gedaan hebben een opstapje. Naar de revival van een volwassen brouwerij in Chaam, waar ooit twee professionele brouwerijen de hele omgeving naar hop en gerst lieten geuren. Met de mooist mogelijke namen van concurrenten die elkaar het leven zo zuur mogelijk maakten. De ene brouwerij heette De Morgenster, de andere De Avondster.
Als het aan Kusters, Brouwer en Cornelissen ligt, staat er straks dus weer een brouwerij in Chaam. Waar Chaamse Pel, Chaam Witbier, Chaams Dubbel en Chaams Triple gebrouwd en gebotteld gaan worden. Als de logische en onontkoombare bekroning van een uit de hand gelopen hobby.
Wie wel eens geproefd heeft van de producten van het Chaamse trio, op de huisbrouwerij in Chaam of op de jaarlijkse Meermarkt in het Belgische Meer, zal zich geschrokken afvragen waar de meest spraakmakende producten gebleven zijn. De Blonde Snol, De Vurige Non en de Heisse Weisse.
De liefhebber van die smaken hoeft zich geen zorgen te maken, zegt Ad Kusters, de man die door zijn twee companen unaniem aangewezen wordt als de smaakmaker van het gezelschap als het om het bier gaat. „Die namen hebben we ooit ’s nachts om twee uur verzonnen, nadat we een avond aan het bottelen en proeven waren geweest. Trappist mag niet, want dat is een beschermde naam. Op een gegeven moment riep iemand dat-ie de tripel een ‘heerlijk blonde snol’ vond.”
De Blonde Snol, een naam die stond volgens het brouwtrio, bleef op de zelfgedrukte etiketten staan. Het assortiment zou later worden aangevuld met twee namen, in dezelfde onbezorgde geest geschonken: De Vurige Non en de Heisse Weisse.
Een goede raad voor wie nog een fles met die kenmerkende etiketten heeft staan: goed bewaren, want ze worden zeldzaam. Onder het nieuwe beleid van de in Chaam geboren en getogen brouwers gaat De Pimpelmeesch vanuit Chaam met Chaamse namen de wereld veroveren.
Onder het logo van het vogeltje met zijn kobaltblauwe kruintje prijken namen als de Zilverpel
(oftewel het Chaamse Hoen), het Chaams Tarwebier, de Chaamse Dubbel en de Chaamse Tripel. Gestreefd wordt naar samenwerking met restaurants die het Chaamse Hoen op tafel zetten. „Het zou natuurlijk schitterend zijn als ze daar onze Zilverpel bij serveren”, aldus Johan Cornelissen. Lachend: „Er zijn een paar gerenommeerde restaurants die een Chaams Hoen opdienen. Die hadden we niet hoeven vragen of ze hun gasten een Blonde Snol of een Vurige Non voor willen schotelen.”
De Zilverpel werd ontwikkeld in samenwerking met de Chaamse Hoender Club, die in 2001 werd opgericht. Doel: het Chaamse Hoen, ook wel bekend als Kaamse Kiep, Kaamse Pel of Zilverpel, niet alleen voor uitsterven behoeden, maar ook naar volle glorie terug fokken. Het is een gehard ras, bekend om de hoge eierproductie en de fijnvlezigheid en specifieke smaak van de gecastreerde hanen.
Met de smaak van de Zilverpel, uiteindelijk bepaald via expirementeren en proeven, hebben Brouwer, Cornelissen en Kusters de afgelopen maand twee grote stappen gezet op weg naar het realiseren van hun droom: van De Pimpelmeesch een professionele brouwerij maken. „Op wat voor termijn weten we niet, al zou het een slok op een borrel schelen als de Staatsloterij er de hoofdprijs in zou steken”, lacht Jeen Brouwer.
In afwachting van een De Pimpelmeesch gunstig gezinde trekking, hebben ze vijfhonderd liter Zilverpel laten brouwen bij ’t Hofbrouwerijke in het Belgische Beerzel. Op recept van Kusters. „Best spannend”, legt hij uit. „Met hondervijftig liter zit er al verschil tussen het ene en het andere brouwsel, dus het was even afwachten hoe die vijfhonderd liter ging smaken.”
Het antwoord: perfect. Daarom wordt het binnenkort een paar dagen flink aanpoten. Na het vervoer van Beerzel naar Chaam moeten er van het brouwsel met de hand zeshonderd pijpjes en vierhonder driekwartliterflessen gevuld en geëtiketteerd worden.
De tweede stap was naar de notaris, waar De Pimpelmeesch tot stichting werd bekrachtigd. „Er moest wel iets gebeuren”, aldus Kusters. „We zijn nu een rechtspersoon, met de Zilverpel hebben we een basis en nu kunnen we in commercieel opzicht het een en ander gaan ontwikkelen. Als thuisbrouwer mag je verder helemaal niks, behalve je eigen brouwsel maken en opdrinken.”
Nu nog een gebouw, uiteraard in Chaam. De kelder en de garage van de karakteristieke woonboerderij van Kusters worden te krap.
„We zijn op zoek naar betaalbare huisvesting, liefst in een pand met een authentieke uitstraling. Dat pand moet passen bij het ambachtelijk karakter van ons brouwproces. Nu we een stichting zijn, kunnen we vergunningen aan gaan vragen om alcoholhoudende dranken te brouwen, te schenken en te verkopen.”
Een businessplan is er nog niet; eerst wordt een onderzoek gestart naar de financiële mogelijkheden voor de benodigde inversteringen.
Naast hun bieren hebben de Chaamse biermakers een filosofie ontwikkeld waarin de verbondenheid met hun dorp en de streekproducten centraal staat. „Samenwerking behoort absoluut tot de mogelijkheden”, aldus het driemanschap. „Sterker nog, dat moet. Maar wel met partijen die ambachtelijk bereide, geteelde of gefokte producten promoten. Als we op die manier zouden kunnen samenwerken, kunnen we met zijn allen de bekendheid van de ambachtelijke streekproducten veel beter vergroten.”
Dat zou ook moeten gebeuren via de activiteiten waar de drie brouwers al tien jaar mee bezig zijn: het organiseren van proeverijen en het geven van brouwcursussen. „Maar ook door het geven van lezingen over onze passie en door ons altijd te profileren op allerlei evenementen, tot in de verre omgeving”, aldus Johan Cornelissen.
Etiketten met een Blonde Snol, een Vurige Non of een Heisse Weisse zullen niet meer op de flessen geplakt worden. Maar de knipoog blijft. Het logo, de lachende pimpelmees met zijn blauwe kuif, is de knipoog naar waar de drie vrolijke brouwers van Dorpsbrouwerij De Pimpelmeesch voor staan: de blije, drinkende mens.

Pagina BN/DeStem als PDF (1.1mb)
Posted by Leon at 11:17 AM | Comments (0)

De Rotterdamse brandgrens is een twaalf kilometer lange lijn. De brandgrens is de verbinding tussen twee steden: de stad uit het interbellum en de moderne stad die na 1945 op de puinhopen van het verwoeste hart van de havenstad gebouwd is.
Afgelopen vrijdag Gisteren zeventig jaar geleden, op 14 mei 1940, stond het centrum van Rotterdam in brand. Door een bombardement dat minder dan een kwartier duurde, werd het oude hart van de havenstad vernietigd. Achthonderd Rotterdammers kwamen om, tachtigduizend werden er dakloos. Er werden 24.000 woningen, 32 kerken en twee synagogen verwoest.
Vier jaar geleden besloot het Rotterdamse gemeentebestuur tot de definitieve fysieke markering van de twaalf kilometer lange brandgrens. De door rode vlammetjes gemarkeerde brandgrens is klaar, vrijdag werd het bombardement met een uitgebreid programma herdacht, en werd het boek ‘Brandgrens Rotterdam 1930/2010’ aan burgemeester Aboutaleb aangeboden.
Het boek gaat niet over de oorlog en het bombardement, maar brengt de lezer terug naar een stad die niet meer bestaat. Het is een fascinerende kijk in het laatste decennium van het oude Rotterdam. Het boek neemt de lezer mee langs wat in mei 1940 de brandgrens zou worden.
Al bladerend wordt de lezer ooggetuige van het Rotterdam in de jaren dertig. Een havenstad die zichzelf graag profileerde als het grote voorbeeld Chicago, een stad die op de drempel van een nieuwe tijd wil moderniseren, maar die tegelijkertijd door een hevige crisis wordt geplaagd.
Binnen de brandgrens verrees de nieuwe stad, die een groot contrast vormt met het Rotterdam van de jaren dertig. De aanpak van het boek is verrassend: 265 pagina’s ben je in het Rotterdam van de jaren dertig, in je achterhoofd op weg naar de foto’s van de vliegtuigen en het bombardement.
Die komen niet: een pagina verder stap je van zwart-wit pardoes naar full color in het Rotterdam van vandaag. Met Rotterdammers van vandaag zittend, wandelend en fietsend op de brandgrens.
Het gaat te ver om te zeggen dat Rotterdam het bombardement en de brandgrens koestert, maar de stad is er wel in geslaagd om een voorbeeld af te leveren hoe met het verleden om te gaan. Met een complete website, met het boek, met de brandgrens zelf.
Drie wandelingen die het best in deze volgorde afgelegd kunnen worden: eerst de historische website waar de brandgrens ook op Google Maps uitgezet is, daarna door het prachtige boek, en uiteindelijk, liefst op een mooie meidag, de echte wandeling.
Historicus Paul van de Laar overhandigde vrijdag het eerste exemplaar.
Brandgrens Rotterdam 1930 |2010
Redactie: Atelier Brandgrens o.l.v. Paul van de Laar en Koos Hage
ISBN: 978 90 6868 538 1 Prijs: € 39,90
Gebonden uitgave 320 pagina’s, ruim 500 illustraties.
Uitgeverij THOTH, Bussum.
PNG van pagina uit de krant (2.5 mb)
Posted by Leon at 11:41 AM | Comments (0)

Voorjaar: de schuur moet uitgeruimd worden. Een van de dingen die tevoorschijn komt is een muf ruikend koffertje. Het is kennelijk vochtig geweest, zwart uitgeslagen. Verroest, mijn oude Tandy 200 zit erin, met het akoestisch modem.
Nummer veertien, want dat heb ik er, met het adres en het telefoonnummer van de krant, met een soldeerbout op de achterkant in 1984 zelf ingegraveerd. Als redactioneel vertegenwoordiger in het systeem management (RSM) mocht ik ze uitdelen aan redacties en verslaggevers.
Nummer veertien, de laatste van de batch, reserveerde ik stiekem voor mezelf omdat ik erachter was gekomen dat de leverancier er per ongeluk twee geheugenbanken in gestopt had. Dat betekende 72KB RAM, inplaats van 24!
Tussen 1984 en 1990, tot de eerste Toshiba's arriveerden, heb ik hem over de hele wereld gesleept. Alle Grand Slams en Davis Cup finales, Het Melkhuisje, het NK in Scheveningen, Rosmalen, Antwerpen, de Grand Slam Cup in Munchen, ATP finales in Stuttgart en Parijs.
update: en met die Toshies vanaf 1990 meteen het internet op
Naar uit- en thuiswedstrijden van NAC, met Brevok naar Bordeaux, naar de finales van de wereldbeker driebanden op Majorca en in Istanbul. Dat allemaal gecombineerd met een jaar sabattical in 87/88, waarin hij een rondje over de wereld meeging. Het ding deed het altijd en overal. Vier penlight batterijen erin, en het werkte weer twintig uur.
De systeemroutine ken ik nog steeds uit mijn hoofd. Verhaal klaar? Modem aansluiten met de platte seriele kabel, nummer draaien in Nederland, wachten op het gekrijs van het corresponderende modem in Nijmegen. Hoorn in de twee rubberen flappen, rooie lampjes uitgeknipperd, groene lampje aan; F4, F3, enter, en dan zag je je verhaal regel voor regel vertrekken. Op 28K8 kon je het verhaal gaande het verzenden op je dooie gemak meelezen en de hoorn eruit rukken als je een tikfout voorbij zag komen.
Tandy 14 heeft twee decennia geslapen. Zou hij? Er zitten geen batterijen in, en dat is mazzel. Die zouden zijn gaan lekken en een ravage veroorzaakt hebben. Zou het?
Vier verse penlights erin; op knopje gedrukt, en jawel hoor, het werkt gewoon. Basic, Telcom, de adresbestanden, de spreadsheet en de tekstverwerker. Ergens in zijn ingewanden zit een piepklein batterijtje dat al die jaren het ROM in leven heeft gehouden.
Slechts een probleempje: tien jaar na dato kom ik voor het eerst een echt milenniumprobleem tegen.
Datum en tijd in de Olivetti's en de Tandy's moest je in Basic ingeven:
$time="11/30/00"
Ok
$date="30/04/10"
Ok
Mooi niet dus, want het resultaat is Friday, april 30th, 1910
Dat is dus een serieus millenniumprobleem, want in 1910 viel 30 april op een zaterdag :-)
Posted by Leon at 12:15 PM | Comments (0)

Koen Quicken, eigenaar van Camping Liesbos (Breda): "Het bereik dat ik heb met sociale netwerken is groter dan ik in eerste instantie vermoedde. Sinds kort ben ik aan het twitteren en ik zie mijn netwerk snel groeien. Heel gemakkelijk bereik ik geïnteresseerden in heel Nederland, maar zelfs ook daarbuiten! Het mooie is dat mensen zelf bepalen welke informatie ze willen zien. Je zult dus met creatieve en interessante tweets moeten komen". Foto Kees Bennema.
Hyves, Twitter, Web 2.0, Google Maps, AdSense Campagnes, Blogs, RSS, Wikis, Widgerts, Mobiel, YouTube en nog een wagonlading vol termen uit de digitale wereld. Het toerisme in West-Brabant gaat internet innig omarmen.
De traditionele opening van het toeristisch seizoen vond gisteren plaats in de Skidôme in Rucphen, in samenwerking met de Kamer van Koophandel.
Voor de afsluitende borrel lijkt het echter meer een congres van webondernemers en marketeers dan een bijeenkomst van ondernemers in de toeristenbranche.
Het thema: Online delen is Vermenigvuldigen.
Doel: hoe alle mogelijke klanten met alle mogelijkheden van de moderne platformen te benaderen en over te halen als toerist West-Brabant te bezoeken.
Kern van de boodschap: wie de komende jaren met zijn toko niet nadrukkelijk aanwezig is op internet loopt een achterstand op.
Gasten zijn anno 2010 onvoorspelbaarder geworden. Informatie halen ze overal vandaan en accommodatie regelen ze steeds vaker op het allerlaatste moment via hun eigen mobiele internetverbinding.
Via datzelfde internet laten toeristen elkaar weten hoe het was, prijzen ze een gelegenheid de hemel in, of branden ze die helemaal af. Terwijl ze nog op hun vakantieadres zijn, vliegen de tweets over hun belevenissen de wereld over en zetten ze de video's op YouTube. Een vies zwembad, een smerige badkamer, of een chagrijnige beheerder? Vijf minuten later is het ergens te lezen op internet.
Over de hele wereld gaat dat zo, dus ook in West-Brabant. Sommige ondernemers fronsen de wenkbrauwen tijdens de twee flitsende presentaties over dit onderwerp, anderen staan te stuiteren om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met al die nieuwe mogelijkheden.
In zijn openingspraatje houdt Chris Rutten, voorzitter van de Kamer van Koophandel een pleidooi voor meer samenwerking in het West-Brabantse toerisme. "Omdat er hier op toeristisch gebied veel gebeurt. Zo veel dat alle initiatieven dwars door elkaar heen lijken te lopen."
Hoe het web bij die samenwerking te betrekken, hoe mogelijke klanten via internet naar West-Brabant te lokken, daarover spreekt Goof Lukken, trendwatcher, vrijetijdsspecialist en docent aan de Academie voor Toerisme NHTV. Hij legt uit hoe je sociale netwerken in zou kunnen zetten met een voorbeeld dat meteen een primeur zou zijn. "Ik heb zitten googelen, maar ik heb nog nergens kunnen vonden dat er een toertocht via twitter is georganiseerd, terwijl dat een fluitje van een cent zou kunnen zijn en ook heel leuk."
Die tocht kan dan vooral worden gebruikt om de bezienswaardigheden in West-Brabant te promoten. "Want", had Lukken uitgerekend, "die staan niet eens in de top-tien van de activiteiten van toeristen in West-Brabant. Daar ligt een kans. Maar hoe je het doet, wat je ook doet", zegt de vrijetijdsspecialist, "zorg dat je kwaliteit levert, want dat blijft het allerbelangrijkste. Vroeger had je experts, de ANWB en sterren-systemen, tegenwoordig heb je internet. Als je geen kwaliteit levert, dan staat dat meteen op internet en kan iedereen dat lezen."
Wouter Gijsbertsen van Cliptoo presenteert daarna de website www.toerismeopdekaart.nl. Over kwaliteit gesproken: een website die het predikaat web 2.0 helemaal waarmaakt. Geënt op Google Maps is is het niet alleen een website, maar een applicatie die zowel de aanbieder van elke toeristische activiteit als de gebruiker, de toerist dus, geheel naar eigen voordeel kan gebruiken.
De essentie van het verhaal van Gijsbertsen wijkt nauwelijks af van die van Lukken: krachten bundelen, kwaliteit leveren, internet gebruiken. Gijsbertsen zet voor het gemak ene Marloes als doorsneeklant weg. Ze houdt van sporten, uitgaan, wijn inkopen en een weekeindje weg. "Dat regelt ze allemaal via internet", aldus Gijsbertsen, "en ze begint bij Google, zoals inmiddels bijna iedereen. Als Marloes je daar niet kan vinden, dan wordt ze in elk geval geen klant van jou."
Misschien wel een klant van de gastheer van gisteren, Nicky Broos van het Skidôme. Hij is op het web prominent aanwezig met een moderne website waar toerismeopdekaart.nl als voorbeeld in een widget wordt gepresenteerd. "Een widget? Zeg maar een klein stukje website dat in een andere website opduikt", legt Gijsbertsen uit.
Waarna de wegen van Marloes verder worden gevolgd, van de reservering via een fietstocht met behulp van een andere widget tot en met het verkondigen van haar belevenissen op internet.
Tussen alle digitale bedrijven door wordt ook nog even gesproken over kwaliteit in de klassieke zin, ingeleid door Gé Brogtrop. Daarbij gaat het om de vaste staanplaatsen op de West-Brabantse campings, die qua imago hier en daar wel wat opgepoetst zouden kunnen worden. Al gaat het van hieruit weer snel richting internet, waar de Stichting Kwaliteit Vrijetijdsvoorziening en Dienstverlening een ander initiatief heeft ontwikkeld, een website op het adres kwaliteit-recreatie.com. Dat is er overigens een die nog op web 1.0 is blijven steken. Maar de boodschap is ook hier helder genoeg: het streven naar kwaliteitsverbetering van dienstverlening en gastvrijheid. "Dat imago zou al heel wat beter zijn", vindt Koen Quicken, eigenaar-beheerder van Camping Liesbos in Breda, "als we aan belangstellenden voor een vaste staanplaats een garantie af zouden kunnen geven. Zodat die mensen zeker weten dat ze kunnen investeren in hun staanplaats zonder het risico te lopen dat de boel wordt overgenomen door een projectontwikkelaar die er huizen gaat bouwen." Waarbij aangetekend zij dat vaste staanplaatsen een belangrijke stabiele factor in het West-Brabantse toerisme vormen. Van de 28.000 zogenaamde verblijfseenheden zijn er 11.000 vast; dat is ongeveer 40 procent.
Waarna gastheer Broos vlak voor de afsluitende borrel de lachers op zijn hand krijgt met de belangrijkste tip voor iedereen. "We lullen veel te veel, en we plannen veel te veel. Lullen en plannen, dat moeten we allemaal veel minder doen. Ga van jezelf uit, ga dingen doen, dan komt er vanzelf iets op gang." De traditionele opening van het toeristisch seizoen vond gisteren plaats in de Skidôme in Rucphen, in samenwerking met de Kamer van Koophandel. Voor de afsluitende borrel lijkt het echter meer een congres van webondernemers en marketeers dan een bijeenkomst van ondernemers in de toeristenbranche.
Posted by Leon at 10:40 AM | Comments (0)

Autotron Rosmalen, 9 april 1981. Ik was er voor de krant, waarschijnlijk een persconferentie. Reinoud Roscam Abbing maakte deze foto, voor een Mercedes 300 SL cabrio. Bouwjaar waarschijnlijk 1955, maar ik heb de auto daarna nooit meer gezien. Een kentenkencheck op de site van de RDW is negatief.
Mijn goed voornemen begin dit jaar: in 2010 gaan alle dia's, foto's en negatieven uit mijn analoge verleden digitaliseren. Op zolder staat een dozijn plastic containers, die tien sleden met honderd dia's bevatten. Het was geen sommetje van het nationale rekendictee, maar een moeizaam probleem dat al jaren in mijn hoofd spookt.
Ooit zullen ze allemaal ingescand moeten worden, maar ga daar maar eens voor zitten. Komt nog bij dat elders op zolder ook nog wat schoenendozen met ooit afgedrukte foto's en enveloppen vol negatieven liggen. Ook die moeten bekeken, geselecteerd en gedigitaliseerd worden.
Over de productie in de jaren nul van deze eeuw hoef ik me geen zorgen te maken. Ik was er vroeg bij; in september 1995 kocht ik - via internet - mijn eerste digitale camera, een Apple Quick Take. Niet dat ik daar achteraf veel aan gehad heb: de met die camera gemaakte foto's zijn van het formaat postzegel.
Tot 2001 was het een speeltje, op reis vergezeld door een analoge Pentax M10. Medio 2000 arriveerde de eerste Canon Ixus, en daarna is er alleen nog maar digitaal gefotografeerd. De productie van de eerste Ixus en zijn geevalueerde opvolgers is naar harde schijven gekopieerd, thuis of op het internet, en naar backup schijven, thuis of ergens op de cloud, het web.
Want als al het scanwerk ooit gedaan is, dan is de back-up van levensbelang. Om helemaal zeker te zijn van uw zaak: maak een back-up van de back-up, plaats ze fysiek zo ver mogelijk van elkaar. Aan een back-up die naast een back-up ligt heb je niet zoveel, in geval van brand of inbraak.
Een goede raad: koop geen nieuwe scanner. Je gebruikt hem immers maar een keer. Ook al zal het dagen of weken duren voor al die sledes er doorheen gegaan zijn: op dat moment is je scanner afgeschreven. Want je hebt hem nooit meer nodig. Gelukkig zijn er duizenden mensen die iets meer tijd of discipline hadden dan wij, en daarom barst het op Marktplaats van de scanners.
Niet verrassend: bijna allemaal nauwelijks gebruikt. Doe daar uw voordeel mee, maar let intussen op de advertenties die opduiken als u op internet naar de juiste scanner zoekt. Het barst ook van de aanbiedingen van bedrijfjes die al voor een tientje per dag professionele scanners verhuren, of die tegen een vergoeding al uw dia's op cd of usb-stick schrijven.
Als ze eenmaal op de harde schijf van uw computer staan, begint voor sommigen het echte werk: categoriseren, indexeren, onderschriften maken en krasjes oppoetsen. Anderen zullen het wel geloven, een diashow aantrappen en met de hele familie verbaal de onderschriften aanleveren. Programma's te over.
Op mijn Mac's draait iPhoto, de back-ups worden opgeslagen op de TimeCapsule en naar elders. Op Windows zou ik Picasa gebruiken, een perfect programma, zowel op de computer thuis als voor de Picasa albums op Internet. Op naar de zolder, via Marktplaats: eind 2010 heb ik mijn boeltje op orde.
+++++++++++++++
Bovenstaand schreef ik voor het Oudjaarsnummer van de krant, en na twee maanden Zuid Afrika heb ik de nodige actie ondernomen. Via Markplaats de scanner gevonden waar ik naar op zoek was: een HP Scanjet 4850. Waarom die? Een drukkerij die me een proefafdruk stuurt van een foto die ik goed ken. Die proefadruk ziet er zo perfect uit dat ik ze terugmail met de vraag - naast de complimenten - wat voor scanner ze gebruikt hebben.
Antwoord: HP Scanjet 4850.
Op naar Marktplaats, en daar blijkt er eentje in de aanbieding te zijn, nauwelijks gebruikt. Voor drie tientjes opgehaald in Zuid Limburg, en hoppa, aan het scannen.
Achteraf gezien heb ik mazzel gehad, want er blijkt pas sinds 16 maart door HP een een driver beschikbaar gesteld te zijn voor Mac OS X 10.6 (oftewel Snow Leopard), het besturingssysteem op mijn MacBook Pro.
Ik was er zonder dat verder na te kijken vanuit gegaan dat die er al al lang zou zijn. Was dat net zo geweest dan had k hem aan mijn oudere iMac moeten hangen, en die is een stuk langzamer dan die MacBook.
De driver gedownload en geinstalleerd werkt-ie al een tierelier. Ben er zondag een paar uur voor gaan zitten, en al een tweehonderd oude foto's afgewerkt.
De dia's moet je niet in een keer wilen doen. Ik hou een doos bij de hand, iedere dag een verloren kwartiertje, en voordat je het weet ben je een half jaar verder en ben je er klaar mee; eind van jet jaar moet dat voornemen afgewerkt zijn.
Nou de rest nog :-)
Posted by Leon at 09:48 PM | Comments (0)

Jacco (links) en Henk Verhaeren. Foto Thom van Amsterdam
De een werd als klein knulletje door de ander zo hard voorbij gezwommen dat hij geen zwemmer wilde worden. De ander werd later door zwemmers met nÛg meer talent ingehaald en trok dezelfde conclusie. Wat zijn toekomst was wist hij wel: professioneel zwemtrainer, zwemcoach. Dat werd hij, aanvankelijk tegen de stroom in, maar hij bereikte de wereldtop als coach en trainer van Olympisch kampioenen. De ander schreef er een boek over. Twee broers; geboren en getogen in Rijsbergen: de zwemtrainer en de schrijver; Jacco en Henk Verhaeren.
'Boven water', heet het, en wie de afgelopen veertien jaar niet onder water heeft doorgebracht, kent Jacco. Onder zijn leiding stoomde een generatie zwemmers naar de wereldtop, naar wereldrecords en wereldtitels, en meermalen Olympisch goud voor Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn en de Nederlandse estafettevrouwen.
Het curriculum vitae is een pagina persoonlijk, gevolgd door zes pagina's tussen 1996 en 2010 door zijn pupillen behaalde titels.
Gaande de productie van het boek hebben de twee broers elkaar zo mogelijk nog beter leren kennen. "Een stuk of vijfentwintig sessies van anderhalf uur praten", schatten ze eensgezind in. Jacco dicteerde, Henk nam met een recorder op, en tikte integraal uit. Daarna begon het echte werk: kiezen, inkorten, bijschaven, redigeren, allebei nalezen, en dan nog wat keren op en neer, over en weer. Zoals een zwemtraining.
Het boek begint met voor Breda en de zuidflank van de Parel van het Zuiden bekende herinneringen. Al voor ze leerden lopen spartelden ze rond in het pierenbadje en in het zwembad van de buurman in Rijsbergen. Of kropen ze onder het biljart in het CafÈ De Kouter aan de Antwerpseweg, als uitbaatster Oma Mien een lastige klant de deur uitknikkerde.
Gezwommen werd er in De Wildert in Zundert, in Etten-Leur en Hoeven, het Sportfondsenbad en De Wisselslag in Breda. Zomers lang iedere dag op de fiets naar De Galderse Meren. Van de brug over Haringvliet springen, met blauwe ribben als gevolg.
Boven Water is een lange monoloog van ruim 140 bladzijden, in de stijl die bijvoorbeeld Bibeb en Ischa Meijer bij voorkeur hanteerden. Heel toegankelijk, nooit saai of belerend, een kijkje in de koppige kop van een zwemtrainer die als 14-jarige besloot om dat te worden.
Prachtige anecdotes in de eerste hoofdstukken, maar toch geen biografie, geen sportboek, geen trainingsbijbel. Van alle drie een beetje, maar vooral een wegwijzer voor wie streeft naar succes, waarin dan ook.
In Het Stadspaviljoen in Eindhoven wisselen ze elkaar af, terwijl ze elkaar aanvullen.
"We wilden geen boek vol name-dropping", zegt de een. "Het moest ook niet overlopen van wollige theorie", aldus de ander. De een: "Je zou het als een management boek kunnen zien en gebruiken". De ander: "Ja, ik wilde wel graag een keer mijn visie goed verwoord zien".
Wat beklijft is het beeld van de 14-jarige Jacco die zwemtrainer wil worden. Tot begin jaren negentig een niet bestaand beroep, hetgeen iedereen, de docenten van het CIOS voorop, tevergeefs aan zijn verstand probeerden te brengen.
"Daar viel geen droog brood mee te verdienen", beweerden ze, "zwemtrainers waren toen nog badmeesters met een bijbaantje", aldus de huidige technisch directeur van de Koninklijke Nederlandse Zwembond.
Om zijn doel te bereiken nam hij een baantje als badmeester aan in het zwembad in Sittard. Voor en na de trainingen poetste hij de plee en dweilde de kleedkamers, gefocust op zijn enige doel; professioneel zwemtrainer worden.
Dat op een leeftijd waarop anderen van profvoetballer, piloot, discjockey of misschien trambestuurder dromen. Waarom?
Bijna verwonderd, met een hartverwarmende openheid: "Geen idee. Dat heb ik me vaak afgevraagd. Vanaf mijn veertiende wilde ik zwemtrainer worden. Punt uit. Nadat ik die keuze gemaakt had bleef ik daarbij. Als je luistert naar mensen die je van je passie af willen praten, ga je je roeping niet achterna, zal je een droom nooit waarmaken".
De ander knikt terwijl hij luistert. Hij wilde schrijver worden. Het huwelijk van hun passies is 'Boven Water'.
Boven Water. Tiron Uitgevers. Auteur: Henk Verhaeren.
ISBN 10: 9043913308
ISBN 13: 9789043913300
Posted by Leon at 12:13 AM | Comments (0)

Prosper Ego in zijn appartement, met uitzicht op de Watertoren aan de Wilhelminasingel. Foto Thom van Amsterdam.
De rek en het vuur zijn er na bijna zestig jaar uit. De Stichting Oud Strijders Legioen wordt op termijn opgeheven, maakte aanvoerder Prosper Ego onlangs bekend. Een gesprek met de voorman van de roemruchte conservatieve stichting.
Het is een regel uit een oud soldatenliedje, in zijn afscheidsrede onsterfelijk gemaakt door generaal Douglas MacArthur: Old soldiers never die, they fade away. Oud-strijders blijken niet alleen te verdwijnen, maar soms ook geen tijd, of geen zin meer te hebben.
In linkse kringen zal er geen traan om worden gelaten, maar de Stichting voor Vrijheid en Veiligheid OSL/Stichting Oud Strijders Legioen wordt op termijn opgeheven. Dat maakte voorman Prosper Ego twee weken geleden bekend in de laatste nieuwsbrief van de 58 jaar oude, roemruchte conservatieve stichting.
Het clubblad van de organisatie, de Sta Vast, was al wijlen. Zijn kantoor is gesloten, de volledige jaargangen, de dossiers en zijn archief heeft Ego aan het Nationaal Archief geschonken.
Prosper Ego stopt nu ook met de nieuwsbrief omdat medewerkers en begunstigers in aantal teruglopen en het ontbreken van een secretariaat opbreekt.
„De abonnees van Sta Vast beginnen uit te sterven en het is tegenwoordig steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden. Dat lijkt helaas een maatschappelijk fenomeen. Er zijn er wel nieuwe veteranen bij gekomen, van Libanon en Bosnië tot Afghanistan, maar die hebben allemaal hun eigen organisatie. Ik geloof dat er in Nederland inmiddels meer dan dertig verschillende clubs van veteranen bestaan.”
In de hoogtijdagen werd het blad op 14.000 adressen bezorgd en waren de zalen te klein uit als het OSL een congres organiseerde.
Dat was begin jaren tachtig toen honderdduizenden tegen de komst van de kruisraketten demonstreerde. Waar Ego en de zijnen met alle plezier voor de luizen in de pels van links Nederland speelden en vliegtuigen met sleep boven de demonstranten opdoken. De teksten: ‘Liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken’ en ‘Eenzijdige ontwapening? Miljoenen willen dat niet’.
Dat was toen, en nu is nu.
De wereld is veranderd; was er überhaupt nog reden om de stichting in de lucht te houden?
„Maar natuurlijk”, zegt Ego. „Waakzaam zullen we altijd moeten blijven. Kijk maar naar de geschiedenis, en wat zich daarin allemaal heeft herhaald.”
De stichting wordt op termijn geliquideerd, maar de achterban, die nu nog uit 2400 mensen bestaat, krijgt, als daar acute aanleiding toe is, in de toekomst nog wel een e-mail. Van de 2400, veelal bejaarde leden van het OSL maken er rond de 1800 gebruik van een computer en een internetverbinding.
„We blijven nog even in de lucht, maar op een gegeven moment moet je realistisch worden en een besluit nemen. Zowel de rek als het vuur is eruit.”
Prosper Ego, zijn ouders kwamen uit Zeeuws Vlaanderen, oogt jeugdiger dan zijn 82 jaar, zoals altijd keurig gekapt en in het pak, bekroond met dé stropdas. Dezelfde stropdas die George Bush senior op een van de foto’s draagt, ooit door Ego aan hem geschonken.
In ‘Een man van Sta-Vast’, het boek dat Vincent Dumas in 2008 over Prosper Ego en de geschiedenis van het Oud Strijders Legioen (OSL) schreef, staan enkele tientallen foto’s. Ego met Joseph Luns, Bob Smalhout, Joop van Tijn, Hans van Baalen, Mat Herben.
Ze hangen ook in zijn werkkamer, acht hoog in een prachtig appartement in een van de vijf woontorens op het Bredase Chassé park, aan alle kanten heeft hij uitzicht over Breda.
De man van stavast poseert met Amerikaanse generaals, een president, een Afghaans stamhoofd.
Wat opvalt: er is nauwelijks een foto te vinden waarop Ego serieus, fronsend, moeilijk of kwaad kijkt.
U bent kennelijk een tamelijk optimistisch en opgewekt type, is er wat dat betreft verschil tussen linkse en rechtse mensen?
„Nou, valt wel mee hoor, maar als je met hen aan tafel zit om eens lekker te eten, dan wordt toch nog regelmatig geklaagd over de misstanden in de wereld. Terwijl op dat moment, of je dat bord nou wel of niet leeg eet, elders in de wereld niets verandert. Geniet eens een keer ergens van, denk ik dan.”
Rechts en aartsconservatief heette Ego, die in zijn leven duizenden ingezonden brieven geschreven moet hebben aan alle kranten in Nederland, immer ondertekend door P. J. G. A. Ego. Maar binnen zijn eigen club is hij ook een liberaal, die er in in 1995, tot ongenoegen van een groot deel van zijn aanhangers, voor pleitte om nou eindelijk eens Duitsers uit te nodigen voor de nationale Dodenherdenking.
Datzelfde jaar liep hij tegen een veroordeling op vanwege een artikel in Sta Vast, waarin zo ongeveer alles wat niet-Nederlands was, voor het gemak over één criminele kam geschoren werd.
Ego staat onvoorwaardelijk achter de monarchie, maar die liefde bleek zes jaar geleden niet stekeblind, toen hij zei: „Ik vind Beatrix een echte vorstin maar kijk eens even wat er nu allemaal naar binnen schuift. De monarchie blaast zichzelf zo nog op.”
Een lintje ontbreekt op zijn revers, maar dat ligt niet aan die uitspraak over het Koninklijk Huis: „Tja, dat kan natuurlijk niet meer door die veroordeling in 1995. De tekst van dat artikel was niet eens van mijzelf. Maar ik wilde me niet verschuilen achter mijn medewerker. Ik sta pal voor mijn mensen. Ach, mijn tegenstanders ter linkerzijde zijn nooit veroordeeld. Zij hebben allemaal een lintje gekregen, ik vanwege mijn strafblad niet. Nu ja, dat is het ergste niet. Mijn belangrijkste onderscheiding is de steun van mijn begunstigers. Ik heb nooit een cent subsidie ontvangen.”
Als u achterom kijkt, is er dan iets, waarvan u denkt, nou daar heb ik helemaal mis gehad?
Na enig aarzelen: „Zuid-Afrika. Daar ben ik achteraf anders over gaan denken. Daar zijn tijdens de apartheid dingen gebeurd waardoor ik het met dat beleid niet eens had moeten zijn.”
Maar zelfs in de tijd dat u achter het beleid in Zuid Afrika stond, konden ze u toch moeilijk van racisme beschuldigen, gezien het feit dat u destijds met een Indische vrouw was getrouwd?
Hij herinnert zich een journalist van Vrij Nederland, of De Groene Amsterdammer, in elk geval links, die hem aan de vooravond van een bijeenkomst van het OSL belde met de vraag of er ook kleurlingen aanwezigen zouden zijn. Volgens Ego verwachtte deze een ontkennend antwoord. ‘Ja hoor’, antwoordde Ego echter, ‘mijn vrouw’. Waarop verder geen vragen meer werden gesteld. „Maar ja, die types zaten ook wel eens klem als ze op een bijeenkomst van het OSL verschenen, waar dan Pim Fortuyn en David Pinto bleken te spreken. Oftewel: een homoseksueel en een allochtoon van Berberse afkomst. Dat konden ze ook niet goed plaatsen.”
Hoe nu verder?
„Zo lang mogelijk genieten, met mijn partner, en de kleinkinderen. Ik ben een dankbaar en gelukkig mens die altijd veel geluk gehad heeft.”
Posted by Leon at 10:33 AM | Comments (0)
One back up is no back up, two back ups is not enough, three back ups give you a false feeling of security, four back ups might be sufficiënt, five?
Anyway; my rigid backup strategies payed off once more. Two months in South Africa, Lesotho and Swaziland. Wonderful countries, fantastic skies, beautiful people, amazing animals, great buildings, lots of pictures.
With the risk of the camera getting robbed (again) or a flash card breaking down, I'd had the card copied almost every week tot a dvd and sent it to myself back home. On top of that I asked them every time to copy the pics as well to usb sticks. I took the sticks and the last dvd back home in the luggage, and sent a total of four dvd's home by classic mail.
Only two of those arrived, and this is how the very first dvd looked when I opened the enveloppe.
The second one proved to be in good order, as well as the sticks, so I'll stick to my strategies . . .
Here's a selection of the pics.
Posted by Leon at 01:15 PM | Comments (0)

Dr. Manon Andres: 'Het is van groot belang dat defensie veel aandacht besteed aan de nazorg van militairen en hun gezin.' foto Fabiënne Wink/NLDA
Tussen trots, hoop en vrees. Dat is het spectrum waarin ouders, partners en kinderen van naar oorlogs- of rampgebieden uitgezonden militairen maandenlang leven. Manon Andres ondervroeg ruim duizend ouders en sprak met honderden partners van Nederlandse militairen.
Bn/DeStem: PDF (pdf, 893 kb).
Niet met zomaar vragenlijstjes, maar ze verrichtte een grondig en gedegen wetenschappelijk onderzoek. Werkzaam op de Nederlandse Defensie Academie, is ze gisteren aan de Universiteit van Tilburg gepromoveerd op haar bevindingen: Behind Family Lines. Een werk van bijna driehonderd pagina's, in het Engels: voer voor statistici, historici, sociologen, psychologen en militaire wetenschappers.
De voornaamste conclusies uit het onderzoek, dat vier jaar in beslag nam: in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, passen families zich tijdens de tijdelijke scheiding goed aan. Een uitzending is belastend, maar de grote meerderheid blijkt zich wel te redden. Het welbevinden van partners, kinderen en ouders wordt in enige mate beïnvloed door een uitzending, maar over het algemeen niet in problematische mate.
Volgens Andres blijkt dat partners en kinderen hun normale leven snel voortzetten, en dat bezorgde en betrokken ouders bij terugkomst vaststellen dat de band met hun kind sterker is geworden.
- Waarom is het onderzoek uitgevoerd?
Manon Andres: "Omdat de aandacht belangrijk is. Omdat binnen defensie het besef leeft dat zorgen voor het personeel veel verder gaat dan de veiligheid alleen."
Ze heeft uit haar onderzoek geleerd dat de sociale steun een heel belangrijke factor is voor het goed functioneren van militaire gezinnen. "Het sociale netwerk is visueel misschien niet zo duidelijk aanwezig als in Amerika, waar veel gezinnen op militaire bases wonen. Nederland is klein, dus al zitten de families verspreid, er bestaat wel degelijk een sterk sociaal netwerk".
Op drie momenten – voor, tijdens en na de uitzending – werden de partners vragenlijsten voorgelegd of persoonlijk geïnterviewd. De ruim duizend ouders kwamen één keer aan bod. Anderhalf jaar lang reed Andres van hot naar her om in alle uithoeken van het land aan haar onderzoek te werken. Naast de ouders werkten in eerste instantie, dus vóór de uitzendingen, 284 stellen mee. Dat aantal zakte naar 198 tijdens het onderzoek tot 162 achteraf.
"Dat is een klassiek fenomeen bij dit soort onderzoeken", zegt Andres, "voortkomend uit verschillende oorzaken." Overlijden heeft daar nauwelijks een rol in gespeeld. "Militairen worden altijd al veel onderzocht, er zijn meer wetenschappelijke instituten actief binnen defensie. Dat kan wat onderzoeksmoeheid opleveren. Verder kan iemand het op enig moment gewoon veel te druk hebben om zo'n uitgebreide vragenlijst in te vullen."
-Er kan toch gewoon een dienstorder worden uitgevaardigd?
Lachend: "Nou, nee hoor, dat lijkt me geen wetenschappelijk te accepteren methode. Je kunt mensen niet dwingen aan onderzoeken mee te werken. Vergeleken met andere onderzoeken heb ik een heel goede respons gehad: 55 procent van de ouders en uiteindelijk 41 procent van de partners en militairen. De hoge respons van de ouders valt op. Dat komt waarschijnlijk omdat die tot mijn onderzoek een min of meer vergeten doelgroep vormden."
Uitzendingen verschillen tegenwoordig in ieder geval op één punt sterk van die van vroeger: door het internet. Waar de contacten van militairen in verre landen vroeger beperkt waren tot handgeschreven brieven en in de rij staan voor een klassieke telefoon, zijn er nu veel meer mogelijkheden. Militairen kunnen tegenwoordig mailen, hebben een mobiele telefoon, doen aan Skype of bewegen zich op sociale netwerken, zoals Hyves of FaceBook.
"De sociale steun van partners is een heel belangrijke factor. Die is door die nieuwe mogelijkheden inderdaad gemakkelijker gemaakt."
Wel blijkt een klassiek fenomeen nog steeds van kracht: de black hole. "Zodra er iets gebeurd is, wordt de black hole van kracht. Dan is er geen enkele vorm van communicatie mogelijk tot de familie van de betrokkenen op de hoogte gebracht is."
Enkele andere conclusies uit Behind Family Lines: een grote meerderheid van achterblijvende partners blijkt niet meer spanning te ervaren dan mensen in gewone omstandigheden. "Bovendien constateren moeders dat kinderen behulpzamer worden en meer verantwoordelijkheidsgevoel tonen."
Omgekeerd werkt dat ook, zegt Manon Andres: "Als het thuisfront zich goed redt, dan blijken militairen hun uitzending positiever te ervaren."
Er onstaan ook spanningen tussen partners, doordat eisen van het werk botsen met het gezinsleven. Ook niet verrassend: militairen die voor uitzending twijfelden over hun carrière in het leger, overwogen na terugkomst nog sterker om het uniform voorgoed uit te trekken. Net zo min als dat het verbaast dat relaties die al voor uitzending onder onderlinge spanningen leden, na thuiskomt niet verbeterd waren.
Manon Andres sluit haar publicatie af met een aantal aandachtspunten. "Het is van groot belang dat defensie veel aandacht besteedt aan de nazorg van militairen en hun gezin. De ervaringen van de gezinsleden hangen nauw samen. Van belang is daarom aandacht voor het hele gezin, naast de individuele zorg. Er moet een goede balans tussen werk en gezinsleven nagestreefd worden."
-Hoe zou dat in de praktijk gebracht moeten worden?
"Door het blijven bevorderen van informele netwerken tussen de militaire gezinnen. En door het blijven informeren van de kinderen van de militairen, in alle leeftijdsgroepen, en van de samenleving buiten de militaire wereld."
Manon Andres
Geboren: Breda, 1980.
Woonplaats: Raamsdonksveer.
1993-1997: Sint Oelbert Gymnasium, Oosterhout.
1997-2000: Dongemondcollege (vwo), Raamsdonksveer.
2000-2003: Hogeschool Brabant, Breda (personeel en arbeid).
2003-2005: Universiteit van Tilburg (Master Organisation Studies).
2005-2009: promotieonderzoek, in dienst bij Nederlandse Defensie Academie.
2010: promotie op proefschrift: Behind Family Lines.
Posted by Leon at 04:23 PM | Comments (0)

'Beyond the Black Stump' noemen ze in Australië het grote niets, ver voorbij de horizon: de outback. Land van verblindende zon, verzengende hitte, rode grond. Land van goanna's, kangoeroes, slangen, kamelen, wedge tailed Eagles, roestige wrakken. Achter de zwarte stronk, zoals bezongen door Midnight Oil in 'Beds are Burning". Over de alom aanwezige wrakken van de Holdens, kokende diesels, oorverdovend krijsende kakatoes, vijfenveertig graden tussen Kintore en Yuendemu.
'Been there, done that', zeggen de Ozzies die er geweest zijn, als ze weer terug in hun steden zijn en aan een koude pint zitten. Op de vraag hoe het daar was is het klassiek antwoord: 'Hot, mate, hot'.
Hot, is de titel van het fascinerend fotoboek van Thijs Heslenfeld, dat vorige week door de Samenwerkende Nederlandse Reisboekhandels uitgeroepen werd tot het beste reisfotoboek van 2009.
Om die onmeetbare eindeloze outback te kunnen begrijpen moet je er minstens een keer geweest zijn en gezweet hebben, in die zo leeg lijkende woestijnen, zo vol van leven.
Dat is wat Heslenfeld gedaan heeft. Op en neer, dwars door Australië, van zuid naar noord, zodat je het boek ook kan lezen als een reisverslag. Langs lege wegen, langs verdroogde karkassen, langs mensen die de kunst beheren om in de outback te leven; de boeren, de jackaroos en de aboriginals. Van cowboy Tom Bruce en zijn zesjarige buurjongen Alex Young; in de outback wonen de buren soms honderd kilometer verder.
Zoals die van Kate en Martin Reck, die een 'cattle station' beheren aan de Strzelecki Track, zo'n boerderij met een oppervlakte van 7500 vierklante kilometer. Op de dagen dat het vijftig graden celcius wordt, beginnen ze om vier uur 's morgens met werken, omdat het om tien uur te heet is. Dan gaat de airco en de televisie aan, en kijkt men naar het cricket dat tweeduizend kilometer verder gespeeld wordt, in Adelaide, Melbourne of Sydney.
Op Hamilton, een ander station, is men druk bezig met het verzamelen van de 8000 koeien. Met behulp van de 'blue heelers', de kleine venijnige cattle-dogs. Border collies werken niet met koeien, omdat ze te groot zijn; ze worden doof of dood geschopt. Een blue heeler weet onder die hoeven te duiken, om toe te bijten als de poot omhoog gaat. Maar ook Toyota's, cross motoren, helikopters en vliegtuigen worden ingezet voor het drijven van het vee dat gebrandmerkt of gecastreerd moet worden, of dat richting veemarkt of slachthuis moet.
De fotoreis gaat verder via Oodnadatta, een plaats van 150 inwoners, waar een van de bekendste wegrestaurants van Australië staat: de Pink Roadhouse.
Rabbit Flats is Het meest afgelegen road house ligt in Rabbit Flat, in het midden van de Tanami Desert, maar alleen maar van vrijdag tot en met zondag. Kom je er op maandag aan dan heb je pech gehad en zal je tot het eind van de week moeten wachten voordat je weer kan tanken. Rabbit Flats ligt aan de grens van een van de grootste aboriginal gebieden, waar niet-aboriginals niet mogen komen zonder een vergunning.
De foto's van Heslenfeld brengen het trieste leven van de aboriginals in die gebieden in beeld. De kinderen kijken er nog onbevangen in de camera, maar de volwassen hebben minstens een blik Victoria Bitter in de hand, of ze nou achter het stuur zitten of niet. De grond om hem heen is bezaaid met lege blikken, symbool van het onoplosbare drankprobleem onder de oorspronkelijke bevolking.
De Grey Nomads komen ook in beeld en aan het woord. Het zijn de gepensioneerde die in hun eigen land in een camper of een auto met caravan erachter blijven rondrijden. Soms met de klassieke sticker achterop: 'we zijn de erfenis van de kinderen aan het opmaken'.
Volgens het juryrapport wilde Thijs Heslenfeld alleen maar het leven in de outback laten zien.
Hij heeft veel meer gedaan: de schoonheid zien in de verdroogde karkassen in het rode zand, van autobanden op een stapel, van achtergelaten gereedschap in een stoffig schuurtje. Er zit natuurlijk heel veel outback in dit boek, maar ook veel Heslenfeld. Zijn gevoel voor ritme, voor patronen en voor juist hele zachte kleurnuances maakt het een zeer persoonlijk fotoboek. Details van veren, zachtgroene tinten in gebroken flessen. Zelfs een foto van een roadtrain die voorbij dendert krijgt bij hem een zachte glans. Werkelijk een zeldzaam mooi fotoboek.'
'Hot - life in the Australian outback' is de opvolger én tegenhanger van 'Cold - Sailing to Antarctica' - één van de best verkochte Nederlandse fotoboeken van de afgelopen jaren (nu in 3e druk leverbaar).
Informatie u op www.hot-the-book.com en www.cold-the-book.com.
Posted by Leon at 01:28 PM | Comments (0)

In zeven jaar tijd is het een kroonjuweel van NAC geworden: het NAC museum. Schreeuwend om een lokatie die meer recht doet aan de juwelen in de schatkamer van geel-zwarte historie. Bijna verstopt aan de achterkant van het Rat Verleg stadion, voor de deur een paar containers en de spoorlijn richting Rotterdam Zuid.
Het gaat mettertijd goedkomen, weet John de Leeuw zeker, die al bij NAC kwam voordat-ie kon lopen of praten. Zelf bijna een geel-zwart geverfd museumstuk, alle gegevens tussen zijn oren opgeslagen, verwacht-ie dat het niet al te lamg zal duren voordat het museum de plaats krijgt die het toebehoort. Aan de voorkant, naast café de Beatrix, samengesmolten met de NAC shop.
"Daar zijn we al een tijdje over aan het praten met het bestuur", aldus de penningmeester van de stichting die het musem beheert, tussen twee rondleidingen door. "Theo Mommers is er ook voor, dus het zal wel goedkomen. Even geduld".
Op de voorlaatste dag van het jaar praat De Leeuw een groepje door het museum, doelpunten, opstellingen, feitjes, wetenswaardigheden.al wat NAC is, uit zijn blote hoofd opvissend. Een opa en een oma, die twee kleinzonen beloofd hebben er minstens één NAC-speler in levende lijve aan te zullen treffen, hebben mazzel.
Ati Graumans is bij de rondleiding aangesloten, een van de spelers die in 1973 de beker veroverden op NEC. Hij speelt maar meteen als gids en opvoeder, als hij van oma hoort dat de twee harde werkers zijn. "Heel goed", akdus Graumans, "want dat is één van de dingen die je hard nodig hebt als je prof wil worden. Hard blijven werken jongens, heel belangrijk".
Graumans, die in het verleden al meer voorwerpen voor het museum geritseld heeft, heeft weer een doos parafernalia gevonden. Cadeautje voor De Leeuw, die het dankbaar in ontvangst neemt.
Graumans blijkt ook een rol gespeeld te hebben bij een van de belangrijkste memorabilia in het museum, helemaal links vooraan uitgestald.
Het is een handgeschreven boekje; de notulen van de oprichtingsvergadering. "Niemand wist van het bestaan af", aldus Graumans, "maar het werd aan NAC geschonken door de kinderen van Frans Speekenbrink.
Die was gebrouilleerd met NAC, maar omdat ik een van de drie NAC-mensen was die op zijn begrafenis waren, besloten zijn kinderen om het toch maar aan NAC te schenken".
Het museum is een must voor iedereen die iets met NAC heeft. Waar sportieve vreugde en leed elkaar afwisselen. Foto's van feest en kampioenschappen, maar ook van droefheid na degradatie. Viermaal degradeerde NAC (in 1965, 1983, 1985 en 1999), evenzoveel malen explodeerde Breda later na de terugkeer naar het hoogdte podium.
Schuin tegenover de stelling waar de twintig internationals van NAC geëerd worden, staat er een ander herdenkingstableau. Het zijn de vijf spelers van NAC die te vroeg overleden, als speler van het eerste team.
Jo Schot (in 1923 van het dak gevallen), Koos Visschers (in 1937 aan TBC overleden), Andro Knel (1989, vliegramp Paramaribo), Dominique Diroux (hartstilstand 1998) en Ferry van Vliet (verkeersongeval 2001).
De Leeuw en consorten doen wat iedere moderne museumdirecteur doet: de boer op. Scholen en bedrijven worden benaderd, met het doel om zoveel mogelijk kinderen en volwassenen minstens één keer naar NAC te krijgen.
"En dan maar hopen dat er van ieder bedrijf, of van iedere klas die we hier binnen krijgen, er minstens eentje blijft hangen en een seizoenkaart aanschaft", zegt John de Leeuw. Met een knipoog: "Dat zou prachtig zijn".

De zoveelste aanwinst voor het NAC-museum; een kampioenshorloge. De spelers die in 1921 kampioen werden ontvingen het als aandenken, met een passende inscriptie in het deksel aan de achterkant. Het exemplaar dat op 20 februari aan het NAC-museum overhandigd zal worden, is gechonken door de nazaten van Fanny Petit, die het horloge bijna negentig jaar geleden ontving.
Posted by Leon at 11:53 AM | Comments (0)
Orthopedisch chirurg Denise Eygendaal, werkzaam in het Amphia Ziekenhuis in Breda, geldt in Nederland als dé specialist op het gebied van de elleboog. Patiënten uit het hele land komen naar haar spreekuur. Een bijzondere groep patiënten vormen de topsporters, uit allerlei disciplines: tennis, honk- en softbal, volleybal, handbal, golf, atletiek, judo en wielrennen. Ze weten haar te vinden.
Het zijn in toenemende mate topsporters die de praktijk van Denise Eygendaal platlopen. En juist zij blijken niet altijd de gemakkelijkste patiënten van de orthopedisch chirurg die spreekuur houdt en opereert in het Amphia Ziekenhuis in Breda. "Niet vanwege hun karakter hoor, daar is over het algemeen niets mis mee. Topsporters zoeken vaak de grens op als het gaat om de voorgeschreven periode van rust. Ze kunnen niet wachten om weer aan de slag te gaan. Een goede eigenschap, maar dat wil weleens botsen met het voltooien van het genezingsproces."
Dokter Eygendaal specialiseerde zich na het behalen van haar registratie als orthopedisch chirurg in eerste instantie in het gebied van schouder tot pols, maar staat inmiddels te boek als dé specialist van de elleboog in Nederland.
Voortvloeiende uit goede contacten bij de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond en de Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond lopen toptennissers en honkballers uit de hoofdklasse en nationale selectie haar praktijk plat.
Daar blijft het niet bij; overal waar hard met een bal of een ander voorwerp gegooid of geslagen wordt, of waar hard gevallen wordt, raken ellebogen beschadigd. Dus heeft ze ook volleyballers, handballers, speerwerpers, wielrenners, judoka's en golfers als klant.
Verschillende disciplines, waarin de beoefenaren met vervelende blessures dan wel flinke mankementen aan de elleboog te maken kunnen krijgen. Variërend van geïrriteerd bindweefsel tot afgescheurde pezen of banden. Soms gaat het vanzelf over, soms moet er een dokter naar kijken, soms moet er gesneden worden.
Nu Denise Eygendaal naam heeft gemaakt als elleboogspecialist, ontvangt ze tegen de vijfhonderd brieven per jaar van collega's uit het hele land. Of ze haar licht eens wil laten schijnen over een moeilijke elleboog en een diagnose wil stellen. Een traject dat steeds vaker tot een operatie leidt die door haar uitgevoerd wordt in het Amphia Ziekenhuis.
Het betreft niet alleen sportgerelateerde aandoeningen, maar ook afwijkingen van de elleboog na een ongeval of slijtage van de elleboog.
Waarom heeft ze zich in de orthopedie gespecialiseerd? "Dat kwam min of meer vanzelf", zegt ze in haar knusse werkkamer in het Amphia, locatie Molengracht. Met het zicht op een zijkamertje dat van de vloer tot het plafond is volgepropt met medische en wetenschappelijke literatuur. "Orthopedie heeft wel iets van knutselen en repareren. En dat heb ik altijd graag gedaan, knutselen en timmeren. Ik hang thuis de schilderijen op en weet bijvoorbeeld niets van koken."
Zelf heeft ze op hoog niveau badminton gespeeld. Tegenwoordig hanteert ze een tennisracket, op een wat lager niveau. Ze is daarmee derhalve ook nog eens ervaringsdeskundige als het om bovenarm en elleboog gaat.
Na haar studie geneeskunde in Leiden, Rotterdam en Denemarken, en een stage aan de prestigieuze universiteit van Harvard (VS), aarzelde ze tussen een specialisatie als sportarts of orthopedisch chirurg.
Uiteindelijk werd ze orthopedisch chirurg en promoveerde in 2000 aan de universiteit van Leiden op een proefschrift over de instabiliteit van het ellebooggewricht. Daarna werkte ze vijf jaar in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen als bovenste extremiteitchirurg (schouder, elleboog, pols, hand).
Nu houdt ze iedere dinsdag in Breda een spreekuur voor aandoeningen aan de elleboog, waarvoor de patiënten uit heel Nederland komen. Verder is ze druk met wetenschappelijk onderzoek naar elleboogprotheses, kijkoperatietechnieken en botbreuken rond de elleboog. Je vraagt je af of nog wat vrije tijd resteert, want verder is ze gedelegeerde van de Europese vereniging voor schouder- en elleboogchirurgie, topsportconsulent voor de tennisbond, judobond, voor het wielrennen en de atletiek.
Bijna verontschuldigend: "Oh ja, ik geef ook nationaal en internationaal onderwijs over de elleboog en organiseer per jaar tien tot vijftien lezingen en cursussen over elleboogchirurgie."
Bijna zouden we het boek vergeten dat ze deze maand heeft uitgegeven. Het is een in het Engels geschreven medisch werk, samengesteld uit de bijdragen van zesentwintig (inter)nationale elleboog-specialisten. De titel ligt voor de hand: The Elbow.
Het boek is een samenvatting van alle medische literatuur over de elleboog van de afgelopen tien jaar. Het kan ook dienen als naslagwerk, waarin relevante gegevens snel opgezocht kunnen worden. Volgens Eygendaal is de inhoud 'laagdrempelig'. Het is de bedoeling dat orthopedisch chirurgen, sportartsen, geïnteresseerde huisartsen en fysiotherapeuten het boek gaan lezen.
De elleboogspecialist is blij met de belangstelling, maar 'niet alle ellebogen zijn te genezen'. "Wat goed kapot is, kan niet altijd hersteld worden." Lachend: "Ik ben geen Jomanda."
Hoewel voor dat soort types zelfs bij topsporters een markt blijkt te zijn. Heeft dokter Eygendaal gelezen over Robin van Persie? Die op zijn flink beschadigde enkel naar een genezeres op de Balkan hinkte om het gewricht met placentavocht te laten masseren? "Nou ja, zeg. Dat is toch niet te geloven!"
Eygendaal denkt dat ze een gedeelte van haar bekendheid te danken heeft aan het gegeven dat vooral op het gebied van de elleboog de orthopedie het afgelopen decennium flinke stappen voorwaarts gemaakt heeft. Precies in de periode dat zij er studerend en zichzelf ontwikkelend haar hele hebben en houden in gooide. "De heup en de knie waren al verder uit geëvolueerd. Daar viel qua technieken en behandelingsmethoden niet zo veel winst meer te halen als bij de elleboog."
Nadelen heeft de erkenning van haar specialisme ook: haar wachtlijst begint te lang te worden. "Nou is een mankerende elleboog niet levensbedreigend, maar er is maar één ding wat we hier in het Amphia Ziekenhuis willen en dat is iedereen zo goed en zo snel mogelijk helpen."
Het interview wordt onderbroken door een klop op de deur. Het is een andere specialist, met het verzoek of Denise even kan komen kijken naar een moeilijke elleboog. Die gaat uiteraard voor. Ze vliegt weg.
Tien minuten later: "Waar waren we gebleven?"
De wachtlijst. Beslist: "Dat lossen we op. We zitten hier met een prachtige maatschap. Die bestaat uit dertien orthopedisch chirurgen met elk een eigen aandachtsgebied. Zoals ik bezig ben met ellebogen, zijn er hier collegae die alles weten van knieën, heupen, voeten, schouders, handen en rug. En we hebben ook nog drie jonge vrouwelijke specialisten van de bovenarm. Ik zie mezelf niet meer vertrekken uit Breda, we gaan hier de komende jaren mooie dingen doen."
Terwijl ze in Amerika, het walhalla voor honkballers, rijk en beroemd zou kunnen worden als reparateur van peperdure ellebogen.
"Dat zou nog heel lastig zijn", legt ze uit. "Met mijn specialisme zou ik het moeilijk hebben in een algemene of privé- kliniek die alleen maar ellebogen doet. Gespecialiseerde orthopedie kun je niet zomaar in een privé-kliniek uitoefenen.
Daarvoor heb je een grote groep orthopeden nodig die de rest van de aandoeningen van het bewegingsapparaat behandelen. In een kleine groep van orthopeden, zoals in de meeste privé-klinieken, kun je geen gespecialiseerde zorg leveren. Er werken meestal generalisten, die een beetje verstand hebben van veel aandoeningen. Je bent altijd aangewezen op andere specialisten, en die hebben we hier altijd in de buurt. Nee hoor, ik blijf hier, ik heb het hier veel te goed naar mijn zin."
Op de cover van het boek prijkt een honkballer, op de elleboog ingezoomd. Weet ze wie het is? "Dat weet ik helaas niet. De uitgever heeft die afbeelding ergens besteld, maar ik weet niet wie het is."
De linkshandige pitcher op de foto is Barry Zito van de San Francisco Giants. Een vrolijke snaak met een van de beste curve-ballen van de Major League. Met een hoek waar zelfs de beste slagmensen af en toe als beginners naar staan te hengelen. Zito was in het bezit van een zeldzaam gezegende elleboog; tien jaar professional en nog nooit geblesseerd.
Tot hij twee maanden geleden keihard geraakt werd door een geslagen bal.
Precies op zijn kostbare elleboog...
De articulartio cubiti is een bijzonder gewricht: de elleboog verbindt één bot, in casu het bot in de bovenarm (de humerus), met twee botten in de onderarm: het spaakbeen (de radius) en de ellepijp (de ulna).
Het ellebooggewricht heeft een complexe functie: het zorgt niet alleen dat de onderarm haaks kan buigen ten opzichte van de bovenarm, maar ook voor het roteren van de onderarm. Het spaakbeen draait daarbij om de ellepijp.
Die eigenschappen spelen een belangrijke rol bij alle bovenhandse sporten. De smash van een aanvaller bij volleybal, de worp van een honkbalpitcher, een handballer of een speerwerper, de service van een tennisser, badmintonner of squasher, het zijn bewegingen met meer overeenkomsten dan verschillen. Eén ding hebben ze gemeen: de elleboog krijgt het zwaar voor zijn kiezen.
Ook beroepen waarin veel getild wordt, hebben overbelaste ellebogen tot gevolg. Maar vooral de toppers in de genoemde sporten zoeken altijd de grens van de elleboog op. De tennisarm is een bekend gevolg, waarbij irritatie en pijn aan de buitenkant van de onderarm optreden. Bij pitchers en speerwerpers zijn het vaak de pezen en het bindweefsel aan de binnenkant van de werparm die overbelast raken.
De stevigheid van de elleboog wordt geregeld door banden van bindweefsel aan de binnenkant en de buitenkant van het gewricht. De elleboog is een van de gewrichten die kan worden aangedaan door reumatoïde artritis. Als dat in ernstige mate is opgetreden, kan het gewricht vervangen worden door een prothese. Dat kan ook na een ernstig ongeval, met breuken die niet meer genezen.
In de Verenigde Staten, waar ieder jongetje al op de kleuterschool met een honkbal leert gooien, is een complete medische industrie rondom het voorkomen en genezen van blessures aan de elleboog ontstaan. Met verschillende scholen en stromingen die elkaar soms bestrijden alsof het om religie gaat.
Niet alleen wat betreft de ideale werpbeweging, die de minste kans op blessures op zou leveren, maar ook aangaande het maximale aantal worpen dat per dag geoefend mag worden.
Sommige ouders zijn in staat om een advocaat of een huurmoordenaar op een trainer af te sturen als die hun jeugdige zoon een curve-bal laat gooien, waarbij de elleboog extra belast wordt. Andere coaches beweren dat dat absoluut geen kwaad kan, zolang er maar niet te hard gegegooid wordt.
Speerwerpers en tennissers: idem dito. Een speer in de groei is bij de ene trainer taboe, volgens sommige tennistrainers slaat een jonge tennisser beter geen topspin.
Al die verschillende opvattingen worden ingegeven door dezelfde wetenschap: voorzichtig met de elleboog, want als je daar wat aan krijgt, kan het lang duren. Voorbeelden te over van veelbelovende honkbal- en tenniscarrières die in de kiem gesmoord zijn door een haperende of helemaal falende elleboog.

Posted by Leon at 04:39 PM | Comments (0)
Je hoeft er geen verstand van te hebben, laat staan een absoluut gehoor, om te horen dat het iets aparts is: de speakers van Kalkmann Audio.
De inrichting van de werkplaats aan het Minervum in Breda is qua akoestiek niet optimaal te noemen. Metalen wanden en een stalen dak, her en der op de betonnen vloer gereedschap, stellingkasten, een cirkelzaag, een container, en wat dies meer in een werkplaats annex opslag hoort.
Huib Kalkmann stopt een cd in een gleuf, en draait aan een knop. Het is een soort easy listening: wat blazers, een bas, een drumstel en een Hammondorgel. Het effect in de kale, 's morgens vroeg nog nog wat koude hal, is vervreemdend, alsof het geluid té goed is. Niet alleen op een paar meter afstand, maar zelfs aan het andere eind van de hal. Met de stellingkasten, met alle andere obstakels in gezichts- én gehoorveld, hoor je de muziek alsof je er bovenop staat, mét het ademhalen van het orgel. Hoe kan dat?
Het is de wig die aan de binnenkant horizontaal op de achterwand van de speaker geplaatst is, zo legt uitvinder en directeur Huib Kalkmann uit, die de patenten op zijn uitvinding inmiddels veilig gesteld heeft. Heel verstandig, zo perfect als zijn uitvinding werkt, net zo is hij op het oog door beetje handige klusser na te apen. Laat staan door Aziatische copy-cats die wel moeilijker dingen na-apen en op de markt brengen.
Daar maakt Kalkmann zich echter geen zorgen over. "Het heeft een paar jaar geduurd en een hoop geld gekost, maar de octrooien zijn nu goed afgedekt." De door Kalkmann toegepaste, uitgeprobeerde en steeds verder ontwikkelde wig zorgt ervoor dat de verticale geluidsgolven in een speakerbox geen kans krijgen. "Daardoor wordt een evenwichtige harmonische geluidsdruk opgebouwd. Omdat er geen staande golven zijn, en geen vervorming, ontstaat een open geluidsbeeld, dat gemakkelijk kan worden waargenomen door het menselijk gehoor."
Hij geeft een paar tikjes op de houten wig die uit een prototype komt. Het geluid wordt hoger naarmate hij dichter bij de top van de piramide tik. "Zo kun je horen hoe de wig zelf in trilling komt. Ik noem het ook wel het Stadivarius-effect."
Volgens Huib Kalkmann zijn er meer voordelen. "Als je een paar van onze boxen plaatst in een huis waar de buren last van de muziek hadden, dan is dat over. Je hebt geen echo, geen bijgeluiden, en het geluid gaat niet meer door de muren heen. Verder verlies je nauwelijks decibels op afstand vanwege die mooie lange golven".
Kalkmann produceert zijn boxen met zes medewerkers. De kasten worden aangeleverd door de Duitse specialist Audio Classics, dat de specificaties tot op een honderdste millimeter aflevert. In Breda worden de speakers erin geschroefd, getest, verpakt en gedistribueerd.
De eerste modellen werden in mdf gebouwd, maar nu zijn de kasten bijna allemaal van dunner bamboe, of van twee laagjes aluminium met kunststof ertussen. In tegenstelling tot veel modellen van andere fabrikanten, die hun boxen aan de binnenkant bekleden met dempingsmateriaal, zijn die van Kalkmann intern zo hard en zo glad mogelijk. Wel zit onderin sommige boxen een kamer die met zand gevuld wordt. Andere boxen die hij levert zijn een lange, liggende reep, afgestemd op de maat van een flatscreen-tv, zodat ze aan de onderkant bevestigd kunnen worden. Er zijn modellen mét en zonder ingebouwde voorversterker.
De thuismarkt is echter niet de belangrijkste afzetmarkt van Huib Kalkmann.
De eigenschappen van de door hem ontwikkelde speakers maken ze bij uitstek geschikt voor twee niches die voor hem het belangrijkste lijken te worden: de openbare ruimte en slechthorenden.
"Ongeveer tien procent van de bevolking is in min of meerdere mate slechthorend", aldus Kalkmann, "en zeventien procent heeft last van tinnitus, oorsuizingen. Beide categorieën blijken weer ongestoord te kunnen luisteren".
Terwijl het Bredase bedrijf daarom speciale modellen voor slechthorende heeft ontwikkeld, zou de definitieve doorbraak in de enorme markt van de openbare ruimte tot stand kunnen komen.
In luchthaventerminals, in vliegtuigen, parkeergarages, in treinen, op stations, in stadions en concertzalen, in de metro, in fitness centers en bioscopen. Overal waar massa's mensen, al dan niet overdekt, verbaal van informatie moeten worden voorzien, hangen luidsprekers. "Juist onder die omstandigheden blinken onze luidsprekers uit", zegt Huib Kalkmann, die een paar waterdichte modellen toont.
"Omdat we zo'n mooie golf afleveren, blijft het geluid altijd helder, het wordt nooit hinderlijk hard, alles blijft duidelijk verstaanbaar, dichtbij of veraf. Dat doen we met kleine speakers die nergens opvallen".
Hij mag nog niet zeggen waar, maar op dit moment loopt er een grote test in een publieke ruimte waar duizenden mensen per dag passeren. Wel dat eenzelfde project loopt in de Parijse metro. De grootte van de boxen, en derhalve van de wig, maakt voor het eindresultaat niet zoveel uit. "Ik zou geen toepassing kunnen bedenken waar het niet werkt".
Posted by Leon at 01:47 PM | Comments (0)

Buik helemaal van Flash? Althans; van de manier waarop het je browser vertraagt, en je laat wachten, wachten en wachten terwijl er iets aan het renderen is? Er is soelaas, en niet alleen voor Safari op een Mac OS X.
Op mijn MacBook Pro en Snow Leopard heb ik er eigenlijk niet zoveel last meer van. Daarop draai ik al een tijdje Google Chrome. Door Google weliswaar nog niet gezegend met het label 'beta', maar dat kan me niet bommen: in twee maanden nog geen enkele keer keer vast gelopen, en snel als een gesmeerde bliksem.
Ieder het zijne; er zijn mensen die niet kunnen wennen aan Chrome, ik ben er gek op. Op de krant loopt-ie al net zo lekker onder XP op een Dell. Jammer dat Google de code niet meer zal porten naar de Power PC, dus op mijn vier jaar oude G5 iMac (Leopard 10.5.8) moet ik het doen met Safari of Firefox.
Waarbij we terug zijn bij de inleiding: Flash. Beter gezegd; de ergernissen die Flash opleveren. Adobe maakt mooie dingen, maar een ding is ze nooit gelukt: een fatsoenlijke Flash plugin afleveren voor een platform anders dan Windows.
Trouwens: ook op die XP machine leveren sites met veel Flash veel gemeuk op. Bestaat er uberhaupt een Flash plugin die stilletjes en vloeiend doet wat-ie zou moeten doen?
Hoe dan ook; sinds jaar en dag ben een dagelijkse bezoeker van de Sydney Morning Herald. Dat is een krantensite, en dus staat er veel Flash op de voorpagina: een button hier, een banner daar, een lepel navigate, een kwak video, en een fotoalbum. Zit me op zich niet in de weg, maar: allemaal in Flash!
Met als gevolg iedere dag voorpagina die traag en hikkende van Donw Under there naar up here struikelt. Een ergernisje waar ik mee heb leren leven, tot ik gisteren een mailtje van Lars Pasveer ontving:
Onder Safari heb ik 'Click2Flash' geïnstalleerd, dat heeft er bij mij de handrem afgehaald. Laadt nergens Flash, tenzij je het aanklikt of de site (YouTube bv) op de whitelist zet:
Flash-blocking plug-in for Safari on Mac OS X: ClickToFlash
Maar eens even opgehaald en verroest: de SMH staat zelfs op mijn ouwe G5 patsboem, binnen een seconde op mijn scherm!
Overal waar Flash staat (stond) prijkt nu een grijs vlak met een play-button, en als ik dat wil kan ik alsnog desbetreffend Flash element bekijken. In de instellingen kun je die white-list editen, maar je kan er bijvoorbeeld ook aangeven dat-ie een YouYube video, als die in h264 afgeleverd wordt, wel mag laten zien.
Aan dit moois heb je niet zoveel, als je het met iets anders dan een Mac doet, maar er blijken veel meer oplossingen.
Dat daar niet eerder aan gedacht heb: tik 'Flash Blocker' in Google en er is voor ieder soelaas. Ook voor verschillende smaken browsers op verschillende smaken Windows. Bijvoorbeeld in de vorm van een Firefox plugin, maar er zijn nog veel meer manieren om Flash ver van je browser te houden.
Check: Google Flash Blockers
Oh ja, de dev van Google Chrome voor Leopard Snow staat hier: Early Access Release Channels Chromium Project.
Ik geef er geen garantie op, maar loopt als een zonnetje op mijn MacBook Pro.
Aan mijn lijf geen geflash meer . . .
Posted by Leon at 09:11 PM | Comments (0)

Vrijdag is hier het oud papier weer opgehaald, dus dat was donderdagavond weer een uurtje achterstallig versnipperen. Bij mij gaat niets meer zomaar de container in, als er mijn naam of mijn adres op gedrukt is, of enig cijfer dat iets met mijn identiteit te maken heeft. De papierversnipperaar heb ik vorig jaar gekocht. Penny wise, pound foolish; voor een paar euro-tientjes, in een donderdag aanbieding van de Aldi. Het ding werkt, maar als je het de door de manual maximaal zeven toegestane A-4'tjes voert, begint-ie al te stotteren. Blijf je halsstarrig volhouden dan loopt-ie krakend en piepend vast, of hij raakt-ie oververhit waardoor er een chip ingrijpt en er een kwartier helemaal niets meer gebeurt.
Waarmee maar weer eens het Russische spreekwoord bewaarheid wordt dat een vrek altijd twee keer betaalt. Zo ook nu: ik kan het ding niet meer missen, maar er zal een zwaardere moeten komen.
Missen kan ik hem niet meer, omdat ik nu zonder gevaar of bezwaar de papiercontainer buiten kan zetten. Te vaak gezien hoe allerlei louche figuren in papiercontainers staan te graaien. Op zoek naar slips, sporen, waarme ze mijn id kunnen jatten en misbruiken. Aan mijn lijf geen identity polonaise meer.
Wellicht is u dat ook regelmatig opgevallen, maar dacht u dat het zwervers waren die etensrestjes zochten.
Maar meestal zijn het geen zwervers, zo zien ze er tenminste niet uit. Soms zijn het, zo te zien, maar dat is maar een gok van me, Roemenen of Bulgaren, maar net zo vaak zouden het gewoon Nederlanders kunnen zijn. Ik heb er een keer eentje gevraagd wat-ie aan het doen was, waarop-ie me dreigend opdroeg om op te sodemieteren en er vervolgens zelf vandoor ging.
Wie dit gelezen heeft zal er zelf op gaan letten. U zal zelf zien dat er figuren in uw eigen paperbak lopen te rommelen, of in dat van anderen. Ze halen er bonnetjes uit, afschrijvingen, credit card slips, alles waar adressen, nummers, data, op staat. Wat ze ermee doen wil ik niets eens weten, ik wil dat het mij niet meer overkomt.
Vandaar die versnipperaar, had ik een open haard, dan gebruikte ik persoonlijk papier om die aan te maken.
Digitaal weet ik redelijk van wanten, meen ik zelf. Het kan natuurlijk altijd fout gaan, maar ik geloof dat ik de beveiliging van mijn netwerk en mijn machines thuis redelijk voor elkaar heb.
Al voelde ik me een beetje onzeker toen ik een maand of wat geleden mijn oude G5 iMac naar een dealer bracht voor een onderhoudsbeurt van de hardware. Van wat op die machine staat heb ik eigenlijk niets te verbergen, geloof ik. Wat van waarde is: de muziek en de foto's. Toch vroeg ik me af wat die vriendelijke jongen met de paardestaart die de G5 aan het eind van de dag genezen en gerepareerd verklaarde, op de hard disk had zitten snuffelen.
Niet dat daar iets op staat wat anderen niet mogen zien of lezen, maar toch.
Al mijn documenten, alles wat in tekst van waarde is, staat ergens op de cloud. Is het niet op een wolk van Google, dan op een via https beveiligd gedeelte van mijn door Verio/NTT beheerde domein van mijn digitale ijdelheid.
Security experts zullen van mijn password policy misschien niet echt kapot zijn, maar ik voel me er redelijk veilig bij. De meesten van mijn passwords hebben iets met een volslagen willekeurige datum in verleden of toekomst te maken. Het format, de conventie waarmee ik zo'n datum als password gebruik, weet alleen ik.
Stel: ik verander vandaag het password van mijn online aandelenrekening. Dan tik ik vandaag, het is 28 november 2009, in mijn Google Calendar de alleen mij bekende nickname van die rekening. Al mijn online applicaties hebben nicknames, die, totdat Alzheimer of Korsakov arriveren, alleen tussen mijn oren gekoppeld zijn aan wat ze betekenen.
Als ik over een maand Down Under in een internetcafe die aandelenrekening wil raadplegen, dan hoef ik alleen maar in mijn Google Calendar op zijn nickname te zoeken, waarop de datum verschijnt waarop ik het wachtwoord van die nickname aangepast heb. Vervolgens weet ik mijn wachtwoord, want ik hoef de de datum alleen maar te koppelen aan de door mij gehanteerde conventie, die verder ook niemand kent. Zo'n wachtwoord zou kunnen zijn: #@$28$november$2009$@#
Zo doe ik het nu al een paar jaar, en ik verander van tijd tot tijd ook mjn conventies. Zolang ik er geen moeite mee heb om die te onthouden, net zoals de nicknames van mijn applicaties, gebruik ik ze zonder er verder bij na te denken. Ik weet niet beter, deze manier bevalt me goed, en de wachtwoorden zijn strong.
Zo komt de datum waarop ik de laatste keer het wachtwoord van mijn login op DutchCowboys veranderd heb tevoorschijn als ik de naam van een populaire klassieke kruidenlikeur met krenten in mijn kalender tik. Zou u dit kruidenraadsel op weten te lossen, als u in mijn kalender zou kunnen komen (want daar staat ook zo'n raar password op), dan weet u alleen maar een datum en nog steeds niet in welke conventie ik het wachtwoord weggeschreven heb. Omdat ik er lol in heb: soms is onderdeel van de conventie dat de datum niet waar is, maar een maand, of een jaar, jonger of ouder. Of zoiets :-)
Doe er uw voordeel mee, en denk intussen eens aan uw iPhone of netbook/mobieltje van een ander merk. De risico's die die dingen met zich meebrengen worden op dit moment schromelijk onderschat. Weliswaar zijn er DC wel een paar posts over verschenen, maar ga om te beginnen eens goed na wat er allemaal in dat ding staat waar niemand iets mee te maken heeft. Vraag je vervolgens af wat er allemaal kan gebeuren als je je ding verliest, of als het gestolen wordt.
Daarover binnenkort meer.
Posted by Leon at 01:53 PM | Comments (0)

Maltezer leeuwtjes zijn schattig, handzaam, lief en volgzaam; ideaal gezelschap en troeteldier van veel oudere dames.
Niet dan?
Mooi niet!
In Australië werden de Maltezertjes afgelopen vrijdag op een lijst van twintig meest aanvallende en gevaarlijkste hondensoorten Down Under geplaatst.
Twaalf Maltezer leeuwtjes, kennelijk met een kort lontje geboren, waren alleen al in de deelstaat New South Wales hoofdrolspelers in een bijtincident dat ernstig genoeg was voor een bezoek aan een ziekenhuis óf een aangifte bij de politie.
Op het 'Dog Attack Register' prijken de Maltezertjes nu tussen de bitbulls, blue heelers, Duitse herders en de Staffordshire bullterriërs. In totaal werden de afgelopen drie maanden 124 viervoeters afgemaakt na een incident waarbij tweevoeters in min of meer ernstige mate beschadigd raakten
Posted by Leon at 11:43 AM | Comments (0)

Als je een hengel uitgooit weet je niet wat je aan de haak gaat slaan. Heeft de vis het aas gepakt en is hij opgehaald dan blijft de vraag soms staan: wat hangt er aan de haak?
Is het duidelijk wat het is, dan is het verschil tussen onder- en bovenmaats te meten, en kan het lot van de vis door de hengelaar bepaald worden: houden of terugzetten.
Maar wat als je niet precies wat je aan de haak hebt?
Is het misschien een beschermde vis die niet gevangen mag worden?
In Australië hebben ze een mooie manier gevonden om prangende vraag snel te beantwoorden: SMSFish.
Je maakt met je mobieltje een foto van wat naar adem happend hangt te spartelen, en stuurt die foto naar het ministerie van Landbouw en Visserij.
Ommegaand krijg je een sms terug met het antwoord op de vraag wat het is, en of het wel of niet beschermd is.
Posted by Leon at 10:45 AM | Comments (0)

Als ook u al een sirene op uw autoradio heeft gehoord, terwijl op het display !SIRENE! in beeld verscheen, hoeft u zich geen zorgen te maken: uw radio is niet kapot. U was in de buurt van een politie- of brandweerauto die een echte sirene voerde en tegelijkertijd met een sterke FM-zender inbrak op uw autoradio.
Automobilisten in en om Breda, Rotterdam, Utrecht en in de provincies Drenthe en Friesland kunnen de komende vier tot zes weken die sirenes op hun autoradio te horen krijgen.
Het gaat om een vervolgexperiment met het Flistersysteem, ontworpen omdat auto's steeds beter geïsoleerd zijn, terwijl de geluidsinstallaties steeds beter worden. Daardoor horen automobilisten vaak pas op het laatste moment de sirenes van hulpdiensten. De Flister breekt binnen een straal van 300 tot 400 meter op alle radioprogramma's. "Je hoort de hulpdiensten ver van tevoren, in plaats van dat je ze een seconde van tevoren in je achteruitkijkspiegel ziet", aldus CDA-Tweede Kamerlid Sander de Rouwe.
Hij verrichte maandagmorgen de aftrap van het experiment in zijn woonplaats Bolsward. Vorig jaar is in de stad Utrecht en in Drenthe met twee voertuigen met succes proefgedraaid met het systeem. Dit keer doen veertig voertuigen mee; twintig ambulances in Drenthe en Friesland, tien brandweerauto's in en om de stad Utrecht en zes politiewagens in de regio Rijnmond. Vanuit Waddinxveen en Breda doen twee wagens van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) mee.
"Een voordeel is dat de aanrijtijd van ambulances wordt verkort. De hulpdiensten merkten direct dat zij sneller kunnen doorrijden", aldus De Rouwe. "Het zou mij een lief ding waard zijn als het systeem, een innovatie van Nederlandse bodem, volgend jaar na de zomervakantie landelijk kan worden ingevoerd."
Automobilisten die te maken hebben gehad met het Flistersysteem worden verzocht om hun ervaringen achter te laten via een vragenlijst op de website 'Sirene op uw Radio'. Volgens De Rouwe heeft de Flister de voorkeur boven de oplossing van Binnenlandse Zaken om de sirenes harder te zetten. "Het personeel krijgt last van zijn oren." Wel zou er wat hem betreft een nieuwe gedragsrichtlijn nodig zijn. "Sommige automobilisten gaan nu harder rijden, of wijken uit naar rechts of links als er een ambulance aankomt."
De Rouwe is naar Duits voorbeeld voor een waaier-oplossing, waarbij automobilisten uitwijken naar de zijkant zodat ambulances en andere hulpdiensten er tussendoor kunnen. In de Verenigde Staten en in Australië is het wettelijk verplicht om onmiddellijk in de berm te stoppen zodra er een sirene klinkt.
Flister, een particulier bedrijf dat in het project samenwerkt met Rijkswaterstaat, is ook bezig met systemen die via navigatieapparatuur waarschuwingen sturen. "Technisch goed haalbaar", aldus Toine van Buul van Flister, "maar logistiek iets lastiger. Om dat systeem werkend te krijgen, moet je met alle leveranciers en providers van navigatiesystemen om de tafel gaan zitten."
Posted by Leon at 10:40 AM | Comments (0)

Garrelt Verhoeven en Vanessa van Dam bij De Wereld Draait Door op 30 juni 2009
Boven de doodstille studeertafels hangen spionerende camera's, binnen kom je er via fluisterende uniformen, pasjes en poortjes. Bal- en vulpennen zijn vanwege lekgevaar streng verboden, op iedere tafel staat een doosje zachte potloden. Bewakers houden de bezoekers in het oogje, computers de temperatuur, vochtigheidsgraad en lichtinval.
Welkom in de studiezaal van afdeling Bijzondere Collecties van de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. In de andere publieke ruimtes, zoals het sfeervolle restaurant en de tentoonstellingsruimtes, kan iedereen ongestoord binnen wandelen, maar om de studiezaal te kunnen betreden moet men lid worden van de bieb van de UVA.
Bij de ingang staat een opvallende antieke uitstalkast, het vergulde sierwerk mettertijd wat vervaagd, aan de voorkant twaalf brede ruggen zichtbaar: een complete De Grooten Atlas van Johan Blaeu. Gedrukt in 1662, bekend als de Atlas Maior; hij bevatte alle bestaande kaarten van die tijd, zowel in omvang als grafische dekking. Zo belangrijk is de Maior in de wetenschappelijke wereld dat vorig jaar van juni tot november studenten, onderzoekers en carthografen een half jaar lang dag iedere dag opnieuw in de rij stonden aan de Oude Turfmarkt: iedere morgen werd een nieuwe pagina van een vierkante meter omgeslagen.
De waarde van De Grooten Atlas? Garrelt Verhoeven weet zo goed als alles van de Bijzondere Collecties, maar hier aarzelt hij. "Onschatbaar, laten we het daar maar op houden.